Net-zerowaanzin: hoe Zuid-Korea zijn eigen energiecrisis organiseert
In deze analyse betoogt Vijay Jayaraj dat het net-zerobeleid van Zuid-Korea de energiezekerheid ondermijnt, de industriële stabiliteit bedreigt en het land blootstelt aan langdurige economische achteruitgang.
Zuid-Korea verklaart de oorlog aan zijn eigen energie-fundamenten
Terwijl het Verenigd Koninkrijk en Duitsland de economische schade van net-zerobeleid inmiddels aan den lijve ondervinden, slaat economisch zwaargewicht Zuid-Korea dezelfde weg in. Het land keert zich af van steenkool en vloeibaar aardgas (LNG) om sneller en agressiever de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen.
In een vorm van nationaal zelfbedrog laat Seoul juist die energiebronnen los waarop niet alleen zijn eigen economie is gebouwd, maar die van de gehele geïndustrialiseerde wereld. Tegen 2038 wil het land het gezamenlijke aandeel van LNG en steenkool in de elektriciteitsproductie terugbrengen van 60% naar 20%, terwijl het aandeel van zogenoemde hernieuwbare bronnen – zoals wind en zon – moet stijgen van 9% naar 33%.
Tot november 2025 leek het beleid nog nuchter en toekomstgericht. De regering verhoogde investeringen in regionale LNG-projecten, breidde strategische olievoorraden uit en gaf energiebedrijven als SK Innovation en KOGAS opdracht om aardgas veilig te stellen uit Indonesië en Australië.
Sindsdien is dat realistische spoor verlaten en ingeruild voor plannen die elke economische logica ontberen. Het nieuwe beleid eist een reductie van 40% van de industriële uitstoot in 2030 (ten opzichte van 2018) en zet alles op technologieën die hun waarde nog niet hebben bewezen, zoals waterstof, wind en zon. Dit is geen doordachte energietransitie, maar roekeloos symboolbeleid dat de economische weerbaarheid van het land op het spel zet.
De waterstofillusie en het mondiale kerkhof van mislukte projecten
Het meest riskante onderdeel van de nieuwe koers is wellicht het plan om LNG te vervangen door waterstof. Waterstof en brandstofcellen zouden samen 7% van de elektriciteitsopwekking moeten leveren. Dat is een illusie, zoals blijkt uit de lange lijst van waterstofprojecten die in 2025 zijn gestrand.
Het Australische Central Queensland Hydrogen Project, een vlaggenschip van 14 miljard dollar gericht op export, stortte dit jaar in toen overheidssteun werd ingetrokken. BP trok zich terug uit de gigantische Australian Renewable Energy Hub in de Pilbara-regio. Energiebedrijf Fortescue, lange tijd de meest luide pleitbezorger van groene waterstof, zette een streep door projecten in zowel Arizona als Australië.
Ook Europa kent vergelijkbare voorbeelden. Het Duitse LEAG-project, gepresenteerd als een van de grootste groene energiehubs van Europa, is voor onbepaalde tijd uitgesteld. De groene staalplannen van ArcelorMittal in Bremen verdwenen in de la, ondanks beloften van miljarden aan subsidies.
De-industrialisatie: de echte prijs van net-zerobeleid
In Zuid-Korea zullen de gevolgen van dit beleid zich vertalen in banenverlies en gesloten fabrieken. Meer dan 30% van het Zuid-Koreaanse bruto binnenlands product komt uit de industrie – bijna het dubbele van dat aandeel in het Verenigd Koninkrijk. Sectoren als staalproductie, petrochemie en halfgeleiders zijn afhankelijk van constante en betrouwbare energievoorziening, iets wat weersafhankelijke bronnen als wind en zon niet kunnen leveren.
Het invoegen van ‘groene’ energie in elektriciteitsnetten dwingt bedrijven om extra te betalen voor noodvoorzieningen of – erger nog – om productie terug te schroeven. We weten inmiddels hoe dit afloopt; Europa heeft het scenario al beleefd.
Duitsland, lange tijd gepresenteerd als moreel voorbeeld op klimaatgebied, ziet zijn industrie krimpen. In 2024 bedroeg de afname 4,5%, in lijn met een meerjarige neerwaartse trend. In datzelfde jaar daalde het industriële energieverbruik in het Verenigd Koninkrijk met 1,2% ten opzichte van 2023 tot, zoals de overheid zelf vaststelde, “het laagste niveau in meer dan 50 jaar”.
De Bank of England waarschuwde al dat net-zerobeleid de wereldeconomie afremt. De Wereldbank verwacht dat de jaren ‘20 het zwakste decennium voor mondiale groei zullen zijn sinds dat de metingen begonnen in de jaren zestig.
Of deze neergang nu het gevolg is van bewuste keuzes of van hardnekkige beleidsblindheid, de uitkomst laat zich raden. In een Zuid-Koreaans energiesysteem dat wordt gedomineerd door hernieuwbare bronnen, lopen kapitaalintensieve sectoren als de staalfabrieken van POSCO en de petrochemische installaties van Lotte als eerste gevaar. Zij werken met uiterst krappe marges.
Kernenergie kan een roekeloze transitie niet redden
De goedkeuring van de Saeul-3-kernreactor en de ontwikkeling van kleine modulaire reactoren zijn positieve signalen. Kernenergie is de enige niet-fossiele bron die zowel de energiedichtheid als de betrouwbaarheid biedt die een industriële economie nodig heeft. Maar laten we realistisch blijven: kerncentrales kunnen onmogelijk snel genoeg en in voldoende aantallen worden gebouwd om het enorme gat te vullen dat ontstaat door het versneld afbouwen van fossiele energie.
Kiest Zuid-Korea voor economische realiteit of ideologie?
Het is nog niet te laat om bij te sturen. Zuid-Korea werd het zogeheten ‘Wonder aan de Han-rivier’ door ideologische modes te negeren en zich te richten op keiharde economische efficiëntie. De vraag is nu of Seoul wil regeren in het belang van zijn burgers, of zijn economische soevereiniteit uit handen geeft aan een internationaal samenwerkingsverband van ideologisch gedreven pseudowetenschappers – een koers waar noch werknemers, noch industrie, noch uiteindelijk de planeet bij gebaat is.
Dit commentaar verscheen oorspronkelijk op 21 januari bij California Globe.
(Vertaald voor Clintel Foundation door Tom van Leeuwen.)

Vijay Jayaraj
Vijay Jayaraj is wetenschappelijk medewerker bij de CO₂ Coalition in Fairfax (Virginia). Hij behaalde een master milieuwetenschappen aan de University of East Anglia en een postdoctorale opleiding energiemanagement aan Robert Gordon University (VK), evenals een bachelor ingenieurswetenschappen aan Anna University (India). Daarnaast was hij verbonden aan de Changing Oceans Research Unit van de University of British Columbia (Canada).
meer nieuws
Een overname van het IPCC
Het al lang bestaande solide kader van het IPCC voor detectie en attributie (toeschrijving) van weergebeurtenissen lijkt in AR7 al bij voorbaat gedoemd te mislukken.
Volkskrant doet zuur plasje over het Amerikaanse DoE-rapport
De vijf auteurs van het DoE-rapport (Steven Koonin, John Christy, Roy Spencer, Judith Curry en Ross McKitrick) hebben allen hun sporen in de klimaatwetenschap verdiend en kijken inderdaad sceptisch naar wat Keulemans de breedgedragen consensus noemt.
Een Orwelliaans ontslag bij het ‘American Journal of Economics and Sociology’
Het lijkt erop dat het ontslag van Dr. Rowland een puur politieke beslissing was en niet gebaseerd op een legitiem probleem met ons werk, dat, gebaseerd op de huidige kennis, terecht is.






