Methode voor toeschrijven extreem weer aan klimaatverandering is ridicuul

De methode om extreem weer aan klimaatverandering toe te schrijven (EEA) is ridicuul. Roger Pielke Jr. legt uit dat je met dezelfde methode kunt aantonen dat het toenemend aantal octrooiaanvragen de extreme regenval na tyfoon Higabis veel waarschijnlijker heeft gemaakt. “Tot de wereld overeenstemming bereikt over het terugdringen van octrooiaanvragen, zullen de risico’s op dergelijke gebeurtenissen blijven toenemen”, stelt Pielke cynisch.

AI-generated illustration accompanying Roger Pielke Jr.’s critique of extreme weather attribution

Afbeelding gemaakt met AI/The Honest Broker

Roger Pielke Jr.
Datum: 22 september 2026

DEEL:

Een van de meest brutale — en succesvolle — propagandacampagnes kun je gewoon open en bloot waarnemen. Ik doel op de gezamenlijke inspanning van klimaatactivisten om de overtuiging te creëren dat ‘klimaatverandering’ slecht weer en rampen veroorzaakt, en dat we met klimaatbeleid kunnen voorkomen dat die nare dingen gebeuren.

Met “succesvol” bedoel ik dat de propaganda-campagne de helft van alle Amerikanen ervan heeft overtuigd dat “het aanpakken van klimaatverandering” zal leiden tot “minder of minder ernstige extreem-weerverschijnselen” die zij persoonlijk ervaren en die hun gemeenschap treffen. Zoals de onderstaande afbeelding laat zien, is deze overtuiging onder klimaatvoorstanders met 80% bijna een geloofsartikel.

Bron: Heatmap

Centraal in de propaganda-campagne staan wetenschappers die politieke ‘alchemie’ bedrijven door de symbolen, het gezag en de instellingen van expertise om te zetten in misvattingen bij het grote publiek en beleidsmakers over klimaatwetenschap. Deze wetenschappers weten allemaal heel goed dat ‘klimaatbeleid’ het aantal of de intensiteit van extreme weersomstandigheden op geen enkele zinvolle of waarneembare manier kan verminderen tijdens mijn leven, of zelfs tijdens het leven van mijn toekomstige kleinkinderen.

Ik gebruik de term propaganda hier als een vakterm, die Harold Lasswell bijna een eeuw geleden definieerde als “het sturen van collectieve attitudes door het manipuleren van betekenisvolle symbolen”.

Politiek doel

Het feit dat er een propaganda-campagne gaande is, is niet louter mijn interpretatie. De bedenkers van ‘extreme event attribution’ (EEA) – waarover dit artikel gaat – hebben openlijk toegegeven dat een belangrijke reden voor het opzetten van EEA politiek van aard is: door “de ‘urgentie’ van klimaatverandering te vergroten, en daarmee de steun voor mitigatie te vergroten.”

De aanleiding voor dit artikel is de ‘studie’ die vandaag is gepubliceerd over klimaatverandering en de recente overstromingen en modderstromen in Nepal door de organisatie World Weather Attribution (WWA) — zoals weergegeven in de bovenstaande koppen. (Het KNMI is sterk vertegenwoordigd in WWA, red.)

WWA stelt, schaamteloos en ten onrechte, dat “geen enkel bestaand vroegtijdig waarschuwingssysteem voldoende tijd had kunnen bieden of de omvang van de gevolgen in de zwaarst getroffen gebieden had kunnen voorkomen, wat de beperkingen van aanpassing onderstreept”. Ze leggen verder uit dat “het minimaliseren van toekomstige risico’s een snelle transitie weg van het gebruik van fossiele brandstoffen vereist, evenals het nakomen van toezeggingen inzake klimaatfinanciering voor adaptatie.”

WWA functioneert als een belangenorganisatie. De organisatie is in 2014 opgericht door Climate Central — een andere klimaatbelangenorganisatie — en is tegenwoordig gevestigd aan Imperial College London. WWA wordt gefinancierd door filantropische instellingen die zich inzetten voor het klimaat: de Grantham Foundation, de European Climate Foundation en het Bezos Earth Fund.

In dit artikel doe ik drie dingen:

  • Ik laat zien dat de A in WWA niet voor ‘attribution’ (toeschrijving) zou moeten staan, maar voor ‘assumption’ (aanname). De belangrijkste bevindingen in alle persberichten van WWA vloeien voort uit de aanname van attributie;
  • Bovendien kan volgens de WWA-methodologie elke tijdreeks met een trend, stijgend of dalend — en in welke context dan ook — worden ‘toegeschreven aan klimaatverandering’. Door WWA-methoden toe te passen, zal ik laten zien hoe het recordaantal van 6.776 homeruns in de MLB in 2019 onmogelijk zou zijn geweest zonder ‘klimaatverandering’.
  • Ik zal ook aantonen hoe elke variabele met een stijgende trend kan worden gebruikt om te verklaren hoe een bepaalde weergebeurtenis erger is geworden. Door toepassing van WWA-methoden zal ik laten zien hoe de wereldwijde toename van octrooiaanvragen — octrooiverandering? — ervoor zorgde dat de regenval door een Japanse tyfoon in 2019 vier keer zo hevig was als in de jaren tachtig, toen er minder octrooiaanvragen waren.

De afgelopen maanden heb ik een omvangrijk project uitgevoerd: ik heb 96 WWA-studies gerepliceerd (het totaal aantal waarvan de gegevens en methoden replicatie toelaten, terwijl ongeveer 30 andere niet te repliceren zijn) om de methoden te evalueren, na te gaan hoe consistent ze worden toegepast, en te vergelijken wat er in de persberichten staat met wat er in de technische rapporten staat. Ik heb zojuist de vandaag gepubliceerde ‘studie’ over Nepal gerepliceerd, wat de problemen die ik in het algemeen heb aangetroffen, levendig illustreert.

WWA, klimaatverslaggevers en klimaatactivisten houden ons allemaal voor de gek en brengen daarmee grote schade toe aan de wetenschap van klimaatverandering, die te belangrijk is om te worden gereduceerd tot propaganda ter ondersteuning van een politieke campagne.

Aanname, geen toeschrijving

De bedenkers van Extreme Event Attribution (EEA) zijn altijd open geweest over het feit dat hun toeschrijving van de waarschijnlijkheid of intensiteit van een gebeurtenis aan bepaalde oorzaken, een aanname is, en niet is aangetoond of onderzocht.

In een basisartikel over het project leggen de auteurs uit dat voor alle trends in weer- of klimaatvariabelen geldt:

“Er wordt aangenomen dat de belangrijkste veranderingen in de [statistische] verdeling te wijten zijn aan de opwarming van de aarde.”

In een ander kernartikel leggen ze uit dat de enige factor die zij als relevant beschouwen voor extreme weersomstandigheden, de mondiale gemiddelde oppervlaktetemperatuur is:

“de [statistische] verdeling verschuift of schaalt alleen mee met veranderingen in de afgevlakte mondiale gemiddelde oppervlaktetemperatuur (GMST) en verandert niet van vorm, [en] de opwarming van de aarde is de belangrijkste factor die de extremen beïnvloedt buiten de natuurlijke variabiliteit van jaar tot jaar om.”

Hoe zit het dan met interne klimaatvariabiliteit, zoals de ingrijpende invloed van El Niño en La Niña (ENSO in het algemeen) — heeft iemand al die Atlantische orkanen dit jaar opgemerkt? Nee, ik ook niet.

De WWA-methodologie gebruikt niet alleen de GMST als enige correlatie met extreem weer, maar vlakt die variabele ook af over vier jaar om elk signaal dat verband houdt met ENSO te elimineren:

Voor de opwarming van de aarde is een veelgebruikte keuze de afgevlakte anomalie van de wereldwijde gemiddelde oppervlaktetemperatuur (GMST) over vier jaar . . . De afvlakking wordt toegepast om de schommelingen in de mondiale gemiddelde temperatuur als gevolg van ENSO te verwijderen, die de ‘vingerafdruk’ van de opwarming van de aarde zouden vervuilen.

De WWA-methoden maken gebruik van waarnemingen en ook van modellen. Het gebruik van modellen is eveneens gebaseerd op de aanname dat veranderingen die in de modeluitvoer worden waargenomen, het gevolg zijn van emissies van broeikasgassen en aerosolen (nadruk toegevoegd):

“De tweede manier is het gebruik van klimaatexperimenten, zoals de historische/RCP4.5-experimenten voor CMIP5, en deze op dezelfde manier te analyseren als de waarnemingen. Hierbij wordt aangenomen dat de belangrijkste oorzaak van de trends vanaf het einde van de negentiende eeuw tot nu in de modellen te wijten is aan antropogene uitstoot van broeikasgassen en aerosolen, waarbij natuurlijke forceringen buiten beschouwing worden gelaten.”

De veronderstelling dat elke willekeurige trend in een weervariabele zowel een aanwijzing is voor ‘klimaatverandering’ als veroorzaakt wordt door ‘klimaatverandering’, maakt de legitieme klimaatwetenschap belachelijk.

Kant-en-klare toeschrijving

De WWA-methodologie is belachelijk triviaal, maar voldoende wiskundig en ondoorzichtig om haar persberichten en technische rapporten een wetenschappelijk tintje te geven. De schijnbare complexiteit werpt ook barrières op voor de meesten die een kijkje achter de schermen zouden willen nemen. Voor degenen met de nodige expertise: wie wil degene zijn die erop wijst dat de keizer eigenlijk helemaal geen kleren aan heeft?

Om eerlijk te zijn tegenover WWA: in de bovenstaande passages hebben ze ons al verteld dat de keizer geen kleren heeft!

Laten we toch eens onder de motorkap kijken.

In een van de basisartikelen van WWA wordt uitgelegd hoe men werkt, aan de hand van een voorbeeld van temperaturen in De Bilt. Het eerste wat ze deden, was de warmste dag van het jaar op die locatie vergelijken met de mondiale gemiddelde oppervlaktetemperatuur (GMST) en de lineaire relatie berekenen, weergegeven door de donkerrode lijn in de onderstaande figuur. De trend is ongeveer 2,8 °C lokale opwarming per 1 °C mondiale opwarming. Het roze vierkantje geeft de record-dagtemperatuur weer die in 2018 werd gemeten — de gebeurtenis die in het voorbeeld wordt ‘toegeschreven’.

Vervolgens gebruiken ze de geschatte relatie om twee return period-curves te maken,  één voor het hedendaagse klimaat en één voor een klimaat uit het verleden. (Een return period geeft aan om de hoeveel tijd een bepaalde extreme gebeurtenis plaatsvindt, red.)

Laten we eens kijken naar 1920 om te laten zien hoe de berekening voor een afzonderlijk jaar werkt: de GMST is tussen 1920 en 2018 met ongeveer 1,1 °C gestegen, en 1,1 vermenigvuldigd met 2,8 komt neer op ongeveer 3 °C. De methode telt 3 °C op bij de waarde uit 1920, dus een dag met 25 °C uit 1920 telt in het klimaat van 2018 als een dag met 28 °C. Vervolgens doen ze hetzelfde voor alle jaren om een curve te maken voor het statische klimaat van 1900.

De onderstaande afbeelding toont de resultaten van het maken van de temperatuurcurves en het omzetten daarvan in return periods, waarmee wordt weergegeven hoe vaak gebeurtenissen van verschillende omvang in de gegevensreeks voorkomen. Het klimaat van 2018 wordt weergegeven in rood en dat van 1900 in blauw.

Als je de afzonderlijke gegevenspunten in rood en blauw goed bekijkt, zie je dat het om dezelfde gegevens gaat, alleen verschoven op basis van de correlatie tussen de GMST en de lokale temperatuur.

De roze lijn is getrokken op het niveau van de warmste dagtemperatuur die in 2018 is waargenomen: 29,7 °C. Je kunt zien dat de roze lijn de blauwe curve nooit zou kruisen, zelfs niet als deze ver buiten de pagina zou worden doortrokken.

Voor dit voorbeeld concluderen de auteurs:

“[F]ormeel gezien was de gebeurtenis onmogelijk in het klimaat van 1900 . . . Dit hangt echter af van een aantal aannames, dus we zeggen liever dat de gebeurtenis rond 1900 uiterst onwaarschijnlijk was.”

Als de roze lijn de blauwe curve zou kruisen, dan zou de conclusie zijn dat de gebeurtenis door klimaatverandering X% waarschijnlijker is geworden.

WWA voegt daar een vergelijking aan toe met modellen die aan dezelfde aannames onderworpen zijn. De simplistische methoden zijn vastgelegd in een zeer technisch en met jargon doorspekt rapport dat geen peer review heeft ondergaan. Er wordt een persbericht uitgegeven — dat al dan niet overeenkomt met het technische rapport (daarover later meer in een volgend artikel) — en de media over de hele wereld raken in de ban.

Bravo voor WWA en zijn financiers. Ze geven echt een masterclass in propaganda-technieken voor het moderne tijdperk.

Klimaatverandering veroorzaakt meer homeruns

Laten we de methode vervolgens toepassen op het jaarlijkse aantal homeruns in de MLB (de hoogste Amerikaanse honkbalcompetitie, red.). De onderstaande figuur is precies analoog aan de bovenstaande figuur van De Bilt — een regressie van homeruns op GMST. Je kunt zien dat er een correlatie is. Het paarse vierkantje is de gebeurtenis die we willen toeschrijven: het recordaantal van 6.776 homeruns in 2019.

Homeruns versus GMST 1950-2025

Op basis van de hierboven vastgestelde relatie tussen GMST en homeruns past de onderstaande figuur de WWA-methoden toe om te laten zien wat de homerun-aantallen sinds 1900 zouden zijn geweest bij het (contrafeitelijke) klimaat van 1900 en bij het feitelijke klimaat van 2025.

De roze lijn laat zien dat het recordseizoen van 2019 nooit had kunnen plaatsvinden in het klimaat van 1900 — wat we kunnen schatten door de hierboven getoonde relatie voor 1950 tot 2025 terug te projecteren naar 1900, wederom volgens de WWA-methoden.

Heeft de GMST de toename in homeruns veroorzaakt? Het antwoord hangt af van wat je wilt geloven. Als je gelooft dat de GMST ‘klimaatverandering’ vertegenwoordigt en dat ‘klimaatverandering’ meer homeruns veroorzaakt, dan is het antwoord ‘ja’. De WWA lijkt jouw overtuigingen te bevestigen.

Geeft de verschuiving van de curve de effecten weer van ‘klimaatverandering’ op de variabele die van belang is (in dit voorbeeld: homeruns)? De WWA-methoden gaan niet in op die kwestie, ze gaan er gewoon van uit.

Voordat je dit afdoet als een belachelijk voorbeeld, kijk dan eens naar de zeer reële schermafbeelding hieronder van AP uit 2023 over een attributiestudie naar klimaatverandering met betrekking tot — homeruns. Mijn visie op die studie kun je hier lezen.

We kunnen elke variabele met een trend kiezen — letterlijk alles — en die in dit voorbeeld in de plaats van homeruns zetten, en zo elke recente gebeurtenis toeschrijven aan ‘klimaatverandering’.

EEA is een kant-en-klare methodologie die is ontworpen om alles wat je maar wilt toe te schrijven aan ‘klimaatverandering’.

En daar blijft het niet bij. Het werkt ook andersom.

Octrooiaanvragen veroorzaken regenval

Stel dat ik geloof dat de toename van het aantal wereldwijde octrooiaanvragen – octrooiverandering – de oorzaak is van specifieke gebeurtenissen met extreme regenval. Belachelijk, ik weet het. Maar octrooiverandering werkt perfect binnen de WWA-methodologie.

Ik heb de WWA EEA-studie uit 2022 over de gevolgen van de tyfoon Hagibis in Japan in 2019 nagebootst. Vervolgens heb ik hun studie opnieuw uitgevoerd met wereldwijde octrooiaanvragen in plaats van de GMST.

De onderstaande figuur toont een correlatie tussen octrooiaanvragen en de eendaagse neerslag in oktober in de regio die door de overstromingen werd getroffen. Die relatie geeft me wat ik nodig heb om return periods voor extreme regenval te berekenen in de octrooiwerelden van 1985 en 2019.

Vervolgens laat de onderstaande figuur zien hoe veranderingen in octrooien hebben geleid tot grotere eendaagse neerslag in oktober in deze regio van Japan.

Alleen al sinds 1985 hebben toenemende octrooiaanvragen een gebeurtenis als de extreme regenval na tyfoon Higabis ongeveer vier keer zo waarschijnlijk gemaakt — wat ooit een gebeurtenis was die eens in de 28 jaar voorkwam, doet zich vandaag de dag eens in de zeven jaar voor. Totdat de wereld overeenstemming bereikt over het terugdringen van octrooiaanvragen, zullen de risico’s op dergelijke gebeurtenissen blijven toenemen.

Nogmaals: we kunnen de variabele “octrooiaanvragen” vervangen door welke variabele we maar willen, en zolang er maar een trend in zit, kunnen we elke andere variabele met een trend eraan toeschrijven — neerslag, homeruns, noem maar op.

Propaganda

Dit brengt ons terug bij het begin van dit artikel. Als je tot de mensen behoort die al geloven dat ‘klimaatverandering’ extreem weer verergert — dus de “persuaded (overtuigden)” in het staafdiagram hierboven — dan zullen de persberichten en technische documenten van WWA bevestigen wat je al gelooft.

Als je sceptisch staat tegenover het idee dat ‘klimaatverandering’ individuele weersverschijnselen waarschijnlijker of intenser maakt, is er geen wetenschappelijk bewijs in het werk van WWA dat je kan overtuigen — omdat WWA zich nooit bezighoudt met enige formele attributie-analyse. Zoals ik hierboven heb gedocumenteerd, wordt attributie binnen de WWA-methodologie verondersteld. In feite is EEA wetenschappelijk gezien zelfs onmogelijk.

Persberichten van de WWA zorgen voor een wereldwijde publiciteitscampagne waarin de WWA lof krijgt voor bevindingen die hun methoden niet kunnen opleveren – namelijk het aantonen van de enige oorzaak van een specifieke weergebeurtenis. Wat de WWA in plaats daarvan doet, is proberen de collectieve attitude te sturen door symbolen te manipuleren.

Kortom: propaganda.

Als WWA slechts een marginale onderneming was, zou al deze aandacht niet gerechtvaardigd zijn. WWA is echter zo invloedrijk geworden dat het de legitieme klimaatwetenschap – die zich bezighoudt met het opsporen en toeschrijven van extreme gebeurtenissen – dreigt te verdringen of te overschaduwen. Daarbij brengen aanhangers van EEA en medestanders in het klimaatactivisme-ecosysteem ook gezaghebbende wetenschappelijke instellingen in diskrediet, die juist de waarheid zouden moeten spreken in plaats van klimaat-activistische organisaties na te volgen.

Neem bijvoorbeeld het recente rapport van de Amerikaanse National Academy of Sciences (NAS) over de toeschrijving van extreme gebeurtenissen (dat om vele redenen problematisch is). De onderstaande tabel laat zien wie in het rapport het meest wordt geciteerd. Het is wellicht geen verrassing dat het Bezos Earth Fund zowel WWA als de commissie die het NAS-rapport heeft geschreven, financiert. Klein wereldje.

Evenzo bevat het IPCC AR7-hoofdstuk over extreme gebeurtenissen twee mensen van WWA onder de 20 co-auteurs — waarbij 9 leden van het schrijfteam gespecialiseerd zijn in EEA. Friederike Otto is mede-hoofdauteur van het hoofdstuk (en staat ook bovenaan de bovenstaande tabel).

Zoals ik al vaker heb uitgelegd, beïnvloeden mensen het klimaatsysteem, wat reële risico’s voor de toekomst met zich meebrengt die om slim en pragmatisch beleid voor mitigatie en adaptatie vragen. Klimaatverandering is niet zo belangrijk dat het gerechtvaardigd is om afbreuk te doen aan de wetenschappelijke integriteit; of afbreuk aan de adviesinstellingen op het snijvlak van wetenschap en beleid.

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd op The Honest Broker op 17 september 2026.

Roger Pielke Jr.

Roger Pielke Jr. is een Amerikaanse wetenschapper en expert op het snijvlak van wetenschap en beleid. Hij schrijft kritisch over klimaatbeleid en de rol van wetenschap in het publieke debat, en staat bekend om zijn nuchtere, datagedreven analyses. Pielke was hoogleraar aan de University of Colorado Boulder en publiceert tegenwoordig via zijn Substack-pagina The Honest Broker.

SAVE THE DATE!

Op uitnodiging van Clintel spreekt Roger Pielke Jr. op 11 oktober over extreem weer, klimaatschade, klimaatscenario’s en de politisering van de klimaatwetenschap. Bestel nu uw tickets voor de uitgebreide lezingen op zondagmiddag 11 oktober, vanaf 14.00 uur in Antropia in Driebergen.

Wat u zojuist heeft gelezen, kon worden gepubliceerd dankzij onze donateurs.

Clintel publiceert dagelijks artikelen over klimaat, energie en wetenschap. Daarnaast vertalen wij internationale analyses in meerdere talen, maken wij video’s, publiceren wij rapporten en organiseren wij bijeenkomsten en lezingen.

Wij ontvangen geen overheidssubsidies en zijn volledig afhankelijk van de steun van onze donateurs. Dankzij uw bijdrage kunnen wij onafhankelijk onderzoek en een open debat over klimaat en energie blijven bevorderen.

Steunt u ons werk? Kies wat bij u past:

• Word Vriend van Clintel – vanaf €100 per jaar
• Word Trouwe Vriend van Clintel – via een fiscaal aantrekkelijke periodieke gift
• Doe een eenmalige donatie – iedere bijdrage helpt

Hartelijk dank voor uw steun.

DEEL DIT ARTIKEL:

Climate Intelligence Clintel

meer nieuws

Het nieuwe boek van Chris Morrison: IMPLAUSIBLE

Chris Morrison, milieu-redacteur bij de Daily Sceptic, heeft een nieuw boek geschreven, dat nu verkrijgbaar is op Amazon. Het heet IMPLAUSIBLE: Hoe wetenschappers, activistische politici en journalisten een klimaatcrisis hebben verzonnen, onzinresultaten van computermodellen als wapen hebben ingezet en een valse consensus hebben geclaimd om de collectivistische ‘Net Zero’-fantasie te promoten. Hieronder zijn enkele fragmenten uit het boek te lezen.

Tientallen klimaatrechtszaken in de VS, geen enkele gebaseerd op de werkelijkheid

De apocalyptische bewering dat er sprake is van een klimaatnoodtoestand – die ten grondslag ligt aan wat wel eens duizenden rechtszaken in de VS zou kunnen worden – is bangmakerij zonder enige basis in de werkelijkheid, aldus Angela Wheeler.

Geen bewijs dat extreme weersomstandigheden vaker voorkomen of heviger worden: (5) Tornado’s

In een reeks artikelen onderzoekt natuurkundige Ralph B. Alexander of extreme weersomstandigheden vaker voorkomen of heviger worden. In navolging van zijn vorige artikel over orkanen, richt deze aflevering zich op tornado’s.

By |2026-09-22T08:23:54+02:0022 september 2026|Reacties uitgeschakeld voor Methode voor toeschrijven extreem weer aan klimaatverandering is ridicuul
Go to Top