Afrika heeft geen behoefte aan Westers medelijden en al helemaal niet aan Westerse zonnepanelen
Na 2030 zal het aantal mensen dat in extreme armoede leeft naar verwachting weer gaan stijgen, grotendeels door Afrika. Terwijl de rest van de wereld op weg is naar meer welvaart, wordt Afrika gedwongen een pad van armoede te bewandelen. Een aanklacht tegen de moderne ‘groene’ agenda.
Anatomie van wanhoop
Extreme armoede is geen abstract begrip in Afrika. Sub-Sahara Afrika is nu goed voor ongeveer 67% van de wereldbevolking die in extreme armoede leeft, een sterke stijging ten opzichte van enkele decennia geleden.
Uit enquêtes in 39 Afrikaanse landen tussen 2021 en 2023, bleek dat ten minste 90% van de respondenten aangaf te kampen te hebben met materiële achterstanden. Ongeveer 80% van de respondenten had het afgelopen jaar minstens één keer geen inkomen gehad, 66% had geen medicijnen of medische zorg gehad en ongeveer zes op de tien hadden niet genoeg te eten gehad. Meer dan 50% gaf aan minstens één keer geen toegang te hebben gehad tot brandstof om te koken of schoon water.
Voor westerlingen die zich druk maken over Netflix-abonnementen of de grootte van vliegtuigstoelen, is dit een alternatieve wereld die moeilijk voor te stellen is.
In landen als de Democratische Republiek Congo, Mozambique, Malawi, Burundi en de Centraal-Afrikaanse Republiek leeft meer dan de helft van de bevolking nog steeds onder de mondiale armoedegrens, en het aantal armen stijgt met de bevolkingsgroei omdat er een gebrek is aan reële economische kansen.
Deze economische stagnatie heeft een angstaanjagend (wiskundig) gevolg: naarmate de bevolking groeit, neemt het aantal mensen in extreme armoede evenredig toe. De prognose is dat na 2030 het aantal mensen in extreme armoede wereldwijd zal stijgen, bijna volledig door de crisis in Afrika.
Behoefte aan een plan
Afrika heeft dringend behoefte aan een sterk plan voor expansie dat alle Afrikaanse troeven uitspeelt. Het continent zit vol met onontgonnen delfstoffen, vruchtbare grond en jonge arbeidskrachten, maar om deze te ontsluiten is energie nodig – in overvloed, betaalbaar en betrouwbaar.
De geschiedenis leert ons dat geen enkele regio aan armoede is ontsnapt zonder groei boven alles te stellen en lokale troeven in te zetten om fabrieken, boerderijen en steden van energie te voorzien.
Vanaf de jaren 80 is het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking in een groot deel van Azië sterk gestegen ten opzichte van Sub-Sahara Afrika. Aziatische economieën – met China en India voorop – hebben honderden miljoenen mensen uit de ellende gehaald. Ze hebben dit bereikt door te kiezen voor industrialisatie en de dichte, betrouwbare energie die daarvoor nodig is – voornamelijk steenkool. In West-Europa, de Verenigde Staten, Canada en Australië is het inkomen per hoofd van de bevolking in de loop van tientallen jaren gestegen, terwijl de samenlevingen opeenvolgende groeigolven doormaakten die werden aangedreven door fossiele brandstoffen.
Het patroon is onmiskenbaar. Waar het energieverbruik snel toeneemt, neemt de armoede snel af.
Als er de komende decennia geen beslissende impuls voor de Afrikaanse groei komt, zullen de voorspellingen van toenemende armoede werkelijkheid worden. Voor een regio die gezegend is met energiebronnen en andere grondstoffen, zou dit een beschamende en tragische mislukking zijn.
Afrika, het op één na grootste continent qua oppervlakte, heeft de jongste bevolking. De 1,6 miljard inwoners hebben een gemiddelde leeftijd van minder dan 20 jaar, vergeleken met een wereldwijd gemiddelde van meer dan 31 jaar. (De gemiddelde leeftijd voor Noord-Amerika en Europa is respectievelijk 39 en 43 jaar.)
De komende demografische groei in Afrika betekent dat honderden miljoenen mensen zullen wegkwijnen in een cyclus van ontberingen, onrust en humanitaire crises die zich over de grenzen heen verspreiden. Tenzij halve maatregelen worden vervangen door een enthousiaste omarming van economische groei.
Tragisch
Het tragische is dat de politieke leiders in Afrika weten wat er nodig is. Leiders over het hele continent hebben zich bereid getoond om binnenlandse gasreserves aan te boren, steenkoolbronnen te ontwikkelen en investeringen in raffinage en petrochemie aan te trekken. Dat hoor je terug in toespraken van staatshoofden in Nigeria, Senegal en Mozambique. Ze spreken over ‘energiesoevereiniteit’ en het recht om hun eigen hulpbronnen te gebruiken om armoede te bestrijden.
Maar de reikwijdte van de wereldwijde campagne tegen fossiele brandstoffen is groter dan welke Afrikaanse regering dan ook in haar eentje kan tegengaan. Westerse organisaties en publieke ontwikkelingsbanken hebben jarenlang gewerkt aan het herschrijven van hun kredietregels om steun voor steenkoolprojecten en, in toenemende mate, voor olie- en gasinfrastructuur te beperken. Grote Europese en Amerikaanse financiële instellingen hebben beleid aangenomen dat de financiering van fossiele brandstofprojecten in Afrika ontmoedigt, terwijl ze zelf blijven vertrouwen op deze brandstoffen.
Afrika heeft geen behoefte aan Westers medelijden en al helemaal niet aan Westerse zonnepanelen. Het heeft behoefte aan de vrijheid om gas te verbranden, steenkool te delven en naar olie te boren – net zoals het Westen dat heeft gedaan. De jonge bevolking van Afrika verdient dezelfde (door de industrie aangedreven) maatschappelijke sprong voorwaarts die miljarden mensen in Azië en het Westen uit de armoede heeft geholpen. De groene ideologie die haaks staat op deze visie is er een van onderdrukkers, niet van beschermers van de natuur.
Dit opiniestuk van Vijay Jayaraj verscheen eerder op PJ Media op 16 februari.

Vijay Jayaraj
Vijay Jayaraj is wetenschappelijk onderzoeker bij de CO2 Coalition in Fairfax, Virginia. Hij heeft een master in milieuwetenschappen van de Universiteit van East Anglia en een postdoctorale graad in energiebeheer van de Robert Gordon University, beide in het Verenigd Koninkrijk, en een bachelor in engineering van de Anna University in India. Hij was onderzoeker bij de Changing Oceans Research Unit van de Universiteit van British Columbia in Canada.
meer nieuws
Noorwegen vermijdt het drijfzand van ‘groene’ energie
Terwijl de rest van Europa rilt onder de zelfopgelegde bezuinigingen van Net-Zeromaatregelen, houdt Noorwegen in het bevroren noorden de lichten aan – en de bankkluizen vol – , terwijl het het "groene" ideologische drijfzand vermijdt dat het energiebeleid van het Europese continent kenmerkt.
De onvermijdelijke teloorgang van de klimaatcultus
Voor iedereen met maar een greintje intellectuele integriteit zijn het uiteenvallen van het Akkoord van Parijs en het onthullen van de Net-Zero-illusie nooit moeilijk te voorspellen geweest. Je had er geen interessante onderzoekstitel of een gevorderde academische graad voor nodig. De tekst stond diep gebeiteld in het graniet van energierealiteit; geen persbericht, geen activistische lobby en geen miljardairsstichting kon deze uitwissen.
Hans Labohm over de aanstelling van Prof. Václav Klaus als President van Clintel
Václav Klaus, voormalig president van Tsjechië, heeft onlangs het estafettestokje overgenomen van Guus Berkhout als president van Clintel. Wat maakt hem zo geschikt voor die functie?






