Alarmistische gletsjer-studie verwijdert alleen op het oog het RCP8.5-scenario

Een recente alarmistische gletsjerpublicatie lijkt het onwaarschijnlijke klimaatscenario RCP8.5 te vermijden, maar stilletjes worden de extreme aannames die ooit aan RCP 8.5 zijn gekoppeld, opnieuw in de analyse opgenomen.

Charles Rotter
Datum: 29 december 2025

DEEL:

Een recent artikel in Nature Climate Change met de titel Peak glacier extinction in the mid-twenty-first century (Het hoogtepunt van het verdwijnen van gletsjers in het midden van de eenentwintigste eeuw), presenteert zich als een zorgvuldige, beleidsrelevante analyse van het wereldwijde verlies van gletsjers bij verschillende toekomstige opwarmingsniveaus. In plaats van hun prognoses te baseren op emissietrajecten, organiseren de auteurs hun resultaten rond vier temperatuuruitkomsten in 2100: +1,5 °C, +2,0 °C, +2,7 °C en +4,0 °C. Deze keuze geeft het artikel een eigentijdse uitstraling en suggereert dat het de controverses rond eerdere, op scenario’s gebaseerde impactstudies, vermijdt.

Het is belangrijk om duidelijk te stellen: het artikel beweert niet expliciet dat RCP 8.5 (het hoogste opwarmingsscenario, red.) wordt vermeden of gecorrigeerd. Het presenteert zichzelf niet als een methodologische vooruitgang ten opzichte van eerder werk op dat gebied, noch erkent het de discussies over de plausibiliteit van dat scenario. RCP 8.5 komt simpelweg niet met naam en toenaam voor.

Die stilte is echter precies wat het artikel zo leerzaam maakt. Hoewel het scenario-label is verwijderd, worden de aannames die ooit aan RCP 8.5 zijn gekoppeld, stilletjes opnieuw in de analyse opgenomen onder een ander kader. De meest dramatische conclusies van het artikel betreffen de piekcijfers voor het verdwijnen van gletsjers (bijna 4000 gletsjers per jaar en een bijna volledig ijsverlies tegen het einde van de eeuw). Deze conclusies zijn grotendeels gebaseerd op een opwarming van +4,0 °C, geconstrueerd op basis van SSP5-8.5- en SSP3-7.0-simulaties. Het scenario is dus verdwenen, maar het signaal blijft.

Deze aanpak zal onmiddellijk herkenbaar zijn voor iedereen die de debatten over paleoklimaat-proxy’s in de afgelopen twee decennia heeft gevolgd. Steve McIntyre heeft hierbij op ClimateAudit.org een terugkerend procedureel patroon vastgesteld. Wanneer een bepaalde proxyserie gebrekkig bleek te zijn – vaak omdat deze was omgekeerd, ingekort, verouderd of anderszins methodologisch onverdedigbaar – werd deze verwijderd. De auteurs kondigden dan aan dat de reconstructie toch ‘robuust’ was, omdat het algemene resultaat niet was veranderd. Maar wat zelden werd benadrukt, was dat er stilletjes een andere proxy, met in wezen hetzelfde statistische signaal, was geïntroduceerd om de plaats in te nemen.

Het probleem was niet verwijderd. Het was verplaatst.

Het artikel over gletsjers volgt dezelfde structurele logica, maar dan vertaald van proxy’s naar scenarioconstructie.

RCP 8.5 is politiek en retorisch gezien ongemakkelijk geworden. De bijbehorende aannames over langdurig gebruik van steenkool, bevolkingsgroei en emissie-intensiteit sluiten niet langer goed aan bij de waargenomen energietrends, en het voortdurende gebruik ervan heeft zelfs binnen het reguliere klimaatonderzoek kritiek gekregen. In plaats van deze kritiek rechtstreeks aan te pakken, gaat het artikel eraan voorbij. Het RCP-kader verdwijnt. En SSP’s nemen de plaats in. De analyse wordt geherformuleerd rond eindtoestanden van de temperatuur, waardoor het verband tussen de verwachte effecten en de sociaal-economische aannames die nodig zijn om deze te produceren, wordt verbroken.

Het effect is subtiel maar ingrijpend. Door zich te concentreren op opwarmingsniveaus in plaats van trajecten, behandelt het artikel een wereld met een opwarming van +4,0 °C als een beleidsrelevante vergelijkingsmaatstaf in plaats van als een extreem onwaarschijnlijk resultaat. Nergens wordt gevraagd of een dergelijk traject consistent blijft met de waargenomen trends in elektriciteitsopwekking, brandstofvervangingspercentages of historische dalingen in energie-intensiteit. Het scenario bestaat omdat het modelensemble het toelaat, niet omdat de echte wereld aantoonbaar in die richting evolueert.

Het is nuttig om te vermelden dat het niet gaat om wat de auteurs beweren, maar om waar hun resultaten precies van afhangen.

De meest emotionele vergelijkingen in het artikel – zoals het gelijkstellen van pieksterftecijfers aan “het verlies van de volledige gletsjerpopulatie van de Europese Alpen in slechts één jaar” – ontlenen hun kracht bijna volledig aan het scenario met de hoogste opwarming. Bij +1,5 °C is het verwachte piekverlies ongeveer de helft van die waarde; bij +2,7 °C ligt het ergens tussenin. Het grote verschil tussen deze uitkomsten zou aanleiding moeten geven tot scepsis over beleidsconclusies, maar het artikel behandelt de bovengrens als een zinvolle leidraad voor besluitvorming.

Dit is vooral opvallend omdat de auteurs zelf toegeven dat de meetmethode kwetsbaar is. Het ‘uitsterven’ van gletsjers wordt niet gedefinieerd door fysieke verdwijning in hydrologische zin, maar door een drempelwaarde van 0,01 km² of een volumedaling tot minder dan 1 procent van de oorspronkelijke waarde. Het artikel erkent dat het aantal gletsjers zeer gevoelig is voor de resolutie van de inventarisatie, de classificatiekeuzes en de behandeling van kleine ijsmassa’s, en dat het met meer voorzichtigheid moet worden geïnterpreteerd dan gletsjermassa of gletsjer-oppervlakte. Deze kanttekeningen zijn technisch correct, maar worden vervolgens grotendeels terzijde geschoven.

Wat volgt is een verschuiving van conditionele modellering naar normatieve taal. De auteurs concluderen dat hun resultaten “de urgentie van ambitieus klimaatbeleid onderstrepen” en dat het verschil tussen het verlies van 2.000 versus 4.000 gletsjers per jaar tegen het midden van de eeuw, “wordt bepaald door het beleid op korte termijn en de maatschappelijke beslissingen die nu worden genomen”. Dit is niet louter beschrijvend. Het is normatief en berust volledig op dezelfde aannames die simpelweg opnieuw zijn gelabeld in plaats van in twijfel getrokken.

Dit illustreert een methodologische cultuur die omstreden aannames behandelt als inwisselbare componenten, zolang het gewenste resultaat maar behouden blijft. De gletsjermodellen zijn intern consistent. De statistieken zijn vakkundig uitgevoerd. Maar de stabiliteit van het belangrijkste resultaat bij substitutie, wordt behandeld als validatie, terwijl het juist aanleiding zou moeten geven tot dezelfde vraag die McIntyre herhaaldelijk in een andere context heeft gesteld: robuust ten opzichte van wat, precies?

In de proxy-debatten betekende robuustheid vaak dat het verwijderen van een bekritiseerde reeks niets veranderde, omdat een andere, functioneel vergelijkbare reeks haar plaats had ingenomen. In dit geval betekent robuustheid dat het verwijderen van een in diskrediet geraakt scenariolabel niets verandert, omdat de aannames ervan terugkomen in een nieuw kader. De logica is dezelfde. Alleen de objecten zijn veranderd.

Het probleem is opnieuw niet verdwenen. Het is gewoon verplaatst.

En net als voorheen wordt het publiek uitgenodigd om de stabiliteit van het resultaat te bewonderen in plaats van te kijken hoe zorgvuldig het is ‘geregeld’.

Dit artikel is eerder gepubliceerd op wattsupwiththat.com.

DEEL DIT ARTIKEL:

Climate Intelligence Clintel

meer nieuws

Er ligt een enorme hoeveelheid energie in de Nederlandse ondergrond

We moeten zorgen voor voldoende betaalbare energie in allerlei vormen, vindt Rob de Vos. Dit kan onder meer door reactivatie van het Groninger aardgasveld. In Vlaanderen is men serieus aan het kijken of sommige recent gesloten mijnen niet heropend kunnen worden met behulp van nieuwe schachten. In Nederland is schachtbouw mogelijk in Zuid-Limburg, maar ook op de Peelhorst en in het Meinweggebied. Waarom niet eigenlijk?

29 maart 2026|Categories: Nieuws|Tags: , , , , |

China vergroot productie van brandstoffen uit steenkool

In dit artikel analyseert de Australische wetenschapsjournalist Jo Nova de snelle opkomst van China’s steenkool-naar-chemicaliën- en brandstoffenindustrie. Terwijl veel westerse landen inzetten op het uitfaseren van fossiele energie, bouwt China in stilte aan een grootschalige industrie die steenkool omzet in brandstoffen, kunststoffen en meststoffen. Dat roept fundamentele vragen op over energiezekerheid en het mondiale klimaatbeleid.

Nieuw ijskernonderzoek: geen duidelijk verband tussen CO2 en temperatuur

Nieuwe inzichten uit oude Antarctische ijskernen zetten gevestigde aannames over de rol van koolstofdioxide in de klimaatgeschiedenis van de aarde op losse schroeven. Uit het bewijs blijkt dat de concentraties van CO₂ en methaan gedurende miljoenen jaren opmerkelijk stabiel bleven—zelfs terwijl de aarde grote temperatuurschommelingen doormaakte. Deze bevindingen roepen nieuwe vragen op over de mate waarin broeikasgassen alleen klimaatveranderingen in het verleden en heden kunnen verklaren.

27 maart 2026|Categories: Nieuws|Tags: , , , , |
By |2026-01-14T17:27:32+01:0029 december 2025|Reacties uitgeschakeld voor Alarmistische gletsjer-studie verwijdert alleen op het oog het RCP8.5-scenario
Go to Top