Roger Pielke Jr.: “De correctie kwam veel te laat”

Nu het extreme klimaatscenario RCP 8.5 eindelijk is losgelaten, is het debat aanzienlijk verschoven, aldus Roger Pielke Jr. De Amerikaanse onderzoeker gaf onlangs een interview aan de Global Warming Policy Foundation.

Roger Pielke Jr.: “De correctie kwam veel te laat”

Roger Pielke Jr. in gesprek met de GWPF

Clintel Foundation
17  mei 2026

DEEL:

Het recente gesprek van Roger Pielke Jr. met de Global Warming Policy Foundation begint uiteraard met wat hij omschrijft als een van de belangrijkste ontwikkelingen in de klimaatwetenschap en het klimaatbeleid van de afgelopen jaren: de feitelijke “dood” van het emissiescenario dat bekendstaat als RCP 8.5.

U kunt het volledige interview hier bekijken:

Meer dan tien jaar lang vormde dit scenario de ruggengraat van veel van de meest alarmerende klimaatprognoses. Het gaf een fundament aan wetenschappelijk onderzoek, overheidsbeleid, financiële regelgeving, infrastructuurplanning, berichtgeving in de media en het publieke begrip van klimaatverandering. Volgens Pielke betekent het geleidelijk afstappen van RCP 8.5 niet alleen een technische aanpassing binnen de klimaatmodellering, maar een ingrijpende correctie van de aannames die jarenlang het klimaatdiscours hebben gedomineerd.

Aannames

Pielke begint met uit te leggen welke centrale rol sociaaleconomische scenario’s spelen in de klimaatwetenschap. Klimaatmodellen voorspellen niet zomaar toekomstige temperaturen; ze vereisen aannames over hoe menselijke samenlevingen zich in de komende decennia zullen ontwikkelen. “Klimaatmodellen draaien in de eerste plaats op input uit sociaal-economische scenario’s.” Deze scenario’s proberen een schatting te maken van toekomstige bevolkingsgroei, economische ontwikkeling, technologische innovatie, energiesystemen en patronen van brandstofgebruik. Omdat geen van deze variabelen met zekerheid kan worden voorspeld, baseren klimaatwetenschappers zich op meerdere scenario’s die verschillende mogelijke toekomsten weergeven.

De Representative Concentration Pathways, of RCP’s, werden meer dan twintig jaar geleden ontwikkeld als gestandaardiseerde emissietrajecten voor klimaatmodellering. Er werden vier hoofdtrajecten gecreëerd: RCP 2.6, 4.5, 6.0 en 8.5, waarbij de getallen overeenkomen met verschillende niveaus van stralingsforcering tegen het jaar 2100. RCP 2.6 kwam grofweg overeen met ambitieuze klimaatmitigatiedoelstellingen en lagere opwarmingsresultaten, terwijl RCP 8.5 de toekomst met de hoogste uitstoot vertegenwoordigde, geassocieerd met een opwarming van ongeveer 5 °C tegen het einde van de eeuw (t.o.v. 1850).

In de loop van de tijd evolueerde RCP 8.5 echter ver buiten zijn oorspronkelijke rol als stresstest-scenario. Het werd steeds meer behandeld als de standaard “business-as-usual”-toekomst — de wereld die zou ontstaan als regeringen geen agressieve klimaatmaatregelen zouden nemen. Pielke stelt dat deze transformatie enorme gevolgen had. “Als je een kop ziet over hoe klimaatverandering de samenleving gaat beïnvloeden… is de kans groot dat die gebaseerd is op RCP 8.5,” merkt hij op. Zelfs mensen die niet bekend waren met de technische terminologie werden voortdurend blootgesteld aan conclusies die voortkwamen uit dit extreme scenario.

Nooit aannemelijk

Volgens Pielke reikte de invloed van RCP 8.5 veel verder dan de academische klimaatwetenschap. Overheden namen het op in hun aanpassingsplannen, financiële toezichthouders verwerkten het in stresstests voor banken en ingenieurs gebruikten het als basis voor beslissingen over infrastructuur, waterkeringen, luchthavens en stadsplanning. Het scenario raakte diep verankerd in de hele ontwikkelde wereld. De aannames ervan bepaalden niet alleen wetenschappelijke artikelen, maar ook de politieke retoriek en de publieke angst voor klimaatverandering.

Het centrale probleem, zo stelt Pielke, is dat RCP 8.5 nooit een plausibele weergave was van waarschijnlijke toekomstige emissies. Het scenario berustte op aannames die steeds verder afweken van de werkelijke energietrends. Het ging met name uit van een enorme toename van het kolengebruik in de eenentwintigste eeuw, inclusief de vervanging van schonere energiebronnen door brandstoffen op basis van steenkool. Het scenario stelde in feite een wereld voor waarin de reeds ingezette trends naar aardgas, kernenergie en hernieuwbare energiebronnen werden losgelaten.

Pielke legt uit dat onderzoek onder leiding van zijn collega Justin Ritchie jaren geleden al aantoonde dat deze aannames onrealistisch waren. “Die theorie klopt niet,” zegt Pielke zonder omwegen. De wereld was niet op weg naar een door steenkool gedomineerde toekomst en was dat waarschijnlijk ook nooit geweest. Maar ondanks het groeiende bewijs tegen het scenario bleef RCP 8.5 nog bijna tien jaar na het verschijnen van de eerste grote kritieken diep verankerd in het klimaatonderzoek en de publieke communicatie.

Trage correctie

Een van de belangrijkste thema’s van het interview is de spanning tussen het zelfcorrigerende karakter van de wetenschap en de traagheid van institutionele verandering. Pielke benadrukt dat de wetenschap fouten uiteindelijk wel corrigeert. “Een van de meest waardevolle aspecten van de wetenschap is dat ze zichzelf corrigeert,” zegt hij. Hij stelt echter ook dat de correctie in dit geval veel te traag kwam, gezien het enorme beleidsbelang van de kwestie. Tienduizenden studies bleven RCP 8.5 gebruiken, zelfs nadat de aannames ervan steeds verder waren afgedreven van waarneembare trends.

Pielke is van mening dat het voortbestaan van RCP 8.5 niet simpelweg een onschuldig wetenschappelijk vergissinkje was. Hij suggereert dat de dramatische prognoses van het scenario het politiek en retorisch bruikbaar maakten. Worst-case-scenario’s zorgden voor alarmerende krantenkoppen, versterkten de argumenten voor snelle beleidsinterventie en versterkten het verhaal van de klimaatcrisis. Het scenario kreeg daardoor institutionele vaart, zelfs toen de twijfels over de plausibiliteit ervan sterker werden.

Beleid was niet de reden

Een groot deel van de discussie gaat over het argument dat nu door sommige klimaatvoorvechters wordt aangevoerd, namelijk dat de wereld het RCP 8.5-traject heeft vermeden omdat het klimaatbeleid succesvol was. Volgens deze interpretatie hebben internationale overeenkomsten, subsidies voor hernieuwbare energie, koolstofbelastingen en andere maatregelen “de curve omgebogen” en catastrofale emissietrajecten voorkomen. Pielke betwist deze bewering krachtig. “Er is geen goed bewijs dat het beleid de reden was,” stelt hij.

In plaats daarvan betoogt hij dat de afwijking van RCP 8.5 plaatsvond omdat het oorspronkelijke scenario fundamenteel gebrekkig was. Empirisch bewijs toont aan dat de snelheid van decarbonisatie en veranderingen in energie-intensiteit niet plotseling versnelden na grote klimaatakkoorden. De aannames achter RCP 8.5 waren veeleer in strijd met de manier waarop energiesystemen zich al ontwikkelden. Volgens hem dient het verhaal dat agressief klimaatbeleid “de wereld heeft gered” van RCP 8.5 deels als een gezichtsreddende verklaring voor waarom het scenario onrealistisch bleek te zijn.

Pielke reflecteert ook op de politieke gevolgen van het ter discussie stellen van dominante aannames binnen de klimaatwetenschap. Jarenlang werden critici van RCP 8.5 en andere worst-case-prognoses vaak gemarginaliseerd of aangevallen. Pielke werd zelf een prominent doelwit. Hij herinnert zich dat hij werd onderzocht door leden van het Amerikaanse Congres en publiekelijk werd veroordeeld omdat hij de gangbare klimaatverhalen in twijfel trok. Hij beschrijft hoe zelfs sympathiserende collega’s vaak aarzelden om hem publiekelijk te verdedigen uit angst voor hun eigen carrière.

Aanzienlijke verschuiving

Desondanks is Pielke er nu van overtuigd dat het debat aanzienlijk is verschoven. Het schrappen van RCP 8.5 door de heersende wetenschappelijke instanties betekent volgens hem een late rechtvaardiging van kritiek die ooit als politiek verdacht werd afgedaan. Terugkijkend merkt hij op dat “het werk dat ik en mijn collega’s hebben verricht de tand des tijds heeft doorstaan.”

Naast de controverse rond RCP 8.5 raakt het interview aan verschillende gerelateerde onderwerpen in de klimaatwetenschap en het klimaatbeleid. Pielke bespreekt het bewijs rond extreme weersomstandigheden en benadrukt dat het wetenschappelijk vertrouwen sterk varieert, afhankelijk van het fenomeen. Hittegolven en zware neerslag vertonen aantoonbare trends die verband houden met broeikasgassen, maar voor veel andere gebeurtenissen – waaronder orkanen, tornado’s, overstromingen en droogte – blijft het bewijs veel onzekerder. “Voor de meeste indicatoren van extreem weer is er geen detectie of attributie geweest,” legt hij uit, waarbij hij benadrukt dat dit de conclusies van het IPCC zelf weerspiegelt en geen marginale positie is.

Hij is bijzonder kritisch over de opkomst van “attributiewetenschap”, een vakgebied dat probeert te kwantificeren in hoeverre klimaatverandering heeft bijgedragen aan individuele rampen. Pielke stelt dat deze studies vaak het onderscheid vervagen tussen langetermijn-klimaattrends en de complexe oorzaken van specifieke weersomstandigheden. Volgens hem wekken ze vaak een misleidende zekerheid op en dienen ze meer de agenda van de media en de juridische sector dan het wetenschappelijk inzicht.

Klimaatrechtszaken

Het interview gaat ook in op klimaatrechtszaken, met name rechtszaken tegen overheden en fossiele-brandstofbedrijven. Pielke stelt dat rechtszaken waarschijnlijk geen significante invloed zullen hebben op het tempo van de decarbonisatie, dat voornamelijk afhangt van technologische innovatie en energiesystemen in plaats van rechterlijke uitspraken.

Wat het economisch beleid betreft, bespreekt Pielke recent onderzoek waarin de betrouwbaarheid van modellen die mondiale temperatuurveranderingen koppelen aan de gevolgen voor het bbp, in twijfel wordt getrokken. Hij stelt dat veel schattingen van economische schade berusten op fragiele aannames en statistische methoden die toekomstige uitkomsten niet robuust kunnen voorspellen. Hoewel hij erkent dat klimaatverandering economische gevolgen kan hebben, staat hij sceptisch tegenover beweringen dat precieze mondiale schadecurves wetenschappelijk kunnen worden vastgesteld.

Ondanks zijn kritiek op klimaatalarmisme is Pielke niet tegen decarbonisatie op zich. Hij stelt dat economieën al decennia lang geleidelijk aan decarboniseren als een natuurlijk gevolg van technologische vooruitgang, efficiëntiewinst en de overgang naar schonere energiebronnen. Hij is voorstander van een pragmatisch energiebeleid dat een evenwicht biedt tussen betaalbaarheid, veiligheid, groei en emissiereducties. Hij is in principe ook voorstander van koolstofbeprijzing, hoewel hij stelt dat politiek realistische maatregelen belangrijker zijn dan theoretisch perfecte oplossingen.

In het laatste deel van het gesprek reflecteert Pielke op de bredere ontwikkeling van het klimaatdiscours in de afgelopen twintig jaar. Hij erkent zijn frustratie over hoe traag wetenschappelijke en politieke systemen reageren op kritiek en bewijs. Toch spreekt hij ook voorzichtig optimisme uit dat het debat rationeler en empirisch meer onderbouwd wordt. Het afstappen van RCP 8.5, zo suggereert hij, zou het begin kunnen zijn van een evenwichtiger benadering van de klimaatwetenschap — een benadering die minder wordt gedomineerd door Worst-case-scenario’s en overdreven zekerheid, en meer aandacht heeft voor realisme, bewijs en de complexiteit van energietransities.

DEEL DIT ARTIKEL:

Climate Intelligence Clintel

meer nieuws

Dr. Fritz Vahrenholt: De flop van Belém

De 30ste klimaatconferentie (COP30) in Belém, Brazilië, verliest volgens professor Fritz Vahrenholt al vanaf het begin aan betekenis. De grootste uitstoters zijn niet op hoog niveau vertegenwoordigd en maar weinig landen zijn transparant over hun klimaatbeleid. Het enige verwachte resultaat is de oprichting van een tropisch regenwoudfonds (TFFF), dat volgens Vahrenholt echter kan uitgroeien tot een financieel moeras.

14 november 2025|Categories: Nieuws|Tags: , , , |
By |2026-05-16T17:19:31+02:0017 mei 2026|Reacties uitgeschakeld voor Roger Pielke Jr.: “De correctie kwam veel te laat”
Go to Top