CO2-verwijdering: nutteloos, duur en milieu-onvriendelijk

Zelfs als de wereld jaarlijks 1 miljard ton CO2 effectief zou kunnen opvangen en permanent verwijderen, zouden de gevolgen voor de temperatuur nauwelijks meetbaar zijn. En de economische en ecologische kosten zijn zeer groot. Lars Schernikau zet de ontluisterende feiten op een rij.

Dr. Lars Schernikau
Datum: 6 januari 2026

DEEL:

INHOUD

CO-verwijdering (Carbon Dioxide Removal, CDR), of ‘koolstof’-afvang, -gebruik en -opslag (Carbon Capture Utilization & Storage, CCUS), wordt op grote schaal gepromoot als een cruciaal instrument om de klimaatdoelstellingen te halen. In de meeste ‘netto-nul’-trajecten wordt ervan uitgegaan dat grote hoeveelheden CO2 in de toekomst zullen worden verwijderd om de emissie te compenseren die niet kan worden geëlimineerd.

In deze blog onderzoek ik of CDR, CCS, CCU of Direct Air Capture (DAC) in de praktijk daadwerkelijk zinvolle ‘klimaatvoordelen’ opleveren. Aan de hand van gepubliceerde gegevens van het IEA, het IPCC, BCG en peer-reviewed literatuur illustreer ik dat CCUS zeer weinig CO₂ verwijdert, grote hoeveelheden energie en kapitaal vereist en geen meetbare ‘klimaatimpact’ op schaal oplevert.

Voordat u mijn uitspraak afdoet als onzin, gelieve eerst even naar mij te luisteren… samen zullen we bekijken wat al deze termen betekenen, wat het doel/de doelstellingen lijken te zijn, en dan komen we terug op mijn ogenschijnlijk ‘harde’ uitspraak hierboven.

1. Koolstofdioxide verwijderen, waarom?

In zijn Samenvatting voor Beleidsmakers (SPM) heeft het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) duidelijk gemaakt dat ‘netto-nul’-emissies ‘zo snel mogelijk’ moeten worden gerealiseerd om de gevolgen van de stijgende mondiale temperatuur te beperken. In tegenstelling tot emissie-reducerende ‘klimaatoplossingen’, die de hoeveelheid CO₂ die in de atmosfeer terechtkomt beperken, wordt CO₂-verwijdering (CDR) door het IPCC gedefinieerd als ‘activiteiten waarbij CO₂ uit de atmosfeer wordt verwijderd en duurzaam wordt opgeslagen in geologische of oceanische reservoirs, in reservoirs aan het aardoppervlak, of in producten’. [1]

CCS – ‘Carbon’ Capture and Storage (koolstofafvang en -opslag) is een misleidende term en zou nauwkeuriger kunnen worden omschreven als CO₂-afvang en -opslag, aangezien hetgeen wordt afgevangen, kooldioxide (CO₂) is.

Koolstof zelf is een vast element en een fundamenteel onderdeel van al het leven op aarde, waaronder ongeveer 25% van ons lichaam, waardoor het idee van ‘koolstofafvang’ wetenschappelijk onjuist is. Aangezien de bedoelde betekenis echter algemeen wordt begrepen, wordt de term CCS algemeen aanvaard.

Om die reden geef ik de voorkeur aan de term CDR – Carbon Dioxide Removal boven CCS, omdat deze het doel nauwkeuriger beschrijft. Direct Air Capture (DAC) verwijst naar technologie die tot doel heeft CO₂ rechtstreeks uit de lucht te verwijderen en permanent ondergronds op te slaan. BCG en McKinsey en vele anderen hebben volledige rapporten over CDR geschreven [1,2].

Opmerking: Interessant genoeg is de bron van koolstof in ons lichaam voor vrijwel 100% afkomstig van CO₂ uit de atmosfeer. In de praktijk is bijna alle koolstof in levende organismen afkomstig van CO₂ uit de atmosfeer. CO₂ ondersteunt al het plantenleven op aarde, dat op zijn beurt weer voedsel levert voor dieren en mensen. Een deel van de CO₂ die mensen ‘afvangen’ wordt opgeslagen in ons lichaam, terwijl een groter deel weer wordt uitgeademd als CO₂, in een concentratie van ongeveer 4% (het atmosferische gemiddelde is ongeveer 0,04%).

Feit 1: De koolstof in uw lichaam is afkomstig van CO₂. Deze CO₂ is een fundamentele bouwsteen van al het leven op aarde, en op zichzelf geen vervuilende stof. Dit is geen kwestie van geloof, maar van elementaire biochemie.

CO₂, leven en het broeikaseffect: CO₂ is een sporengas, dat momenteel met ongeveer 420 deeltjes per miljoen in de atmosfeer voorkomt. Het is ook de belangrijkste bron van koolstof voor alle levende organismen. De koolstof in planten, dieren en menselijke lichamen is bijna volledig afkomstig van CO₂ uit de atmosfeer.

CO₂ is een broeikasgas, maar geen dominant broeikasgas. Waterdamp en wolken zijn verantwoordelijk voor meer dan 90% van het broeikaseffect. De opwarmende invloed van CO₂ neemt logaritmisch af, wat betekent dat elke extra ton een kleiner effect heeft dan de vorige. Een voortdurende toename van de veranderingen in de CO₂-concentratie vertaalt zich daarom in steeds kleinere temperatuurveranderingen (WMO, [3]).

Ik ben van mening dat onze huidige kennis en rekenmethoden bij lange na niet voldoende zijn om betrouwbare voorspellingen te doen over het klimaatsysteem. Of verhoogde CO₂-niveaus uiteindelijk schadelijk of juist gunstig zijn voor het leven op aarde, is een andere vraag. Mijn blog gaat niet in op het causale verband tussen CO₂ in de atmosfeer en deze effecten. Voor die discussie verwijs ik lezers doorgaans naar het boek Unsettled (NL: Onbeslist) van prof. Koonin en de publicaties van prof. Pielke.

Onze samenleving, die grotendeels wordt gedreven door regelgeving, streeft ernaar CO₂ te verwijderen om de concentraties in de atmosfeer meetbaar te verminderen, met als doel de temperaturen te verlagen of de toekomstige opwarming te beperken, en daarmee hoopt men extreme weersomstandigheden en zeespiegelstijging in de toekomst te verminderen.

Ter referentie: er zit ongeveer 100.000 keer meer koolstof per volume-eenheid in zeewater dan in lucht. Oceanen zijn een natuurlijke opslagplaats voor CO₂ wanneer de concentraties in de atmosfeer om welke reden dan ook stijgen. Meer dan 50% van de door de mens uitgestoten CO₂ wordt door de natuur opgenomen, waarschijnlijk bijna 30% door de oceanen alleen.

Feit 2: CO₂ is een sporengas dat als een minder belangrijk broeikasgas fungeert, met een afnemende invloed op de temperaturen.

Het idee van CO₂-verwijdering bestaat omdat ‘netto nul’ dit vereist. Emissiereductie alleen volstaat niet om de gestelde doelen te halen, dus wordt uitgegaan van grote hoeveelheden CO₂-verwijdering in de toekomst. Om deze reden blijft directe afvang uit de lucht (DAC) investeringen aantrekken, ondanks de beperkte praktische waarde ervan.

  • Het IPCC voorspelt dat er tegen 2050 jaarlijks tussen de 6 en 10 miljard ton CO₂ (GtCO₂) moet worden verwijderd [1] om de doelstellingen van het Akkoord van Parijs te halen.
  • Het IEA (International Energy Agency) voorspelt in zijn netto-nul-traject dat tegen 2050 6 miljard ton CO₂ moet worden verwijderd [4]. Ter informatie: het ‘netto-nul’-traject van het IEA, of wie dan ook, is in werkelijkheid geen netto-nul, omdat CH4 nooit netto-nul zal bereiken en daar ook niet op is gemodelleerd.
  • BCG schat in een tweede scenario dat tegen 2035, 1 miljard ton CO₂ moet worden afgevangen en permanent verwijderd [2].
  • McKinsey schat dat er tot 2050 6 tot 16 biljoen dollar moet worden geïnvesteerd in CO₂-verwijdering (0,5 tot 2 biljoen dollar tot 2030).

Figuur 1: Uit Schernikau’s research en analyse, schattingen als voorbeeld

2. Hoe vangen we CO₂ af en wat zijn de risico’s van opslag? Nuttige energie versus geïnvesteerde energie

Volgens de eerste volledige registratie van wereldwijde ondergrondse CO₂-opslag [5] is er sinds 1996, in bijna 30 jaar tijd, wereldwijd minder dan 400 miljoen ton CO₂ afgevangen en ondergronds geïnjecteerd.

Een aanzienlijk deel van deze CO₂ werd gebruikt voor enhanced oil recovery (EOR) in plaats van permanente opslag. Zelfs bij opslagprojecten blijft niet alle geïnjecteerde CO₂ ondergronds.

Realistisch gezien ligt de cumulatieve netto-verwijdering waarschijnlijk dichter bij 100-200 miljoen ton, bereikt tegen een kostprijs van tientallen miljarden dollars (de totale uitgaven voor deze ‘prestatie’ worden geschat op ergens tussen de 60 en 120 miljard USD). Het is duidelijk dat niet alle CO₂ uit de atmosfeer is verwijderd, waardoor de ‘klimaatimpact’ aanzienlijk lager was dan verwacht.

De wereldwijd operationele CCS-capaciteit bedraagt heden (2025) ongeveer 50 miljoen ton per jaar, een verwaarloosbaar deel van de jaarlijkse wereldwijde uitstoot van ~70 miljard ton CO₂-equivalent in 2025 (inclusief CH4, uitgaande van een GWP20).

Klimaatmodellen en ‘netto-nul’-trajecten gaan uit van een verwijdering van miljarden tonnen CO₂ binnen een decennium, terwijl de daadwerkelijke CCS-toepassing na 30 jaar inspanningen op een schaal van miljoenen tonnen opereert. Deze kloof is geen kwestie van beleidsambitie, maar van fysica, energie en materiële beperkingen.

Het afvangen van CO₂ is slechts de eerste stap in elke poging tot ‘permanente verwijdering van kooldioxide’. In de praktijk richt CO₂-afvang zich op bronnen waar de CO₂-concentraties al relatief hoog zijn, voornamelijk thermische elektriciteitscentrales. Typische concentraties zijn:

  • Kolencentrales (conventionele verbranding): ~12–15% CO₂ in het rookgas
  • Integrated Gasification Combined Cycle (IGCC)-centrales (zonder CCS): ~6–8% CO₂ in de uitlaatgassen
    • Kolen worden vergast, niet verbrand
    • De CO₂-concentraties vóór verbranding bereiken ~30-40%, wat ideaal zou zijn voor afvang
    • Als CO₂ niet vóór verbranding wordt afgevangen, gaat deze hoge concentratie verloren door verdunning
    • Gasgestookte elektriciteitscentrales: ~3-5% CO₂ in de uitlaatgassen, ondanks een hogere totale brandstofefficiëntie
  • Direct Air Capture (DAC), ter vergelijking: ~0,04% CO₂ in de omgevingslucht

Feit 3: Voor een moderne kolengestookte elektriciteitscentrale met ~90% CCS is de totale primaire energiebehoefte per geleverde MWh doorgaans ~40% hoger dan zonder CCS (zie bijlage 1).
Dit omvat extra steenkoolverbruik, afvang en compressie, meer mijnbouw, verwerking en transport van de extra steenkool, en CO₂-transport en -injectie voor opslag, ervan uitgaande dat alle CO₂ permanent wordt verwijderd, wat in de praktijk niet het geval is.

CCS maakt energiesystemen niet schoner, maar groter, complexer en minder efficiënt.

Feit 4: De ‘energiekosten van CCS’ voor een kolengestookte elektriciteitscentrale bedragen ongeveer 1 MWh per 1 ton CO₂ (zie bijlage 1).
Gezien de brandstofmultiplicator voor gasgestookte elektriciteitscentrales met CCS, hebben we het over ongeveer 25% minder, omdat gasgestookte elektriciteitscentrales doorgaans brandstofzuiniger zijn, ondanks de lagere CO₂-concentratie in de uitlaatgassen.

Volgens het Internationaal Energieagentschap plant Duitsland een CCS-capaciteit van ongeveer 2 miljoen ton CO₂ per jaar. Op deze schaal is de klimaatbijdrage ‘verwaarloosbaar’, wat de grote kloof tussen beleidsambitie en realiteit illustreert. [6]

Als we kijken naar de suboptimale resultaten van het vlaggenschip-project van Australië op het gebied van CCS (zie details over Gorgon in de bijlage hieronder) en de klimaatneutrale ambities van Duitsland, zien we dat CCS tot nu toe noch betrouwbaarheid op grote schaal, noch een betekenisvolle impact oplevert wanneer het wordt toegepast.

Geologische opslag brengt ook risico’s met zich mee. Een andere belangrijke uitdaging bij koolstofafvang en -opslag (CCS) is het langetermijnbeheer van kooldioxide na afvang. De meest voorgestelde oplossing is geologische opslag, waarbij CO₂ ondergronds wordt geïnjecteerd in uitgeputte olie- en gasreservoirs (indien beschikbaar in de buurt van de afvanglocatie) of in diepe zoute aquifers. Een van de meest prominente voorbeelden van het laatste is het CO₂-injectiesysteem dat is ontwikkeld als onderdeel van het Gorgon LNG-project in West-Australië, geëxploiteerd door een joint venture onder leiding van Chevron (met Shell en ExxonMobil als partners).

Het Gorgon-gasveld voor de kust van West-Australië werd goedgekeurd op voorwaarde dat het CCS-project 80 procent van de uitgestoten CO₂, oftewel 4 miljoen ton per jaar, kon en zou afvangen. Wat in het boekjaar 2024 daadwerkelijk werd bereikt, was slechts 1,6 miljoen ton CO₂-equivalent [7].

Een andere overweging voor elk project voor ondergrondse CO₂-opslag, is onbedoelde CO₂-uitstoot. Koolstofdioxide is een verstikkend gas en kan zich, omdat het zwaarder is dan lucht, onder bepaalde omstandigheden, vooral in besloten of laaggelegen gebieden, ophopen in de buurt van het maaiveld. Bij voldoende hoge concentraties (5% en meer, vergeleken met 0,04% CO₂-concentratie in de omgeving) kan CO₂ snel bewustzijnsverlies en de dood veroorzaken [8].

Een natuurlijke uitstoot van CO₂ uit een vulkanisch kratermeer leidde in 1986 tot de verstikkingsdood van ongeveer 1700 mensen en duizenden dieren. Zie bijlage 1 voor meer details.

In ons eigen peer-reviewed onderzoek Schernikau/Smith 2022 (‘Climate Impacts’ of Fossil Fuels in Today’s Energy Systems) komen we tot de conclusie dat aardgas vanwege de CO₂- en CH₄-uitstoot van gas niet ‘beter voor het klimaat’ is dan steenkool. Zie bijlage 1 voor meer details en aanvullende bronnen.

Figuur 2: Net-Zero-trajecten gaan uit van meer CO₂-verwijdering. Uit: IEA Net Zero Roadmap: A Global Pathway to Keep the 1.5 °C Goal in Reach – 2023 Update, p132 [4]

3. CO₂ gebruiken, en wat maken we daar dan mee?

CCU verwijst naar CO₂-afvang en -gebruik. Houd er rekening mee dat het gebruik van CO₂ voor de productie van brandstoffen of chemicaliën, deze niet uit de atmosfeer verwijdert. Het betekent dat er extra energie wordt verbruikt om andere producten te maken van CO₂, meestal brandstoffen, die later dezelfde hoeveelheid CO₂ of meer uitstoten.

Zoals bij alle processen is het afvangen van CO₂ en het gebruik van de koolstof die het bevat om nieuwe producten te maken, alleen zinvol als het zowel economisch als energetisch haalbaar is. Dr. Bodo Wolf, een goede vriend van mij, schreef in 2005 een beroemd boek met de titel Öl aus Sonne – Die Brennstoffformel der Erde ofwel Olie uit de zon, de brandstofformule van de aarde. Wolf, een expert op het gebied van vergassing, ondernemer en uitvinder, beschreef de logica van het hergebruik van het element koolstof voor de brandstofvoorziening van onze wereld.

CO₂ bevindt zich al in de laagste chemische energietoestand, als volledig geoxideerde koolstof. Elke poging om CO₂ te ‘gebruiken’ vereist daarom de toevoeging van energie, meestal in grote hoeveelheden.

  • Bij het ‘omzetten’ van CO₂ in koolwaterstoffen of ‘e-brandstoffen’ (methanol, synthetische diesel/jetbrandstof) is veel waterstof nodig, meestal afkomstig van elektrolyse. Waterstof domineert zowel de energiekosten als de monetaire kosten in deze routes.
  • Voor producten zoals ureum of sommige carbonaten wordt CO₂ gebruikt als grondstof en kunnen de ‘energiekosten’ lager zijn.

Het industriële gebruik van CO₂ kan worden onderverdeeld in drie hoofdcategorieën:

  • CCS of CDR om CO₂ ondergronds op te slaan of voor verbeterde oliewinning (EOR)
  • koolstofafvang en -gebruik voor niet-energieproducten (CCU4NE)
  • en voor energieproducten (CCU4E), zoals weergegeven in onderstaande grafiek

Feit 5: Het gebruik van CO₂ voor de productie van brandstoffen vormt een extra ‘energy sink’, die energie-intensiever is dan CO₂-afvang en -opslag (CCS).

Figuur 3: Bron Do et al 2022 [9]

Figuur 4: Bron: Carbon Industrial Usage – Enhanced Oil Recovery (EOR) [10]

Feit 6: De productie van brandstoffen uit CO₂ met behulp van waterstof, brengt totale energiekosten op systeemniveau met zich mee van 8-10+ MWh per ton CO₂, en de CO₂ komt uiteindelijk toch nog in de atmosfeer terecht. De ‘energiekosten’ voor de productie en raffinage van olie zijn aanzienlijk lager.

Enhanced Oil Recovery (EOR) is momenteel het meest voorkomende gebruik van afgevangen CO₂. Het is economisch aantrekkelijk en energiepositief omdat het olie produceert, maar het ‘klimaatvoordeel’ ervan is twijfelachtig.

EOR is een reeks technieken die wordt gebruikt om olie te winnen die niet met normale primaire of secundaire methoden kan worden geproduceerd. Nadat een natuurlijk oliereservoir (druk en waterinjectie) is uitgeput, kan EOR de totale oliewinning aanzienlijk verhogen. EOR is meestal economisch aantrekkelijk in rijpe olievelden

  • Primaire winning levert ~10% van de olie op
  • Secundaire winning (water- of gasinjectie) verhoogt dit tot 20-40%
  • EOR kan de winning verhogen tot 30-60%+.

CO₂-EOR is wereldwijd de meest gebruikte methode. CO₂ mengt zich met olie, waardoor deze gemakkelijker stroomt. EOR kan CO₂ ondergronds opslaan en tegelijkertijd meer olie produceren. Maar het ‘klimaatvoordeel’ is omstreden omdat EOR-activiteiten energie-intensief zijn en de geproduceerde olie later wordt verbrand [11].

Feit 7: Enhanced Oil Recovery is de meest voorkomende toepassing van CO₂, met twijfelachtige ‘klimaatvoordelen’, als die er al zijn. Het is echter economisch zinvol en energiepositief omdat het olie produceert die anders niet winbaar zou zijn.

4. Directe afvang uit de lucht, welke logica?

Feit 8: DAC (directe verwijdering uit de lucht) neemt het tegelijkertijd op tegen de natuurkunde, schaalgrootte en tijd – en verliest deze strijd tegen alle drie. De energiekosten van DAC bedragen ~2-4 MWh/ton CO₂.

Direct Air Capture (DAC) kampt met een fundamenteel probleem: verdunning. CO₂ in de atmosfeer maakt slechts ongeveer 0,04% van de lucht uit, wat betekent dat DAC-systemen enorme hoeveelheden lucht moeten verwerken om zeer kleine hoeveelheden CO₂ af te vangen. Als u dacht dat het afvangen en opslaan van koolstof al duur was: het direct afvangen en opslaan van koolstof uit de lucht is nog veel duurder.

Het scheiden van een stof in zulke lage concentraties is inherent energie-intensief. Het grootste deel van de energie in DAC wordt besteed aan het verplaatsen van lucht, niet aan het afvangen van CO₂. Terwijl het afvangen van CO₂ uit de uitlaatgassen van energiecentrales al kostbaar is bij veel hogere concentraties, wordt dit bij omgevingslucht nog vele malen moeilijker.

Als je ervan uitgaat dat de energiekosten slechts ~2-4 MWh/ton CO₂ bedragen, dan zou 1 miljard ton CO₂-‘verwijdering’ per jaar met behulp van DAC 2.000 tot 4.000 TWh per jaar bedragen (8-15% van het wereldwijde elektriciteitsverbruik).

DAC is dus technisch mogelijk, maar praktisch niet schaalbaar. Het bestaat voornamelijk als een modelaanname die ‘netto-nul’-scenario’s wiskundig mogelijk maakt, niet als een realistisch pad voor grootschalige CO₂-verwijdering.

Oh, er is nog een ‘klein punt’ om rekening mee te houden: de atmosfeer en het oppervlaktewater zijn in dynamisch evenwicht, wat betekent dat als we CO₂ uit de atmosfeer zouden verwijderen, er CO₂ uit het oppervlaktewater zou vrijkomen en terug in de atmosfeer zou terechtkomen. Overigens komt slechts ongeveer 45% van de uitgestoten CO₂ ‘in de lucht’ terecht; de rest wordt opgenomen door de natuur, onze oceanen en de biosfeer. [12,13]

Als algemene technologie tegen klimaatverandering met een praktische en significante impact op grote schaal, is DAC volstrekt onhaalbaar.” (Prof. Rasmussen, Cambridge, [13 ])

5. De ‘klimaatimpact’ van CO₂-verwijdering

Laten we, zoals eerder besproken, even aannemen dat sinds 1996 wereldwijd cumulatief 200 miljoen ton CO₂ is verwijderd met behulp van CCS… wat was daarvan de ‘klimaatimpact’?

De onpopulaire waarheid: zelfs als alle CCS tot nu toe 200 miljoen ton CO₂ permanent had verwijderd, zou de klimaatimpact in feite nul zijn.

Het IPCC biedt een vereenvoudigde MAGICC online calculator aan, waar u de ‘vermeden’ CO₂-uitstoot in tonnen kunt invoeren en de impact op de temperaturen over 75 jaar, in 2100, kunt zien. Zie bijlage 2 voor meer details over MAGICC van het IPCC.

Feit 9: Ervan uitgaande dat CCUS in de afgelopen 30 jaar ongeveer 200 miljoen ton CO₂ (die nooit weer is opgedoken) uit de atmosfeer heeft verwijderd, dan is volgens MAGICC van het IPCC, de temperatuur in 2100 met ≈ 0,0001 °C gedaald.
Laten we dit afronden op nul, aangezien het niet meetbaar is en geen enkele invloed heeft op extreme weersomstandigheden of zeespiegelstijging.

De geschatte temperatuurimpact van alle historische CO₂-verwijdering is afgerond op nul: deze is niet meetbaar en heeft geen effect op extreme weersomstandigheden of zeespiegelstijging.

Als vuistregel, volgens het MAGICC-model van het IPCC, zou 1 miljard ton permanente CO₂-verwijdering per jaar gedurende 75 jaar en het gebruik van 8-15% van de wereldwijde elektriciteit daarvoor, slechts ≈0,035 °C minder opwarming in 2100 opleveren, wat nog steeds onder de detecteerbaarheid ligt.

  • Volgens het AR6-model van het IPCC komt dit overeen met ongeveer 7 mm minder zeespiegelstijging in 2100, wat ook niet meetbaar is.
  • Ter vergelijking: het IPCC voorspelt dat in 2100 de gemiddelde zeespiegel wereldwijd ongeveer 10 cm lager zal zijn bij een opwarming van 1,5 °C dan bij een opwarming van 2 °C, met een grote onzekerheidsmarge van 4-16 cm; deze voorspellingen blijven omstreden.

6. Samenvatting

Laten we de feiten eens op een rijtje zetten…

Feit 1: De koolstof in uw lichaam was ooit CO₂. CO₂ is een fundamentele bouwsteen van al het leven op aarde en op zichzelf geen vervuilende stof. Dit is geen kwestie van geloof, maar van elementaire biochemie.

Feit 2: CO₂ is een sporengas dat als een minder belangrijk broeikasgas fungeert, met een geleidelijk afnemende invloed op de temperatuur.

Feit 3: Voor een moderne kolengestookte elektriciteitscentrale met ~90% CCS is de totale primaire energiebehoefte per geleverde MWh doorgaans ~40% hoger dan zonder CCS.

Feit 4: De ‘energiekosten van CCS’ voor een kolengestookte elektriciteitscentrale bedragen ongeveer 1 MWh per 1 ton CO₂.

Feit 5: Het gebruik van CO₂ voor de productie van brandstoffen vertegenwoordigt een extra energieverlies, dat energie-intensiever is dan CCS.

Feit 6: De productie van brandstoffen uit CO₂ met behulp van waterstof brengt totale energiekosten op systeemniveau met zich mee van ongeveer 8-10+ MWh per ton CO₂, en de CO₂ komt uiteindelijk toch nog steeds in de atmosfeer terecht.

Feit 7: Enhanced Oil Recovery is de meest voorkomende toepassing van CO₂, met twijfelachtige ‘klimaatvoordelen’, als die er al zijn. Het is economisch zinvol en energiepositief omdat het olie produceert.

Feit 8: DAC neemt het tegelijkertijd op tegen de natuurkunde, schaalgrootte en tijd – en verliest deze strijd tegen alle drie. De energiekosten van DAC bedragen ~2-4 MWh/ton CO₂.

Feit 9: Wereldwijde CCUS heeft de afgelopen 30 jaar ongeveer 200 miljoen ton CO₂ uit de atmosfeer verwijderd (die nooit weer is opgedoken) en volgens MAGICC van het IPCC de temperaturen in 2100 met ≈ 0,0001 °C verlaagd.

Naar mijn bescheiden mening (en gezien bovenstaande feiten) elimineert koolstofdioxide-verwijdering (CDR) de relevante emissies niet en is het gemiddeld en op grote schaal een economische verspilling die milieuproblemen veroorzaakt in plaats van ze op te lossen. Het verplaatst alleen emissies uit de atmosfeer naar kunstmatige geologische systemen die eeuwen of millennia stabiel moeten blijven. Dit creëert een langdurige verplichting die voortdurende monitoring, regulering en institutionele stabiliteit vereist die veel verder gaat dan de gebruikelijke levensduur van infrastructuur. Falen hoeft niet vaak voor te komen om gevolgen te hebben.

CO₂-verwijdering is alleen mogelijk door de netto-energie- en grondstoffenefficiëntie van onze bestaande energiesystemen drastisch te verminderen, wat in strijd is met het doel van milieubescherming. Het geval van steenkool, waarbij CCS resulteert in een ongeveer 40 % hoger steenkoolverbruik voor dezelfde elektriciteitsproductie, is een goede illustratie hiervan. Met de toename van het brandstofverbruik, de mijnbouwactiviteiten, het waterverbruik en de infrastructuur-footprint, is de grondstofintensiteit van CO₂-verwijdering in tegenspraak met het doel om de druk op het milieu te verminderen. Zelfs als CO₂ het enige probleem zou zijn, verslechtert CDR andere milieuaspecten.

Zelfs als de wereld jaarlijks 1 miljard ton effectief zou kunnen afvangen en permanent verwijderen, zijn de temperatuurgevolgen nauwelijks meetbaar. De economische en milieukosten zijn groot, zeer groot… De honderden miljarden die aan CDR worden uitgegeven, zouden in plaats daarvan kunnen worden gebruikt voor het verbeteren van technologie, het leveren van betrouwbare, betaalbare infrastructuur, het installeren van de nieuwste filtertechnologie, het verbeteren van de netto-energie- en grondstoffenefficiëntie, of het ondersteunen van onderwijs, armoedebestrijding en gezondheid. We hebben oplossingen nodig die onmiddellijke en meetbare maatschappelijke voordelen opleveren.

Voor meer details verwijzen wij u naar ons boek: The Unpopular Truth… about Electricity and the Future of Energy

Bijlages 1 & 2

Bijlage 1: Over CO2-afvang in elektriciteitscentrales

Het afvangen en comprimeren van CO₂ als onderdeel van koolstofdioxideverwijdering (CDR) is zeer energie-intensief. Zelfs voordat transport, opslag of gebruik in aanmerking worden genomen, zijn er verschillende nadelen op systeemniveau:

  • Post-combustion CCS in een moderne kolencentrale
    • Vermindert de netto-efficiëntie van de centrale met ongeveer 25-30% op systeemniveau
    • Deze vermindering heeft alleen betrekking op afvang en compressie, exclusief transport, opslag of gebruik
  • Verlies aan brandstofefficiëntie op systeemniveau
    • Een vermindering van de netto-efficiëntie van 2% tot 31,4% komt overeen met een stijging van ~38% in het brandstofverbruik per geleverde MWh, US Department of Energy NETL [15]
    • Dit betekent dat er aanzienlijk meer steenkool moet worden verbrand om dezelfde hoeveelheid elektriciteit te produceren
  • Upstream brandstof-inefficiëntie
    • De extra ~38% steenkool moet worden gewonnen, vervoerd en verwerkt
    • Deze upstream-activiteiten voegen waarschijnlijk nog eens ~1% aan primaire energiekosten toe
  • CO₂-transport en -opslag
    • Het comprimeren, transporteren en injecteren van CO₂ onder de grond vereist ook energie
    • Hoewel dit in vergelijking met afvang en compressie gering is, voegt dit waarschijnlijk nog eens ~1% efficiëntieverlies toe

Openbare rapportages wijzen op aanhoudende ondermaatse prestaties bij Gorgon, in overeenstemming met verlies van injectivity. De joint venture heeft gemeld dat er ‘zand’ uit drukontlastings-boorgaten komt, zonder te verduidelijken of dit materiaal silica of carbonaat is. Beide uitkomsten wijzen op geochemische degradatie van de opslagformatie en illustreren een fundamenteel risico van CO₂-opslag in zoute aquifers: het opslagmedium zelf kan worden beschadigd door de geïnjecteerde CO₂.

Er zijn blijkbaar slechts twee succesverhalen, in Noorwegen, van 13 CCS-projecten die wereldwijd zijn beoordeeld [7].

De ramp bij het Nyos-meer in Kameroen (1986) illustreert het gedrag en de dodelijkheid van grote CO₂-uitstoot: een plotselinge natuurlijke uitstoot van CO₂ uit een vulkanisch kratermeer leidde tot de verstikking van ongeveer 1700 mensen en duizenden dieren toen de dichte gaswolk naar beneden stroomde en zuurstof verdrong. Het biedt een relevante fysieke analogie voor CO₂-verspreiding en -gevaar in worstcase-scenario’s voor uitstoot.

Bij de productie van LNG wordt CO₂ doorgaans uit ruw aardgas verwijderd om liquefactie (vloeibaar maken) en transport mogelijk te maken. Het CO₂-gehalte van aardgas varieert sterk per veld en kan in soms hoog zijn. Technische literatuur geeft aan dat in veel basisontwerpen voor LNG de verwijderde CO₂ kan worden afgevoerd, tenzij er opvang en opslag wordt toegevoegd, hoewel uitgebreide wereldwijde openbaarmaking beperkt is. De afgevoerde upstream CO₂ van LNG wordt niet in aanmerking genomen wanneer het op basis van alleen verbranding als relatief ‘schoon’ op de markt wordt gebracht. In ons eigen peer-reviewed onderzoek Schernikau/Smith 2022 ‘Climate Impacts’ of Fossil Fuels in Today’s Energy Systems komen we tot de conclusie dat aardgas, vanwege de CO2- en CH4-uitstoot, niet ‘beter voor het klimaat’ is dan steenkool. 

Bijlage 2

Het IPCC biedt een vereenvoudigde MAGICC-online calculator aan:

  • MAGICC = Model for the Assessment of Greenhouse-gas Induced Climate Change.
  • Het is een klimaatmodel met verminderde complexiteit, geen algemeen circulatiemodel (GCM). Het wordt veel gebruikt door het IPCC, geïntegreerde beoordelingsmodellen (IAM’s) en beleidsmakers omdat het snel, transparant en te tunen is, niet omdat het wolken of oceanen in detail weergeeft.
  • Dit veronderstelt natuurlijk dat de klimaatmodellen en scenario’s die voor de berekeningen worden gebruikt, correct zijn, wat inmiddels op grote schaal ernstig in twijfel wordt getrokken.
  • MAGICC gaat ervan uit dat het klimaatsysteem zich ongeveer gedraagt als het gemiddelde van CMIP5-modellen, wat een zeer bevooroordeelde aanname is… Maar laten we voor dit voorbeeld aannemen dat MAGICC correct is, zie magicc.org.

Noten en bronnen

[1] Carbon Removals: How to Scale a New Gigaton Industry | McKinsey. 2023. (link)

[2] BCG: Boosting Demand for Carbon Dioxide Removal. 2024. (link)

[3] WMO 2021, World Meterological Organization, Greenhouse gases, (link).

[4] IEA Net Zero Roadmap: A Global Pathway to Keep the 1.5 °C Goal in Reach – 2023 Update. 2023. (link)

[4a] IEA, Carbon Capture and Storage: What Can We Learn from the Project Track Record? 2024. (link) p6

[5] News, Norwegian SciTech. First Complete Record of Global Underground CO₂ Storage. Norwegian SciTech News, November 2025. (link)

[6] IEA: Germany 2025 – Analysis. 2025. (link) p.24

[7] RenewEconomy. Gorgon AUS: Expensive Failure: Flagship Gorgon CCS Collects Less CO₂ in Worst Year. December 2024. (link)

[8] Sources on danger of high concentration CO₂

  • NIOSH — IDLH documentation for CO₂ (link)
  • OSHA — exposure limits and technical method (link)
  • Health and Safety Executive — CO₂ hazard guidance (link)
  • Medical review: Permentier et al. (2017), hypercapnia effects (link)

[9] Do, Thai Ngan, Chanhee You, and Jiyong Kim. Do et al 2022: A CO₂ Utilization Framework for Liquid Fuels and Chemical Production: Techno-Economic and Environmental Analysis. Energy & Environmental Science 15, no. 1 (2022): 169–84. (link)

[10] Carbon Industrial Usage – Enhanced Oil Recovery EOR (link)

[11] Wikipedia on Enhanced Oil Recovery, EOR (link)

[12] Why Scaling Direct Air Capture Is Practically Impossible | LinkedIn. September 2025. (link)

[13] Prof Rasmussen, University of Cambridge, Why Scaling Direct Air Capture Is Practically Impossible | LinkedIn. September 2025. (link)

[14] BCG: Shifting the Direct Air Capture Paradigm. BCG Global, June 2023. (link)

[15] According to US DOE NETL Cost and Performance Baseline for Fossil Energy Plants, Rev.5 (2023), adding 90% post-combustion CCS to an ultra-supercritical coal unit reduces net efficiency from 43.2% to 31.4% (LHV), implying roughly 35–40% higher fuel consumption per net MWh delivered (Table ES-1; Tables 3-14 and 3-22).

Dit artikel verscheen eerder op de website The Unpopular Truth van Lars Schernikau.

Lars Schernikau

Lars Schernikau, PhD, heeft meer dan twintig jaar ervaring in de wereldwijde energie- en grondstoffenindustrie. Hij begon zijn carrière bij de Boston Consulting Group in de VS en Duitsland, waar hij van 1997 tot 2003 diepgaande expertise opdeed in de internationale kolen-, erts- en staalmarkten. Hij heeft ook drie jaar lang een windmolenpark in Duitsland beheerd, waardoor hij uit eerste hand ervaring heeft opgedaan met de exploitatie van hernieuwbare energie.

Als medeoprichter, aandeelhouder en voormalig lid van de raad van commissarissen van HMS Bergbau AG en IchorCoal NV – internationale grondstoffenmarketing- en mijnbouwbedrijven – is Lars uitgegroeid tot een erkende autoriteit op het gebied van de mondiale energie-economie. Hij is een veelgevraagd keynote speaker op energie- en grondstoffenforums over de hele wereld en adviseert overheden, banken, onderwijsinstellingen en bedrijven over macro-economie, markten en energiebeleid.

Lars is auteur van verschillende boeken, waaronder The Unpopular Truth… About Electricity and the Future of Energy, waarin hij de economische realiteit van de transitie van olie, kolen en gas naar wind, zon, opslag en waterstof onderzoekt. Hij heeft ook uitgebreid geschreven over cokeskolen en thermische kolen, waarmee hij datagestuurde inzichten heeft bijgedragen aan het wereldwijde energiedebat.

DEEL DIT ARTIKEL:

Climate Intelligence Clintel

meer nieuws

By |2026-01-07T15:53:01+01:006 januari 2026|Reacties uitgeschakeld voor CO2-verwijdering: nutteloos, duur en milieu-onvriendelijk
Go to Top