Ook Steven Koonin denkt dat de ergste klimaathysterie achter de rug is
In een recente ICSF/Clintel lezing betoogde professor Steven Koonin dat het mondiale klimaat- en energiebeleid zich op een kantelpunt bevindt. Na decennialange nadruk op snelle en verregaande emissiereductie ziet hij duidelijke tekenen van een verschuiving richting meer realisme en pragmatisme, ook in de klimaatberichtgeving. De economische, technologische en maatschappelijke realiteit is immers steeds moeilijker te negeren.

Professor Steven Koonin in Martin Durkin’s bekroonde documentaire Climate: The Movie
Peter Baeten
Datum: 25 januari 2026
Koonin was Energy Undersecretary for Science in de regering-Obama en schrijver van de kritische klimaatbestseller Unsettled (hier in de Nederlandse vertaling te verkrijgen). Hij opende de presentatie met de observatie dat het dominante klimaatverhaal van de afgelopen veertig jaar – dat snelle decarbonisatie zowel noodzakelijk als eenvoudig haalbaar is – aan geloofwaardigheid verliest. Dit narratief stelde dat politieke wil de enige echte belemmering was en dat kosten, betrouwbaarheid en sociale gevolgen geen fundamenteel probleem zouden vormen. In de praktijk blijkt echter dat deze aannames onvoldoende rekening hielden met de complexiteit van het energiesysteem en met menselijk en economisch gedrag.
Koonin wijst op talrijke signalen die duiden op een strategische terugtrekking uit strenge reductiedoelen. In Europa en de Verenigde Staten worden plannen voor het uitfaseren van verbrandingsmotoren afgezwakt of uitgesteld. Uit onderzoek blijkt bovendien dat slechts een zeer klein percentage van de ingevoerde klimaatmaatregelen daadwerkelijk meetbare emissiereducties heeft opgeleverd. Tegelijkertijd leiden hoge energieprijzen en toenemende regelgeving tot de-industrialisatie, vooral in Europa.
Ook breder ziet hij afnemende steun voor grootschalige klimaatfinanciering. Veel beloftes richting ontwikkelingslanden zijn niet nagekomen, terwijl emissies wereldwijd blijven stijgen en fossiele brandstoffen nog altijd meer dan 80% van de mondiale energievoorziening leveren. Steenkool- en oliegebruik bevinden zich op recordhoogtes. Elektriciteitsnetten in het Westen worden bovendien minder betrouwbaar en duurder, mede door de snelle integratie van weersafhankelijke energiebronnen. De markt voor elektrische voertuigen stagneert, buiten China.
Culturele verschuiving
Naast de genoemde signalen ziet Koonin ook een culturele verschuiving. Media koppelen extreme weersgebeurtenissen volgens hem minder automatisch aan klimaatverandering, en invloedrijke instellingen en opiniemakers spreken steeds vaker over ‘klimaatrealisme’.
Koonin maakt onderscheid tussen twee vormen van realisme: energierealisme en wetenschappelijk realisme. Energierealisme – het besef van de werkelijke kosten, schaal en complexiteit van emissiereductie – wint snel terrein. De spanning tussen betaalbaarheid, betrouwbaarheid en duurzaamheid is steeds zichtbaarder geworden. Wetenschappelijk realisme ontwikkelt zich echter trager, omdat klimaatwetenschap complex, onzeker en emotioneel beladen is.
Koonin stelt, net als in zijn boek, dat de wetenschappelijke literatuur zelf minder alarmerend is dan vaak wordt gesuggereerd in beleids- en mediakaders. Volgens hem laten IPCC-rapporten zien dat veel extreme weersfenomenen geen duidelijke lange-termijntrends vertonen, dat samenlevingen zich enorm goed aanpassen aan klimaatverandering en dat de economische schade van opwarming relatief beperkt is. Catastrofale scenario’s hebben volgens hem een onevenredige rol gespeeld in het publieke debat.
Issue attention cycle
Om deze dynamiek te verklaren verwijst Koonin naar de ‘issue attention cycle’ van onderzoeker Anthony Downs uit de jaren zeventig. Publieke problemen doorlopen volgens dit model vijf fases: ontdekking, euforie, besef van de (maatschappelijke) kosten, afnemende aandacht en uiteindelijk een langdurige luwte. Koonin plaatst klimaatverandering nu duidelijk in de vierde (en eerste neergaande) fase: afnemende publieke belangstelling, waarbij de hoge kosten van de voorgestelde oplossingen steeds duidelijker worden en weer nieuwe thema’s (AI, pandemieën?) de aandacht gaan opeisen.
De gevolgen van de mitigation-first-benadering (alles gericht op emissiereductie) noemt hij aanzienlijk: economische verstoringen, geopolitieke afhankelijkheid, psychologische druk op jongeren en schade aan de integriteit en het aanzien van wetenschap en beleid. Volgens Koonin zijn twijfel en debat te vaak gemarginaliseerd en is consensus belangrijker geworden dan open debat.
Voor de toekomst pleit hij dan ook voor een volwassen klimaatbeleid dat gebaseerd is op realistische risico-inschattingen, technologische innovatie en aanpassing (adaptatie), in plaats van gedwongen en kostbare mitigatie. Emissiereductie moet volgens hem een langetermijn-innovatieproject zijn, niet een directe politieke kruistocht.
Bekijk de lezing hieronder:
meer nieuws
De strijd tegen LCOE: wind- en zonne-energie zijn NOOIT de goedkoopste energiebronnen geweest
Veel organisaties erkennen inmiddels dat het opwekken van elektriciteit niet hetzelfde is als het opzetten van een betaalbaar en betrouwbaar elektriciteitsnet. Isaac Orr en Mitch Rolling leggen uit dat dit een erkenning is dat wind- en zonne-energie nooit de goedkoopste energiebronnen zijn geweest — de verborgen kosten werden simpelweg genegeerd door gebruik te maken van de zogenoemde LCOE-maatstaf.
Een goed artikel over de AMOC, net op tijd voor El Niño
El Niño komt eraan, de temperaturen zullen omhoogschieten, en de berichten over de AMOC (Golfstroom) die bijna gaat instorten, zullen ook omhoogschieten, zegt Charles Rotter. Maar zelfs Science concludeerde onlangs dat deze “vitale circulatie in de Atlantische Oceaan de klimaatopwarming wellicht beter weerstaat dan gevreesd”.
Kernenergie: Er gaat niets boven Groningen, zelfs Den Haag niet
Volgens Tennet is de Eemshaven technisch en financieel de meest logische plek voor twee nieuwe kerncentrales. Maar dat zal niet zonder slag of stoot gebeuren, legt Jan van Friesland uit. “Provincies en gemeenten beschikken weliswaar niet over het laatste juridische woord, maar kunnen via ruimtelijke ordening, vergunningverlening en politieke druk de uitvoering effectief vertragen of blokkeren.”





