Britse econoom zegt dat hoge energieprijzen ‘goed zijn voor het klimaat’

Een Britse econoom sprak onlangs uit wat sommigen stilletjes denken: hoge energieprijzen zijn ‘goed voor het klimaat’. Dit is geen uitzondering, zegt Tilak Doshi, maar kenmerkend voor de hedendaagse economen.

Tankstation met extreem hoge brandstofprijzen in Nederland deze maand. (Bron: Shutterstock)

Tilak Doshi

Datum: 18 april 2026

DEEL:

Wanneer de benzineprijzen omhoogschieten vanwege schokken in het aanbod – zoals de sluiting van de Straat van Hormuz en het omleiden van olietankers – zou men discussies verwachten over geopolitiek, marktsignalen en voor de hand liggende oplossingen aan de aanbodzijde. Daarvan zijn er genoeg geweest, sommige competent en zelfs meesterlijk, andere minder competent door ‘instant-experts’ in de sociale en massamedia. Maar een recent artikel van een econoom in The Conversation bood een oplossing die zo pervers was dat het zo uit een satirisch script van The Babylon Bee (een soort De Speld, red.) had kunnen komen.

De econoom verwijst naar onderzoek waaruit blijkt dat een stijging van 10 procent van de Britse benzineprijzen de vraag met wel 5 procent kan doen dalen. Het artikel verklaart plechtig dat “hoge prijzen een manier zijn om het verbruik aan te passen aan het lagere aanbod”. De onderliggende boodschap was onmiskenbaar: nu geraffineerde producten plotseling schaarser zijn, is de juiste reactie níet om meer brandstof te produceren als het land gezegend is met binnenlandse fossiele brandstofbronnen (zoals het Verenigd Koninkrijk), of om meer te importeren uit bronnen buiten de Straat van Hormuz, of beide. In plaats daarvan luidt het advies van Christoph Siemroth, hoofddocent economie aan de Universiteit van Essex, om het weinige dat nog over is, nog duurder te maken – zodat het gewone volk minder rijdt, de bus neemt en de glorieuze overgang naar netto nul versnelt.

Verraderlijk

Het doet denken aan de beroemde opmerking van Marie Antoinette over cake, die de aristocratische ‘cluelessness’ verraadde. Maar het artikel in The Conversation is nog verraderlijker: het laat de volledige verovering van de economie zien door de groene ideologie die nu onze instellingen regeert, van de BBC tot het Ministerie van Financiën, van de Oxbridge-common rooms tot de Britse meteorologische dienst. De discipline (economie, red.) die ooit het laatste bolwerk vormde tegen de lange mars van de Frankfurter Schule door de sociale wetenschappen, is gevallen. Frank Knight, Gary Becker, George Stigler, Milton Friedman et al hielden een generatie lang de poorten gesloten tegen postmodern gebrabbel. Niet langer. De barbaren zijn binnen in de citadel, bijvoorbeeld in het verkeerd betitelde “Department for Energy Security and Net Zero”, en ze scanderen “duurzaamheid” als ware het een seculiere rozenkrans.

Denk even aan de elementaire logica die elke eerstejaars economiestudent ooit tot zich opnam, voordat de PPE-types (afgestudeerden in Philosophy, Politics and Economics, red.) in Oxford en Cambridge hun hogere opleiding in Gaia-verering begonnen. Wanneer de prijs van een goed stijgt vanwege schaarste – of dat nu komt door een blokkade in de Perzische Golf of een productieverlaging door de OPEC – is het signaal ondubbelzinnig: produceer meer, exploreer meer, innoveer meer. Groot-Brittannië heeft enkele van de rijkste bronnen van fossiele brandstoffen in Europa. De olie- en gasreserves in de Noordzee zijn niet fysiek uitgeput; ze worden economisch onhaalbaar gemaakt door de heffingen van minister Ed Miliband.

Onshore schaliegas, dat na een decennium van regelgevend vandalisme nog nauwelijks is aangeboord, zou onze energiezekerheid kunnen transformeren, tenminste als het “voorzorgsbeginsel” niet als een heilige tekst werd behandeld. Hogere prijzen zouden, in een verstandige wereld, precies de volgende reactie moeten uitlokken: meer boren, meer fracken, meer investeringen in raffinagecapaciteit, meer import van olie en gas van gediversifieerde leveranciers. In plaats daarvan schrijven onze groene economen het economische equivalent voor van het in een sauna plaatsen van een al koortsige patiënt. De vraag moet dalen. De prijzen moeten hoog blijven. Het lijden is juist het punt.

Belastingen

Het artikel in The Conversation is exemplarisch. Prijsplafonds worden terecht afgedaan als verstorend, wat leidt tot fysieke tekorten en wachtrijen als middel tot rantsoenering. Men hoeft zich alleen maar de lange rijen bij benzinestations in de VS te herinneren onder het prijsbeleid van Jimmy Carter na de olieprijsschok van 1979.

Ongeveer 50–55% van de Britse verkoopprijs voor zowel benzine als diesel gaat momenteel naar de overheid als belasting. Maar verlagingen van de brandstofaccijns worden afgewezen omdat ze niet doelgericht zijn en de schatkist inkomsten kosten – brandstofaccijns maakt immers bijna 2 procent van de overheidsinkomsten uit, een aardig zakcentje voor het netto-nul industrieel complex.

De voorkeursoplossing? Eenmalige geldtransfers naar autobezitters met een laag inkomen, naar het voorbeeld van de Duitse gaskorting van 2022. Dat was een tijdelijke verlaging van de brandstofbelasting om de stijgende benzine- en dieselprijzen te temperen tijdens de energiecrisis die werd veroorzaakt door de Russische invasie van Oekraïne.

Het mooie hiervan is, zo wordt ons verteld, dat dit het ‘prijssignaal’ in stand houdt terwijl huishoudens kunnen ‘profiteren’ door de auto thuis te laten. Vertaling: we zullen je omkopen om arm en niet-mobiel te blijven, allemaal in naam van de planeet. Ondertussen voelen de auteurs van dergelijke wijsheden nooit zélf de pijn. Ze lezen de loodgieter, timmerman of elektricien in zijn witte bestelbusje, en de moeder die haar kinderen naar school moet brengen, de les, namelijk dat hun hogere brandstofrekeningen een feature zijn, en geen bug.

Luxe-overtuigingen en intellectuele corruptie

Dit zijn door luxe-overtuigingen geïnspireerde energie-beleidsmaatregelen die “de hogere klasse status verlenen tegen zeer lage kosten, terwijl ze vaak kosten opleggen aan de lagere klassen”. Zoals Victor Davis Hanson zo vaak heeft opgemerkt, lijden linkse beleidselites in door Democraten bestuurde staten, nauwelijks onder de gevolgen van hun eigen beleid. Het enthousiasme van de grootstedelijke elite voor open grenzen stopt abrupt bij de hoge muren van hun eigen villa’s (Nancy Pelosi).

Hetzelfde geldt voor energie. Inwoners van de links-liberale grootstedelijke bubbel kunnen zich het parkeren voor £ 12 per uur in Covent Garden veroorloven, de gerenoveerde Victoriaanse woning met een warmtepomp ter grootte van een kleine auto, en de Tesla waarvan de werkelijke milieukosten begraven liggen in Chinese lithium-meren en in kobaltmijnen waar Congolese kinderen als arbeiders worden ingezet. Voor hen is ‘duurzaamheid’ een lifestylemerk. Voor de rest van het land – gepensioneerden die moeten kiezen tussen verwarming en eten, vervoerders die failliet dreigen te gaan, boeren die hun tractoren niet kunnen laten rijden – is het economisch sadisme vermomd als deugd.

Boeddhistische econoom

De historische parallel is leerzaam. E.F. Schumacher – de ‘boeddhistische econoom’ – zei ons: ‘small is beautiful’ en dat gigantische elektriciteitscentrales op de een of andere manier geestelijk schadelijk waren. Je vraagt je af wat hij zou vinden van het feit dat een moderne gascentrale minstens 200 MW vermogen moet hebben om ook maar enigszins efficiënt te zijn, of dat de industriële beschaving draait op schaalvoordelen, niet op ovens in de achtertuin.

Toch herhaalt het groene establishment van vandaag de maoïstische dwaasheid in westerse vermomming: gedecentraliseerde ‘gemeenschapsenergie’, variabele wind- en zonne-energie die enorme subsidies en back-up-gascentrales vereisen. En daarbij een rotsvaste ideologische overtuiging dat de optimale omvang van een economie is wat past binnen het koolstofbudget dat is vastgesteld door ‘klimaatmodelleurs’ in Exeter of East Anglia. De Sovjet-Unie probeerde de Nieuwe Sovjetmens te creëren – onbaatzuchtig, collectief ingesteld, bevrijd van lage materiële verlangens. Het project mislukte spectaculair. De opvolger is de Nieuwe Groene Mens, die zijn CO2-voetafdruk meet, naar het veganistische restaurant fietst en juicht wanneer Ed Miliband weer een Noordzee-gasveld sluit. De totalitaire impuls blijft bestaan; alleen is het Orwelliaanse vocabulaire veranderd van “proletarisch internationalisme” naar “rechtvaardige transitie” en “klimaatrechtvaardigheid”.

De intellectuele corruptie zit diep. Paul Krugman, Nobelprijswinnaar in de handelstheorie, schrijft nu columns die lezen als persberichten van de Kerk van het Klimaat. Marginale kosten van aardgas? Niet zo relevant meer wanneer beleidskosten (CO2-belastingen, verplichtingen voor hernieuwbare energie, netwerkkosten, betalingen voor de capaciteitsmarkt) zo’n 60% van je rekening uitmaken. Zoals Kathryn Porter, David Turver en anderen zeer duidelijk hebben gedocumenteerd, is de ‘energieprijscrisis’ grotendeels veroorzaakt door het netto-nulbeleid. De groothandelsprijs van elektriciteit is slechts een deel van het verhaal; de rest bestaat uit de opzettelijke opeenstapeling van groene heffingen en belastingen die geen enkele klassieke econoom als ‘markt-gebaseerd’ zou erkennen. Toch wordt ons met een strak gezicht verteld dat de ‘97 procent consensus’ vereist dat we dit als vaststaande wetenschap accepteren. Dezelfde consensus, trouwens, die ons ooit verzekerde dat een pauze in de wereldwijde temperatuurstijging onmogelijk was, dat ijsberen ten dode opgeschreven waren en dat de gletsjers in de Himalaya tegen 2035 zouden verdwijnen.

Tirannie

Rupert Darwalls Green Tyranny biedt een verhelderend onderzoek naar de oorsprong van het klimaat-industrieel complex. De wortels van de groene beweging liggen niet in empirische ecologie, maar in een Malthusiaanse afkeer van de industriële moderniteit en een quasi-religieus verlangen naar controle. Wat je eet (minder vlees), hoe ver je reist (minder vluchten), op welke temperatuur je thermostaat mag staan (niet meer dan 19 °C als het aan Whitehall ligt) – dat zijn geen technische vragen, maar morele kwesties, gecontroleerd door de nieuwe priesterorde van economen die de soberheid van Occam’s Razor hebben ingeruild voor het misbruiken van het voorzorgsbeginsel (“better safe than sorry”). Onzekerheid wordt asymmetrisch als wapen ingezet, zodat kleine of hypothetische risico’s (bijvoorbeeld door fracking veroorzaakte seismische activiteit) leiden tot regelgevende verlamming, terwijl de veel grotere risico’s van de alternatieven worden gebagatelliseerd. Het voorzorgsbeginsel wordt een de facto veto-instrument voor ideologische oppositie tegen fossiele brandstoffen, niet voor reëel risicobeheer.

Homo economicus, de rationele maximalisator die verankerd is in culturele normen en die Adam Smith zowel in The Wealth of Nations als in The Theory of Moral Sentiments beschreef, is vervangen door Homo Climaticus: een wezen waarvan elke beslissing ondergeschikt moet zijn aan de ‘koolstofbalans’.

De gevolgen zijn niet abstract. De energieprijzen in Groot-Brittannië behoren tot de hoogste in de ontwikkelde wereld, juist omdat we ideologie boven geologie hebben verkozen. Terwijl China om de paar jaar een steenkoolcapaciteit toevoegt die gelijk is aan het gehele Britse elektriciteitsnet en India zonder excuses zijn fossiele infrastructuur uitbreidt, legt het Westen de Global South de wet op over netto nul. En vraagt het zich af waarom BRICS+-landen hun “beleidsverplichtingen” afdekken tegenover VN-fora zoals de COP30-conferentie in Brazilië vorig jaar. De multipolaire herschikking is niet alleen geopolitiek; ze is energetisch. De Rest heeft gemerkt dat het netto-nul-experiment van het Westen economische zelfmoord is. Zij zijn niet van plan zich in een dergelijke dwaasheid te storten.

Sprankjes hoop of barbaren voor de poort?

Toch zijn er sprankjes hoop. Het tij keert, zoals Matt Ridley uitlegt in zijn recente Clintel-lezing “The Climate Parrot is almost dead.” Ridley stelt dat het publieke en politieke momentum achter het ‘klimaatnoodtoestand’-verhaal aan het afnemen is. De publieke tolerantie voor groene deugdzaamheid heeft inderdaad grenzen wanneer de rekeningen binnenkomen. De aanhoudende protesten in Ierland tegen de brandstofkosten door boeren, aannemers en anderen, zijn massaal geweest, waardoor de regering het leger ‘stand-by’ heeft geplaatst. Dit omdat de landelijke brandstofprotesten aanzienlijke verstoringen blijven veroorzaken en kritieke bevoorrading in het hele land bedreigen. De mogelijke betrokkenheid van het leger komt nu de blokkades buiten grote brandstofdepots intensiever worden. Dit brengt een gevaarlijke verschuiving van de regering naar een “handhavingsfase” teweeg, als reactie op de escalerende crisis. Er zijn aanwijzingen dat deze protesten zich uitbreiden naar Noorwegen en Frankrijk, waar boeren en vrachtwagenchauffeurs hoofdwegen blokkeren met tractoren en vrachtwagens.

Populistische bewegingen in Europa en de Verenigde Staten eisen energierealisme: een allesomvattend beleid dat kernenergie, gas en ja, zelfs mooie, zwarte steenkool omvat, op plekken waar geologie en economie dat dicteren. De Chicago School is misschien doorbroken, maar nog niet helemaal met de grond gelijk gemaakt. Degelijke economen – degenen die nog steeds bereid zijn de data te volgen in plaats van de subsidies – blijven erop wijzen dat aanpassing en technologische vooruitgang altijd sneller zijn gegaan dan apocalyptische voorspellingen. De ‘klimaatnoodtoestand’ die prijsgerichte rantsoenering in Sovjetstijl rechtvaardigt, is bij nader inzien een politieke keuze, geen wetenschappelijke noodzaak.

Barbaren

Economie was ooit de meest sobere van de sociale wetenschappen, die afgezaagde, vooringenomen opvattingen doorbrak. Wanneer zij dat verzaakt ten gunste van de hogere roeping van de Gaia-verering, houdt zij op economie te zijn en wordt zij propaganda. Het artikel in The Conversation is geen uitzondering; het is een symptoom van een discipline die waarheid heeft ingeruild voor een vaste aanstelling en nauwkeurigheid voor ‘rechtvaardigheid’. De barbaren bestormden onze poorten niet. De westerse elites nodigden hen uit, gaven hen een stoel en vroegen hen om het curriculum te herontwerpen.

De correctie zal niet komen van meer rapporten. Ze zal komen wanneer kiezers – degenen voor wie groene politiek in de praktijk hogere rekeningen, koudere huizen en tragere reizen betekent – een einde aan het experiment eisen. Ierland is op dit moment in rep en roer. Energie-overvloed is geen luxe; het is het fundament van de moderne beschaving. Doen alsof dat niet zo is, getuigt niet van verfijning. Het is zelfbeschadiging van de beschaving. En de rekening komt, zoals altijd, terecht bij de mensen die zich het eco-kruis het minst kunnen veroorloven.

Een versie van dit artikel werd eerder gepubliceerd op The Daily Sceptic op 14 april 2026.

Dr. Tilak K. Doshi

Dr. Tilak K. Doshi is de energieredacteur van The Daily Sceptic. Hij is econoom, lid van de CO2 Coalition en voormalig medewerker van Forbes. Volg hem op Substack en X. Tilaks Substack is een door lezers gesteunde publicatie. Als je nieuwe berichten wilt ontvangen en zijn werk wilt steunen, kun je overwegen om je gratis of tegen betaling te abonneren.

DEEL DIT ARTIKEL:

Climate Intelligence Clintel

meer nieuws

CERES Team op Heartland Conference: een krachtige stem voor klimaatrealisme

Het CERES-team presenteerde op de Heartland Conference nieuwe analyses die belangrijke aannames in de klimaatwetenschap ter discussie stellen. Met kritiek op de energiebalans van de aarde, de rol van het IPCC en de invloed van politieke framing pleiten de onderzoekers voor meer open en data-gedreven klimaatonderzoek.

16 april 2026|Categories: Nieuws|Tags: , , , , , |

John Clauser op de Heartland-conferentie: waar is het bewijs?

Nobelprijswinnaar John Clauser was een van de sprekers op de International Conference on Climate Change, vorige week in Washington. Clauser stelt dat er geen bewezen klimaatcrisis is. Hij is dan ook een (prominente) ondertekenaar van Clintels World Climate Declaration (WCD).

By |2026-04-17T21:05:16+02:0018 april 2026|Reacties uitgeschakeld voor Britse econoom zegt dat hoge energieprijzen ‘goed zijn voor het klimaat’
Go to Top