Historische draai van het KNMI
Na een lange strijd van zeven jaar hebben vier critici van Clintel gelijk gekregen van het KNMI. Er waren door het KNMI inderdaad teveel tropische dagen en hittegolven in de periode 1901-1950 weg-gecorrigeerd, zoals Clintel in diverse publicaties heeft beschreven. Zeven ‘verdwenen’ hittegolven zijn weer terug in de boeken en 1947 is met vier hittegolven weer het jaar met de meeste hittegolven.
Vele malen heb ik de afgelopen jaren op deze plaats geschreven over de homogenisatie van de historische temperatuurdata van station De Bilt, de ‘correctie’ die het KNMI in 2016 had toegepast. In feite ging het om de homogenisatie van de hoofdstations: de vier hoekstations Vlissingen, De Kooy (Den Helder), Eelde (Groningen) en Maastricht en hoofdstation De Bilt.
Fig.1 Bron: KNMI
Wat is homogenisatie
Een homogenisatie wordt gewoonlijk toegepast bij een verandering van meetlocatie of meetinstrument omdat dergelijke veranderingen vaak van invloed zijn op de meetresultaten. Formeel start bij elke verandering een nieuwe meetreeks, maar instituten als het KNMI hechten sterk aan de continuiteit van meetreeksen. Daarom ‘plakt’ men meetreeksen door middel van correcties aan elkaar. In wezen vervangt men aan de hand van vaak ingewikkelde statistische methoden de oude meetgegevens door de gecorrigeerde ‘data’. ‘Data’ omdat van meetgegevens na correctie geen sprake meer is.
De fout bij De Bilt: verkeerde referentie, grote gevolgen
De homogenisatie van de vier hoekstations leverde weinig problemen op. De locatieveranderingen waren ruim van tevoren gepland en er werden jarenlange parallelmetingen gedaan op de oude en nieuwe locaties. Maar bij De Bilt kon dat niet omdat de locatiewijziging plotseling en ongepland plaatsvond. Dus werd voor De Bilt als referentiestation Eelde gebruikt, 150 km (!) ten NO van De Bilt. Dat ging behoorlijk mis.
Fig.2 Bron: Klimaatgek (2019)
Hoe dat misging en waarom beschreven Frans Dijkstra, Jan Ruis, Marcel Crok en ondergetekende in bovenstaande rapport. Het meest opvallende was dat in de periode 1-1-1901 tot 1-9-1950 van de 23 gemeten hittegolven er na homogenisatie maar 7 overbleven. Om onze bezwaren kracht bij te zetten verscheen in 2021 een peer reviewde publicatie (2021), waarin langs een wetenschappelijk verantwoorde weg duidelijk werd gemaakt dat de homogenisatie van De Bilt fout was gegaan.
KNMI erkent probleem en corrigeert data opnieuw
Na die laatste publicatie beloofde het KNMI om met een verbeterde homogenisatie te komen, en dat gebeurde op 26 januari 2026. Dat er sprake is van een stevige ingreep zien we als we in De Bilt naar het aantal tropische dagen (≥30 graden) kijken in de periode van 1-1-1907 tot 1-9-1950. In die periode telde De Bilt 150 gemeten tropische dagen. Na de eerste homogenisatie nog maar 72 en na de tweede homogenisatie 112 tropische dagen. Een stevige correctie dus.
Niet alleen De Bilt werd onderhanden genomen maar ook de 4 hoekstations werden opnieuw gehomogeniseerd. Daarover later meer. Bovendien werd aan zes reviewers (twee van buiten het KNMI en vier van het KNMI) gevraagd om de nieuwe homogenisatie 2.0 te beoordelen. Een van die twee reviewers van buiten het KNMI is Frans Dijkstra, de hoofdauteur van onze publicatie uit 2021. Dit was zijn reactie na het verschijnen van de homogenisatie 2.0 :
KNMI herziet homogenisatie dagelijkse temperaturen op de vijf hoofdstations
door Frans Dijkstra
Op 26 januari heeft het KNMI versie 2.0 openbaar gemaakt van de homogenisatie van de dagelijkse temperaturen in De Bilt, Eelde, Beek, De Kooy en Vlissingen. Homogenisatie van de data werd noodzakelijk geacht, omdat rond 1950 op de stations De Bilt, Groningen/Eelde en Maastricht/Beek de meetopstelling was verplaatst. In De Bilt was bovendien in 1950 overgegaan van een klassieke pagodehut naar een moderne Stevensonhut. In Den Helder werd in 1972 de opstelling verplaatst naar vliegveld De Kooy, in Vlissingen van 1947-1958 tijdelijk naar Souburg. Bij vier stations werden gedurende 4 tot 10 jaar parallelle metingen gedaan op beide locaties. In De Bilt waren er alleen parallelle metingen van de overgang van de pagodehut naar de Stevensonhut. Voor de daaropvolgende verplaatsing naar een meer open terrein zijn geen parallelle metingen gedaan, zodat daarvoor alleen een vergelijking met de overige stations kon worden gemaakt.
Homogenisatie De Bilt versie 1.0 (2016)
Deze versie was omstreden vanwege de sterke vermindering van het aantal tropische dagen en hittegolven voor 1950 in De Bilt, waardoor het leek alsof de zomerhitte van de laatste 25 jaar nog uitzonderlijker was dan eerder gedacht was. Het aantal van 1901-1950 getelde hittegolven in De Bilt daalde van 23 in de oorspronkelijke metingen naar 7 in de bijgestelde metingen. De maximum temperatuur op alle hete dagen werd 1,6 tot 1,9 graden verlaagd. De zomer van 1947 – destijds beschouwd als de heetste zomer van de voorafgaande eeuwen – hield nog maar één van zijn oorspronkelijk vier gemeten hittegolven over en zakte van de eerste naar de achtste plaats in de rangschikking van de topzomers van de 20ste eeuw.
Behalve twijfel en ongeloof over deze uitkomsten was er ook kritiek op de methode: het KNMI had de data voor De Bilt bijgesteld door vergelijking met één ander station, Eelde, gedurende een korte periode van 56 maanden voor en na 1950. Een groep amateur-klimatologen heeft de methode van het KNMI nagewerkt en onderzocht welke van de gemaakte keuzen het onverwachte resultaat kunnen hebben veroorzaakt. Dat resulteerde eind 2021 in een wetenschappelijk artikel van Dijkstra, De Vos, Ruis en Crok in het tijdschrift Theoretical and Applied Climatology (TAAC), waarvan de belangrijkste conclusie was dat door andere vergelijkingsstations dan alleen Eelde te gebruiken en door te werken met langere vergelijkingsperioden en heel ander resultaat wordt bereikt.
Homogenisatie De Bilt versie 2.0 (2026)
Het KNMI heeft deze handschoen nu daadwerkelijk opgepakt. In versie 2.0 wordt De Bilt gehomogeniseerd door vergelijking met het gemiddelde van de gehomogeniseerde reeksen van Maastricht en Eelde over een periode van 15 jaar voor en na 1950. In zijn rapport vermeldt het KNMI dat het aantal getelde hittegolven voor 1950 nu is gestegen van 7 naar 14. Onze eigen analyse van de bijgestelde cijfers laat zien, dat het aantal hittegolven in 1947 nu op 3 staat. Pas in 2006 is dit aantal geëvenaard, maar niet overtroffen. 1947 is dus terug in de ranglijst van topzomers. Het aantal tropische dagen in 1947 was volgens de oorspronkelijke metingen 18. In versie 1 was dit teruggebracht tot 9. In versie 2 telt 1947 nu 13 tropische dagen, een record dat sindsdien alleen is overtroffen door 1976 met 14 tropische dagen.
Kijken we naar de omvang van de bijstellingen voor de maximumtemperatuur in De Bilt in beide versies van de homogenisatie (figuur 1), dan valt het op dat versie 1 boven 24 graden veel grotere correcties laat zien dan bij lagere temperaturen. Deze sprong in de correcties is fysiek niet goed verklaarbaar. In versie 2 doet deze sprong zich niet voor. De correcties van 0,6 tot 0,8 graden die in deze figuur zijn af te lezen lijken plausibel als correctie voor het gecombineerde effect van de pagodehut en de overgang naar een open terrein.
Gemiddelde correcties van de dagelijkse maximumtemperatuur (TX) van 1907-1950 in versie 1 en 2 van de homogenisatie voor toenemende TX. De scherpe dip aan het eind bij versie 1 vertegenwoordigt slechts één dag, 27 juni 1947, de heetste dag van de hele eeuw.
Homogenisatie 2.0 van de overige stations
Voor de overige stations was er in 2016 niet veel kritiek op de homogenisatie. Er waren goede parallelmetingen beschikbaar en de uitkomsten leidden niet tot gefronste wenkbrauwen. Toch heeft het KNMI ook voor deze stations nog een verbetering geprobeerd aan te brengen, door het meenemen van diverse weervariabelen, zoals windsterkte, vochtigheid, wolkenbedekking, om de nauwkeurigheid te vergroten van de te verwachten temperaturen. Versie 2.0 leidt voor deze overige stations niet tot grote verschillen in de dagtemperaturen. Wel valt het op, dat Eelde in versie 2.0 aanzienlijk minder tropische dagen telt dan in versie 1.0 (van 100 naar 82 voor 1907-1950), een verschil dat zich bij de andere stations niet voordoet.
Waarom is het belangrijk?
Voor de globale trends in de gemiddelde maximum- en minimumtemperaturen maakt deze herziene homogenisatie niet veel uit. De gemiddelde temperaturen in Nederland hebben na een piek in de jaren veertig en een dal in de jaren zestig vanaf de jaren tachtig een stijging vertoond, die zich nog steeds lijkt voort te zetten. Ook het feit dat er de laatste decennia veel vaker hittegolven optreden dan in de eerste helft van de 20ste eeuw blijft door de homogenisatie onaangetast.
Voor het beoordelen en in zijn context plaatsen van tegenwoordige hitteperioden is kennis van goed gehomogeniseerde dagelijkse temperatuurreeksen wel van groot belang. In bijna elke hete periode zien we de laatste jaren – aangewakkerd door sommige weermannen – een enorme stemmingmakerij ontstaan.
Twee recente voorbeelden daarvan:
(1) Op 1 juli 2025 werd het in De Bilt 35,5 graden. De dienstdoende weerman in het NOS-journaal vertelde (op grond van de toen al omstreden versie 1 van de homogenisatie, maar dat zei hij er niet bij) dat de 35 graden in de afgelopen eeuw voor het eerst in 1947 was gehaald en daarna 11 keer. Kenners van de oorspronkelijke data weten, dat het in 1911 een keer voorkwam en in 1947 twee keer. In versie 2 van de homogenisatie zal dit waarschijnlijk ook zo zijn. Een stand van 3 tegen 11 is net zo goed een minderheid als 1 tegen 11, maar dat laatste is veel meer stemming makend.
(2) Op 15 augustus 2025 noteerde De Bilt de tweede hittegolf van dat jaar. Volgens de dienstdoende NOS-weerman was dit in 1941 voor het eerst gebeurd, en daarna pas weer in 1976. Volgens versie 2 van de homogenisatie gebeurde het in 1911 voor het eerst, daarna in 1941 en 1947.
Het proces
De door het KNMI gevolgde procedure verdient veel lof. Een open review door 6 verschillende reviewers, waarvan tenminste één (mijn persoon) zich in het verleden in woord en geschrift kritisch heeft uitgelaten over versie 1.0. Het KNMI gaf alle ruimte om de data te analyseren en het heeft in een uitvoerig document publiekelijk antwoord gegeven op alle door de reviewers gemaakte vragen en opmerkingen. De gemaakte keuzen voor referentiestations en lengte van referentiereeksen worden met statistische analyses verantwoord.
Al met al een hele verbetering, die homogenisatie 2.0 . Een volgende keer kom ik wellicht toch nog even terug op deze nieuwe homogenisatie.
Dit artikel verscheen op 27 januari 2026 onder de titel ‘Oude temperaturen De Bilt opnieuw gehomogeniseerd‘ op klimaatgek.nl.
meer nieuws
Hoe censuur ‘goedgekeurde’ verhalen beschermt tegen kritische blikken
Tilak Doshi waarschuwt dat moderne censuur, gerechtvaardigd in naam van de strijd tegen desinformatie, steeds meer functioneert als een instrument om dominante verhalen te beschermen tegen kritiek.
Franse denktank IREF: ‘EU blijft tegen alle rationaliteit in vasthouden aan haar netto-nul-illusie’
De Europese Commissie heeft een nieuwe stap goedgekeurd richting haar ‘netto-nul’-doelstelling voor 2050. Ze streeft naar een vermindering van de netto broeikasgasemissies met 90% tegen 2040, ten opzichte van het niveau van 1990. Maar een recent rapport van de Franse denktank IREF (Institut de Recherches Économiques et Fiscales) geeft een ontnuchterende realiteitscheck.
Gefeliciteerd wereld!
Het jaar 2025 had een van de laagste jaarlijkse sterftes door extreme weersomstandigheden.









