Anthony Watts blikt terug op twintig jaar ‘thermometer kijken’

Nu de website Watts Up With That? zijn twintigste verjaardag nadert, blikt oprichter Anthony Watts terug op bijna twee decennia ‘thermometer kijken’ en op het klimaatdebat.

Anthony Watts
Datum: 5 januari 2026

DEEL:

Toen ik in november 2006 Watts Up With That? (WUWT) lanceerde, was het idee eenvoudig: kijk naar de gegevens, controleer de instrumenten en vraag of de conclusies die worden getrokken, ook daadwerkelijk voortvloeien uit het bewijs. Het was nooit de bedoeling om een carrière als ‘klimaatketter’ te beginnen. Het was destijds een vrij normale wetenschappelijke impuls, gedreven door nieuwsgierigheid.

Bijna twintig jaar later is het hebben van die impuls vrij gevaarlijk.

Nu WUWT in 2026 zijn twintigste verjaardag nadert, is het de moeite waard om na te denken over hoe klimaatverandering is veranderd van een hypothese – een van de vele concurrerende verklaringen voor de waargenomen veranderingen – naar een volwaardig geloofssysteem, compleet met heilige teksten (IPCC-rapporten), goedgekeurde taal en af en toe een excommunicatie.

Het echte klimaatverhaal was veel minder dramatisch. 

2006–2008: Toen thermometers nog gewoon thermometers waren

Halverwege de jaren 2000 leek klimaatwetenschap nog op… nou ja, wetenschap. Er waren meningsverschillen. Er waren debatten. Mensen discussieerden over wolken-feedback, invloeden van de zon, oceaancycli en de betrouwbaarheid van historische temperatuurgegevens zonder te worden beschuldigd van misdaden tegen de menselijkheid.

Al Gore’s An Inconvenient Truth reisde in 2006 rond als een roadshow over naderend onheil. IJsberen waren gestrand, de zeespiegel steeg en orkanen stonden blijkbaar in rijtjes achter elkaar opgesteld. Het was gelikt, emotioneel en leunde zwaar op grafieken die maar in één richting wezen.

Tegelijkertijd gebeurde er iets merkwaardigs. Echte thermometers – die hardnekkig analoge apparaatjes – werden naast warmtebronnen, asfalt en gebouwen geplaatst. En dus deed WUWT iets radicaals: we namen foto’s.

Dit bleek verrassend controversieel, zelfs ketterij te zijn.

Blijkbaar was het fotograferen van een thermometer naast een airconditioning-uitlaat geen ‘constructieve betrokkenheid’. Wie had dat gedacht?

2009: Climategate, het vertrouwen wordt de grond in geboord

En toen kwam Climategate.

De e-mails werden niet gehackt in Hollywood-stijl. Ze werden vrijgegeven, gelezen en prompt weggeredeneerd. Wat ze lieten zien was geen groot complot, maar iets veel meer menselijk: groepsdenken, defensief denken en een alarmerende bereidheid om de perceptie van gegevens te managen, in plaats van de gegevens zelf.

De zinsnede “Hide the decline” kwam in het publieke vocabulaire terecht en plotseling legden klimaatwetenschappers uit dat dit niet betekende wat het leek te betekenen. Wat bijna nooit een goed teken is.

Even leek het erop dat de klimaatwetenschap een broodnodige koerswijziging zou ondergaan. Transparantie! Open data! Robuust debat!

In plaats daarvan kregen we neponderzoeken die zichzelf onderzochten en zichzelf onschuldig verklaarden.

De les was blijkbaar: het probleem was niet het gedrag van de wetenschappers, maar het feit dat buitenstaanders dit gedrag hadden opgemerkt.

2010-2014: De temperatuurpauze die er niet was (totdat hij er wel was)

De volgende jaren brachten een onverwachte plotwending: de planeet weigerde het script te volgen.

De mondiale temperaturen vlakten af. Modellen voorspelden een gestage opwarming, maar de waarnemingen kwamen daar niet mee overeen. Dit werd in het Engels bekend als de ‘pause’, vervolgens de ‘hiatus’ en daarna – na vele opiniestukken – als ‘dat ding dat nooit is gebeurd en dat je niet mag noemen’.

Het was een gouden tijdperk voor creativiteit op het gebied van klimaatwetenschap. De warmte zat zogenaamd verstopt in de diepe oceanen, waar ze niet gemeten kon worden, maar wel de schuld kon krijgen. Aerosolen werden het ‘Zwitserse zakmes’ voor allerlei verklaringen. Er werd steeds vaker met gegevens geknoeid.

Als waarnemingen niet overeenkwamen met de modellen, werden de modellen niet in twijfel getrokken. De waarnemingen werden ‘gecorrigeerd’.

Rond deze tijd beseften velen van ons dat de hiërarchie was omgedraaid. Modellen waren nu de realiteit. En de realiteit was onderhandelbaar.

2015: Parijs en loze beloftes

Het Akkoord van Parijs werd geprezen als een keerpunt. Wereldleiders kwamen bijeen om de planeet te redden met beloftes die vrijwillig en niet afdwingbaar waren. De beloftes werden zorgvuldig geformuleerd om indrukwekkend te klinken, terwijl ze tot heel weinig verplichtten.

Het was een overwinning van het politieke theater.

Niemand vroeg zich af hoe variabele, hernieuwbare energie industriële samenlevingen van stroom zou voorzien. Niemand had het over de stabiliteit van het elektriciteitsnet. Niemand had het over energiearmoede. Die details waren blijkbaar niet relevant.

Vanaf dat moment ging het bij het klimaatbeleid minder om de resultaten en meer om hoe het plaatje eruit zag. Als de uitstoot steeg, was de oplossing meer ambitie. Als de kosten stegen, was de oplossing nog meer commitment. Mislukking was het bewijs dat we er gewoon niet genoeg in geloofden. 

2018–2019: De noodknop

Ergens rond 2018 werd het woord ‘noodsituatie’ verplicht.

Er werd ons verteld dat we nog twaalf jaar hadden om de planeet te redden. Toen tien. Toen vijf. De deadline bleef verschuiven, maar kwam steeds dichterbij, als een kosmische tredmolen.

Kinderen werden gestimuleerd om in paniek te raken. Volwassenen werden berispt omdat ze in de auto stapten. Het weer werd gepromoveerd van achtergrondruis tot een morele aanklacht.

Een hittegolf? Klimaatverandering.

Een overstroming? Klimaatverandering.

Een koudegolf? Klimaatverandering die “de straalstroom verstoort”.

Als het kop is, win ik; als het munt is, ontken jij de wetenschap.

2020-2022: Toen alles een noodsituatie was

De pandemiejaren lieten zien hoe gemakkelijk samenlevingen kunnen worden bestuurd via noodverordeningen. Klimaatactivisten namen hier zorgvuldig kennis van.

Lockdowns zorgden voor een tijdelijke vermindering van de uitstoot. Wat eens en voor altijd bewees dat de moderne beschaving inderdaad kon worden stilgelegd voor een minimaal klimaatvoordeel (en tegen hoge menselijke kosten).

Het energiebeleid ging echter onverminderd door. Betrouwbare basislast werd ontmanteld. Wind- en zonne-energie werden geprezen om hun theoretische in plaats van hun daadwerkelijke prestaties.

Toen de elektriciteitsnetten haperden en de prijzen omhoogschoten, werd ons verteld dat dit nog maar eens bewees dat we onze inspanningen moesten verdubbelen.

Rond deze tijd kreeg ‘vertrouw op de wetenschap’ stilletjes de betekenis: ‘stel geen vragen’.

2023-2026: Het tijdperk van onbetwistbare zekerheid

Nu, twintig jaar later, is het klimaatverhaal gepolijst, geïnstitutionaliseerd en opmerkelijk immuun tegen bewijs.

De zeespiegel stijgt nog steeds in een tempo dat het best kan worden ingeschat met getijdemeters (en wat geduld). Extreem weer blijft hardnekkig niet voldoen aan de apocalyptische voorspellingen. De oogsten stijgen. Het aanpassingsvermogen van de mens weigert mee te werken met rampscenario’s.

Maar dat doet er allemaal niet meer toe.

De klimaatangst hangt niet langer af van voorspellingen die uitkomen, maar alleen van het handhaven van de urgentie. Modellen overschatten nog steeds de opwarming.

Afwijkende meningen worden niet besproken, maar gediagnosticeerd.

Twintig jaar later

Na twee decennia van toekijken, heb ik geleerd dat het meest opmerkelijke aan de klimaatangst niet is hoezeer het klimaat is veranderd, maar hoezeer de regels van het debat zijn veranderd.

  • In 2006 hoorde scepsis bij de wetenschap.
  • In 2016 wordt het beschouwd als een karakterfout.
  • In 2026 lijkt het erop dat mensen misschien naar ons gaan luisteren.

WUWT heeft standgehouden omdat het onpopulaire dingen bleef doen: naar de gegevens kijken, inconsistenties aanwijzen en af en toe een wenkbrauw optrekken wanneer het nieuwe model van de keizer een beetje te warm bleek.

Het klimaat zal blijven veranderen. Dat is altijd zo geweest. De echte vraag is of de samenleving de waarde van scepsis herontdekt voordat het beleid, dat uitgaat van een voortdurende noodtoestand, blijvende schade aanricht.

En zo niet, dan zijn de modellen in ieder geval nog steeds zeer betrouwbaar (sarcasme..)

Trouwens, als u het nog niet hebt gezien, bekijk dan onze onlangs bijgewerkte Failed Climate Predictions Timeline.

Deze opinie is eerder gepubliceerd op wattsupwiththat.com.

Anthony Watts

Anthony Watts is senior fellow voor milieu en klimaat bij het Heartland Institute. Watts is sinds 1978 actief in de weersector, zowel voor als achter de camera, als televisie-meteoroloog, en doet momenteel dagelijks weersvoorspellingen voor de radio. Hij heeft grafische presentatiesystemen over het weer ontwikkeld voor televisie, alsmede gespecialiseerde weerinstrumenten. Hij is co-auteur van peer-reviewed artikelen over klimaatkwesties. Hij beheert de meest bekeken website ter wereld over het klimaat, het bekroonde wattsupwiththat.com.

DEEL DIT ARTIKEL:

Climate Intelligence Clintel

meer nieuws

By |2026-01-05T12:14:21+01:005 januari 2026|Reacties uitgeschakeld voor Anthony Watts blikt terug op twintig jaar ‘thermometer kijken’
Go to Top