De eerste hittegolf van het jaar… en hetzelfde oude verhaal
Maartse hittegolven – hoe langetermijn-temperatuurreeksen het gangbare klimaatverhaal ter discussie stellen.
Een korte persoonlijke noot
Voordat ik naar de data kijk, wil ik kort iets met je delen. Er spelen momenteel belangrijke ontwikkelingen rond mijn toekomstige rol, waarin ik direct betrokken zal zijn bij hoe klimaatwetenschap op nationaal niveau wordt geïnterpreteerd en gecommuniceerd.
Zulke processen kosten tijd en, zoals velen van jullie weten, gaat institutionele verandering langzaam. Tegelijk wordt er wel degelijk vooruitgang geboekt.
Daardoor zal ik de komende tijd waarschijnlijk iets minder schrijven. Ik overweeg ook om betaalde abonnementen tijdelijk stop te zetten, zodat alles wat ik in deze periode publiceer vrij toegankelijk is.
Er is nog niets definitief, maar ik wilde dit alvast met jullie delen, omdat jullie steun dit allemaal mogelijk heeft gemaakt. Binnenkort volgt meer.
De koppen zeggen één ding… de data iets anders.
In Denver en andere steden zijn onlangs temperatuurrecords voor maart gebroken. De media presenteerden dat meteen als het zoveelste bewijs dat het klimaatsysteem door menselijke activiteit uit balans raakt.
https://www.cnn.com/2026/03/20/weather/us-heat-record-march-climate
Het probleem is dat dit record al in 1971 werd gevestigd.
Op zaterdag werd opnieuw een record gebroken, nadat het in Denver op donderdag en vrijdag al 85 °F (ongeveer 29 °C) was geworden. Het oude record voor de hoogste maarttemperatuur ooit gemeten stond sinds 26 maart 1971 op 84 °F.
Als de hitte van vandaag werkelijk ongekend is, wat gebeurde er dan in 1971?
Alleen die vraag al zou genoeg moeten zijn om niet meteen conclusies te trekken. Zodra je de krantenkoppen loslaat en naar de data kijkt, zie je al snel een heel ander beeld.
Wat de langetermijngegevens laten zien
Om te begrijpen wat er echt gebeurt, moeten we een stap terug doen en verder kijken dan één enkele gebeurtenis. De temperatuurreeksen voor maart in Colorado, Californië, Arizona en Washington lopen terug tot het einde van de negentiende eeuw en geven een veel completer beeld van het klimaatsysteem.
Ze laten geen stabiel systeem zien dat plotseling verstoord raakt, maar een systeem dat altijd al sterk variabel is geweest.
In Colorado laten de temperatuurreeksen voor maart grote schommelingen zien, met warme periodes in het begin van de twintigste eeuw die vergelijkbaar zijn met — of zelfs hoger liggen dan — recente waarden.
Hetzelfde patroon zien we in Californië: grote temperatuurpieken in maart kwamen daar al voor ruim vóór de recente toename van CO₂ in de atmosfeer.
In Arizona zien we een vergelijkbaar patroon, met duidelijke warme uitschieters verspreid over de meetreeks, waaronder perioden in het begin en midden van de twintigste eeuw die vergelijkbaar zijn met recente jaren.
Washington, vaak gezien als klimatologisch stabieler, laat dezelfde grillige variatie zien, zonder een duidelijke trend die wijst op een eenvoudige lineaire relatie met broeikasgasconcentraties.
Wat in alle vier de staten opvalt, is niet een plotselinge verandering of versnelling, maar voortdurende variatie. Warme en koude jaren komen in clusters voor en extremen doen zich door de hele meetreeks heen voor. De recente periode is niet uitzonderlijk volatiel of ongekend, maar past binnen een patroon dat al lang zichtbaar is.
Zo ziet natuurlijke variatie eruit
Het klimaatsysteem is niet statisch. Het is dynamisch, niet-lineair en wordt beïnvloed door een breed scala aan onderling samenhangende processen. Naarmate we over een langere periode meten — bijvoorbeeld meer dan een eeuw — neemt de kans op extreme waarden vanzelf toe. Dat is geen teken dat het systeem ‘faalt’, maar juist dat we het lang genoeg observeren om de volle bandbreedte ervan te zien.
Elk jaar wordt er ergens ter wereld een record gebroken. Dat zegt op zichzelf niets over een veranderend klimaatsysteem. Het is precies wat je verwacht bij een lange en groeiende meetreeks. Hoe langer we meten, hoe meer extremen we zien.
Deze situatie past binnen een goed begrepen atmosferisch patroon. Boven het westen van de Verenigde Staten heeft zich een sterk hogedrukgebied ontwikkeld, in combinatie met een overgang van La Niña naar El Niño en bovengemiddeld warme kustwateren in de oostelijke Stille Oceaan. Dit zijn bekende oorzaken van regionale hittegolven. Ze speelden in het verleden al een rol en zullen dat in de toekomst blijven doen.
De historische context kun je niet negeren
De zwaarste hittegolven in de Verenigde Staten deden zich voor in het begin van de twintigste eeuw, met name in de jaren dertig. Zoals ik eerder heb laten zien, is er geen duidelijke relatie tussen hittegolven en broeikasgasconcentraties of -uitstoot. Het Dust Bowl-tijdperk blijft de maatstaf voor extreme hitte in de meetreeks. Dat gebeurde in een periode waarin de CO₂-concentraties aanzienlijk lager lagen dan vandaag.
Dit is geen detail, maar een kernpunt. Elke bewering dat moderne hittegolven fundamenteel anders zijn, moet rekening houden met het feit dat er in het verleden extremere gebeurtenissen plaatsvonden onder heel andere klimatologische omstandigheden.
Toeschrijvingsclaims worden overdreven
Steeds vaker wordt gesteld dat gebeurtenissen als deze zonder menselijke invloed niet mogelijk zouden zijn geweest. Die claim wordt met een zekerheid gepresenteerd die de wetenschap niet ondersteunt.
Toeschrijvingsstudies meten de werkelijkheid niet — ze simuleren die. Ze vergelijken modelwerelden met en zonder menselijke emissies en leiden daar waarschijnlijkheden uit af. Dat is geen directe meting, maar een conclusie gebaseerd op aannames.
Meten is belangrijker dan je denkt
Een ander belangrijk punt dat vaak over het hoofd wordt gezien, is hoe en waar temperaturen worden gemeten. Veel meetstations staan op locaties die in de loop van de tijd sterk zijn veranderd, zoals luchthavens, groeiende stedelijke gebieden en infrastructuur. Die veranderingen kunnen lokaal tot extra opwarming leiden en zo de gemeten temperaturen beïnvloeden.
Ik ga hier uitgebreider op in in Can We Really Trust the Global Temperature Record, waarin ik laat zien hoe de locatie van meetstations, correcties en dataverwerking de uiteindelijke temperatuurreeksen kunnen beïnvloeden. Bij het interpreteren van nieuwe records moeten we dus niet alleen naar de cijfers kijken, maar ook naar de context waarin ze zijn gemeten.
Het bredere perspectief
Zelfs bij een gematigde opwarming is het belangrijk te beseffen dat niet alle veranderingen schadelijk zijn. Wereldwijd ligt de sterfte door kou nog altijd veel hoger dan die door hitte.
De grafiek laat zien welk percentage van de sterfgevallen in elk land samenhangt met temperaturen die afwijken van de optimale waarde — dus zowel te warm als te koud. Koude temperaturen zijn momenteel verantwoordelijk voor drie tot tien keer zoveel sterfgevallen als hitte. Bron: https://www.nber.org/system/files/working_papers/w34313/w34313.pdf
Een iets warmere wereld betekent minder blootstelling aan extreme kou, die historisch gezien veel gevaarlijker is geweest voor mensen.
In The Temperature Illusion: Heat Hysteria Debunked laat ik zien hoe deze bredere effecten vaak over het hoofd worden gezien, doordat de focus vooral ligt op extreme hitte. Een evenwichtige beoordeling moet beide kanten meenemen.
Wat deze hittegolf eigenlijk laat zien
Deze vroege hittegolf is reëel en opvallend, maar past volledig binnen het historische gedrag van het klimaatsysteem. In de context van meer dan een eeuw aan gegevens uit meerdere staten is er niets ongekends of uitzonderlijks aan.
Wat het vooral laat zien, is hoe snel afzonderlijke gebeurtenissen in een bepaald verhaal worden geplaatst. In plaats van ze te zien als onderdeel van een complex en variabel systeem, worden ze vaak uitvergroot als bewijs voor één oorzaak.
Slotgedachten
Hoe langer en completer onze meetreeksen worden, hoe duidelijker het wordt dat variatie de kern vormt van het klimaat. Extremen zijn niet nieuw — ze horen erbij.
Naarmate we langer meten, zullen records in beide richtingen blijven sneuvelen. Zonder die context is het maar al te makkelijk om normale variatie te verwarren met iets uitzonderlijks.
Wil je je verder verdiepen?
Dit artikel verscheen eerder op Irrational Fear.
Op zijn Substack deelt Dr. Matthew Wielicki datagedreven klimaatanalyses, kritiek op officiële claims en meer dan 435 originele artikelen.
Geef je de voorkeur aan bewijs boven slogans? Bekijk het hier en abonneer je.

Dr. Matthew Wielicki
Hoogleraar aardwetenschappen in ballingschap, klimaat- en cultuurrealist, politiek wees, pluralist, echtgenoot, vader, vriend en optimist.Hij is ook te zien in de documentaire Climate: The Movie op het YouTube-kanaal van Clintel.
meer nieuws
Kernuitstap EU was een blunder
Na Friedrich Merz in januari heeft nu ook Ursula von der Leyen toegegeven dat de afschaffing van kernenergie een grote ‘strategische fout’ was, niet alleen van Duitsland, maar van de EU. De Amerikaanse onderzoeker Roger Pielke Jr. laat met wat eenvoudige berekeningen zien hoe groot de strategische blunder van de EU is geweest.
Hoe Europa zijn eigen energiezekerheid ondermijnde
Europa heeft in de afgelopen decennia bewust gekozen om kernenergie af te bouwen, maar die keuze blijkt nu verstrekkende gevolgen te hebben. Nieuwe analyses laten zien hoe een andere koers – met meer kernenergie – de energiezekerheid had kunnen versterken, de afhankelijkheid van import had kunnen verminderen en de CO2-uitstoot aanzienlijk had kunnen verlagen.
Energie-realisme van VS werpt zijn vruchten af in Iran-crisis
Het schrille contrast tussen de veerkracht van Amerika en de ineenstorting van Europa is een blijvende les. De nationale veiligheid mag niet afhankelijk zijn van de grillen van het weer of van de goedkeuring van klimaatactivisten in Europese hoofdsteden.












