Kernenergie: Er gaat niets boven Groningen, zelfs Den Haag niet
Volgens Tennet is de Eemshaven technisch en financieel de meest logische plek voor twee nieuwe kerncentrales. Maar dat zal niet zonder slag of stoot gebeuren, legt Jan van Friesland uit. “Provincies en gemeenten beschikken weliswaar niet over het laatste juridische woord, maar kunnen via ruimtelijke ordening, vergunningverlening en politieke druk de uitvoering effectief vertragen of blokkeren.”
In de Nederlandse energiedebatten van de jaren 2020 heeft zich een opmerkelijke politieke tegenstelling ontwikkeld. Regeringspartijen VVD, CDA en D66 vertonen allen een radicaal verschillend standpunt over kernenergie, afhankelijk van het politieke niveau waarop ze opereren. Landelijk zijn ze uitgesproken voorstanders van kernenergie, maar in Groningen, op provinciaal en gemeentelijk niveau, zijn ze apert tegen een kerncentrale in de Eemshaven. Deze tegenstelling raakt niet alleen aan lokale politieke dynamiek, maar ook aan de complexe spanning tussen nationale strategie en regionale autonomie in het Nederlandse democratische systeem.
Op nationaal niveau vormen VVD, CDA en D66 de kern van het kabinet dat in januari 2026 het regeerakkoord presenteerde met een expliciete alinea over kernenergie. Het kabinet wil vier nieuwe kerncentrales bouwen, de centrale in Borssele langer openhouden, en investeren in zowel conventionele reactoren als kleinere modulaire SMR-technologieën.
Onmisbaar
De VVD ziet kernenergie als een ‘schone en stabiele energiebron’ die onmisbaar is voor de energiemix. De partij kiest niet voor of tegen een specifieke technologie, maar stelt CO2-doelen als leidend principe. Omdat kernenergie per kilowattuur zeer weinig CO2 emitteert en continue energie produceert, past het binnen de VVD-koers van technologieonafhankelijkheid.
Het CDA, eveneens een groot voorstander, ziet kernenergie als een strategische investering in nationale veiligheid en welvaart. De partij benadrukt dat Nederland minder afhankelijk moet worden van energie-import uit het buitenland, en dat kernenergie hierbij een cruciale rol speelt. Het CDA wijst ook op het relatief kleine ruimtebeslag van kerncentrales vergeleken met wind- en zonneparken, en op de betrouwbare energieproductie die niet afhankelijk is van weersomstandigheden.
D66 vertoont een iets ander gezicht. De partij is binnen de coalitie een ‘vijand binnen de muur’ qua kernenergie. D66’s landelijke standpunt is dat om een stabiele CO2-vrije energievoorziening te hebben, ze geen technieken kunnen uitsluiten, ook kernenergie niet. Tegelijkertijd benoemt D66 wel met nadruk dat kernenergie duur is, niet hernieuwbaar is en gevaarlijk afval produceert. De partij gaat door met de voorbereidingen voor de bouw van twee nieuwe centrales, maar waarborgt tegelijkertijd dat er vanaf het begin veel aandacht is voor de mensen in de omgeving, voor ontmanteling en voor eindberging van nucleair afval. D66 blijft openstaan voor kernenergie, mits dat doelmatig is. Wel blijft hernieuwbare energie (zoals wind en zon) de absolute prioriteit. Op het D66-congres in oktober 2023 werden anti-kernenergie amendementen met gemiddeld zo’n 85% verworpen, maar het enige pro-nucleaire amendement werd ook verworpen, zijnde met veel lagere percentages. Binnen D66 zijn de gemoederen verdeeld over kernenergie.
Geheel anders
In Groningen ligt het politieke landschap er geheel anders bij. De VVD, CDA en D66 in de Provinciale Staten en in gemeenten zoals Het Hogeland hebben zich uitgesproken tegen een kerncentrale in de Eemshaven.
De VVD in Provinciale Staten Groningen diende in 2012 al een motie in die het Rijk oproept om Eemshaven niet als locatie voor een kerncentrale te gebruiken. De mogelijke komst van een kerncentrale zou volgens de VVD de ontwikkeling van de Eemshaven als industriehaven remmen.
Het CDA, dat landelijk voor meer kerncentrales is, is in Groningen tegen de komst van kernenergie – een opvallend verschil met het landelijk partijprogramma. In 2019 bleek uit een inventarisatie door Greenpeace dat er binnen de provinciale politiek in Groningen nauwelijks steun is voor een kerncentrale, en dat het CDA in Groningen tegen de komst van kernenergie is.
D66 in Groningen is eveneens tegen een kerncentrale. In 2021 ontstond ophef in Groningen na uitspraken van Mark Rutte over een kerncentrale in de Eemshaven, en D66 sloot zich aan bij GroenLinks die excuses eiste. D66 ziet dat kernenergie en mogelijk SMR’s in de toekomst een rol kunnen spelen in de energiemix, maar tegelijkertijd vindt D66 de huidige focus op SMR’s op dit moment niet effectief en realistisch in de aanpak van de klimaatopgaven. De partij pleit ervoor om het provinciale beleid primair te richten op technologieën waarvan de meerwaarde voor klimaat, economie en samenleving op korte termijn duidelijk is, zoals inderdaad wind en zon.
De provinciale motie ‘Geen kerncentrale in de provincie Groningen’ werd op 5 juni 2024 met een duidelijke meerderheid aangesteld. De gemeente Het Hogeland, waar de Eemshaven zich bevindt, sprak zich op 3 april 2024 nadrukkelijk uit tegen een kerncentrale. Samen met de provincie Groningen gaf de gemeente een gezamenlijke reactie dat ze geen kerncentrale in de Eemshaven willen.
Alleen de PVV is in Groningen uitgesproken voorstander van kernenergie en gaat volop mee met het kabinet Jetten. Maar, hoe wrang, alle andere partijen, inclusief VVD, CDA en D66 lokaal, zijn tegen een kerncentrale in de provincie.
Dilemma
In dit spanningsveld wordt zichtbaar hoe de Nederlandse energietransitie niet alleen een technisch of economisch vraagstuk is, maar vooral een bestuurlijk dilemma. Formeel ligt de regie over de energiewetgeving en grootschalige infrastructuur onmiskenbaar in Den Haag, maar de casus ‘Groningen’ toont dat politieke legitimiteit uiteindelijk lokaal wordt bevochten.
Provincies en gemeenten beschikken weliswaar niet over het laatste juridische woord, maar kunnen via ruimtelijke ordening, vergunningverlening en politieke druk de uitvoering effectief vertragen of blokkeren. Daarmee ontstaat een kloof: een nationaal vitaal project als kernenergie kan politiek worden gedragen in het parlement, maar praktisch stranden op regionaal verzet van bestuurders. De Eemshaven illustreert dat de energietransitie in Nederland niet alleen top-down kan worden opgelegd, maar afhankelijk blijft van bottom-up acceptatie—zelfs wanneer die acceptatie haaks staat op de koers van het kabinet.
Wat u zojuist heeft gelezen, kon worden gepubliceerd dankzij onze donateurs.
Clintel publiceert dagelijks artikelen over klimaat, energie en wetenschap. Daarnaast vertalen wij internationale analyses in meerdere talen, maken wij video’s, publiceren wij rapporten en organiseren wij bijeenkomsten en lezingen.
Wij ontvangen geen overheidssubsidies en zijn volledig afhankelijk van de steun van onze donateurs. Dankzij uw bijdrage kunnen wij onafhankelijk onderzoek en een open debat over klimaat en energie blijven bevorderen.
Steunt u ons werk? Kies wat bij u past:
• Word Vriend van Clintel – vanaf €100 per jaar
• Word Trouwe Vriend van Clintel – via een fiscaal aantrekkelijke periodieke gift
• Doe een eenmalige donatie – iedere bijdrage helpt
Hartelijk dank voor uw steun.
meer nieuws
Het roer moet nu om in Duitsland en Nederland
Het roer moet nu om in Duitsland en Nederland Duitsland jaagt zijn beroemde maakindustrie met grote stappen het land uit, schrijft Rob de Vos op klimaatgek.nl. Dat geldt ook voor die andere landen die blind achter de ‘energietransitie’ aanjagen, zoals Nederland, België en nog wat Europese landen. [...]
Verdiepend gesprek Guido van der Werf en Marcel Crok over klimaatverandering
Kom naar een verdiepend gesprek over de vraag: ‘Moeten we zo snel mogelijk de uitstoot van broeikasgassen verminderen om klimaatverandering te voorkomen?’ tussen Guido van der Werf en Marcel Crok op zaterdag 25 januari tussen 14.00 en 17.00 uur in Rotterdam.
Geen paniek om de Golfstroom
Wat de toekomst met de AMOC brengt, weet niemand, schrijft Rob de Vos op klimaatgek.nl. Maar een nieuw onderzoek laat zien dat er van een afname van de Golfstroom (AMOC) de afgelopen decennia geen sprake is geweest.






