India bouwt aan een ‘fossiele toekomst’
Terwijl westerse regeringen de taal van net zero blijven hanteren, breidt India de productie van steenkool, olie en aardgas in hoog tempo uit om zijn energiezekerheid en economische groei veilig te stellen. Door de handel in koolwaterstoffen met de Verenigde Staten en andere partners te versterken, bouwt India aan wat de auteur een ‘fossiele toekomst’ noemt, waarin betrouwbare en betaalbare energie voorrang krijgt boven klimaatbeloften.
In 2022 publiceerde Alex Epstein ‘Fossil Future’, zijn verhandeling over waarom de mensheid meer kolen, olie en aardgas nodig heeft om te kunnen floreren. Toen het boek verscheen, deed de regering-Biden extravagante beloften om wereldwijde klimaatinitiatieven te financieren. Leidinggevenden van grote financiële instellingen en energiebedrijven deden theatrale toezeggingen om hun gebruik en productie van fossiele brandstoffen te verminderen.
Maar vier jaar later zoeken diezelfde industriereuzen naar excuses om hun netto-nul-doelstellingen uit te stellen of op te geven. Ze willen nu de energiebronnen ontwikkelen die ze publiekelijk hadden afgezworen. Bedrijfsleiders verwijzen naar de complexiteit van de toeleveringsketen, technologische belemmeringen en kostenoverschrijdingen. Sommigen erkennen zelfs dat fossiele brandstoffen een noodzaak zijn in het moderne leven.
Voor nationale regeringen is het echter ingewikkeld om het roer om te gooien vanwege de verwikkelingen in het bureaucratische web van internationale klimaatovereenkomsten. Daarom blijven ze de taal van ‘actie’ gebruiken – alsof ze iets zo groots en complex als het klimaatsysteem kunnen beheersen. En dit terwijl ze systematisch de lange-termijnvoorziening van fossiele brandstoffen veiligstellen en de infrastructuur voor koolwaterstoffen uitbreiden.
Geen enkel land toont dit pragmatisme beter dan India, dat stilletjes zijn netto-nulverplichtingen heeft uitgesteld tot het verre 2070. Achter een groene façade verdubbelt India zijn inzet op elke vorm van bruikbare en beschikbare fossiele brandstoffen. Hierdoor is het uitgegroeid tot een belangrijke exportmarkt voor Amerikaans vloeibaar aardgas (LNG) en tot een graadmeter voor de mondiale energiewerkelijkheid.
Steenkool maakt een einde aan de groene illusie
India is van plan om tegen 2035 zijn capaciteit voor energie uit steenkool met 46% te verhogen. Indiase elektriciteitsdistributeurs sluiten contracten met leveringsdata in 2030 – het jaar waarvan klimaatalarmisten beweerden dat steenkool op sterven na dood zou zijn. Sommige stimuleringsmaatregelen voor schone energieprojecten zijn ingetrokken.
Een senior analist bij Wood Mackenzie gaf onlangs toe dat zij hun prognoses voor de opwekking van elektriciteit uit steenkool in India hebben bijgesteld. Ze verwachten nu dat de piek zich begin jaren 2040 zal voordoen, wat een verschuiving betekent ten opzichte van hun eerdere prognose van de jaren 2030. Wees niet verbaasd als de nieuwe datum weer wordt verschoven naar een nog latere datum.
Energiehandel tussen de VS en India
New Delhi erkent dat energiesoevereiniteit een divers portfolio van betrouwbare partners vereist. Dit besef heeft de energiehandel tussen India en de VS nieuw leven ingeblazen en de banden tussen beide landen, die een jaar lang onder geopolitieke wrijvingen te lijden hadden, weer versterkt. In het boekjaar 2025 steeg de bilaterale handel in koolwaterstoffen tussen de twee landen tot bijna 14 miljard dollar, met een toename van het volume van ruwe olie, LNG en vloeibaar petroleumgas (LPG).
Tijdens de India Energy Expo-conferentie in januari toonden Indiase energiebedrijven grote belangstelling voor het verwerven van aandelen in Amerikaanse projecten voor LNG-vergassing. Zij richten zich op faciliteiten die momenteel in aanbouw zijn of waarvoor de definitieve investeringsbeslissingen bijna zijn genomen. India beschouwt Amerikaans gas als een hoeksteen van zijn energiezekerheid voor de komende decennia.
India zet ook krachtig in op binnenlandse olie-exploratie, wat westerse landen die fracking hebben verboden, tot schande zou moeten strekken. Oil India heeft de eilandengroep Andamanen en Nicobaren aangewezen als een nieuw gebied voor olie- en gasexploratie. Tegelijkertijd versterken Amerikaanse bedrijven hun aanwezigheid in de upstream-sector van India door samenwerkingsverbanden aan te gaan in de hele waardeketen van exploratie en productie.
Bovendien wil India graag een bilaterale energieovereenkomst met Japan sluiten en zijn er al Japanse bedrijven die deelnemen aan de ontwikkeling van 13 bekkens.
Het leidde tot verbazing bij sommigen (vanwege de interesse in de ontwikkeling van fossiele brandstoffen) maar de liberale Canadese regering regelde een ontmoeting tussen haar minister van Natural Resources met zijn Indiase tegenhanger. Dit om plannen af te ronden voor de levering van meer ruwe olie, LNG en LPG in ruil voor geraffineerde aardolieproducten uit India.
Zelfs Europa, het Vaticaan van de klimaatreligie, buigt voor de noodzaak van fossiele brandstoffen. De anti-fossiele EU-lobby heeft jarenlang geprobeerd de handel in koolwaterstoffen te verstikken, maar deals over Indiase geraffineerde producten blijven gewoon doorgaan. Europa heeft diesel en vliegtuigbrandstof nodig, en Europeanen maakt het niet uit of de ruwe olie afkomstig is uit een bron die volgens hun eigen regelgeving verboden zou zijn. India verwerkt de olie en Europa koopt het product, waardoor het de ‘emissies’ uitbesteedt en tegelijkertijd zijn economie draaiende houdt.
De Verenigde Staten hebben hier een enorme kans. Ze beschikken over de grondstoffen die India nodig heeft en over de technologie om India te helpen deze schoner en efficiënter te verbranden. Maar nog belangrijker: de regering-Trump erkent, met India, het belang van een wereld met overvloedige en betaalbare energie.
De ‘fossiele toekomst’ wordt door India stap voor stap opgebouwd, met de bouw van kolencentrales en talloze contracten voor de ontwikkeling van olie- en aardgasbronnen.
Dit commentaar van Vijay Jayaraj werd voor het eerst gepubliceerd op RealClear Markets op 20 februari.

Vijay Jayaraj
Vijay Jayaraj is wetenschappelijk onderzoeker bij de CO2 Coalition in Fairfax, Virginia. Hij heeft een master in milieuwetenschappen van de Universiteit van East Anglia en een postdoctorale graad in energiebeheer van de Robert Gordon University, beide in het Verenigd Koninkrijk, en een bachelor in engineering van de Anna University in India. Hij was onderzoeker bij de Changing Oceans Research Unit van de Universiteit van British Columbia in Canada.
meer nieuws
“Extra windmolens zijn niet nodig en schaden vooral de Noordzee”
Meer windmolens op de Noordzee leveren volgens Maarten van Andel weinig op: door overschotten en netcongestie draaien ze vaak niet; ze dragen maar ongeveer 3% bij aan onze totale energievoorziening. Ook steeds meer prominenten hebben twijfels bij het nut van windturbines. Daaronder niet Sophie Hermans.
Green New Scam: Trump spot, Europa betaalt
Terwijl de elite met hun privéjets naar Davos vloog, organiseerde het Amerikaanse Heartland Institute een World Prosperity Forum in Zürich. In de lezingen daar, onder andere van Marcel Crok, werd het immense contrast zichtbaar tussen het klimaatbeleid in Europa en de VS.
Ook Steven Koonin denkt dat de ergste klimaathysterie achter de rug is
In een recente ICSF/Clintel lezing betoogde professor Steven Koonin dat het mondiale klimaat- en energiebeleid zich op een kantelpunt bevindt. Na decennialange nadruk op snelle en verregaande emissiereductie ziet hij duidelijke tekenen van een verschuiving richting meer realisme en pragmatisme, ook in de klimaatberichtgeving. De economische, technologische en maatschappelijke realiteit is immers steeds moeilijker te negeren.






