Het roer moet nu om in Duitsland en Nederland
Duitsland jaagt zijn beroemde maakindustrie met grote stappen het land uit, schrijft Rob de Vos op klimaatgek.nl. Dat geldt ook voor die andere landen die blind achter de ‘energietransitie’ aanjagen, zoals Nederland, België en nog wat Europese landen.
Enkele weken geleden schreef ik over de recente ontwikkelingen van de Energiewende in Duitsland. In deze bijdrage hetzelfde onderwerp, met een terugblik op de energiemarkt van Duitsland gedurende de afgelopen maand.
Fig.1 Bron: Agora
In bovenstaande grafiek zijn voor de periode 23 december 2024 t/m 21 januari 2025 in Duitsland aangegeven de elektriciteitsvraag (rode lijn) en de bijdrage aan die vraag door de zogenaamde ‘duurzame’ energiebronnen. Duurzaam tussen aanhalingstekens omdat met name zonne-energie en windenergie helemaal niet zo duurzaam zijn. Kijk alleen al eens naar het gebruik van grondstoffen en de energie die nodig is om de molens en panelen te produceren. En ‘biomassa’ betekent zoals bekend is vooral bomen verstoken (met dank aan de EU en Frans Timmermans).
Alles wat tussen de rode lijn en het gele vlak wit is, is het tekort aan elektriciteit als Duitsland alleen aangewezen zou zijn geweest op die ‘duurzame’ energiebronnen. Maar gelukkig zijn er ook (nog) fossiele energiebronnen:
Fig.2 Bron: Agora
Figuur 2 laat zien dat een groot deel van het tekort aan elektriciteit van figuur 1 aangevuld is door aardgas, bruinkool (ligniet), steenkool en wat uit ‘overige’ bronnen. Bij dat laatste kun je denken aan brandbare restproducten uit de industrie. Kernenergie ontbreekt zoals bekend sinds kort in ons buurland.
Desondanks lukte het Duitsland niet om in de helft van de weergegeven dagen volledig aan de binnenlandse vraag te voldoen. Dat is opgelost door import uit nabijgelegen landen die wat energie over hadden. Uiteraard is de inkoopprijs op die dagen hoog.
De overige dagen was er vaak sprake van een overschot. Dat is het gevolg van het feit dat met name de bruinkool- en steenkool gestookte centrales niet makkelijk schakelbaar (aan- en uitgezet) zijn. Dat geldt overigens ook voor veel gasgestookte centrales. Het gevolg is dat er op die dagen elektriciteit ‘over’ is. Omdat op die dagen vaak ook in de buurlanden stroom over is, is de verkoopprijs laag of soms zelfs negatief.
Gebruik van wind- en zonne-energie is erg onregelmatig, en dus is de stroomproductie onregelmatig. Die productie is zoals dat heet aanbodgestuurd. De grafieken laten zien dat het opvullen van de tekorten door fossiele energie heel lastig is. Er is te veel of te weinig, zelden matchen vraag- en aanbod.
Wat betekent dit alles? Dat de prijzen van elektriciteit in een dergelijk systeem de pan uit rijzen. En daardoor jaagt Duitsland zijn beroemde maakindustrie met grote stappen het land uit. Dat geldt ook voor die andere landen die blind achter de ‘energietransitie’ aanjagen, zoals Nederland, België en nog wat Europese landen. Armoede ligt dan op de loer. De Nederlandse economie is sterk verbonden met die van Duitsland. Gaat het in Duitsland slecht dan gaat het in Nederland slecht. Het roer moet dus in Duitsland, Nederland en de rest van de EU snel om!
Openingsfoto: Shutterstock
meer nieuws
Waarom moedigen de media ouders aan om hun kinderen ongerust te maken over klimaatverandering?
De gangbare stijl van klimaatjournalistiek in de westerse mainstream-media: een naadloze versmelting van belangenbehartiging, emotionele oproepen en selectief empirisme, waarin geen ruimte is voor tegenbewijs en geen plaats is voor sceptische geluiden. Onze kinderen betalen daarvoor de prijs, zegt Tilak Doshi.
Warmere lentes: CO2 of zonlicht?
In De Bilt is de instraling van de zon tussen 1989 en 2025 gestegen met ~18 W/m2. Daarmee vergeleken is het opwarmingseffect van het stijgende CO2-gehalte in dezelfde periode verwaarloosbaar klein (~1 W/m2). De opwarming van Nederland en grote delen van Europa is vrijwel geheel het gevolg van de sterk toegenomen instraling van zonlicht sinds eind jaren ’80, schrijft Rob de Vos.
Overheid misleidt publiek: stroomvraag stijgt niet!
De officiële verklaring voor netcongestie — namelijk een explosief stijgende stroomvraag door burgers — wordt niet ondersteund door de cijfers. Zowel het totale elektriciteitsverbruik als de piekvraag blijken opmerkelijk stabiel, zo stelt energiedeskundige ir. Bert Weteringe in dit recente gesprek bij De Nieuwe Wereld. Weteringe zet derhalve grote vraagtekens bij de manier waarop overheid, media en netbeheerders het Nederlandse energieprobleem presenteren.








