Nee, RCP8.5 is níet onwaarschijnlijk geworden door klimaatbeleid

De waarheid onder ogen zien is misschien ongemakkelijk voor de klimaatwetenschap. Maar het is de enige juiste weg, zegt Roger Pielke Jr. over het afschaffen van RCP8.5.

RCP8.5 werd niet onwaarschijnlijk door klimaatbeleid

Afbeelding gemaakt met AI/The Honest Broker

Roger Pielke Jr.
Datum: 20 mei 2026

DEEL:

RCP8.5 biedt geen fysisch consistent worst-case BAU-traject (Business As Usual, red.) dat verdere nadruk in wetenschappelijk onderzoek rechtvaardigt. Bijgevolg biedt het geen bruikbare benchmark voor beleidsstudies. Ritchie en Dowlatabadi 2017

Toen mijn zoon 12 jaar oud was, was hij 5 feet lang. Toen hij 16 was, was hij 6 feet  — hij was in slechts 4 jaar tijd een hele foot gegroeid. Met mijn wiskundediploma op zak, vond ik dat ik een kwantitatief scenario van zijn toekomstige groei moest maken om er zeker van te zijn dat alles in orde was.

Ik raakte al snel gealarmeerd. Op basis van mijn berekeningen schatte ik dat hij op zijn 28e 9 feet (= 2,74 meter!) lang zou zijn, bij een groeisnelheid van een foot per vier jaar!

Ik sprak met een arts, die zei dat ik ervoor moest zorgen dat hij een evenwichtig dieet kreeg, voldoende rust nam en regelmatig werd gecontroleerd. We deden al deze dingen en ze werkten!

Mijn zoon bleef steken op 1,88 meter en dankzij mijn alarmerende groeiscenario en snelle ingrijpen werd het ergste scenario vermeden — hij werd geen 2,74 meter lang.

Wat is er mis met dit verhaal?

Mijn oorspronkelijke scenario van 2,74 meter was nooit aannemelijk. De dynamiek die het beschrijft, is niet hoe de dingen in werkelijkheid werken. Dus ook al hebben we goed voor mijn zoon gezorgd, dat is niet de reden waarom hij geen 2,74 meter lang is geworden. Het scenario was vanaf het begin onwaarschijnlijk, en mijn zelfbenoemde heldhaftige rol in het afwenden van dat scenario, is een onjuiste interpretatie van de geschiedenis.

Als je deze kleine analogie vat, dan begrijp je de huidige reacties van sommige klimaatwetenschappers op het afschaffen van RCP8.5. Nee, RCP8.5 is niet onwaarschijnlijk geworden door het klimaatbeleid. Vandaag leg ik uit waarom.

Tien jaar geleden

De afgelopen weken hebben vooraanstaande klimaatonderzoekers RCP8.5 verdedigd als een scenario dat tien jaar geleden een plausibele beschrijving gaf van waar de wereld naartoe ging. Dankzij hun waarschuwingen hebben beleidsmakers wereldwijd gereageerd met de invoering van klimaatmaatregelen die RCP8.5 nu onwaarschijnlijk hebben gemaakt. De implicatie van deze beweringen is dat de wereld ooit op weg was naar een temperatuurstijging van ~4,8 °C in 2100 en dat dit nu ~2,7 °C is — een enorme daling.

Bijvoorbeeld:

  • Detlef van Vuuren,1 hoofdauteur van het vorige maand gepubliceerde ScenarioMIP-artikel, legde aan The Australian uit dat RCP8.5

“onwaarschijnlijk is geworden, gezien de trends in de kosten van hernieuwbare energie, de opkomst van klimaatbeleid en recente emissietrends.”

  • Zeke Hausfather, een klimaatwetenschapper bij Stripe en een frequente, vriendelijke intellectuele sparringpartner van mij, beschreef RCP8.5 ook als ooit aannemelijk, maar nu onwaarschijnlijk vanwege successen in het klimaatbeleid:

“Het staat buiten kijf dat de snelle kostendaling, de investeringen in en de inzet van schone energietechnologieën in de afgelopen 15 jaar, de plausibele scenario’s voor het gebruik van fossiele brandstoffen later in deze eeuw hebben veranderd. Deze nieuwe scenario’s weerspiegelen dit succes.”2

  • Robert Vautard, medevoorzitter van IPCC-werkgroep I voor AR7, beschreef het afschaffen van RCP8.5 eveneens als het resultaat van succesvol klimaatbeleid:

“Eerdere ‘hoge scenario’s’ gingen uit van 2015 en veronderstelden geen klimaatbeleid, maar er is nu wel degelijk veel klimaatbeleid in veel landen, ontwikkeld met name op basis van het in 2016 (sic) ondertekende Akkoord van Parijs, en daarvoor. . . het toont aan dat klimaatmitigatiebeleid de opwarming van de aarde consequent vermindert.”

Elk van deze interpretaties berust op een gemeenschappelijke logica: RCP8.5 beschreef ooit een plausibel traject; daaropvolgende beleidsontwikkelingen en trends in technologische kosten hebben de wereld daarvan weggevoerd; daarom werd het scenario onwaarschijnlijk.3

Gebrekkig scenario

Dit verhaal zou, als het waar was, ongelooflijk goed uitkomen voor de klimaatwetenschappelijke gemeenschap. In plaats van de wereld een gebrekkig scenario voor te leggen dat de klimaatwetenschap en het klimaatbeleid meer dan tien jaar lang domineerde – en het vervolgens hardnekkig te verdedigen – wordt de klimaatwetenschappelijke gemeenschap in dit vernieuwde verhaal afgeschilderd als bijna onfeilbaar en heldhaftig.

Hun verhaal is niet waar. RCP8.5 en andere extreme scenario’s waren nooit aannemelijk.

De plausibiliteit van een scenario wordt bepaald door de theorieën en het bewijs die op het moment van het opstellen van het scenario beschikbaar waren, niet simpelweg door de vraag of de wereld uiteindelijk wel of niet in de richting is gegaan van de prognoses, die uit dat scenario voortvloeiden.

Een scenario dat afwijkt van hoe de wereld zich daadwerkelijk heeft ontwikkeld, is niet noodzakelijkerwijs met terugwerkende kracht onwaarschijnlijk op het moment dat het werd opgesteld. Maar een scenario dat is gebaseerd op aannames die niet in overeenstemming zijn met de dan beschikbare theorie en bewijs, is wel al bij de opstelling onwaarschijnlijk, ongeacht of latere gebeurtenissen de voorspellingen bevestigen of tegenspreken.

Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) Special Report on Emissions Scenarios (SRES) — gepubliceerd in 2000 — definieerde een scenario als:

“een samenhangende, intern consistente en aannemelijke beschrijving van een mogelijke toekomstige toestand van de wereld.”

Scenario’s zijn expliciet “geen voorspellingen”. Maar ze moeten wel in overeenstemming zijn met theorie en bewijs.

Elke prognose die is gebaseerd op scenario-aannames die in tegenspraak zijn met de beschikbare theorie en het beschikbare bewijs, is vanaf het begin ongeldig, ongeacht wat er daarna gebeurt. Bovendien zijn scenario’s geen voorspellingen, en beschrijft een reeks scenario’s geen waarschijnlijkheidsverdeling van verwachte toekomsten. Sinds het IPCC SRES in 2000 is er veel wijsheid over scenario’s verloren gegaan.

Aannames

Hieronder bespreek ik drie aannames van RCP8.5 die het vanaf het begin onwaarschijnlijk maakten (waarbij ik andere onwaarschijnlijke aannames, zoals de ongelooflijke bevolkingsgroeicijfers, buiten beschouwing laat):

  • Het vertrouwen op een gebrekkige theorie voor de enorme uitbreiding van energie uit steenkool;
  • Een overeenkomstige snelle toename van de omzetting van steenkool in vloeistoffen, waardoor aardolie wordt verdrongen;
  • Een noodzakelijke vertraging in technologische verbeteringen op het gebied van zonne-energietechnologie.

Laten we ze eens bekijken.

Ten eerste vereiste RCP8.5 het verbranden van steenkool in een onwaarschijnlijk tempo. Steenkool is de meest koolstof-intensieve fossiele brandstof, en er moesten enorme hoeveelheden worden verbrand om het hoge forcing-niveau te bereiken dat was toegewezen aan het meest extreme RCP-scenario.

Bedenk dat onder de RCP’s de stralingforcerings-niveaus voor 2100 eerst werden gekozen. Pas later kregen de makers van geïntegreerde assessment-modellen de taak om uit te zoeken hoe die niveaus bereikt konden worden. RCP8.5 vereiste onwaarschijnlijke sociaal-economische aannames om aan de (vooraf vastgestelde) ontwerpcriteria te voldoen. Helaas heeft de gemeenschap van scenario-ontwikkelaars nog niet geleerd dat sociaal-economische aspecten voorop moeten staan.

De bovenstaande figuur, afkomstig uit Ritchie en Dowlatabadi 2017 (RD17), laat zien dat RCP8.5 uitging van een ~8-voudige toename van de primaire energieopwekking uit steenkool. In feite vertoont het gehele bereik van het veronderstelde toekomstige steenkoolverbruik in alle RCP- en SSP-scenario’s, een toename van steenkool. Dit is gebaseerd op één enkele theorie, door RD17 gekarakteriseerd als de “terugkeer naar steenkool”.

Geologische realiteit

RD17 legt uit dat het geïntegreerde assessment-model MESSAGE, dat RCP8.5 genereerde, geen beperkingen oplegde vanuit de geologische realiteit, en simpelweg aannam dat de enorme hoeveelheden steenkool die het vereiste, beschikbaar zouden zijn. Het scenario extrapoleerde de Chinese steenkool-groeicijfers uit de jaren 2000 en ging ervan uit dat de fysieke grondstoffenbasis zou voldoen aan wat de verbruiksveronderstelling ook vereiste, ongeacht beperkingen in de echte wereld.

De onderstaande figuur laat zien dat het steenkoolverbruik als aandeel van de wereldwijde energiemix rond 2013 begon af te nemen, terwijl RCP8.5 ervan uitging dat het gestaag zou toenemen. De reden voor de afwijking tussen de werkelijkheid en RCP8.5 was niet het klimaatbeleid, maar veeleer een verkeerde aanname die vanaf het begin in het scenario was ingebakken.

RCP8.5 — en in feite alle RCP- en SSP-scenario’s — had een belangrijke zwakke plek, namelijk de aanname van de ‘terugkeer naar steenkool’. Deze aanname alleen al beslist de kwestie van de plausibiliteit. Een scenario dat vijf keer de bewezen steenkoolreserves vereist, is volgens geen enkele norm plausibel.4

Er is nog een andere belangrijke conclusie die hieruit kan worden getrokken: de gehele reeks RCP- en SSP-scenario’s is besmet door de theorie van de ‘terugkeer naar steenkool’. Dat betekent dat elk gebruik van deze scenario’s als een soort probabilistische voorspelling van de toekomst, simpelweg onjuist is. Het IPCC en anderen maken deze fout echter regelmatig.

Coal-to-liquids

Ten tweede vereiste de veronderstelde enorme toename van het steenkoolverbruik noodzakelijkerwijs aanvullende onwaarschijnlijke aannames, met name het toenemende gebruik van coal-to-liquids (CTL) ter vervanging van aardolie én een vertraging van technologische verbeteringen in wind- en zonnetechnologieën.

Ook hier werd de veronderstelde toename van CTL niet voorkomen door klimaatbeleid. Het was een onjuiste aanname van RCP8.5 die nodig was om aan de veronderstelde groei van steenkool te voldoen. De veronderstelde toename van CTL was onwaarschijnlijk op het moment dat RCP8.5 werd opgesteld.

Ten derde vereiste de veronderstelde uitbreiding van steenkool nog meer onwaarschijnlijke aannames. RD17 legt bijvoorbeeld uit dat de veronderstelling van een dramatische uitbreiding van steenkoolenergie, noodzakelijkerwijs vereiste dat andere energietechnologieën stagneerden in hun technologische en economische verbeteringen:

Een door steenkool gedomineerd energiesysteem in RCP8.5 is het resultaat van voortdurend dalende investeringskosten voor steenkool, terwijl de leercurve voor zon-, wind- en kernenergie statisch blijft.

De onderstaande figuur laat bijvoorbeeld zien dat de RCP’s elk vereisten dat de verbeteringen in de kosten van zonne-PV-modules zouden vertragen in vergelijking met het historisch waargenomen tempo. In de figuur gaan de RCP’s in 2011 van start, het jaar van hun publicatie.

Opmerkingen: kosten van zonne-PV-modules ($/W) versus cumulatieve geïnstalleerde capaciteit, log-log-schaal. Stippellijnen geven het kostenverloop weer dat wordt geïmpliceerd door de veronderstelde leersnelheid van elk scenario vanaf het referentiepunt in 2011. De waargenomen kosten (blauwe ononderbroken lijn) liggen onder de prognoses van elk scenario, inclusief het meest ambitieuze (RCP2.6). Bronnen: Fraunhofer ISE; IRENA; NREL. Leersnelheden: Way et al. (2022); Lafond et al. (2018). Aannames scenario LR: AR5 WG3; Rubin et al. (2015).

Degenen die de onwaarschijnlijkheid van RCP8.5 toeschrijven aan “trends in de kosten van hernieuwbare energie” hebben gelijk dat deze kosten afweken van wat het scenario voorspelde. Maar ze hebben oorzaak en gevolg omgedraaid: die kostendalingen waren de voortzetting van een vijftigjarige trend (wat een sterk fundament suggereerde).

Het feit dat het scenario de aanhoudende trend van dalende kosten voor zonne-energie niet wist te vangen, was simpelweg de keerzijde van de onwaarschijnlijke aanname van uitbreiding van steenkool. Zonne-energie moest plaatsmaken voor steeds meer steenkool.

Toetsing

In Burgess, Ritchie, Shapland en Pielke 2021 hebben we alle AR5-basisscenario’s getoetst aan de werkelijke CO2-uitstoot tussen 2005 en 2045, waarbij we waarnemingen combineerden met prognoses van energiesysteem-modellen voor de korte termijn. We hebben de verschillen tussen de RCP’s en SSP’s die hier worden besproken, gedocumenteerd, zoals te zien is in de bovenstaande figuur uit dat artikel.

In dat artikel concludeerden we:

Recente (na 2005) trends en energieprognoses (tot 2040) van de wereldwijde CO2-uitstoot zijn aanzienlijk lager dan voorspeld door de basisscenario’s die zijn gebruikt in het vijfde (AR5) en zesde (AR6) evaluatierapport van het IPCC, en wijken sterk af van veel geciteerde scenario’s met hoge uitstoot, zoals RCP8.5. We laten zien dat deze afwijking grotendeels te wijten is aan een groei van het BBP per hoofd van de bevolking en de koolstofintensiteit die langzamer verlopen dan in de basisscenario’s werd voorspeld. De kloof tussen de waargenomen en de voorspelde koolstofintensiteit zal zeer waarschijnlijk gedurende de 21e eeuw blijven toenemen vanwege de onwaarschijnlijke aannames die scenario’s met hoge uitstoot doen over de toekomstige uitbreiding van fossiele brandstoffen (Ritchie en Dowlatabadi 2017).

Het feit dat RCP8.5 onwaarschijnlijk was, is sinds 2017 in de wetenschappelijke literatuur goed vastgesteld. Verder bewijs heeft dat standpunt in de jaren daarna verder onderbouwd.

Nadat de RCP’s in 2011 werden gepubliceerd ontvouwde de geschiedenis van de wereld zich: Parijs, de revolutie in hernieuwbare energie, de uitbreiding van schalie in de VS. Die wereld werd nog steeds niet op plausibele wijze door RCP8.5 gekarakteriseerd. Het scenario is niet onwaarschijnlijk geworden. Het bewijs dat het onwaarschijnlijk was, werd simpelweg onweerlegbaar naarmate de echte wereld en de RCP8.5-wereld steeds verder uit elkaar groeiden.

Puinhoop

Het is belangrijk dat de gemeenschap begrijpt hoe de RCP-puinhoop is ontstaan en maatregelen neemt om te voorkomen dat dit nog eens gebeurt.

Ik begrijp de noodzaak om het gezicht te redden en om het klimaatbeleid te presenteren als effectiever dan het in werkelijkheid is geweest. Maar als we de redenen voor het RCP8.5-debacle niet goed begrijpen, lopen we het risico die fouten te herhalen.

Lees meer:

Noten

1 Het is vermeldenswaard dat Van Vuuren leiding gaf aan het RCP-project van 2011 dat ons de nu onwaarschijnlijke extreme scenario’s opleverde. Zijn verdediging van RCP8.5 is natuurlijk ook een verdediging van zijn eigen rol (samen met vele anderen, uiteraard) bij de totstandkoming ervan.

2 Zeke neemt een veel gematigder standpunt in, in zijn bericht van vandaag, dat hij samen met anderen schreef. Mijn reactie op hun bericht kun je hier lezen.

3 Michael Mann (geen scenario-expert): “Het goede nieuws is dat de uitstoot nu onder de oudere ‘business-as-usual’-trajecten ligt dankzij het klimaatbeleid, ondanks Trump.”

4 Het nieuwe HIGH-scenario in het ScenarioMIP-ensemble blijft de ‘terugkeer naar steenkool’-hypothese hanteren, zoals erkend door de makers ervan: “Een andere vraag over de plausibiliteit heeft betrekking op de omvang van de reserves en hulpbronnen aan fossiele brandstoffen. Het is duidelijk dat de cumulatieve hoeveelheid fossiel brandstofgebruik in het High-emissiescenario aanzienlijk groter is dan de geschatte totale reserves (bekende afzettingen die bij de huidige prijzen en technologieën winbaar zijn) (Bauer et al., 2016; Rogner, 1997). Het is echter ook aanzienlijk lager dan de schattingen van de totale hulpbronnen (schattingen van nog niet ontdekte afzettingen en/of die welke bij de huidige prijzen niet winbaar zijn), wat betekent dat toekomstige technologieën en prijsontwikkelingen de hulpbronnen-ontwikkeling mogelijk zouden kunnen maken.”

Dit artikel is de vertaling van No, RCP8.5 Did Not Become Implausible Because of Climate Policy, dat op 18 mei 2026 verscheen op The Honest Broker.

Roger Pielke Jr.

Roger Pielke Jr. is een Amerikaanse wetenschapper en expert op het snijvlak van wetenschap en beleid. Hij schrijft kritisch over klimaatbeleid en de rol van wetenschap in het publieke debat, en staat bekend om zijn nuchtere, datagedreven analyses. Pielke was hoogleraar aan de University of Colorado Boulder en publiceert tegenwoordig via zijn nieuwsbrief The Honest Broker.

DEEL DIT ARTIKEL:

Climate Intelligence Clintel

meer nieuws

Klimaatzaak Bonaire onder de loep: rechter baseert zich op doemscenario’s

De klimaatzaak rond Bonaire roept een principiële vraag op: moet een rechter zich bezighouden met politieke keuzes over klimaatbeleid? Volgens jurist Lucas Bergkamp heeft de rechtbank zich laten leiden door weinig realistische toekomstscenario’s, met mogelijke gevolgen voor bestuur en democratische verhoudingen.

7 februari 2026|Categories: Nieuws|Tags: , , , , |

Duitsland nadert een energiecrisis — falend beleid is de oorzaak

Duitsland dreigt in een energiecrisis te belanden nu de gasvoorraden slinken en zware industrieën mogelijk tot stilstand worden gedwongen. De dreigende economische schade lijkt minder het gevolg van een strenge winter dan van jarenlange beleidskeuzes. De huidige situatie is het resultaat van strategische beslissingen die de grootste economie van Europa steeds kwetsbaarder hebben gemaakt.

6 februari 2026|Categories: Nieuws|Tags: , , , , |

De echte milieucrisis is niet klimaatverandering

De echte milieucrisis is niet klimaatverandering Terwijl overheden miljarden uitgeven aan CO₂-reductie, blijven de echte milieuproblemen onopgelost. De werkelijke milieucrisis is niet klimaatverandering, maar afval, vervuild water en falend bestuur. co2coalition.org Vijay Jayaraj Datum: 5 februari 2026 [...]

5 februari 2026|Categories: Nieuws|Tags: , , , , |
By |2026-05-19T21:25:03+02:0020 mei 2026|Reacties uitgeschakeld voor Nee, RCP8.5 is níet onwaarschijnlijk geworden door klimaatbeleid
Go to Top