Geen trend in piekafvoeren Rijn

In dit artikel komt Rob de Vos nog eens terug op de lage stand van de Rijn afgelopen zomer, die leidde tot alarmistische berichten in de media. Volgens hem loopt de NOS weer eens als een kip zonder kop achter het KNMI aan.

Rijnafvoer bij Lobith Tolkamer in augustus 2026

Lage waterstand van de Rijn. Foto: Pixabay.

Rob de Vos
Datum: 2 september 2026

DEEL:

Fig.1   Bron: Rijkswaterstaat

Op 17 augustus 2026 was de etmaalgemiddelde afvoer van de Rijn bij Lobith Tolkamer erg laag, namelijk 565 m/s (figuur 1). Dat etmaalgemiddelde was zelfs het laagste sinds het begin van de metingen in 1901. Daarna steeg het debiet weer snel tot 800 m3/s op 30 augustus 2026. Ik vond die snelle toename opvallend, vooral omdat de zogenaamde voortplantingsgolf van het Rijnwater er 6 dagen over doet om van Bazel Lobith te bereiken. De afvoer vanaf 18 augustus t/m 29 augustus is dus vooral de afvoer van het overtollig water dat vanuit het Duitse deel van het stroomgebied en een stukje NO Frankrijk en Luxemburg ons land bereikt.

Nu ben ik persoonlijk niet zo dol op dagrecords omdat die weinig tot niets zeggen over het veranderende klimaat. Maar als een dagrecord onderdeel vormt van een langjarige trend dan kan het wel interessant zijn.

Fig.2    Data: Rijkswaterstaat

Figuur 2 toont het minimum jaarlijks etmaaldebiet in m3/s, de lineaire trend en loess smoothing. De lineaire trendlijn  laat zien dat er geen trend is van 1901-2026. Loess is een veelgebruikte statistische methode om een niet-lineaire trend in een tijdreeks zichtbaar te maken.

Het jaar 2026 vertoont weliswaar het laagste debiet van de tijdreeks, maar de data van 1947,1949, 1953 en 1954 waren vergelijkbaar laag met een debiet rond  de 600 m3/s. Opvallend is dat er in die jaren in kranten wel bericht werd over de lage Rijnwaterstand en de droogte in Duitsland, maar ik heb geen krantenartikel gevonden dat destijds een verband legde tussen lage waterstand en klimaatveranderingen.

Hoe anders is dat in de tegenwoordige tijd. In een NOS artikel van 10 augustus 2026 lees ik: “Waterkundigen en ecologen spreken tegenover de NOS al tijden hun zorgen uit over de frequentie waarmee we de afgelopen jaren getroffen worden door dit soort extreme droogte. In het stabielere oude klimaat kwam dit soort droogte ook voor maar was dat zeldzamer.”

Als we rivierafvoer als proxy gebruiken voor droogte, dan laat de grafiek van figuur 2 duidelijk zien dat er de afgelopen jaren geen sprake is van een ‘hogere frequentie’ van droogte. En van een ‘stabieler oude klimaat ’ is geen sprake. De grafiek laat zien dat van stabiliteit geen sprake is. En ‘oude klimaat’ suggereert dat er sprake is van een ‘nieuw klimaat’. Er is altijd sprake van klimaatverandering. De suggestie dat het klimaat in Europa vroeger ‘stabieler’ was dan tegenwoordig is onzin.

Fig.3   Bron: ECMWF

Figuur 3 laat de afvoer van rivieren in Europa zien in juli 2026. Als we naar de klassen ‘Veel lager dan gemiddeld’ en ‘Laagst’ kijken zien we dat die met name voorkomen in centraal West Europa en Midden Europa. Grote delen van Spanje, Italië, Schotland, Scandinavië, Baltische staten en Rusland toonden in juli 2026 geen opvallend lage afvoeren.

Er was sprake van een scherpe tweedeling in Europa, die veroorzaakt werd door de opvallende grootschalige luchtcirculatie afgelopen zomer. Lange tijd was er boven centraal West Europa en Midden Europa sprake van blokkerende hogedrukgebieden. Daardoor werd natte oceanische lucht vanaf de Atlantische Oceaan boven en onder die hogedrukgebieden langs geleid.

Fig.4   Bron: NOS

In de tekst van figuur 4 ziet de schrijver ‘klimaatverandering’ als een onafhankelijk opererend proces dat invloed heeft op (o.a.) droogte en verdamping. Maar het is natuurlijk andersom: als we verandering observeren in weersfactoren zoals temperatuur, neerslag , droogte, verdamping  e.d., en die verandering duurt minstens 30 jaren, dan is er sprake van klimaatverandering. Het is dus onzin om te beweren dat klimaatverandering invloed heeft op weersfactoren. Langdurige veranderingen in weersfactoren (met name temperatuur en neerslag) bepalen of er al of niet sprake is van klimaatverandering.

Fig.5   Bron: NOS

Verkade, die in het NOS artikel werd geïnterviewd, is hydrometeoroloog bij Deltares en Rijkswaterstaat en stelt: “Paradoxaal genoeg gaan zowel hoogwater als laagwater vaker voorkomen en worden ze heftiger”. Omdat te controleren heb ik van de Rijn ook het maximum jaarlijkse etmaaldebiet vanaf 1901 in een grafiek gezet:

Fig.6   Data: Rijkswaterstaat

De grafiek is duidelijk: net als bij de laagste waterafvoeren is ook bij de hoogste debietdata geen sprake van een trend.  Integendeel: figuur 2 liet zien dat in de afgelopen decennia de minimum afvoer gedaald is, maar figuur 6 laat zien dat ook de maximum afvoer gedaald is. Er is dus geen sprake van dat hoogwater vaker voorkomt. En van heftiger (hoger?) hoogwater is geen sprake, laat de grafiek zien.

Fout is ook de bewering van Verkade dat de overstromingen in Z.Limburg, Eifel en Ardennen van 2021 een teken zou zijn van een veranderend klimaat. Ik heb daar destijds uitgebreid over geschreven, zie hier. De oorzaak van die enorme hoeveelheid neerslag in korte tijd was een fenomeen dat koudeput heet. Ik schreef toen dat je erop kan rekenen dat die gebeurtenis door alarmisten gebruikt gaat worden om ‘klimaatverandering’ aan te tonen. Waarvan akte in het NOS artikel.

Fig.7   Bron: Van Baars 2026

Eind mei van 2026 kwam de ‘Nota De Overstromingsnorm bij de Geul’ uit van de hand van prof. dr. ir. Stefan van Baars. Hij stelt:  “De rode regressielijn in de grafiek toont dat de piekafvoeren niet toenemen over de jaren, zodat er blijkbaar geen (nadelig) effect van de klimaatverandering is bij de piekafvoeren. Ook bij de Maas is dit effect sowieso kleiner dan 10% per eeuw. Dit toont aan dat de veronderstelling in de WRL rapporten dat het overstromingsprobleem in het Geuldal een klimaatprobleem is, toch niet juist is.

Tot slot de laatste opmerking van Verkade: “En uit de klimaatscenario’s voor Maas en Rijn weten we: wat we nu zien, dat is nog maar het begin”. Helaas zijn de hoogste KNMI klimaatscenario’s gebaseerd op het extreme RCP8.5 en SSP5-8.5. Die scenario’s zijn zo extreem dat zelfs het IPCC ze onlangs in de prullenbak hebben gegooid. Zie dit recente artikel.  Helaas heeft het KNMI aangegeven dat zij voorlopig niet van plan is om de KNMI klimaatscenario’s bij te stellen en de hoogste KNMI scenario’s te verwijderen. Met als gevolg dat Verkade en de NOS doen alsof er niets gebeurd is en foute toekomstscenario’s schilderen. Denk zelf eens na, zou ik zeggen, in plaats van als een kip zonder kop achter het KNMI aan te lopen.

Dit artikel verscheen op 30 augustus 2026 op klimaatgek.nl.

Rob de Vos

Rob de Vos is een onafhankelijke klimaatonderzoeker die schrijft op onder andere de website www.klimaatgek.nl  waar hij redacteur van is.  Als docent aardrijkskunde begon hij zich te storen aan de matige kwaliteit van de aangeboden leerstof  over klimaat op  de bovenbouw HAVO en VWO. Die ergernis mondde uiteindelijk uit in het opzetten van de website www.klimaatgek.nl, die in eerste instantie bedoeld was ter ondersteuning van zijn examenkandidaten. In een later stadium is dat uitgegroeid tot een meer algemene klimaatsite.

Hij was samen met Marcel Crok auteur van het kritische rapport (2018) over de KNMI-scenario’s  en schreef mee aan het rapport ‘Het Raadsel van de Verdwenen Hittegolven’ (2019). Hij was co-auteur van een drietal wetenschappelijke publicaties, namelijk over de temperatuurhomogenisatie van De Bilt (2021), de homogenisatie van de Europese temperatuurdata (GHCN) (2022) en recentelijk over de zeespiegelstijging (2025).

Wat u zojuist heeft gelezen, kon worden gepubliceerd dankzij onze donateurs.

Clintel publiceert dagelijks artikelen over klimaat, energie en wetenschap. Daarnaast vertalen wij internationale analyses in meerdere talen, maken wij video’s, publiceren wij rapporten en organiseren wij bijeenkomsten en lezingen.

Wij ontvangen geen overheidssubsidies en zijn volledig afhankelijk van de steun van onze donateurs. Dankzij uw bijdrage kunnen wij onafhankelijk onderzoek en een open debat over klimaat en energie blijven bevorderen.

Steunt u ons werk? Kies wat bij u past:

Word Vriend van Clintel – vanaf €100 per jaar
Word Trouwe Vriend van Clintel – via een fiscaal aantrekkelijke periodieke gift
Doe een eenmalige donatie – iedere bijdrage helpt

Hartelijk dank voor uw steun.

DEEL DIT ARTIKEL:

Climate Intelligence Clintel

meer nieuws

Hoeveel slapeloze burgers zijn meer windturbines waard?

Met de 2H-norm – een afstand van tweemaal de tiphoogte van een windturbine – kiest het kabinet voor de minimale variant die verdere bouw mogelijk houdt, zonder dat is aangetoond dat omwonenden daarmee afdoende worden beschermd. Intussen worden windparken afgeschakeld wegens stroomoverschotten en netcongestie. Waarom dan burgers blootstellen aan onbekende gezondheidsrisico’s om nog meer windturbines te kunnen bouwen?

Wat was de werkelijke oorzaak van de ramp in Nepal?

Iedereen heeft het over klimaatverandering, maar de daadwerkelijke oorzaken van de ramp in Nepal liggen elders, stelt Roger Pielke Jr. Blootstelling en kwetsbaarheid van mensen zijn bijna altijd de factoren waarop we op zeer korte termijn het meest effectief invloed kunnen uitoefenen.

Nederland betaalt aan de klimaattransitie; Brussel herverdeelt de miljarden

Nederlanders betalen op steeds meer manieren voor energiegebruik en CO2-uitstoot. Soms is die rekening zichtbaar, zoals bij de energiebelasting; andere kosten zitten verwerkt in de prijs van producten en diensten. Tegelijkertijd wordt een deel van de opbrengsten van het klimaatbeleid herverdeeld naar zwakkere  EU-landen. Daniël de Liever legt uit hoe dat systeem werkt.

By |2026-09-01T18:22:01+02:002 september 2026|Reacties uitgeschakeld voor Geen trend in piekafvoeren Rijn
Go to Top