De macht van het goede verhaal

Het aardbevingsdossier in Groningen is volledig ontspoord, bleek onlangs uit een artikel van Jesse Frederik in De Correspondent. Een verhaal over de rol van emoties, media, politiek en wetenschap, met lessen voor het klimaatdebat.

De macht van het goede verhaal

De Correspondent: “Veel claims over bevingsschade in Groningen die is te vergelijken met de eenmalige passage van een goederentrein.” Bron: Shutterstock

Peter Baeten
16 mei 2026

DEEL:

De aardbevingen in het Groninger gaswinningsgebied golden heel lang als een vervelende, maar lichte vorm van overlast. Maar na de beving bij Huizinge in 2012 sloeg dit sentiment, uiteindelijk, volledig om. Het verhaal van Groningen werd: een inhalige en onwillige overheid veronachtzaamde de veiligheid van Groningers. Boerderijen spleten uiteen, maar compensatie van de gierige gaswinner bleef uit.

Auteur Jesse Frederik toont in het artikel echter overtuigend aan dat er in Groningen niet te weinig is gecompenseerd, maar juist veel te veel. In het publieke debat over Groningen gold naar verloop van tijd immers een eigen logica. Maar dit was wetenschappelijk gezien nergens op gebaseerd, schrijft Frederik.

Triltafels

De NAM investeerde in de jaren na de aardbeving in Huizinge meer dan tweehonderd miljoen euro in kennisverwerving. Dat kwam onder meer terecht bij Rui Pinho, professor bouwkunde aan de universiteit van Pavia. “Lokale vaklui vlogen naar Pavia om er tientallen typisch Groningse huizen na te bouwen die op Italiaanse triltafels tot ineenstorting werden gebracht. Een steenfabriek bakte baksteen van Groningse klei naar vooroorlogs recept om de historische bouwstijl zo goed mogelijk na te bootsen. En dat was slechts de Italiaanse tak van het onderzoeksprogramma van de NAM: er was nog veel en veel meer. Metselwerkmuren werden in proeven aan de TU Delft onderworpen aan trekkrachten om erachter te komen wanneer zij zouden scheuren. Het hele aardbevingsgebied werd volgehangen met gevoelige seismische meetapparatuur.”

“Ingenieur Paul Korswagen van de TU Delft voerde talloze experimenten uit, waarbij hij seismische krachten losliet op vooroorlogse Groningse metselwerkmuren. Uit zijn onderzoek blijkt dat een Groningse muur niet zomaar scheurt.  Aan de triltafels van aardbevingsingenieur Pinho, in Lombardije, kwamen ze tot gelijkluidende conclusies.”

Gewoonlijk wordt in het publieke debat vervolgens veel waarde gehecht aan dit soort wetenschappelijke kennis – soms meer waarde dan de wetenschap kan dragen, denkt Frederik. Maar in het Groninger gasdossier hebben de bevindingen van bouwkundigen, seismologen en aardbevingsingenieurs nauwelijks een rol van betekenis gespeeld, constateert hij.

Alternatieve publiekswetenschap

‘Er is een alternatieve publiekswetenschap ontstaan’, schreef geoloog Manuel Sintubin. ‘Een publiekswetenschap die een eigen leven is gaan leiden, losgezongen van de echte wetenschap.’ Niet de echte wetenschap, maar deze publiekswetenschap werd dominant in de pers en de politiek.

Ook de parlementaire enquêtecommissie Groningen, die opdracht had feit van fictie te onderscheiden, ging daar in mee. Die beweerde bijvoorbeeld dat Groningse aardbevingen ‘veel grotere schade aanrichten dan elders’. Aardbevingsingenieur Julian Bommer reageert in het artikel verbolgen: ‘This is misinformation on a very serious scale.’

Tot nu toe is er meer dan 3,86 miljard euro uitgekeerd om schade aan gebouwen te vergoeden, om psychisch leed te compenseren, om waardedalingen goed te maken en om woningen te verbeteren. Nergens ter wereld is zo veel geld uitgekeerd voor zulke kleine bevingen, zegt Frederik. Sinds 2020 zijn al 310.000 schademeldingen binnengekomen vanuit de hele provincie, die vrijwel allemaal worden gehonoreerd. In de beeldvorming lijkt inmiddels sprake van provinciebreed bevingsleed. Meer dan 70 procent van alle schadeclaims is echter afkomstig uit postcodes met incidentele maximale grondbewegingen van minder dan twee millimeter per seconde. Dit is vergelijkbaar met een zware goederentrein die één keer voorbij is gereden; de schadekans is vrijwel nihil.

Er blijkt eigenlijk geen verband meer te bestaan tussen waar schade wordt geclaimd en waar schade verwacht mag worden. De schaderegeling groeide uit tot een compensatiemachine, waarin elk verband met bevingen verloren ging.

Ook de uitvoeringskosten liepen almaar hoger op. Tussen 2012 en 2024 ging ruim anderhalf miljard euro naar uitvoeringskosten: 52 cent voor elke euro aardbevingsschade.

Talkshows

Na de aardbeving in Huizinge in 2012 begon de Groningse aardbevingsproblematiek steeds meer te leven: verhalen in kranten, debatten in de Tweede Kamer en ook meer schademeldingen. Frederik vertelt dat bij de talkshow van Jeroen Pauw op een bepaald moment Annemarie Heite (boegbeeld van bevingsgedupeerden) en Freek de Jonge (cabaretier) zaten om het laatste nieuws te duiden. Annemarie Heite: ‘Schandalig. Mensen zitten te huilen aan de keukentafel. Hun huizen zakken weg sinds de beving van Huizinge.’

Politici ontbrak het mede daarom aan moed om op de rem te trappen. In een emotioneel geladen sfeer werd immers elke relativering van onbegrensd bevingsleed geduid als een schoffering van de slachtoffers.

Steeds meer geld

Om het inmiddels opgerichte IMG (Instituut Mijnbouwschade Groningen) niet gelijk te laten bezwijken onder de werklast, werd besloten alle melders een eenmalig aanbod te doen: een vaste vergoeding van 5.000 euro (zonder bonnetjes) of schades laten herstellen tot een bedrag van 11.000 euro (met bonnetjes).

Vrijwel iedereen koos voor die 5.000 euro. En dankzij een motie van Kamerlid Tom van der Lee kregen alle ontvangers ook nog eens recht op de waardevermeerderingssubsidie van 4.000 euro. Bewoners ervaarden de schadevergoedingen niet als een ruimhartig gebaar, maar als een schuldbekentenis.  Voormalig staatssecretaris Hans Vijlbrief (Mijnbouw, D66)  vroeg de Tweede Kamer om hem een aanwijzingsbevoegdheid te geven, zodat hij het Instituut Mijnbouwschade Groningen kon dwingen ruimhartiger te zijn.

Op 24 februari 2023 presenteerde de parlementaire enquêtecommissie haar rapport. ‘Groningers hadden al die tijd gelijk’, verklaarde een geëmotioneerde Hans Vijlbrief toen hij het rapport in ontvangst nam. Vijlbrief besloot zijn bevoegdheid te gebruiken om het compensatiegebied nog verder uit te breiden: mensen rond de gasopslagen en verder weg van het gasveld mochten nu ook mijnbouwschade claimen. De vaste vergoeding van 5.000 euro werd 10.000 euro.

Eindeloze cyclus

De eindconclusie van Frederik: wie terugkijkt ziet eigenlijk een eindeloos repeterende cyclus. De politiek vraagt om onderzoek. Het onderzoek komt, maar de conclusies bevallen niet. Er wordt om vervolgonderzoek gevraagd. De conclusies bevallen wederom niet. Er wordt om validatie gevraagd, om peerreview, om nog meer rapporten van nog meer deskundigen. De conclusies blijven hetzelfde – en ze blijven niet bevallen.

“Het maakt niet uit dat er Groningse gebouwen op triltafels zijn nagebouwd. Het maakt niet uit dat er metselwerkmuren zijn getest. Het maakt niet uit dat Groningen volhangt met seismische meetapparatuur – dat is allemaal kille computerkennis. De verhalen van Groningers die hun woning zagen bezwijken door aardbevingen (wat was het anders?) spraken voor zich. En zij vertelden een overzichtelijk verhaal met schurken en slachtoffers – en weinig daartussenin. Geen macht is zo ongecontroleerd als de macht van het goede verhaal.”

Parallellen met het klimaatverhaal

Tot zover het artikel van De Correspondent. Wat zijn nu de lessen van dit verhaal, ook voor andere emotionele en politiek beladen onderwerpen, zoals klimaat (en energie)? Ten eerste lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat gaswinning in Groningen niet het extreme drama is, zoals het is afgeschilderd. Ja, er zijn wel degelijk serieuze issues, maar op zijn minst zou een discussie moeten volgen over wat in Groningen (technisch) nog verantwoord mogelijk is, zeker gezien de mondiale energiesituatie. Dit dan uiteraard in combinatie met een goede en ruimhartige compensatie voor die Groningers die daadwerkelijk en aantoonbaar last hebben van de bevingen.

Het eveneens emotioneel genomen besluit om de Groningse gasputten maar meteen vol te storten met beton, zou al helemaal moeten worden teruggedraaid. Inmiddels vindt dat argument, onder meer bij TNO, gelukkig meer steun, maar de tijd dringt.

Emotie wint

Een tweede les uit het artikel van Frederik is dat emotie het in het publieke debat makkelijk wint van rationaliteit. Bij het dossier Groningen was die emotie de verontwaardiging dat de Groningse burger werd vermorzeld door het bedrijfsleven en de overheid. Bij het klimaatdebat zijn de onderliggende emoties eerder angst en schuldgevoel. Het verhaal daar is dat we allemaal ten onder gaan aan onze eindeloze consumptiedrang (door het kille kapitalisme) en dat we beter weer een simpel en sober leven zouden leiden, waarbij we meer in evenwicht zijn met de natuur. Ook onze energievoorziening (wind en zon) zou beter van de natuur moeten komen.

Media en de politiek hebben sterk de neiging om in dit soort emoties mee te gaan. En als een verhaal eenmaal staat, is het zeer lastig weer om te draaien (gezichtsverlies). Wie dus tegenwicht wil bieden in het eenzijdige klimaatdebat, doet er goed aan hier rekening met te houden.

Rol van de wetenschap

Het grote verschil tussen de dossiers Groningen en Klimaat, is de rol van de wetenschap. De wetenschappers lijken in het dossier Groningen hun nuchterheid te hebben behouden en zich niet hebben laten meeslepen. En zo zou het ook moeten zijn.

Maar hun conclusies werden daardoor niet gepikt, stelt Frederik. Wetenschap is dus blijkbaar niet automatisch heilig. Belangrijk om te constateren.

Want hoe anders lijkt dat in het klimaatdebat (en eerder corona). Juist de wetenschap heeft zich daar massaal laten meeslepen in een zwaar overdreven verhaal. En juist ‘de wetenschap’ wordt daarom aangevoerd om overdreven maatregelen te rechtvaardigen. Misschien speelt heel plat (Follow the Money) mee dat in Groningen de opdrachtgever van de wetenschap (NAM) een sterk belang had bij het relativeren van de aardbevingsschade.

In het klimaatdebat ligt dan anders. Overheidsinstanties, waar veel onderzoeksgeld vandaan komt, lijken weinig op te hebben met relativering van het klimaatverhaal. Op zijn zachtst gezegd. Bovendien leidt alarmistisch getint klimaatonderzoek in het algemeen tot meer aandacht en subsidies. Ook de dominante ideologie onder wetenschappers (hoger-opgeleiden blijken sowieso linkser dan gemiddeld) speelt waarschijnlijk een rol in het klimaatdebat. Het geval Groningen is veel minder ideologisch.

Het is lastig te verklaren waar het verschil in de houding van de betrokken wetenschappers hem nu precies in zit. Misschien dat de aardbevingsdeskundigen in Italië gewend zijn om te kijken naar een natuurfenomeen; die zijn dus wellicht minder bevattelijk voor de ideologie dat de mens een zondaar is. Hoe dan ook, onze belangrijkste hoop op enige rationaliteit in dit soort dossiers, ligt toch, met al haar fouten, in de wetenschap. Media en politiek gaan dat immers niet doen, zo blijkt uit het verhaal van De Correspondent.

Het is nog mogelijk. In Groningen bleef de wetenschap koel. En onlangs gaf de wetenschappelijke gemeenschap nog blijk van (enig) corrigerend vermogen op een gevestigd emotieverhaal, door de totaal onwaarschijnlijke rampscenario’s voor het klimaat in te trekken. Veel te laat en veel te aarzelend, maar toch. Dat geeft enige hoop.

Peter Baeten

Ir. Peter Baeten (1969) is freelance wetenschapsjournalist. Na een opleiding aan de TU Eindhoven werkte hij onder meer voor Technisch Weekblad, De Ingenieur en de TU Delft. Met zijn bijdrages voor Clintel hoopt hij een steentje bij te dragen aan het terugbrengen van enige rationaliteit in het klimaatdebat.

DEEL DIT ARTIKEL:

Climate Intelligence Clintel

meer nieuws

Kan CO2 ook voor afkoeling zorgen? Klimaatmodellen zeggen van wel (soms)

Zoals dr. Matthew Wielicki het droogjes verwoordde: “Is er iets wat CO₂ niet kan?” De studie achter deze opmerking stelt dat stijgende CO2-niveaus onder bepaalde omstandigheden zelfs tot regionale afkoeling kunnen leiden – wat onderstreept hoe flexibel – en onzeker – de resultaten van klimaatmodellen kunnen zijn.

1 april 2026|Categories: Nieuws|Tags: , , , , |

‘Hernieuwbare energie’ is niet hernieuwbaar

Terwijl politici en media oproepen om de energietransitie te versnellen vanwege de huidige energiecrisis en geopolitieke spanningen, plaatst Roger Pielke Jr. kanttekeningen bij het dominante verhaal over ‘hernieuwbare energie’. De basis van wind-, zonne-energie en batterijen is namelijk fossiele brandstoffen. Volgens Pielke blijven deze technologieën sterk afhankelijk van fossiele energie en zware industrie — een inzicht dat van belang is voor het debat over realistisch energiebeleid.

By |2026-05-16T08:49:34+02:0016 mei 2026|Reacties uitgeschakeld voor De macht van het goede verhaal
Go to Top