“Meer realisme over zeespiegelstijging nodig bij ontwerp kust-infrastructuur”
Recent onderzoek wijst uit dat zeespiegel-prognoses (aanzienlijk) hoger uitvallen dan de waarnemingen tot nu toe. Dit betekent dat ontwerpen van kust-infrastructuur in het algemeen overgedimensioneerd zijn en dus niet kostenefficiënt.

Hessel Voortman tijdens zijn lezing op het jubileumcongres van Clintel op 18 juni 2024.
Peter Baeten
Datum: 2 februari 2026
Deze week publiceerde de Britse denktank GWPF (Global Warming Policy Foundation) een nieuw rapport, geschreven door dr. Hessel Voortman, met de titel Sea-level: Evidence and Engineering. Voortman is een Nederlandse kustingenieur met meer dan 25 jaar ervaring in haalbaarheidsstudies, ontwerp en uitvoering van waterbouwkundige projecten.
Harry Wilkinson, hoofd beleid van de GWPF bij de presentatie van het rapport: “Hessel heeft een pragmatische boodschap die wetenschappelijke autoriteiten, beleidsmakers en ingenieurs ter harte moeten nemen. Goede kustwaterkering vereist een flexibele afweging van verschillende factoren, en het is van cruciaal belang voor kustgemeenschappen dat dit op de juiste manier gebeurt.”
Een van de conclusies van Voortman is dat zeespiegelprognoses in het algemeen gepaard gaan met grote onzekerheid op de lange termijn. En nog belangrijker: recent onderzoek wijst uit dat die prognoses (aanzienlijk) hoger uitvallen dan de waarnemingen tot nu toe. Dit betekent dat ontwerpen van kust-infrastructuur die op die prognoses rusten, overgedimensioneerd zijn en dus niet kostenefficiënt.

Geen versnelling
Voortman verwijst daarmee onder meer naar belangrijke publicaties van hemzelf uit 2025 en 2023 over het verschil tussen zeespiegel-waarnemingen en -prognoses. Over de studie uit 2025: “We vergeleken de gesimuleerde zeespiegelstijging in de door het IPCC gebruikte klimaatmodellen voor het jaar 2020 met de daadwerkelijk gemeten zeespiegelstijging. Het bleek dat de door het IPCC gesimuleerde zeespiegelwaardes systematisch te hoog uitvallen, gemiddeld zo’n 2 mm/jaar hoger dan de gemeten waarden, met wel grote regionale verschillen.”
Ook is er volgens het onderzoek van Voortman geen sprake van een versnelling van de zeespiegelstijging, hoewel dit wel algemeen wordt beweerd, zowel voor Nederland als mondiaal. Dat dit onjuist is voor Nederland had Hessel Voortman al in een eerdere publicatie uit 2023 aangetoond. In deze video spreekt hij erover op het Congres van Clintel in 2024.
Over de discrepantie tussen de prognoses en de daadwerkelijke waarnemingen zegt Voortman eufemistisch: “Er is ruimte voor verbetering wat betreft de overeenkomst tussen de voorspelde en de waargenomen zeespiegelstijging.”
Lokaal kijken
Andere belangrijkste observaties uit het rapport van Voortman:
- Waargenomen zeespiegelgegevens zijn onduidelijk en kunnen gemakkelijk verkeerd worden geïnterpreteerd; getijdencycli, wind, landbewegingen en menselijke activiteiten kunnen gemakkelijk worden aangezien voor klimaatgerelateerde veranderingen.
- Kustinfrastructuur moet worden ontworpen op basis van de lokale relatieve zeespiegel en een beoogde levensduur, niet op basis van mondiale of nationale gemiddelden. Wat dat betreft is er verbetering te zien bij het IPCC: “Het IPCC publiceerde in haar laatste rapport in 2021 voor vele locaties verspreid over de wereld toekomstverwachtingen voor de zeespiegel. Dat was een prijzenswaardige toevoeging ten opzichte van eerdere rapporten waarin uitsluitend mondiale uitspraken werden gedaan over de zeespiegel. Voor praktische doeleinden (bescherming tegen hoog water) is lokale informatie immers cruciaal.”
Voortman sluit af met een algemene aanbeveling: “Effectieve aanpassing van de kust is het resultaat van samenwerking tussen wetenschap, beleid en techniek. De wetenschap moet lokale voorspellingen en de consistentie daarvan met waarnemingen blijven verbeteren, terwijl het beleid moet zorgen voor flexibele kaders die tijdige vernieuwing van kritieke kustinfrastructuur ondersteunen. Ingenieurs maken gebruik van de input van de wetenschap en werken binnen de kaders die door het beleid zijn vastgesteld.”
Het rapport werd gelanceerd op maandag 26 januari tijdens een evenement in Londen, waarvan een opname hieronder is te zien.
meer nieuws
De energietransitie blijkt statistisch mooier dan ze is
In dit artikel toont energie-expert Samuel Furfari aan waarom de energietransitie statistisch mooier wordt voorgesteld dan ze is. Recente veranderingen in de primaire energiestatistieken maken duidelijk dat de bijdrage van hernieuwbare energie jarenlang structureel werd overschat in veelgebruikte internationale data. Deze methodologische verschuiving verandert fundamenteel hoe de energietransitie wordt begrepen, gecommuniceerd en politiek geïnterpreteerd.
Historische draai van het KNMI
Na een lange strijd van zeven jaar hebben vier critici van Clintel gelijk gekregen van het KNMI. Er waren door het KNMI inderdaad teveel tropische dagen en hittegolven in de periode 1901-1950 weg-gecorrigeerd, zoals Clintel in diverse publicaties heeft beschreven. Zeven 'verdwenen' hittegolven zijn weer terug in de boeken en 1947 is met vier hittegolven weer het jaar met de meeste hittegolven.
Van wetenschap naar sciëntisme: de crisis van de moderne wetenschap
In dit essay over de crisis van de moderne wetenschap betoogt Apostolos Efthymiadis dat de hedendaagse wetenschappelijke cultuur is afgedreven van haar filosofische fundamenten en steeds meer is gaan steunen op dogmatisch denken en autoriteit. Vanuit de epistemologie van Aristoteles bekritiseert hij sciëntisme — het idee dat wetenschap tot onbetwistbaar gezag wordt verheven en wordt ingezet om politieke en maatschappelijke beslissingen af te rechtvaardigen —, politisering en consensusdenken, en pleit hij voor herstel van intellectuele scherpte en wetenschappelijke bescheidenheid.





