Het jaar 2025 haalt de broeikastheorie onderuit

De laatste drie jaar behoren wereldwijd tot de warmste jaren sinds de metingen rond 1850 begonnen zijn, maar anders dan je zou vermoeden schiet de broeikastheorie tekort om deze periode te begrijpen, aldus Marcel Crok.

Onderzeese Hunga Tonga vulkaan in de Stille Oceaan (Bron: indepen.eu)

Marcel Crok
Datum: 8 januari 2026

DEEL:

Terwijl een voor Nederland ongekende hoeveelheid sneeuw uit de hemel neerdwarrelt is het hoog tijd om terug te blikken op het afgelopen jaar. Mediahysterie is uitgebleven, want 2025 was niet het warmste jaar ‘ooit’, waarbij ‘ooit’ dan meestal duidt op het begin van de metingen, ergens rond 1850. Wel eindigt het in de top 3 van warmste jaren, ongeveer gelijk met het jaar 2023, terwijl 2024 het warmste jaar blijft.

Hoe ‘krankzinnig’ het jaar 2024 was kan goed gezien worden in deze figuur van de Amerikaanse klimaatscepticus Roy Spencer:

Dit is een ranking van de warmste jaren sinds 1979 (links staat het warmste jaar, daarna het een na warmste enzovoorts), het jaar dat satellietmetingen van de troposfeer (de onderste paar kilometer van de atmosfeer) beginnen. Deze reeks wordt door Spencer zelf onderhouden. Het jaar 2024 torent hoog boven alle andere jaren uit. Het was tevens het eerste jaar dat uitkwam boven de grens van 1,5 graden Celsius, die gesteld is in het Parijs Klimaatakkoord in 2015.

In een artikel bij de EU-klimaatorganisatie Copernicus wordt deze piek één op één gekoppeld aan de uitstoot van broeikasgassen. “De mensheid is verantwoordelijk voor haar eigen lot, maar onze reactie op de klimaatcrisis moet gebaseerd zijn op bewijs. De toekomst ligt in onze handen –  snel en doortastend handelen kan de koers van ons toekomstige klimaat nog veranderen.”, aldus Carlo Buontempo, directeur van Copernicus.

Ronkende persberichten

Wie echter verder kijkt dan de ronkende persberichten van dit soort internationale en vaak sterk politiek beïnvloede organisaties komt er al snel achter dat zowel 2023 als 2024 zeer abnormale jaren waren die juist niet gemakkelijk te verklaren zijn door onze uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen. Dit werd mondjesmaat ook door zeer prominente klimaatwetenschappers erkend. Zo schreef NASA-onderzoeker Gavin Schmidt, zeer vaak geciteerd in de Amerikaanse pers, al in maart 2024 het volgende in tijdschrift Nature: “Rekening houdend met alle bekende factoren, warmde de planeet vorig jaar [in 2023 dus, red.] 0,2 °C méér op dan klimaatwetenschappers hadden verwacht. Meer en betere data zijn dringend nodig.”

Een recenter stuk bij Carbon Brief, een platform dat ook keurig de mainstream wetenschap volgt, constateert feitelijk hetzelfde. Het somt een viertal logische kandidaten op die de warme periode 2023-2025 veroorzaakt zouden kunnen hebben:

  1. een relatief sterke El Niño,
  2. een snelle daling in zwaveldioxide-uitstoot door aangescherpte regels voor de scheepvaart,
  3. een onverwachte vulkaanuitbarsting op Tonga in 2022 en
  4. een sterker dan verwachte zonnecyclus.

Onderaan de streep blijft er echter ook bij Carbon Brief een onverklaarde restwarmte over.

Bij Clintel hebben we een artikel geplaatst van de Spanjaard Javier Vinós over deze materie. Vinós is van origine een neurowetenschapper, maar de laatste tien jaar spendeerde hij vrijwel fulltime aan klimaatonderzoek. Hij spitte duizenden wetenschappelijke artikelen door en schreef op basis daarvan het boek Solving the Climate Puzzle, een doorwrocht (maar niet eenvoudig) boek met krankzinnig veel data en grafieken. Het heeft als belangrijkste boodschap,  dat we veel meer moeten kijken naar energietransport binnen het klimaat (vooral van de tropen naar de Noordpool) dan naar alleen het broeikaseffect, dat zich uitsluitend focust op binnenkomende (zonne-) en uitgaande (infrarode) straling.

Hunga Tonga

Het stuk van Vinós maakt duidelijk dat we bij een uitzonderlijke gebeurtenis, de opwarming in 2023 en 2024, op zoek moeten gaan naar een uitzonderlijke mogelijke oorzaak. De enige en meest logische kandidaat is de uitbarsting op 15 januari 2022 van de onderzeese Hunga Tonga vulkaan, in de Stille Oceaan ten noordoosten van Nieuw-Zeeland. Dit was de grootste vulkaanuitbarsting wereldwijd sinds de uitbarsting van de Pinatubo in 1991. Maar anders dan bij de Pinatubo, wat geen onderzeese vulkaan is, leidde de uitbarsting van de Hunga Tonga tot een spectaculaire toename van waterdamp in de stratosfeer, de hoge luchtlaag boven de troposfeer. Ook Carbon Brief meldde deze spectaculaire toename door onderstaande figuur te tonen:

De grafiek toont de extreme toename van waterdamp op een hoogte van 20 tot 80 kilometer en hoe die extra waterdamp na de uitbarsting lang in die luchtlaag blijft rondhangen en nog steeds niet helemaal weg is.

De mainstream klimaatwetenschap probeert het klimaateffect van zo’n spectaculaire waterinjectie te begrijpen door het in klimaatmodellen te stoppen. Die modellen suggereren vervolgens dat het effect zeer gering is, in de orde van 0,05 graden opwarming, veel minder dan de totale opwarming die in 2023 en 2024 plaatsvond. Dat kan het dus niet zijn, concludeert men dan.

Vinós wijst op een waslijst aan bijzondere gebeurtenissen in de periode 2023-2025, waaronder uitzonderlijke opwarming in de oceanen, extreem weinig zeeijs rond Antarctica, extreme droogte in de Amazone, een opmerkelijke stilte in orkaanactiviteit in de Noord-Atlantische Oceaan, extreme hitte in grote delen van de wereld en een laagterecord aan wolkenbedekking.

Wolken

De clou om deze periode te begrijpen ligt volgens hem bij die zeer geringe wolkenbedekking (het laagste sinds 1940). Een jaar na de uitbarsting van de Hunga Tonga is er opmerkelijk weinig lage bewolking in de tropen, wat tot gevolg heeft dat de zon diep in de oceanen kan doordringen. Dit kan onmogelijk door de El Niño veroorzaakt zijn want die begint pas later in dat jaar. Vinós laat ook zien dat de opwarming begint in de Zuidelijke Oceaan en zich later uitbreidt naar de Grote Oceaan. Dit leidde ertoe dat wereldwijd de oceanen in 2023 en 2024 een spectaculaire opwarming vertoonden. In 2025 koelden de oceanen echter weer af waardoor we inmiddels terug zijn op het niveau van voor de uitbarsting:

Deze grafiek geeft de wereldwijde temperatuur van de oceanen weer. Klimaatmodellen zijn niet in staat al bovengenoemde exceptionele gebeurtenissen te ‘verklaren’. Met name de sterke afkoeling in 2024 en 2025 is een ‘ramp’ voor de modellen. Klimaatmodellen warmen op als de concentratie CO2 stijgt (wat het deed in 2024 en 2025) en als de luchtverontreiniging daalt (want aerosolen als zwaveldioxide reflecteren zonlicht en hebben daarmee een koelend effect). De uitstoot van zwaveldioxide (SO2) daalt al decennia (juist in China waar luchtverontreiniging ook een issue is geworden) en strengere normen voor de scheepvaart leidde op de oceanen tot een extra daling rond 2020. Dus de combinatie van stijging van broeikasgassen en daling van luchtverontreiniging zou in 2024 en 2025 moeten leiden tot opwarming, niet spectaculaire afkoeling.

Dus concludeert Vinós, en ik deel die mening, dat de spectaculaire opwarming en afkoeling in de periode 2022-2025 juist de zwakte van de broeikastheorie blootlegt. Het is niet zo dat Vinós precies begrijpt (en dus kon voorspellen) waarom Hunga Tonga deze uitwerking heeft gehad op het klimaat. Het lijkt echter volgens hem duidelijk, dat de uitbarsting een hele reeks aan dynamische effecten heeft gehad op het klimaat, die veel verder gaan dan alleen de directe effecten op straling en dus het broeikaseffect. Om het klimaat beter te begrijpen zullen klimaatonderzoekers zich dus veel meer in deze effecten op de atmosferische circulatie moeten gaan verdiepen. De klimaatwetenschap zit echter muurvast in haar denken en zal dat advies niet snel ter harte nemen, vreest Vinós.

De bekende Amerikaanse klimaatalarmist James Hansen, de vroegere directeur van het NASA klimaatcentrum GISSziet louter opwarming in het verschiet en voorspelt dat 2026 met 1,7 graden boven pre-industrieel zelfs zal uitkomen boven het recordjaar 2024. Vinós zelf houdt het op een lichte daling waarbij 2026 uitkomt op 1,4 graden boven pre-industrieel en op 𝕏 daagt hij lezers uit een weddenschap met hem aan te gaan als ze denken dat Hansen gelijk zal krijgen. Over precies een jaar praat ik u bij. Als het recente verleden ons iets geleerd heeft is het wel dat het klimaat verrassingen voor ons in petto kan hebben.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd door Indepen.

Marcel Crok

Marcel Crok is wetenschapsjournalist en schrijft sinds 2005 vrijwel fulltime over klimaat, het klimaatdebat en klimaatbeleid. Hij is auteur van De Staat van het Klimaat en medeauteur van het boek Ecomodernisme. In 2019 richtte hij samen met Guus Berkhout stichting Clintel op dat de andere kant van het klimaatverhaal laat horen. Bij Clintel publiceerde Crok het boek De starre Klimaatvisie van het IPCC.

DEEL DIT ARTIKEL:

Climate Intelligence Clintel

meer nieuws

IEA geeft toe dat fossiele brandstoffen keihard nodig blijven

Het Internationaal Energieagentschap (IEA) erkent in zijn nieuwste prognoses wat critici al jaren stellen: fossiele brandstoffen blijven onmisbaar. In dit artikel laat Vijay Jayaraj zien hoe harde cijfers de ‘netto-nul’-illusie ondermijnen en waarom olie en gas tot ver na 2050 een centrale rol zullen spelen.

24 december 2025|Categories: Nieuws|Tags: , , , |

Nóg meer dwang en nóg meer overheid: het Nationaal Burgerberaad Klimaat vertrouwt de burger voor geen cent

Volgens Lucas Bergkamp is het instrument van het burgerberaad aangeprezen als ‘democratische vernieuwing’. Maar het is iets heel anders. Omdat de progressieven niet altijd meteen hun zin konden krijgen in de Eerste en Tweede Kamer, zijn ze op zoek gegaan naar andere methodes. De gang naar de rechter was de eerste sluiproute, het burgerberaad de tweede. Met parlementaire democratie heeft het niets van doen.

23 december 2025|Categories: Nieuws|Tags: |
By |2026-01-08T11:03:38+01:008 januari 2026|Reacties uitgeschakeld voor Het jaar 2025 haalt de broeikastheorie onderuit
Go to Top