Japan kiest voor betrouwbare energie in plaats van klimaatonzin
Japan verzet zich inmiddels tegen het klimaatdogma om zijn industriële toekomst veilig te stellen, zo legt Vijay Jayaraj uit.
Nog niet zo lang geleden beloofde Japan de wereld dat het een toonbeeld van decarbonisatie zou worden. Overheidsdocumenten stonden vol met praat over waterstofcorridors, offshore windparken en subsidies voor elektrische voertuigen.
Om de internationale klimaatlobby’s tevreden te stellen, maakte Japan jarenlang plannen om steenkool geleidelijk af te bouwen. De exploitatie van kolencentrales werd beperkt tot slechts 50% van de capaciteit. Politieke leiders spraken plechtig over een ‘morele plicht’ om tegen 2050 ‘koolstofneutraliteit’ te bereiken, en beloofden een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met 60% tegen 2035 en met 73% tegen 2040, beide gemeten ten opzichte van het niveau van 2013.
Maar toen de geopolitieke realiteit zich opdrong, verdween dit standpunt.
Meer olie voor Japan en zijn buurlanden
Japan behoort tot de top vijf van olie-importeurs ter wereld en importeert meer dan 94% van zijn ruwe olie uit het Midden-Oosten. Toen het transport via de Straat van Hormuz werd onderbroken, was de impact onmiddellijk merkbaar.
De autoriteiten voerden subsidies in om te voorkomen dat de prijzen voor gewone benzine boven een aanvaardbaar niveau zouden stijgen. Premier Sanae Takaichi gaf snel opdracht tot het vrijgeven van 80 miljoen vaten uit de olievoorraden, wat overeenkomt met ongeveer 45 dagen aan binnenlandse vraag. Vanaf half maart werd de vrijgave gestart vanuit locaties verspreid over het hele land. Een brandstof die in de retoriek rond ‘netto nul’ ooit als de vijand werd afgeschilderd, krijgt nu bescherming om economische ontwrichting te voorkomen.
Japan bereidt zich voor op het formaliseren van een nieuwe ‘energie-eerst’-houding in een herziene strategie die in augustus zal worden onthuld. Er zal meer nadruk worden gelegd op de zekerheid van de aanvoer van fossiele brandstoffen. De invoer uit de Verenigde Staten, Canada, Mexico, Midden- en Zuid-Amerika, Afrika en andere delen van Azië neemt al toe. De premier verwacht dat scheepvaart via de Straat van Hormuz volledig kan worden vermeden.
Voor het eerst is ruwe olie uit de Verenigde Staten rechtstreeks aangekomen in Japan: Cosmo Oil heeft onlangs 910.000 vaten Amerikaanse ruwe olie in de Baai van Tokio aangevoerd. Japan Petroleum Exploration is van plan om zijn olie- en gasproductie in het komende decennium te verviervoudigen – tot 180.000 vaten olie-equivalent per dag tegen 2035 – ondersteund door 7,3 miljard dollar aan uitgaven voor exploratie en productie, waarbij meer dan 50% van dat geld naar Amerikaanse activa gaat.
Tokio heeft ook geweigerd af te zien van fossiele brandstoffen die politiek gezien lastig liggen, maar strategisch gezien waardevol zijn. Ondanks dat Japan een bondgenoot van de VS is, beschrijft de Japanse minister van Economie, Handel en Industrie, Ryosei Akazawa, zelfs Russische ruwe olie als ‘uiterst belangrijk’ voor de Japanse veiligheid.
Er is een reden waarom Tokio zijn geld steekt in de aankoop van ruwe olie: olie zit overal in verwerkt. De omvangrijke petrochemische industrie van Japan, met giganten als Idemitsu Kosan, JXTG Nippon Oil & Energy en Mitsui Chemicals als steunpilaren, zet ruwe olie om in synthetische vezels, meststoffen, harsen, verf en elektronische componenten.
Deze producten vormen de grotendeels onzichtbare basis van de moderne productie. Elke smartphone, elk autodashboard en elk zonnepaneel is afhankelijk van petrochemische stoffen. Zonder deze stoffen zou de exportmotor van Japan tot stilstand komen. Stoffen die door voorstanders van ‘net zero’ sterk worden gedemoniseerd, worden gebruikt voor de productie van halfgeleiders, scheepscoating en accu’s voor elektrische voertuigen.
Buiten zijn grenzen ondersteunt Japan de ontwikkeling van olievoorraden via het nieuwe ‘Partnership on Wide Energy and Resources Resilience (POWERR) Asia’-kader. Tokio heeft 10 miljard dollar toegezegd om de aankoop van ruwe olie te ondersteunen, strategische reserves te versterken en de logistiek te ondersteunen voor importafhankelijke landen in Zuidoost-Azië.
Steenkool wordt niet vergeten
Japan heropent, net als buurland Zuid-Korea, kolencentrales die ooit werden veroordeeld als overblijfselen van een vervuilender tijdperk. Energie-ambtenaren noemden ‘buitengewone onzekerheid over de bevoorrading’ als rechtvaardiging voor het gebruik van de brandstof die ze hadden beloofd af te schaffen.
Vertegenwoordigers van het Japanse Ministerie van Economie, Handel en Industrie (METI) verklaarden dat het opvoeren van de kolenproductie dient als een onmiddellijke oplossing om aardgas te besparen. Het Ministerie merkte op dat de toenemende onzekerheid over de toekomstige beschikbaarheid van LNG de regering dwingt om noodplannen te ontwikkelen.
Premier Takaichi zei dat een uitgebreid gebruik van steenkool, in combinatie met de heropstart van kerncentrales, ongeveer 40% zou compenseren van de LNG-import die Japan voorheen via de Straat van Hormuz ontving. Door oudere steenkoolcentrales simpelweg zonder politieke belemmeringen te laten draaien, verwacht METI een enorme besparing van 500.000 ton LNG gedurende het boekjaar.
De duizenden fabrieken, chemische installaties en datacenters in Japan kunnen hun activiteiten niet stilleggen vanwege bewolkte of windstille dagen, die zonne- en windenergie zo onbetrouwbaar maken, en de afhankelijkheid van import laat geen ruimte voor experimenten.
Alles bij elkaar tonen de beslissingen ter ondersteuning van het gebruik van olie, gas en steenkool een onwankelbare toewijding aan beproefde, betrouwbare energiebronnen. Japan weigert veiligheid op te offeren ten gunste van klimaatdiplomatie.
Het Japanse volk heeft een traditie van veerkracht, technisch vernuft en industrieel meesterschap. Vandaag de dag verzet het land zich standvastig tegen het klimaatdogma om zijn industriële toekomst veilig te stellen met de fossiele brandstoffen die de basis hebben gelegd voor zijn grootheid.
Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd op Townhall op 11 juli 2026.

Vijay Jayaraj
Vijay Jayaraj is wetenschappelijk onderzoeker bij de CO₂ Coalition in Fairfax, Virginia (VS). Hij behaalde een master in milieuwetenschappen aan de University of East Anglia en een postdoctorale graad in energiemanagement aan de Robert Gordon University, beide in het Verenigd Koninkrijk. Daarnaast behaalde hij een bachelor in engineering aan Anna University in India. Eerder was hij als onderzoeksmedewerker verbonden aan de Changing Oceans Research Unit van de University of British Columbia in Canada.
Wat u zojuist heeft gelezen, kon worden gepubliceerd dankzij onze donateurs.
Clintel publiceert dagelijks artikelen over klimaat, energie en wetenschap. Daarnaast vertalen wij internationale analyses in meerdere talen, maken wij video’s, publiceren wij rapporten en organiseren wij bijeenkomsten en lezingen.
Wij ontvangen geen overheidssubsidies en zijn volledig afhankelijk van de steun van onze donateurs. Dankzij uw bijdrage kunnen wij onafhankelijk onderzoek en een open debat over klimaat en energie blijven bevorderen.
Steunt u ons werk? Kies wat bij u past:
• Word Vriend van Clintel – vanaf €100 per jaar
• Word Trouwe Vriend van Clintel – via een fiscaal aantrekkelijke periodieke gift
• Doe een eenmalige donatie – iedere bijdrage helpt
Hartelijk dank voor uw steun.
meer nieuws
Desinformatie over hittegolven in het NOS Journaal
Desinformatie over hittegolven in het NOS Journaal De boodschap is weer duidelijk. Hittegolven waren zeer zeldzaam en zijn nu gangbaar geworden. De oorzaak daarvan is het gebruik van fossiele brandstoffen. Boven: Peter Kuipers Munneke in het NOS Journaal op 15 augustus jongstleden. Onder: zelfde [...]
Het industriële masochisme van het ‘groene’ Europa
De beleidskeuzes van de EU hebben ertoe geleid dat zogenaamde hernieuwbare bronnen – voornamelijk wind en zon – nu meer dan een derde van de Europese elektriciteitsmix uitmaken en daarmee steenkool ruimschoots overtreffen.
Breaking: wereldwijd geen versnelling in de zeespiegelstijging aangetoond
Een analyse van ruim 200 getijdenstations verspreid over de wereld toont aan dat van een wereldwijde versnelling van de zeespiegelstijging geen sprake is.






