Alweer die treurige NOS
De NOS kán het niet nalaten om over het weer alleen maar alarmistische taal uit te slaan. Nu was het de afgelopen maanden wel erg nat natuurlijk, ik kan er van meepraten na een weekje dweilen in de kelder. Maar hoe zit het nou echt met dat natste en warmste jaar?
Eerder gepubliceerd op klimaatgek.nl
Daarvoor kunnen we terecht bij het KNMI als bron van data. Het KNMI meet (erg goed) en corrigeert soms data (niet altijd erg goed, zie hier), maar over het algemeen kun je wat met die KNMI data. Laten we eens wat cijfers bekijken.
Bij neerslag zijn de ruimtelijke verschillen in Nederland groot en daarom gebruikt het KNMI 13 neerslagstations voor de landelijke waarde, de P13. Die stations zijn De Bilt, De Kooy (t/m 1971: Den Helder), Groningen, Heerde, Hoofddorp, Hoorn, Kerkwerve, Oudenbosch, Roermond, Ter Apel, West-Terschelling, Westdorpe (t/m 1995 Axel) en Winterswijk. Helaas zijn die gegevens over 2023 nog niet beschikbaar, dat zal pas eind januari 2024 zijn.
Wel beschikbaar zijn de neerslag daggegevens van een aantal stations waar automatisch gemeten wordt. Het hoofdstation De Bilt heeft alle neerslagdata vanaf 1906, het oorlogsjaar 1945 ontbreekt. En natuurlijk die van 31 december 2023, de dag waarop ik dit artikel schrijf. Voor die laatste dag ga ik te rade bij de weerpluim van het KNMI, die voor 31 december in De Bilt een neerslagsom voorspelt van 3,9 mm. Als ik die neerslagdata omreken naar jaarsommen dan komt het er zo uit te zien:
Fig.2 Data: KNMI daggegevens
In een vorig bericht had ik al laten zien dat De Bilt in 1998 tot nu toe de meeste neerslag liet zien, namelijk 1240 mm, gevolgd door 1965 met 1152 mm en 1966 met 1148 mm. In de grafiek is al te zien dat het record van 1998 niet gehaald wordt: De Bilt blijft steken op 1188 mm (1184 mm gemeten plus 3,9 mm voorspeld voor vandaag). 2023 is dus niet het natste jaar.
Fig.3 Bron: rapport homogenisatie
Nu ligt De Bilt wel aardig centraal in Nederland, maar de ruimtelijke spreiding van de neerslag is zodanig dat het wat beter kan. Daarom heb ik de 4 andere hoofdstations van het KNMI erbij betrokken: Eelde, De Kooy, Vlissingen en Maastricht. Figuur 3 laat zien dat er sprake is van een goede ruimtelijke spreiding van deze stations: het zijn natuurlijk niet voor niets de hoofdstations.
Omdat de datareeksen van deze 4 stations pas in 1957 beginnen heb ik van alle 5 stations de gemiddelde jaarlijkse neerlag berekend van 1957 t/m 2023. Ook voor die 4 hoofdstations heb ik de neerslaghoeveelheden voor oudejaarsdag uit de KNMI weerpluimen gehaald. Het ensemble van alle 5 hoofdstations ziet er dan zo uit:
Fig. 4 Data: KNMI daggegevens
In deze grafiek is niet goed met het blote oog te zien of 1998 dan wel 2023 het natste jaar zal zijn. De getallen geven voor het ensemble van 5 hoofdstations aan dat 1998 met 1072 mm nog steeds het natste jaar is, en 2023 met 1066 mm op de tweede plaats eindigt. Dat laatste moet u me maar vergeven, het is natuurlijk geen wedstrijd, hoewel media dat er graag van maken. Ook op deze wijze berekend is 2023 dus niet het natste jaar in Nederland.
Dichter bij het antwoord op de vraag of 2023 het natste jaar in Nederland is sinds het begin van de metingen kan ik met de daggegevens van het KNMI momenteel niet komen. Het kan natuurlijk zijn dat over een aantal weken de P13 waarden laten zien dat 2023 toch het natste was. Maar dan is in elk geval duidelijk dat de ruimtelijke spreiding van welk ensemble aan stations dan ook de uitslag beïnvloedt.
Is 2023 voor Nederland het warmste jaar dat gemeten is? In De Bilt in elk geval wel:
Fig.5 Data: KNMI daggegevens
De grafiek van figuur 5 laat zien dat dat het geval is, alhoewel 2023 met gemiddeld 11,8 °C nipt hoger is dan de 11,7 °C van 2014 en 2020. De opvallende stijging van de temperatuur sinds eind jaren ’80 van de vorige eeuw is vooral het gevolg van veranderende windrichtingen en een zeer sterke toename van het directe zonlicht. Zie daarvoor dit recente artikel.
Nu zal bij veel mensen het jaar 2023 niet in het geheugen gegrift staan als zeer warm jaar. Dat komt omdat die gemiddelde jaartemperatuur van 2023 in De Bilt van 11,8 °C natuurlijk niet alleen bepaald wordt door dagen met zomerse en tropische temperaturen, maar (vooral) ook door dagen die in koudere jaargetijden minder koud/kil zijn dan normaal. Als we naar de seizoenen kijken dan waren er 7 zomers in De Bilt die warmer waren dan die van 2023. Van de winters waren er 12 die ‘warmer’ waren dan 2023 en er waren maar liefst 27 jaren met warmere lentes dan het afgelopen jaar. Alleen de herfsttemperatuur was in 2023 opvallend hoog met 12,8 °C, maar die wordt waarschijnlijk door weinig mensen ervaren als ‘zeer warm’ . Overigens was 2006 met een herfsttemperatuur van 13,6 °C de warmste herfst sinds het begin van de metingen.
En dan die laatste alinea uit het NOS bericht van figuur 1: “Ook wereldwijd gaat 2023 de boeken in als het warmste jaar sinds mensenheugenis en kunnen er recordwaarden genoteerd worden voor de zeewatertemperatuur en zeespiegelstijging.” Dat ‘sinds mensenheugenis’ tekent wel de gretigheid waarmee de NOS elk weer- en klimaatbericht een alarmistisch jasje aantrekt. En die ‘recordwaarden’ voor de zee-temperatuur en zeespiegelstijging wil ik nog wel eens waargemaakt zien, ik geloof er niks van.
meer nieuws
Verdwenen hittegolven terug: KNMI en media faalden jarenlang
Het KNMI publiceerde deze week nieuwe temperatuurcorrecties voor De Bilt. Het gaat om correcties van oude metingen van voor 1950. Door eerdere correcties waren veel tropische dagen en hittegolven in die periode uit de boeken geschrapt. Een groep critici, waaronder Marcel Crok, hebben de correcties jarenlang inhoudelijk bekritiseerd. Zij krijgen nu gelijk. Crok blikt in dit artikel terug op deze lange battle en op de rol die het KNMI en de media speelden.
De energietransitie blijkt statistisch mooier dan ze is
In dit artikel toont energie-expert Samuel Furfari aan waarom de energietransitie statistisch mooier wordt voorgesteld dan ze is. Recente veranderingen in de primaire energiestatistieken maken duidelijk dat de bijdrage van hernieuwbare energie jarenlang structureel werd overschat in veelgebruikte internationale data. Deze methodologische verschuiving verandert fundamenteel hoe de energietransitie wordt begrepen, gecommuniceerd en politiek geïnterpreteerd.
Historische draai van het KNMI
Na een lange strijd van zeven jaar hebben vier critici van Clintel gelijk gekregen van het KNMI. Er waren door het KNMI inderdaad teveel tropische dagen en hittegolven in de periode 1901-1950 weg-gecorrigeerd, zoals Clintel in diverse publicaties heeft beschreven. Zeven 'verdwenen' hittegolven zijn weer terug in de boeken en 1947 is met vier hittegolven weer het jaar met de meeste hittegolven.










