EU-verontwaardiging over arrestatie Maduro onthult onwetendheid over olie en energie
De Europese reactie op de arrestatie van Nicolás Maduro laat grote misverstanden zien over de olie-industrie, energie-geopolitiek en de economische realiteit. Professor Samuel Furfari legt uit waarom EU-mediaverhalen de waarheid over Venezuela en olie verdraaien.
De spectaculaire arrestatie van de Venezolaanse leider Nicolás Maduro veroorzaakte wereldwijd schokgolven. Maar nergens was de reactie negatiever — en verwarrender — dan in de Europese Unie, waar verontwaardiging het publieke debat beheerste. Dat stond in schril contrast met de overwegend positieve reacties in de Verenigde Staten en elders.
Een groot deel van die woede was gericht op Donald Trump en, meer nog, op de Amerikaanse olie-industrie, die opnieuw werd aangewezen als zondebok voor de complexe geopolitieke realiteit.
Tot aan zijn arrestatie werd Maduro binnen de EU vrijwel unaniem veroordeeld als een dictator die verantwoordelijk was voor het lijden van zijn bevolking, grootschalige internationale drugshandel en voor het feit dat hij een niet-gekozen, niet-legitieme president was.
Europa’s plotselinge draai rond Maduro
Na zijn arrestatie door de Amerikaanse autoriteiten sloegen de EU-media echter snel een andere toon aan. Plots werd Maduro neergezet als slachtoffer — zelfs als martelaar in de strijd tussen het Amerikaanse imperialisme en zogenoemde verdedigers van nationale soevereiniteit. Die omslag is nauwelijks verrassend. Veel EU-journalisten hebben een links politiek profiel en gezien Maduro’s communistische achtergrond, proberen zij hem nu in een heroïsch licht te plaatsen. Er doken zelfs vergelijkingen met Nelson Mandela op.
De Europese Unie bevindt zich daarmee in een ongemakkelijke positie. Nog maar enkele weken geleden erkenden ze dat Maduro een autoritair bewind voert. Nu, mogelijk uit angst voor publieke weerstand, aarzelt de EU om de legitimiteit van het Amerikaanse optreden te onderschrijven en overheersen beschuldigingen van machtsoverschrijding door de VS, het narratief.

Nicolás Maduro – Bron: Shutterstock
Waarom EU-media de olie-industrie de schuld geven
Als hoogleraar energiebeleid frustreert het mij diep hoe hardnekkig de vijandigheid van de Europese Unie tegenover de olie-industrie is. De EU-pers benadert de Amerikaanse operatie in Venezuela vrijwel uitsluitend door de bril van olie, waarbij buitenlandse producenten worden afgeschilderd als ‘roofdieren’. Koppen schreeuwen over ‘het inpikken van Venezolaanse olie’, ‘het plunderen van grondstoffen’ en ‘het stelen van nationale rijkdom’.
Alle nuance verdwijnt, en de complexe realiteit van de oliesector wordt genegeerd.
Zo houden de EU-media geen rekening met technische uitdagingen, zoals de slechte kwaliteit van Venezolaanse ruwe olie, die moet worden vermengd met nafta of andere lichtere koolwaterstoffen om verwerkbaar te zijn. Evenmin erkennen zij dat raffinaderijen in de Golf van Amerika op een unieke manier zijn uitgerust en bij uitstek geschikt om deze olie te verwerken.
Deze blinde vlek verraadt een diep gebrek aan kennis over de technische complexiteit van de olie-industrie en de geopolitiek van energie. EU-media negeren vaak ook dat Citgo — oorspronkelijk een Venezolaans bedrijf gevestigd in de VS — nog altijd een cruciale economische levenslijn vormt voor Venezuela. Het bedrijf levert essentiële inkomsten en toegang tot geraffineerde petroleumproducten, ondanks een lopend juridisch conflict over het eigendom. Toch komt deze context zelden aan bod.
De mythe dat buitenlandse bedrijven olie “stelen”
Wat eveneens zelden wordt uitgelegd, is dat olie juridisch altijd eigendom blijft van het land waar het wordt aangetroffen. Zelfs tijdens de olieboom van het begin van de 20e eeuw, behielden producerende landen het eigendom van hun grondstoffen en verleenden zij buitenlandse bedrijven slechts beperkte royalty’s.
De mythe dat buitenlandse ondernemingen olie simpelweg ‘meenemen’ voor eigen gewin, leeft echter voort en veel journalisten houden dit foutieve verhaal liever in stand.
Zoals Paolo Scaroni, voormalig CEO van het Italiaanse staatsoliebedrijf, ooit zei: “Ik ben hier niet om te discussiëren met olieproducerende landen. Het is hun olie.” Deze fundamentele waarheid blijft in de EU-media — en dus bij het publiek — grotendeels onbekend.
De echte risico’s van olie-investeringen in Venezuela
Ik heb herhaaldelijk geprobeerd uit te leggen dat olieproductie een risicovolle sector is die enorme investeringen vooraf vergt, en vaak jaren — soms decennia — voordat rendement wordt behaald. De EU en de media lijken bovendien te vergeten dat Venezuela een van de meest instabiele landen ter wereld is voor buitenlandse investeringen.
Bedrijven als Chevron, ConocoPhillips en ExxonMobil zagen hun bezittingen onteigend worden door Maduro’s voorganger Hugo Chávez, wat leidde tot verliezen van tientallen miljarden dollars. Ondanks internationale arbitrage die compensatie voorschreef, heeft Venezuela nooit betaald.
Europese energiehypocrisie en politieke onwetendheid
Het meest zorgwekkend vind ik het diepgewortelde negatieve beeld van de olie-industrie binnen de Europese Unie. “Ze hielden niet van ons, ze houden niet van ons en ze zullen nooit van ons houden”, zei een olielobbyist ooit tegen mij. “Het kan ons niet schelen; we doen gewoon ons werk.”
Die houding is prijzenswaardig, maar het gebrek aan begrip van het grote publiek is problematisch.
Terwijl EU-burgers snel kritiek leveren, gebruiken zij massaal olieproducten, die nog altijd goed zijn voor meer dan 90% van het energieverbruik in het transport — ondanks een halve eeuw zoeken naar alternatieven.
De voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, verklaarde dat fossiele brandstoffen achterhaald zijn — een uitspraak die de harde realiteit van de huidige energievraag en -infrastructuur negeert. Dergelijke retoriek dreigt juist die industrieën en technologieën te vervreemden die cruciaal zijn voor Europa’s veiligheid tijdens deze lange — zo niet eindeloze — energietransitie.
Met leiders als Von der Leyen, die zulke feitenkennis ontberen, is het niet verwonderlijk dat de EU-media vijandig staan tegenover Amerikaanse oliebedrijven. Dit gebrek aan inzicht vraagt om een eerlijke en moedige discussie.
Deze opinie verscheen eerder op dailycaller.com. Tussenkoppen zijn toegevoegd voor de leesbaarheid.
(Vertaald voor Clintel Foundation door Tom van Leeuwen.)

Samuel Furfari
Dr. Samuel Furfari is hoogleraar energiegeopolitiek in Brussel en Londen, voormalig topambtenaar bij het directoraat-generaal Energie van de Europese Commissie en lid van de CO₂ Coalition. Hij is auteur van het paper Energy Addition, Not Transition en van 18 boeken, waaronder Energy Insecurity: The Organised Destruction of the EU’s Competitiveness.
meer nieuws
Klimaatstilte bij verkiezingen: politici houden vast aan beleid dat faalt
Ondanks oplopende schade voor burgers, bedrijven en natuur blijven partijen trouw aan de groene dogma’s van Brussel. Clintel-medewerker Evert Doornhof legt bloot hoe klimaatbeleid zelf het echte probleem is geworden.
Allemaal kijken naar Lindzen en Happer bij Joe Rogan: geld allerbelangrijkste factor bij klimaatgekte
Twee vooraanstaande klimaatsceptici, Richard Lindzen en William Happer, gingen onlangs bij Joe Rogan in gesprek over de stand van de klimaatwetenschap en de krachtige financiële krachten achter de huidige klimaatalarmisme. Peter Baeten blikt terug op dit opmerkelijke gesprek en de bredere betekenis ervan.
‘Nota Ruimte’ bepaalt hoe ons land eruit gaat zien, maar niemand heeft er aandacht voor
Vanuit Clintel berichten wij regelmatig over het klimaatbeleid en de energietransitie. In dit artikel, dat eerder werd gepubliceerd in De Andere Krant, legt Elze van Hamelen uit dat de energietransitie een onderdeel is van veel grotere plannen.






