Een bijdrage van Kees le Pair.

Kees le Pair

Nu zelfs in de publieke media wel eens wat twijfel opduikt aan de wijsheid kernenergie in de ban te doen, is het tijd voor rationele bezinning. En daarbij vooral de lange termijn in het oog te houden. Dat heeft dan vanzelf consequenties voor wat nu te doen staat.

Fossiele brandstof is op den duur eindig. Over twee eeuwen zal de rol, die het speelt in de energievoorziening, aflopen. En omdat wind en zon op geen stukken na die rol kunnen overnemen, tenzij we de wereldbevolking grotendeels uitmoorden, kan alleen kernenergie de rol overnemen. Daarbij moeten we in de gaten houden, dat met de gangbare technologie ook kernenergie eindig is. Die is gebaseerd op verrijkt uranium. En indien de wereld zich daarmee van primaire energie voorziet, is ook daarvan de voorraad in een eeuw of twee ontoereikend.

Alleen met kweekreactoren op uraan of thorium en misschien kernfusie kunnen we een paar miljoen jaren rustig achterover leunen. We hebben dus zeg twee eeuwen om aan de transitie te werken. Maar daarbij moeten we wel bedenken, dat daar een halve eeuw vanaf gaat. Die tijd is namelijk nodig om, als we eenmaal weten hoe het moet, we nog zoveel tijd nodig zullen hebben om het wereldwijd uit te rollen.

Let wel, het gaat niet alleen om primaire energie. Ook met kernenergie zal de hele industriële productie, de voedselvoorziening, de behuizing en het transport een enorme transitie moeten doormaken. Dat laatste geldt ook voor het geloof in de fictie van zon, wind en meer van dat moois, dat alleen goed is voor de verwarming en verlichting van luchtkastelen. Uiteraard enkele niche toepassingen uitgezonderd.

Een koolstof vrije voortzetting van het leven is natuurlijk onmogelijk. Maar met voldoende primaire energie, is dat geen levensbedreigend obstakel. Zelfs molenwieken kunnen dan als grondstof dienen.

Foto van marcin-jozwiak fossile brandstof 

Ik ben daarom niet principieel tegen de exploratie van waterstof technologie. Dat heeft ook potentie als secundaire en transportabele energie drager voor allerlei toepassingen. Mits we over voldoende primaire energie beschikken. Overigens is waterstof daarvoor niet de enige optie.

Atmosferisch CO2 speelt in mijn overdenking geen rol. Het is een weerstand in het uitwaarts energie transport van de aarde. Net als een deken en een winterjas. Het versterkt dus de temperatuur gradiënt tussen ons aardse woonschilletje en het intens koude heelal. En helpt het hier leefbaar te houden. Maar als fysicus haal ik mijn schouders op over “meer” of “minder”. De vraag is altijd: hoeveel? En vanwege de logaritmische afname van die invloed (gewoon fundamentele fysica): hoeveel ten gevolge van meer? Daarover geeft geen model-informatie inzicht. Simpelweg om reden dat “meer” er te voren is ingestopt. En dat is de schuld van de overmoed van modelleurs niet alleen om de gemeten opwarming te verklaren, maar meer om alarmistische prognoses te verkrijgen.

De uitleg van het KNMI over hoe ze komen aan hun conclusie voor de relatie CO2-temperatuur toont dat ze geen kaas hebben gegeten van wiskundige statistiek. Die van hen berust op een fout die sinds 1926 gewoon leerboekkennis is. (Zie hier.) De fout zit in een verkeerde correlatie interpretatie van twee monotoon stijgende tijdreeksen in een beperkt domein. Door Yule ook wel aangeduid als ‘spurious correlation’. Daarover rapporteerde ik hier op mijn webstek en wat ouder hier. Hierin heb ik de connectie klimaat en energievoorziening al eerder geprobeerd uit te leggen.

Dus: ja, CO2 helpt onze leefschil, qua temperatuur, leefbaar te houden. En ja, meer CO2 vergroent de aarde en zorgt voor meer voedsel. Over het nadeel van meer CO2 tasten we kwantitatief in het duister. Zelfs over hoeveel het nu en in 1880 deed. Het is niet iets dat je met fundamentele natuurkunde kunt berekenen, omdat het chaotische klimaatsysteem met zijn legio processen en onderlinge ‘feed backs’ uitsluitsel verhindert.

Wat we wel weten, is dat het aan het eind van de laatste ijstijd kantje boord was. De concentratie was toen 180 ppM, terwijl bij 150 ppM menselijk en dierlijk leven op het oppervlak niet meer mogelijk is. Het is nu ca. 420 ppM. Dat is een veiliger marge, die we danken aan het verbruik van fossiele brandstof.

CO2-jacht in de energiediscussie laat ik dus voor wat het is: loos alarm. Het zijn de huidige maatregelen die een echt luid alarm rechtvaardigen. Men is bezig onze hele maatschappij, zelfs de hele beschaving overhoop te halen. En het is ontmoedigend te weten dat veel van de mensen die daarmee bezig zijn, dat niet eens doen uit kwade wil, maar omdat ze zelf hun evangelie geloven. Zulke geloven hebben we in de geschiedenis vaker gezien.

Het IPCC’, de voornaamste aanstoker van de CO2-jacht is vanaf het begin onwetenschappelijk. De opdracht “de menselijke invloed op het klimaat zichtbaar te maken” was al fout. Het had moeten zijn “hoe verlopen de klimaten in de wereld?” En vanaf het begin zijn de IPCC berichten naar media en regeringen altijd losgezongen van de eveneens in zijn totale rapporten opgenomen bevindingen, dat er eigenlijk niets is om je ongerust over te maken. Alle claims van “nooit eerder vertoond” zijn in hun eigen rapporten van werkgroep 1 weersproken. Behalve de geologisch gezien recente CO2 stijging. Die is echt antropogeen.

Het is nu nog steeds kouder dan in de Middeleeuwen. Orkanen vertonen geen effect als gevolg van temperatuurstijging. En Arctisch ijs en gletsjers waren een paar eeuwen terug minder en korter. Dat zijn geen model uitkomsten, maar experimentele, historische meet- en zeevaart resultaten. Net als de stijging van de zeespiegel die al meer dan honderd jaar onveranderd is.

Bij mijn weten – en ik probeer echt de relevante literatuur bij te houden, d.w.z. niet het geschrijf van commentatoren, sociologen en politicologen, laat staan communicatiedeskundigen, de ‘bulk van de zgn. wetenschappers – is behalve de mij ondersteunende satelliet metingen en de ARGO-boeien al decennia lang niets substantieels in de klimaatwetenschap gebeurt. Wel is het ene onderzeese vulkaangebied na het andere ontdekt en zijn bepaalde magnetische eigenschappen van de zon in sterkte gehalveerd. De lucht is bij ons spectaculair schoner geworden. Zelfs alarmisten schrijven daar althans een deel van de anomale opwarming in NW Europa aan toe.

Met alleen de primaire energie zijn we er niet. Daarnaast is voor talrijke toepassingen veel nieuwe technologie nodig. Ook daaraan moet hard gewerkt worden. Anders stagneert nog alles van industriële productie tot die van voedsel toe. Er is dus heel wat te doen en de huidige inzet is daarvoor onvoldoende.

Mijn ‘grand reset’ ziet er daarom heel anders uit dan die van meneer Schwab en zijn volgelingen. Met een deel van de waanzinnige bedragen die de bevolking nu steekt in wind en zon en andere bronnen goed voor die luchtkastelen, zouden we dat m.i. wel voor elkaar krijgen. Maar het mensdom kiest nu eenmaal vaak verkeerd.

Foto van paul-clements Thoriumcentrale

Toch steun ik het pleidooi voor kernenergie nu. Want alleen daarmee bouwen we expertise op voor de stap naar kweekreactoren. Dat er dan ook minder CO2 in de lucht komt, is meegenomen. Voor mij hoeft dat niet. De aarde is er net aardig door aan het vergroenen.

Van 1700 tot 1800 steeg de wereldtemperatuur volgens de proxymetingen en zonder fossiel CO2 0,6 C. Proxys lopen altijd achter op de metingen van de weerstations, omdat ze van bodem- en plantenmetingen komen. Die hebben een veel grotere warmtecapaciteit dan de lucht, vandaar. Vergelijk die stijging eens met die van de weerstations in de periode 1850 – heden. Die is 1,3 C. Combinatie wijst op een fossiele contributie van ongeveer 0,3 C over 170 jaar. Wat aardig spoort met de berekening van Witteman, die op 0,2 C per eeuw uitkomt. Witteman is top in de wereld op het gebied van CO2 in een stralingsveld. Zie hier.

Omdat we met de uraan kweekreactor technisch het verst zijn, is research en ontwikkeling daaraan het meest voor de hand liggend, zeg R&D-prioriteit 1. Thorium MSRs zijn in mijn ogen plan B en kernfusie plan C. Omdat energie van levensbelang is, is werk aan alle drie beslist nodig. Zolang techniek niet is uit ontwikkeld, kunnen onvermoede obstakels opduiken, die de uitrol alsnog verhinderen. De huidige internationale inspanningen voor kernfusie zijn m.i. ongeveer van de orde die ze zouden moeten zijn. Al zou de kramakkelige wijze van financiering moeten verbeteren en de technische realisatie ontdaan moeten worden van de rem van nationale lobby’s en trots. (Ik maakte jarenlang deel uit van het bestuur van het Europese fusie onderzoek. In die periode stagneerde het werk twee maal ongeveer tien jaar. Het kwam door gekissebis over de vestigingsplaats van een experiment, al was die vanaf het begin technisch al een uitgemaakte zaak.)

Vindt u dit artikel interessant en wilt u meer artikelen van CLINTEL lezen, meldt u dan aan voor de Nederlandstalige nieuwsbrief of de Engelstalige nieuwsbrief   
U
 kunt ons ook financieel steunen middels een donatie of door u aan te melden als Vriend van CLINTEL.

De grootste inspanning verdient vanaf nu de uraan kweekreactor. Technisch is die op het moment het verst. Daarvan zouden verschillende landen demo’s moeten bouwen. De thorium reactor verdient ook een grote inzet. Daar zijn net als bij fusie nog grote bekende moeilijkheden te overwinnen. Naast alle onbekende (!) moeilijkheden. Maar er zijn ook potentiële voordelen boven uraan, zoals de beschikbaarheid van splijtbaar materiaal en de potentie van minder afval. Met een fractie van de middelen en werkkracht die men thans in waanzinnige, zgn. “duurzame”, projecten steekt, zou Nederland aan alle drie opties een substantiële bijdrage kunnen leveren. Dat is geld steken in echte duurzaamheid.

Door nu met bestaande technologie van verrijkt uraan in Nederland geleidelijk een deel van de fossiel gevoede elektriciteitsproductie te vervangen door zulke kerncentrales zouden we die ontwikkeling faciliteren. Niet alleen met enkele grote, 1000 MW eenheden. We moeten ook wat moderne modulaire in het systeem opnemen. Die hebben de potentie qua flexibiliteit gasgeneratoren te evenaren. Zo houden we het elektriciteitsnet stabiel en betrouwbaar. De systeemkosten zijn veel minder dan die van wat nu “duurzaam” heet, dus een echt “feest voor de portemonnee”. In Frankrijk met 70% nucleaire elektriciteit is de stroomprijs voor de burger de helft van die in windmolengek Duitsland. Bovendien bouwen we zo expertise op, die in een latere fase hard nodig is voor de uiteindelijke echt duurzame oplossing.

Dat we zo ook de CO2 uitstoot drastisch verminderen, vind ik van geen belang. Maar wie het mis heeft en daar anders over denkt, kan zich daarop verheugen. Windmolens en zonneparken doen dat nauwelijks. De energie, die daaruit komt, is er goeddeels bij de fabricage en installatie te voren door Chinese kolenboeren en Arabische oliesjeiks ingestopt.