KNMI zit op zijn handen
Het KNMI baseert zijn zwaarste klimaatscenario’s nog altijd op extreme uitstootpaden die internationaal steeds vaker als onrealistisch worden beschouwd. Toch vormen juist deze scenario’s de basis voor vergaande projecties over opwarming en zeespiegelstijging in Nederland. Volgens Rob de Vos dreigt daardoor een groeiende kloof te ontstaan tussen de nieuwste wetenschappelijke inzichten en het Nederlandse klimaatbeleid. In onderstaande analyse, oorspronkelijk verschenen op klimaatgek.nl, zet hij uiteen waarom de KNMI’23-scenario’s volgens hem dringend aan herziening toe zijn.

Stormvloedkering in de Oosterschelde, Nederland (Bron: By Mark Voorendt – Own work, CC BY-SA 4.0)
Rob de Vos
Datum: 10 mei 2026
De publicatie van het Scenario Model Intercomparison Project for CMIP7 (Van Vuuren et al 2026) heeft voor veel beroering gezorgd de afgelopen dagen. Het team stelt voor om de klimaatscenario’s uit het laatste IPCC rapport AR5 te vervangen door 4 nieuwe. In figuur 1 heeft Roger Pielke Jr. de 5 oude (streepjeslijnen) en 4 nieuwe scenario’s (ononderbroken lijnen) met elkaar vergeleken op basis van het verloop van de CO2 emissies.
Fig.1 Bron: Roger Pielke jr
Vergelijk het zeer extreme SSP5-8.5 scenario eens met het hoogste nieuwe HIGH scenario. HIGH bereikt 71 Gt CO₂/jaar in 2100, terwijl SSP5-8.5 in 2100 op 128 Gt uitkomt. Het nieuwe HIGH scenario ligt in 2100 zelfs onder SSP3-7.0, dat in 2100 80 GtCO2 aantikt. Het laagste scenario, SSP1-1.9, is vergelijkbaar met het nieuwe Very Low.
Dat het nieuwe High scenario met 71 Gt CO2/jaar in 2100 zelfs onder het een na hoogste vigerende scenario SSP3-7.0 zit betekent dat zowel het 8.5 als het 7.0 afgeschreven zijn.
Bedenk dat het gebruik van het meest extreme scenario 8.5 zeer populair is. Duizenden wetenschappelijke publicaties zijn erop gebaseerd, en ook veel (inter-)nationale organisaties bouwden voort op het extreemste scenario.
Fig.2 Bron: Roger Pielke Jr.
Ook het KNMI pronkt op bovenstaand lijstje met drie recente rapporten gebaseerd op de extreemste scenario’s. Je zou verwachten dat het KNMI als de donder die rapporten gaat herschrijven, maar dat lijkt niet het plan te zijn. RTL Nieuws laat weten: “Ook het KNMI zegt desgevraagd z’n klimaatscenario’s voor Nederland niet op stel en sprong aan te gaan passen. Een nieuw IPCC-rapport laat nog een tijd op zich wachten. Pas daarna komt het KNMI met nieuwe klimaatscenario’s voor Nederland, zoals ook vorige keren na een IPCC-rapport. ”
Dat betekent dat die rapporten nog misschien wel 5 jaren of langer vigerend zullen zijn terwijl ze niet meer kloppen. Wat betekent dat voor bijvoorbeeld het rapport KNMI’23 Scenario’s ? In dat rapport kiest het KNMI voor het gebruik van 2 scenario’s, H en L, beide met een natte en droge variant:
Fig.3 Bron: KNMI
Dus H levert in het jaar 2100 een mondiale opwarming van 4,9 °C, L van 1,7 °C. Als we in het laatste IPCC rapport AR6 op zoek gaan naar die opwarming stuiten we op deze grafiek:
Fig.4 Bron: IPCC
Figuur 1 en figuur 4 maken duidelijk dat het KNMI scenario H uit het rapport KNMI ’23 Klimaatscenario’s gebaseerd is op SSP5-8.5, en scenario L op SSP1-2.6 van IPCC. Het rapport beschrijft een aantal ‘vergezichten’ voor het jaar 2100 op basis van de scenario’s H en L en droog/nat, waarvan ik er een tweetal zal bekijken, namelijk de gemiddelde jaartemperatuur in Nederland in 2100 en de gemiddelde zeespiegelhoogte in 2100.
Fig.5 Bron: KNMI
Te zien is dat de voor het scenario L de temperatuur in 2100 ongeveer 11,4 °C zou zijn, en voor het scenario H ongeveer 14,9 °C.
Fig.6 Bron: KNMI
In het lage uitstootscenario L stijgt de zeespiegel tot 2100 redelijk sterk (26-73 cm), bij een hoge uitstoot H nog meer (59-124 cm). Maar bij die laatste cijfers blijft het niet. Het KNMI geeft ook nog drie schattingen voor als het nog sterker uit de hand loopt dan in het H scenario. De zeespiegelstijging komt dan in 2100 tot wel 2,5 m.
Een echt horrorscenario dus, dat H scenario, zowel wat temperatuur als zeespiegelhoogte betreft. Maar nu zijn we in mei 2026, en de twee hoogste scenario’s van het IPCC zijn in de prullenbak verdwenen, ze zijn volgens de onderzoekers sterk overdreven en niet geloofwaardig. Het KNMI scenario H is gebaseerd op het IPCC scenario SSP5-8.5 en kan dus gevoeglijk ook de prullenbak in. Blijft over een laag scenario L, te weinig om geloofwaardig het scenariorapport mee te vullen, dat is zeker.
Fig.7 Bron: Clintel
Wie er meteen bovenop zat was Marcel Crok, die op 10 oktober 2023 een artikel schreef onder de kop: De helft van de nieuwe KNMI-scenario’s kan de prullenbak in. En hij had natuurlijk groot gelijk. Alleen: die kritische berichten over het extreme scenario 8.5 kwamen toen vooral uit klimaatsceptische hoek. Dat maakte onvoldoende indruk. Hoe anders is het op dit moment, waarin het IPCC zich openlijk afkeert van dat scenario: scenario SSP5-8.5 (en SSP4-7.0) zijn ‘implausible’ , onwaarschijnlijk.
Je kunt je afvragen waarom het KNMI zich voor het rapport 2023 heeft beperkt tot een tweetal scenario’s, een extreem hoge en de een na laagste. Waarom geen derde, een middenscenario gebaseerd op SSP2-4.5, dat tenminste enigszins overeenkomt met de daadwerkelijke CO2-emissies?
Het antwoord op die vraag komt uit een interessant Telegraafartikel van de hand van Kleis Jager van 9 oktober 2023, daags na de uitgave van het KNMI rapport:
Fig.8 Bron: Telegraaf
Dat laatste doet Kleis Jager verzuchten: “Maar ondertussen gaat in de (sociale) media wel alle aandacht naar de rampzalige gevolgen van SSP5-8.5, zoals bijvoorbeeld een stijging van de zeespiegel met 2,5 meter in 2100.”
Intussen kan de hele KNMI’23 Klimaatscenario’s rapport wel de prullenbak in. Wat heb je aan een scenariorapport waarin de helft van de scenario’s niet meer gebruikt mag worden? En waarin het meest voor de hand liggende middenscenario ontbreekt omdat het KNMI bang is dat burgers wel eens zouden denken dat het een voorspelling is? Ik vermoed dat zo een middenscenario wel eens teveel de aandacht af zou kunnen leiden van het doemscenario.
Intussen denk ik dat ze in de waterwereld, waar het gaat over dijken en spuisluizen enzovoorts, en waar ingenieurs werken die goed kunnen rekenen, niet zullen wachten tot het KNMI ergens in de jaren 2030 met een nieuw rapport komt dat wel(?) deugt. Het KNMI heeft zichzelf buitenspel gezet.
Dit artikel werd overgenomen van klimaatgek.nl waar het op 8 mei 2026 werd geplaatst.

Rob de Vos
Rob de Vos is een onafhankelijke klimaatonderzoeker die schrijft op onder andere de website www.klimaatgek.nl waar hij redacteur van is. Als docent aardrijkskunde begon hij zich te storen aan de matige kwaliteit van de aangeboden leerstof over klimaat op de bovenbouw HAVO en VWO. Die ergernis mondde uiteindelijk uit in het opzetten van de website www.klimaatgek.nl, die in eerste instantie bedoeld was ter ondersteuning van zijn examenkandidaten. In een later stadium is dat uitgegroeid tot een meer algemene klimaatsite.
Hij was samen met Marcel Crok auteur van het kritische rapport (2018) over de KNMI scenario’s en schreef mee aan het rapport ‘Het Raadsel van de Verdwenen Hittegolven ‘(2019). Hij was co-auteur van een drietal wetenschappelijke publicaties, namelijk over de temperatuurhomogenisatie van De Bilt (2021), de homogenisatie van de Europese temperatuurdata (GHCN) (2022) en recentelijk over de zeespiegelstijging (2025).
meer nieuws
Oproep: Steun ons in de strijd voor een open klimaatdebat
We merken dat overal in het land de onrust groeit over de gevolgen van de energietransitie. We merken dat omwonenden en hele gemeenteraden worden overvallen door plannen voor een enorme hoeveelheid mega-windturbines. We merken dat ze vooral praktische hulp nodig hebben.
BBB gaat voor pauzeknop windturbines op land
BBB gaat voor pauzeknop windturbines op land Eerste Kamerlid Gert Jan Oplaat laat op X weten dat zijn fractie gaat voor een pauzeknop hij de bouw van nieuwe turbines op land. Clintel Foundation Datum: 27 september 2024 [...]
Het wordt vandaag spannend in Voorne
Het wordt vandaag spannend in Voorne Clintel Foundation Datum: 26 september 2024 Vanavond neemt de gemeenteraad een besluit over de komst van mega-windturbines. De onrust groeit. Omwonenden vrezen voor het geluid van de [...]













