Overdrijft het IPCC de klimaatwetenschap?

Uit een nieuw onderzoek blijkt dat de Samenvatting voor Beleidsmakers van de IPCC-rapporten de uitkomsten van de klimaatwetenschap stelselmatig heeft aangedikt. De media doen er vervolgens nog een schepje bovenop, legt Roger Pielke uit.

Overdrijft het IPCC de klimaatwetenschap

Afbeelding gemaakt met AI/The Honest Broker

Roger Pielke Jr.
Datum: 11 juni 2026

DEEL:

Een potentieel zeer belangrijke nieuwe preprint van Galiani et al. laat zien hoe het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) en de media vooringenomenheid introduceren in de beoordeling van en berichtgeving over klimaatverandering — een vooringenomenheid in de richting van extremere beweringen. Het artikel is een preprint en de bijbehorende gegevensbestanden zijn nog niet beschikbaar, dus de bevindingen moeten als ‘voorlopig’ worden beschouwd.

Concreet stelt het artikel dat de Summary for Policymakers (SPM, de Samenvatting voor Beleidsmakers) in de IPCC-rapporten een voorkeur heeft voor beweringen die extremer zijn dan de onderliggende wetenschap die elders in de IPCC-rapporten wordt weergegeven. Deze bewering is vaak gedaan door critici van het IPCC, maar dit is de eerste analyse die ik ken die tracht de bewering systematisch te evalueren met gegevens.

Ik deel hier mijn interpretatie van deze nieuwe analyse.

Wat Galiani et al. hebben gedaan

Wetenschappelijke bevindingen van het IPCC — met name die welke klimaatvoorspellingen doen — kunnen worden gezien als het resultaat van een lineair proces, zoals weergegeven in de onderstaande figuur. Het proces begint met de selectie en prioritering van scenario’s die worden gebruikt in voorspellend klimaatonderzoek. Onderzoekers passen die scenario’s vervolgens toe in verdere modellering en publiceren de resultaten uiteindelijk in peer-reviewed literatuur.1Voor een voorbeeld van “klimaattelefoon” in deze fasen, zie dit THB-artikel en dit THB-artikel over de intensiteit van tropische cyclonen en hoe er een grote fout in het AR6 is geslopen, bevestigd door een IPCC-insider.

Vervolgens beoordeelt het IPCC, dat is georganiseerd in min of meer onafhankelijke hoofdstuk-teams, de gepubliceerde literatuur en stelt een hoofdstuk op (dat meerdere concept- en commentaarfasen doorloopt). De IPCC-hoofdstukken vormen de basis voor de Technical Summary en het Synthesis Report van het IPCC, die vervolgens worden verwerkt in een Samenvatting voor Beleidsmakers (SPM). De SPM is doorgaans de drijvende kracht achter de berichtgeving in de media en het beleid.2In mijn besprekingen van de IPCC-beoordelingen verwijs ik altijd naar de oorspronkelijke hoofdstukken, en niet naar de syntheserapporten, technische samenvattingen of SPM’s. De hoofdstukken staan het dichtst bij de literatuur die wordt beoordeeld en hebben het laagste risico op ‘klimaattelefoon’.

De bovenstaande figuur toont met de rode stippellijn de focus van Galiani et al., die een deel van deze communicatieketen vertegenwoordigt. Het artikel richt zich op drie dimensies van mogelijke vertekening: verschuiving in ernst, compressie van onzekerheid en scenario-salience (salience is moeilijk te vertalen maar is zoiets als ‘opvallendheid’).

  • Ernstverschuiving meet of de nadruk wordt gelegd op het extremere uiteinde van het gerapporteerde getalsmatige bereik van een brondocument. Het artikel scoort ernstverschuiving op een vijfpunts-schaal: −2, −1, 0, +1, +2. Tabel 1 illustreert elk niveau met een voorbeeld van zeespiegelstijging.
  • Onzekerheidscompressie meet of samenvattingen het formele vocabulaire van het IPCC over kansen weglaten — zoals vrijwel zeker (99–100%), zeer waarschijnlijk (>90%), waarschijnlijk (>66%).
  • Scenario-salience meet het selectief citeren van individuele scenario-uitkomsten.

Het bereik van uitkomsten voor elke variabele in de verschillende scenario’s — zoals 0,28 m tot 1,01 m zeespiegelstijging tegen 2100 in AR6, of 1,4 °C tot 4,4 °C opwarming — is geen waarschijnlijkheidsverdeling van uitkomsten in de echte wereld. De praktijk legt een ontwerpfout bij het IPCC bloot — hoewel sommige specialisten wellicht begrijpen dat de geprojecteerde bereiken in de scenario’s voor een variabele noch voorspellingen, noch een waarschijnlijkheidsspreiding zijn, zullen de meeste anderen dat niet begrijpen.

Wat Galiani et al. ontdekten

Galiani et al. onderzochten tweetallen van claims over een bepaald klimaataspect (dus de versie daarvan uit de Technical Summary versus de versie uit de SPM; of de versie uit de SPM versus de versie daarvan in de media). Ze hebben ~114.000 van die gekoppelde claims uit alle zes IPCC-rapporten (1990–2023) en 116.000 krantenartikelen uit tien grote Amerikaanse en Britse media geëvalueerd, met behulp van drie onafhankelijke grote taalmodellen (LLM’s) — GPT-5-mini, Claude Haiku 4.5 en Gemini 2.5 Flash — om elk paar te beoordelen op drie dimensies: ernstverschuiving, onzekerheidscompressie en scenario-salience. Het belangrijkste resultaat is ondubbelzinnig: in elke gemeten fase, bij elk IPCC-rapport, verschuiven de beweringen systematisch naar het ernstigere (extremere) uiteinde van het wetenschappelijke bereik dat door het IPCC in zijn Technical Summary wordt gepresenteerd.

Het dominante effect is de verschuiving in ernst — de neiging om de nadruk te leggen op de bovengrens van gerapporteerde kwantitatieve bereiken, terwijl de ondergrens naar de achtergrond wordt verdrongen of genegeerd. In de stap van de Technical Summary naar de SPM varieert de verschuiving in ernst van +4% tot +13% van de maximaal mogelijke opwaartse vertekening volgens hun schaal (over de zes evaluatierapporten, met een piek in AR4 (2007). De berichtgeving in de media voegt nog eens een vertekening van +5% tot +9% toe bovenop wat de SPM al bevat.

Onzekerheidscompressie — het weglaten van de IPCC-kwalificaties voor betrouwbaarheid — is een secundair maar wel consistent effect. Scenario-salience is het kleinste effect, wat de auteurs interpreteren als bewijs dat de cascade van overdrijving niet afhankelijk is van het selectief kiezen van scenario’s. De analyse gaat er echter aan voorbij dat het grootste effect van scenario-vertekening al is verwerkt in de ernstverschuiving.

De onderstaande figuur uit het artikel laat zien dat de ‘versterkingscascade’ in alle IPCC-beoordelingscycli is gedocumenteerd, waarbij de drie meest recente beoordelingen een grotere vertekening in de SPM’s laten zien in de richting van het versterken van wetenschappelijke beweringen dan de eerste drie IPCC-beoordelingen.

Drie andere bevindingen springen eruit.

  • Ten eerste vertonen linksgeoriënteerde en rechtsgeoriënteerde mediakanalen in de AR6-cyclus vrijwel identieke versterkingspatronen, na een divergentie in de drie voorgaande cycli.
  • Ten tweede zijn de mediaresultaten robuust in vijf alternatieve steekproefbeperkingen, waaronder het verwijderen van The Guardian (meeste versterking), het verwijderen van de Wall Street Journal (meeste verzwakking) en het gelijkstellen van de wegingen van de mediakanalen — geen van deze bewerkingen verandert de richting of de kwalitatieve omvang van de bevindingen.

Interessant genoeg: het mediakanaal dat werd beoordeeld als het meest objectief? Fox News!

  • Ten derde reproduceert het patroon zich onafhankelijk in alle drie de LLM’s, waarbij Gemini systematisch lager scoort dan GPT en Claude, maar alle drie qua richting dezelfde cascade vertonen.

Het feit dat de media een voorkeur hebben voor het versterken van klimaatwetenschap zal voor absoluut niemand een verrassing zijn. De bevinding dat de SPM’s ook diezelfde vooringenomenheid weerspiegelen, is echter een zeer belangrijke bevinding.

Waarom Galiani et al. van belang is

Galiani et al. leveren het eerste bewijs dat het IPCC-proces de klimaatwetenschap versterkt in de richting van extremere conclusies, die verder gaan dan die welke in de Technical Summary worden gerapporteerd, en bij uitbreiding verder gaan dan die welke in de peer-reviewed literatuur te vinden zijn. Omdat Galiani et al. slechts naar een deel van de communicatieketen van de klimaatwetenschap kijken, moeten hun resultaten worden geïnterpreteerd als slechts een ondergrens van mogelijke vertekening.

Zoals ik hier op The Honest Broker uitvoerig heb gedocumenteerd, vormt het overmatig vertrouwen op extreme klimaatscenario’s in onderzoek en beleid een enorme bron van vertekening, die verder gaat dan wat in deze nieuwe preprint is gedocumenteerd.

Het is belangrijk op te merken dat, hoewel de versterkingscascade bepaalde politieke belangen kan dienen, de dynamiek die hier speelt geen wangedrag of zelfs maar opzet vereist. Elke actor zou zich rationeel kunnen gedragen binnen zijn institutionele context en toch zou de versterkingscascade het gevolg zijn:

  • CMIP-scenario-ontwikkelaars namen SSP5-8.5 op als een high-end emissiescenario, niet omdat het aannemelijk was, maar omdat het de belangen van klimaatmodelleurs diende.
  • Onderzoekers die in de literatuur publiceerden maakten gebruik van de scenario’s die CMIP beschikbaar stelde, en hadden vaak goede wetenschappelijke redenen om de meest extreme scenario’s te kiezen, ongeacht de feitelijke aannemelijkheid ervan.
  • De auteurs van de IPCC-hoofdstukken hebben de gepubliceerde literatuur samengevat — dat is hun taak. De keuze van het IPCC om scenario’s weer te geven als waarschijnlijkheidsverdelingen van toekomstige werkelijke situaties was een fout.
  • De hoofdauteurs van het IPCC die de Technical Summary schreven, namen deze framing over en lieten veel van de details weg die zich in de scenario- en projectie-blackboxen bevinden. De keuze om de SPM voor beleidsmakers te vereenvoudigen is rationeel, maar in dit geval ging de context verloren en werden extreme projecties versterkt.
  • Journalisten passen standaardcriteria voor nieuwswaarde toe: nieuwheid, urgentie, opvallendheid (salience). Ernstige uitkomsten zijn nieuwswaardiger dan gematigde. If it bleeds, it leads.

Het cumulatieve resultaat is dat de klimaatwetenschap door het IPCC en de media wordt weergegeven met een voorkeur voor het extreme uiteinde. Met RCP8.5/SSP5-8.5 aan dat extreme uiteinde — terwijl het ook wordt voorgesteld als “business as usual” of een referentiescenario — was de weg vrijgemaakt om klimaatverandering in het beleid te presenteren als een “existentiële dreiging”, ook al hebben de IPCC-hoofdstukken en de onderliggende literatuur nooit ook maar iets gezegd dat een dergelijke bewering zou ondersteunen.

Honkbal

Structurele problemen vragen om structurele oplossingen. Enig houvast is misschien te vinden op een ogenschijnlijk vreemde plek: honkbal.

In 2011 onderzocht een studie gepubliceerd in de American Economic Review raciale vooringenomenheid bij ball-and-strike-beslissingen (wijd en slag) van 3,5 miljoen Major League Baseball (MLB)-worpen uit de periode 2004–2008. Onderzoekers ontdekten een kleine maar reële vooringenomenheid: scheidsrechters gaven in hun beslissingen een lichte voorkeur aan werpers van hun eigen ras of etniciteit.

De bevinding was zowel interessant als verontrustend — maar de belangrijkere bevinding was wat er daarna gebeurde. Toen de MLB QuesTec installeerde, een geautomatiseerd camerasysteem dat de beslissingen van elke scheidsrechter toetste aan een objectieve externe norm, verdween de vooringenomenheid van de scheidsrechters volledig. Zoals ik destijds op mijn blog over sport besprak, namen scheidsrechters wier prestaties aan onafhankelijk technologisch toezicht werden onderworpen, onbevooroordeelde beslissingen.

De scheidsrechters hoefden niet corrupt of racistisch te zijn om vooringenomenheid te laten ontstaan. Ze hoefden dit niet met elkaar af te stemmen. Ze maakten subjectieve beoordelingen in realtime onder druk, zonder enige externe controle op de systematische vooringenomenheid in hun oordelen.

De introductie van een onafhankelijke externe evaluatiestandaard – geen straf, geen nieuwe regels, geen herscholing – was voldoende om de vooringenomenheid weg te nemen. Verantwoordingsplicht door objectieve meting veranderde het gedrag.

Parallel

De parallel met het IPCC is duidelijk. De versterkingscascade die Galiani et al. documenteren, toont een systematische vooringenomenheid aan in de manier waarop klimaatwetenschap via institutionele kanalen naar het publiek wordt doorgegeven. Zou AI een onafhankelijke norm voor klimaatbeoordeling kunnen bieden waaraan menselijke vooringenomenheid kan worden getoetst en gecorrigeerd? Ik ben optimistisch dat dit mogelijk is.

Een andere reden waarom Galiani et al. van belang is: het weerlegt de beweringen dat klimaatwetenschappers hun bevindingen opzettelijk bagatelliseren, volledig. In een veel geciteerd artikel uit 2013 betoogden Brysse en collega’s dat de fysische wetenschappelijke prognoses van het IPCC systematisch aan de voorzichtige kant zitten — dat wetenschappers, beperkt door professionele normen en uit angst om als alarmisten te worden bestempeld, de risico’s onderschatten ten opzichte van wat het bewijs rechtvaardigt.

Ze noemden deze vermeende neiging van klimaatwetenschappers om hun eigen werk verkeerd voor te stellen “erring on the side of least drama” (ESLD).

Eerder deed James Hansen een soortgelijke bewering in een artikel uit 2007: dat “wetenschappelijke terughoudendheid” individuele onderzoekers ervan weerhoudt om conclusies even krachtig te formuleren als het bewijs rechtvaardigt, met name bij uitkomsten met grote gevolgen, zoals zeespiegelstijging.

Beide argumenten zijn veelvuldig aangevoerd om te suggereren dat het IPCC opzettelijk conservatief is – dat de werkelijke risico’s van klimaatverandering ernstiger zijn dan wat het IPCC rapporteert, en dat dit opzettelijk gebeurt.

De bevindingen van Galiani et al. zijn in directe tegenspraak met dergelijke beweringen. Bij de overgang van de Technical Summary naar de SPM en van de SPM naar de media wordt niet gekozen voor de minst dramatische benadering – men kiest systematisch voor de meest dramatische benadering.

In elk evaluatierapport van 1990 tot 2023 scoort de SPM ernstiger dan de Technical Summary (die het nauwkeurig zou moeten samenvatten). In elke IPCC-cyclus vanaf AR3 scoort de berichtgeving in de media ernstiger dan de SPM. Het idee dat klimaatwetenschappers de klimaatwetenschap opzettelijk bagatelliseren, houdt geen steek.

Conclusie

Het artikel van Galiani et al. is een potentieel belangrijke bijdrage — de eerste systematische, gevalideerde, empirische meting over meerdere cycli van hoe de IPCC-klimaatwetenschap wordt getransformeerd bij de overgang van de technische beoordeling naar beleidssamenvatting naar berichtgeving in de media.

De onderzoekers vinden een consistente versterkingsbias bij het IPCC en in de media, over een periode van 33 jaar, zes evaluatierapporten en met behulp van drie onafhankelijke AI-scoresystemen. Maar het artikel is slechts een begin. Als werkdocument blijft het voorlopig en onderhevig aan herziening. Onafhankelijke replicatie met behulp van verschillende methodologieën en documentensets zou de conclusies aanzienlijk versterken.

Belangrijker nog is dat Galiani et al. slechts twee overgangen in een keten van zeven fasen meten.3Het zou ook interessant zijn om de versterking per IPCC-werkgroep en zelfs per hoofdstuk te evalueren. De fasen die zij niet beoordelen – van CMIP-scenarioselectie via de gepubliceerde literatuur tot de hoofdstuk-beoordelingen van het IPCC – brengen een potentiële versterking met zich mee die ook significant zou kunnen zijn. We weten al dat het prioriteringsproces van CMIP-scenario’s de klimaatwetenschap decennia lang heeft vertekend in de richting van onwaarschijnlijk extreme scenario’s.

Misschien wel het belangrijkste is dat Galiani et al. de belofte doen dat AI-tools de praktijk van wetenschappelijke beoordeling op het gebied van klimaat en daarbuiten kunnen verbeteren.

Zoals ik vaak zeg: als het IPCC niet bestond, zouden we het moeten uitvinden. Aangezien het IPCC er is, moet het verbeteren ervan de hoogste prioriteit krijgen, want beoordeling is belangrijk.

Noten

  • 1
    Voor een voorbeeld van “klimaattelefoon” in deze fasen, zie dit THB-artikel en dit THB-artikel over de intensiteit van tropische cyclonen en hoe er een grote fout in het AR6 is geslopen, bevestigd door een IPCC-insider.
  • 2
    In mijn besprekingen van de IPCC-beoordelingen verwijs ik altijd naar de oorspronkelijke hoofdstukken, en niet naar de syntheserapporten, technische samenvattingen of SPM’s. De hoofdstukken staan het dichtst bij de literatuur die wordt beoordeeld en hebben het laagste risico op ‘klimaattelefoon’.
  • 3
    Het zou ook interessant zijn om de versterking per IPCC-werkgroep en zelfs per hoofdstuk te evalueren.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op The Honest Broker op 8 juni 2026.

Roger Pielke Jr.

Roger Pielke Jr. is een Amerikaanse wetenschapper en expert op het snijvlak van wetenschap en beleid. Hij schrijft kritisch over klimaatbeleid en de rol van wetenschap in het publieke debat, en staat bekend om zijn nuchtere, datagedreven analyses. Pielke was hoogleraar aan de University of Colorado Boulder en publiceert tegenwoordig via zijn Substack-pagina The Honest Broker.

DEEL DIT ARTIKEL:


Climate Intelligence Clintel

meer nieuws

Tekenen! Petitie tegen windturbines

Tekenen! Petitie tegen windturbines Clintel Foundation Datum: 1 augustus 2024 In het hele land komen Nederlanders in verzet tegen de gevolgen van de energietransitie. Doe mee, en teken de petitie. Samen stoppen we de waanzin. [...]

1 augustus 2024|Categories: Nieuws|
By |2026-06-11T08:31:58+02:0011 juni 2026|Reacties uitgeschakeld voor Overdrijft het IPCC de klimaatwetenschap?
Go to Top