Voorlopig komt er nog geen afstandsnorm voor windturbines tot woningen, ondanks dat een minimale afstand tot een woning wel nodig is om de overlast voor omwonenden enigszins te beperken. Nederland hanteert op dit moment, in vergelijking met andere Europese landen, de minst strenge normen als het gaat om de afstand tot woningen.

Nieuwe, landelijke normen voor windturbines zouden met ingang van 1 juli 2025 rechtsgeldig worden, maar recent besloot de Ministerraad deze datum op te schorten. In de conceptnormen, die al in 2023 werden opgesteld, is onder andere een afstandsnorm van minimaal tweemaal de tiphoogte van de windturbine opgenomen (dit is de hoogte van de windturbine vanaf het maaiveld, met het rotorblad in verticale stand). In de praktijk zou dit betekenen dat windturbines op minimaal 400 tot 500 meter afstand van woningen zouden mogen worden gebouwd.
Een verbetering voor omwonenden?
Op dit moment kan de afstand van een windturbine tot een woning zomaar beperkt blijven tot 300 meter of zelfs nog minder. De nieuwe normen zouden omwonenden dus beter moeten beschermen zou je zeggen. Toch is het opmerkelijk dat in andere Europese landen een veel grotere afstand tot woningen wordt gehanteerd. Zo is de afstandseis voor een windturbine tot een woning in Denemarken wel 1500 meter, om zodoende de overlast voor omwonenden te beperken.
Dat windturbines in Nederland veel te dicht op woningen staan, leidt tot groeiende weerstand onder de bevolking. Inmiddels zijn er in Nederland al meer dan 100 stichtingen actief die opkomen voor het behoud van hun leefomgeving en dit aantal zal de komende jaren verder groeien. Er zijn momenteel door het hele land namelijk plannen voor de bouw van steeds hoger wordende windturbines nabij woningen.
Dit terwijl er in ons dichtbevolkte land nauwelijks ruimte over is voor de plaatsing van nog meer industriële windturbines. Om de doelstellingen van het Nederlandse klimaatbeleid in 2030 te kunnen halen, zouden de vergunningen voor de bouw van vele windturbines, verspreid over het land, nog in 2025 verstrekt moeten worden. De vraag is of dat juridisch nog wel mogelijk is.
Politieke besluitvorming
Ook in Den Haag is het niet onopgemerkt gebleven dat er een groeiende weerstand onder de bevolking is ten aanzien van de plannen voor de plaatsing van windturbines op land. Enkele politieke partijen doen een poging het op te nemen voor de inwoners van Nederland door te stellen dat de afstandsnorm verhoogd zou moeten worden naar minimaal viermaal de tiphoogte van een windturbine. Het gaat dan om een minimale afstand tot woningen van rond de 1000 meter voor de nieuwste generatie windturbines. Volgens minister Hermans van het ministerie van Klimaat en Groene Groei, leidt een afstandsnorm van viermaal de tiphoogte van een windturbine er echter toe dat er in Nederland nauwelijks nog plaatsingsruimte voor windturbines overblijft. Om die reden wil de minister vasthouden aan tweemaal de tiphoogte afstand tot woningen.
Rechtsgeldigheid van normeringen
De afstandsnorm tot woningen is niet de reden geweest dat de Nederlandse Staat op dit moment worstelt met nieuwe landelijke normen voor windturbines. Een rechter maakte op 30 juni 2021 namelijk een einde aan de tot dan toe geldende, landelijke normen door te stellen dat bestaande windturbineparken met minimaal drie windturbines niet voldeden aan de eisen van de Strategische Milieubeoordelingsrichtlijn (SMB-richtlijn) van de Europese Unie. De SMB-richtlijn vereist dat er een milieueffectrapportage (plan-MER) wordt uitgevoerd voor plannen of programma’s die kaderstellend zijn voor toekomstige vergunningen. Aangezien een plan-MER nooit was uitgevoerd, werd dit proces na deze uitspraak alsnog in gang gezet.
Voor de bestaande windturbineparken met drie of meer windturbines die op 30 juni 2021, de datum van de Nevele-uitspraak, een onherroepelijk verleende vergunning hadden, werd een overbruggingsregeling getroffen. Hiermee werden bestaande windparken gelegaliseerd, die feitelijk onrechtmatig vergund zijn, omdat de daarvoor geldende normen niet volgens de eisen van de SMB-richtlijn zijn getoetst. Deze overbruggingsregeling blijkt echter, net als de oude landelijke normen, ook in strijd te zijn met het Europese recht en dan met name diezelfde SMB-richtlijn, zo oordeelde de rechtbank Midden-Nederland in februari 2023.
In feite staan hiermee alle verleende vergunningen voor windturbineparken op losse schroeven. Ondanks het oordeel van de rechtbank, blijft de overbruggingsregeling echter van kracht tot de nieuwe, per Koninklijk Besluit te bepalen datum waarop de nieuwe landelijke normen ingaan.
En hoe zit het dan met nieuwe windturbines?
Nieuwe windturbines vallen niet onder de overbruggingsregeling. Dit betekent dat provincies of gemeenten zelf milieuregels en normen moeten opstellen. Door gebrekkige kennis over dit onderwerp bij bestuurders, wordt daarbij meestal nog teruggevallen op de oude landelijke normen.
In die gevallen dat een gemeente op basis van goede gronden afwijkt van de oude normen, is de kans groot dat deze gemeente wordt overruled door de provincie. Dit gebeurde in Overijssel, waar de gemeente Overdinkel op 20 december 2023 haar windbeleid vaststelde. Hierin stond onder andere opgenomen dat de afstand van windturbines tot windgevoelige objecten minimaal 4 keer de tiphoogte van de windturbine moet zijn, met een minimum van 800 meter.
Feitelijk kun je dus stellen dat de Nederlandse Staat gefaald heeft in de uitrol van een gedegen windturbinebeleid. Niet alleen juridisch, maar met name ook wanneer het de bescherming van mens, natuur en milieu betreft.
Lees meer in het Clintel-rapport Het Windmolendrama
Door Bert Weteringe
Openingsfoto: Shutterstock