Canada keert terug naar energierealisme: pijpleidingdeal ondermijnt net-zero-beleid
Het Canadese energiebeleid botst steeds harder met de economische realiteit. Een nieuwe pijpleidingovereenkomst laat zien waar de grenzen liggen van de net-zero-ideologie. Olie, gas en een overvloed aan energie blijven onmisbaar voor de Canadese economie en haar toekomstige welvaart.
Een recent memorandum van overeenstemming tussen de Canadese premier Mark Carney en de premier van Alberta, Danielle Smith, laat de onvermijdelijke terugkeer zien van economische overwegingen boven de illusie van ‘decarbonisatie’, die de federale regering in Ottawa decennialang in haar greep heeft gehouden.
De overeenkomst geeft groen licht voor de aanleg van een pijpleiding die olie uit Alberta naar een exportterminal aan de Grote Oceaan moet vervoeren. Dit leidde tot het aftreden van een liberaal parlementslid en tot openlijke vreugde bij de leiding van de provincie. “Dit is een geweldige dag voor Alberta”, verklaarde Smith.
De economische realiteit van Canada’s energiesector
Alberta vormt een hoofdader in de economische bloedsomloop van Canada. De energiesector van de provincie genereert jaarlijks 88 miljard dollar aan bruto binnenlands product, goed voor 25 procent van de totale economische output van Alberta. Deze inkomsten stromen oostwaarts naar de federale overheid en financieren mede de openbare financiën van andere provincies (waaronder provincies die zich verzetten tegen de olieproductie die hen juist van inkomsten voorziet).
De ‘Atlantische’ kant van Canada, delen van Québec en zelfs Ontario profiteren dus van royalty’s en belastinginkomsten uit fossiele brandstoffen die duizenden kilometers verderop worden gewonnen. Morele bezwaren tegen de ontwikkeling van de teerzanden klinken vaak uit steden als Halifax of Montreal, maar zelden gaat dat gepaard met een bereidheid om af te zien van de bijbehorende inkomsten die ziekenhuizen draaiende houden en ambtenaren-salarissen mogelijk maken.
Net-zero-beleid versus bestuurlijke werkelijkheid
Het was dan ook de financiële realiteit die premier Carney ertoe bracht om af te wijken van talloze beleidsdocumenten, klimaatbeloften en regelgevingskaders van de vorige regering, die allemaal waren bedoeld om ‘de planeet te redden’ en die het gebruik van fossiele brandstoffen ontmoedigden.
Het Canadese klimaat-institutionele complex voorspelde dat pijpleidingen waardeloos zouden worden en dat Alberta irrelevant zou worden zodra net zero federaal beleid zou zijn. De door Carney ondertekende overeenkomst wijst echter precies de andere kant op: zij maakt nieuwe infrastructuur mogelijk en geeft het signaal af dat zelfs de meest klimaatgedreven regering Canada niet kan besturen zonder fossiele energie.

De Canadese Premier Mark Carney – Bron: Shutterstock
Het federale emissieplafond voor olie en gas is opgeschort. De Clean Electricity Regulation — een beperking voor Alberta om betaalbare elektriciteit op te wekken — is versoepeld. De termijn voor het terugdringen van methaan-emissies is verlengd tot na 2030. Er zijn nog wel kanttekeningen die een milde vorm van anti-CO2-denken laten zien, maar het totaalbeeld is duidelijk veranderd.
Mediaverhalen en de demonisering van fossiele brandstoffen
De Canadian Broadcasting Corporation, door de staat gefinancierd, heeft jarenlang kritiekloos de milieubeweging nagepraat die het winnen van fossiele brandstoffen beschouwt als een morele misstand in plaats van economische noodzaak. Deze boodschap heeft veel Canadezen doen geloven dat hun regering een ernstige zonde begaat door de energie te produceren waar de wereld om vraagt.
Wat daarbij onderbelicht blijft, is dat Canadese olie en aardgas wordt geproduceerd onder aanzienlijk strengere normen dan die gelden in het Midden-Oosten, Rusland of andere regio’s.
De ruime beschikbaarheid van energie vormt de basis van onze welvaart. Landen die hun energieaanbod beperken, verarmen zichzelf. Landen die betrouwbare en betaalbare energie produceren, versterken hun bevolking en leveren een bijdrage aan de wereldwijde economie. Canada zou energie voor eigen gebruik moeten produceren en het overschot moeten exporteren naar internationale markten.
Klimaatverandering en de Canadese landbouwproductiviteit
Naast de energie-economie is er nog een ander aspect van Canada’s economische toekomst dat door de klimaat-orthodoxie wordt genegeerd: de landbouw. Het warmere klimaat heeft de groeiseizoenen op de prairies verlengd en nieuwe landbouwmogelijkheden gerealiseerd.
Volgens officiële cijfers steeg de totale tarweproductie in 2025 met 11,2 procent ten opzichte van het jaar ervoor tot een record van 40 miljoen ton, waarmee het vorige record uit 2013 werd overtroffen. De productie van koolzaad nam toe met 13 procent en brak daarmee het record uit 2017. De productie van gerst en haver steeg respectievelijk met 19 en 17 procent.
In totaal nam de productie van alle belangrijke akkergewassen in een jaar met 4 procent toe. Voor het volgende teeltjaar (2025–2026) wordt verwacht dat de totale opbrengst opnieuw rond recordniveau zal liggen: 3 procent hoger dan het jaar ervoor en 8 procent boven het gemiddelde van de afgelopen vijf jaar.
Historische analyses laten zien dat de Canadese landbouwgebieden nu langere groeiseizoenen kennen, met meer vorstvrije dagen en een uitbreiding van geschikte teeltzones.
Angst, ideologie en de prijs van energieschaarste
Critici zullen stellen dat de nieuwe pijpleiding neerkomt op verraad aan toekomstige generaties. Maar wat vormt nu werkelijk een bedreiging voor de toekomst? Een fractie van een graad opwarming, die het groeiseizoen verlengt? Of een toekomst van energieschaarste, de-industrialisatie en economische stilstand?
Het aanjagen van angst rond een vermeende ‘klimaatnoodtoestand’ heeft vooral een bureaucratische klasse versterkt die gericht is op het controleren van consumptie en het belasten van een bepaalde levensstijl. Het veranderde niets aan de fysica van de atmosfeer en evenmin aan de wensen van mensen, die afhankelijk zijn van betaalbare energie om te kunnen leven.
Dit commentaar verscheen oorspronkelijk op 16 januari bij American Thinker. Clintel heeft tussenkoppen toegevoegd voor de leesbaarheid.
(Vertaald voor Clintel Foundation door Tom van Leeuwen.)

Vijay Jayaraj
Vijay Jayaraj is wetenschappelijk onderzoeker bij de CO₂ Coalition in Fairfax, Virginia. Hij behaalde een master in milieuwetenschappen aan de University of East Anglia en een postdoctorale opleiding energiemanagement aan de Robert Gordon University in het Verenigd Koninkrijk, en een bachelor in engineering aan Anna University in India. Daarnaast werkte hij als onderzoeksmedewerker bij de Changing Oceans Research Unit van de University of British Columbia in Canada.
meer nieuws
COP30: het Akkoord van Parijs is dood, Net Zero 2050 is stervende en COP31 is irrelevant
De Braziliaanse president Lula roept op tot ‘klimaatwaarheid’ tijdens COP30. Maar de feiten vertellen een ander verhaal dan Lula.
Balsahout voor windturbinebladen massaal illegaal gekapt in het Amazonewoud
In zijn nieuwste artikel onthult journalist Chris Morrison dat meer dan de helft van het balsahout dat wordt gebruikt in windturbinebladen, illegaal wordt gekapt in het Amazonewoud.
Marcel Crok: ‘Klimaattop gaat alleen nog over geld’
Tijdens de klimaattop in Belém bekritiseert Marcel Crok de mondiale klimaatpolitiek, die volgens hem allang niet meer om het klimaat maar om geld draait.






