Hoe Roger Pielke Jr. de Voldemort van de klimaatwetenschap werd

Roger Pielke Jr. stelt dat het klimaatdebat steeds verder is losgekoppeld van de onderliggende feiten. In een uitgebreid interview in de Love Journalism show, besprak Pielke extreem weer, klimaatscenario’s, decarbonisatie, energiebeleid, politieke polarisatie, journalistiek en zijn overstap van de academische wereld naar een van de meest gelezen klimaatauteurs op Substack.

Roger Pielke Jr.

Clintel Foundation
Datum: 21 augustus 2026

DEEL:

Pielke, senior fellow bij het American Enterprise Institute en auteur van The Honest Broker op Substack, heeft inmiddels meer dan 40.000 abonnees in 174 landen. Hij zegt dat zijn publiek politiek divers en hoogopgeleid is, en dat openbaar schrijven een integraal onderdeel is geworden van de manier waarop hij zijn ideeën ontwikkelt. Hij publiceert twee of drie keer per week, maar schrijft aanzienlijk meer dan hij publiceert. “Schrijven is hoe ik denk”, legt hij uit, waarbij hij de interactie met lezers beschrijft als een vorm van uitgebreide peer review.

U kunt het volledige interview hier bekijken:

Pielke’s aanpak weerspiegelt wat een centraal thema in zijn carrière is geworden: zich verzetten tegen simplistische, politiek opportune verhalen en in plaats daarvan onderzoeken wat de gegevens daadwerkelijk laten zien. Hij zegt dat naarmate mensen meer kennis over een onderwerp opdoen, de wereld steeds meer in “grijstinten“ verschijnt in plaats van in zwart-wit. In een tijdperk waarin bijna elke kwestie wordt gepresenteerd als een strijd tussen links en rechts, gelooft Pielke dat er een aanzienlijk publiek is voor nuance – zelfs wanneer de conclusies niet aansluiten bij de politieke voorkeuren van de lezers.

Extreem weer

Een groot deel van het interview ging over extreem weer, een onderwerp dat Pielke al sinds de jaren negentig bestudeert. Zijn interesse ontstond bij het National Center for Atmospheric Research, waar zijn mentor hem een Newsweek-cover uit 1996 liet zien waarin orkanen, overstromingen en sneeuwstormen in verband werden gebracht met de opwarming van de aarde. Pielke zegt dat zelfs destijds veel van de beweringen over het toenemende extreme weer, niet overeenkwamen met de beschikbare gegevens.

Uit zijn onderzoek bleek vervolgens dat de stijgende economische kosten van rampen grotendeels konden worden verklaard door de groeiende bevolking, welvaart en ontwikkeling in gebieden die aan gevaren blootstonden – niet noodzakelijkerwijs door veranderingen in de frequentie of intensiteit van de gevaren zelf. Zijn werk werd met name controversieel na de orkaan Katrina en de verschijning van Al Gores An Inconvenient Truth in 2006.

Pielke herinnert zich dat dit het moment was waarop extreem weer het ‘publieke gezicht’ van klimaatverandering werd. Milieuorganisaties en financiers erkenden dat abstracte prognoses van toekomstige temperatuurveranderingen moeilijk over te brengen waren, terwijl orkanen, bosbranden en overstromingen krachtige beelden opleverden. Zijn onderzoek werd daardoor ‘ongemakkelijk’, omdat het niet paste in het opkomende verhaal.

Die ervaring maakte Pielke uiteindelijk tot een doelwit voor milieuactivisten en sommige journalisten. Hij benadrukt niettemin dat zijn werk altijd stevig verankerd is geweest in de wetenschappelijke mainstream. Het IPCC citeert zijn onderzoek, zegt hij, en zijn studies worden door vakgenoten beoordeeld. “Mijn werk bevindt zich in het hart van de wetenschappelijke consensus”, zegt hij.

Hij heeft nu een online dashboard voor extreem weer en klimaatverandering ontwikkeld, deels als reactie op het verwijderen van federale klimaatinformatie door de regering-Trump. Met behulp van overheidsdatasets houdt het dashboard 32 indicatoren bij die zeven categorieën van extreem weer bestrijken. Het doel is om journalisten, beleidsmakers en het publiek directe toegang te bieden tot het onderliggende bewijsmateriaal, in plaats van hen te dwingen te vertrouwen op individuele studies of sensationele krantenkoppen.

Belangrijk is dat Pielke aangeeft dat de gegevens in overeenstemming zijn met de beoordeling van extreem weer door het IPCC. Hij verwerpt het idee dat zijn dashboard een alternatief vormt voor de gangbare klimaatwetenschap: de gegevens zijn afkomstig uit officiële overheidsbronnen, en “het IPCC is volkomen in overeenstemming met deze officiële gegevens”.

Klimaatverandering is geen oorzaak

Pielke heeft ook bezwaar tegen een van de meest gangbare formuleringen in de hedendaagse klimaatverslaggeving: de vraag of een bepaalde hittegolf, bosbrand of orkaan “door klimaatverandering werd veroorzaakt”.

Hij beschouwt dit als wetenschappelijk misleidend, omdat klimaatverandering een statistische beschrijving is, en geen onafhankelijke oorzaak. Broeikasgassen, aerosolen of veranderingen in landgebruik kunnen het weer en het klimaat beïnvloeden, maar “klimaatverandering is niet de oorzaak”.

Dit onderscheid klinkt misschien technisch, maar Pielke beschouwt het als belangrijk voor het overheidsbeleid. Als elke extreme gebeurtenis automatisch wordt toegeschreven aan klimaatverandering, kunnen regeringen de discussie gemakkelijk afleiden van praktische maatregelen die de kwetsbaarheid voor rampen direct zouden kunnen verminderen. Een politicus die op bosbranden reageert door te zeggen dat “we iets aan klimaatverandering moeten doen”, zo stelt hij, ontwijkt wellicht de meer directe vraag hoe de blootstelling aan brandgevaar kan worden verminderd.

Het publiek steunt ondertussen in principe vaak klimaatmaatregelen, maar wordt minder enthousiast wanneer concrete kosten ter sprake komen. Pielke wijst op opiniepeilingen die een sterke steun laten zien voor ‘iets doen’ aan klimaatverandering, maar een veel zwakkere steun voor het betalen van zelfs maar 10 dollar extra per maand op de elektriciteitsrekening om dat doel te bereiken.

Klimaatbeleid heeft decarbonisatie niet versneld

Pielke’s scepsis is niet gericht tegen decarbonisatie op zich. Hij zegt expliciet dat hij voorstander is van verregaande decarbonisatie. Zijn bezwaar betreft de aanname dat het bestaande klimaatbeleid verantwoordelijk is geweest voor de vooruitgang die is geboekt.

Hij wijst op de langdurige daling van de kooldioxide-uitstoot per eenheid van het bbp. Deze daling zet zich al zo’n zes decennia voort, maar volgens Pielke is het tempo niet merkbaar versneld na ingrijpende klimaatbeleidsinitiatieven zoals het Kyoto-protocol, het Akkoord van Parijs, Amerikaanse voorstellen voor een emissiehandelssysteem of de Inflation Reduction Act.

In plaats daarvan wijst hij op structurele veranderingen in het energiesysteem – waaronder de uitbreiding van aardgas en de verdringing van steenkool, samen met de groei van wind- en zonne-energie – als belangrijke factoren. Zijn conclusie is opzettelijk provocerend: er is geen duidelijk bewijs dat het klimaatbeleid het onderliggende tempo van de decarbonisatie heeft versneld.

Voor Pielke zou dat aanleiding moeten zijn voor een heroverweging, in plaats van het nog sterker inzetten op het bestaande beleid. De centrale vraag is waarom beleidsmakers zouden verwachten dat ‘meer van hetzelfde doen’ tot een ander resultaat zou leiden.

Energie moet overkoepelende factor worden

Pielke is van mening dat de VS ook een conceptuele fout heeft gemaakt door toe te staan dat het klimaatbeleid het energiebeleid overschaduwt. Energiebeleid, zo stelt hij, is voor iedereen direct van belang, zij het op verschillende manieren, afhankelijk van waar men woont. Klimaatbeleid is daarentegen een sterk gepolariseerde en steeds abstractere politieke kwestie geworden.

Hij pleit voor een alles-omvattende energiestrategie waarin wind, zon, kernenergie en aardgas allemaal een rol spelen, terwijl steenkool een veel kleinere rol heeft. De sleutel, zegt hij, is om geen technologische winnaars en verliezers aan te wijzen. “Wind heeft een plaats. Zonne-energie heeft een plaats. Kernenergie heeft een plaats. Aardgas heeft een plaats”, zegt hij.

De hernieuwde groei van de vraag naar elektriciteit zou deze bredere aanpak weer op de politieke agenda kunnen zetten. Datacenters en kunstmatige intelligentie zorgen voor een toenemende vraag, terwijl de elektrificatie van verwarming en vervoer daar nog aanzienlijk meer aan zou kunnen toevoegen. Jarenlang konden de VS ervan uitgaan dat de vraag naar elektriciteit relatief stabiel zou blijven. Dat tijdperk, zo stelt Pielke, loopt ten einde.

Het resultaat zou een gezonder debat kunnen zijn waarin betaalbaarheid, energie-uitbreiding, economische groei en emissiereducties gezamenlijk worden bekeken. Hij vindt dit vooral belangrijk omdat energie fundamenteel regionaal blijft: de behoeften van Californië, Texas, Wyoming en West-Virginia zijn niet dezelfde.

Het vergeten debat over klimaatscenario’s

Gevraagd naar welk klimaatverhaal te weinig aandacht krijgt, geeft Pielke een opvallend antwoord: het afschaffen van de meest extreme klimaatscenario’s die decennialang het klimaatonderzoek hebben gedomineerd.

Hij maakt zich vooral zorgen dat scenario’s die inmiddels achterhaald zijn, nog steeds worden gebruikt in lokale planning en andere toepassingen. De berichtgeving in de media over dit onderwerp, zo stelt hij, heeft zich grotendeels gericht op de politieke controverse rond de opmerkingen van Donald Trump over RCP8.5, in plaats van uit te leggen wat de scenario’s eigenlijk inhouden, wie ze opstelt en hoe ze instellingen zoals centrale banken beïnvloeden.

Voor Pielke illustreert dit een breder probleem: de media besteden vaak meer aandacht aan politieke confrontaties dan aan de technische details die nodig zijn om de klimaatwetenschap te begrijpen.

Een nieuw model voor publieke wetenschap

Pielke’s overstap van de academische wereld naar Substack heeft hem meer onafhankelijkheid gegeven. Hij verliet de academische wereld in 2024 en zegt dat het betaalde abonnementsmodel hem uiteindelijk in staat stelde een aanzienlijk deel van zijn academische inkomen te vervangen. Het platform heeft hem ook in contact gebracht met mensen bij overheden, bedrijven en organisaties over de hele wereld die hij via traditionele academische publicaties waarschijnlijk nooit had kunnen bereiken.

Kunstmatige intelligentie heeft zijn werk verder getransformeerd. Hij gebruikt Claude voornamelijk als kwantitatieve onderzoeksassistent, voor statistieken, berekeningen, replicatie en datadashboards. Taken waarvoor vroeger onderzoeksassistenten en maanden werk nodig waren, kunnen nu in enkele weken worden voltooid.

Toch ziet Pielke zichzelf niet als een journalist in de traditionele zin. Hij beschouwt journalistiek en de academische wereld echter wel als sectoren met een gemeenschappelijke missie: geleidelijk dichter bij de waarheid komen door middel van correctie en verfijning. Hij stelt dat journalisten zijn werk soms aan een strengere feitencontrole onderwierpen dan academische peer review.

Zijn bredere boodschap gaat daarom minder over “voor” of “tegen” klimaatmaatregelen zijn dan over het herstellen van een onderscheid tussen bewijs, interpretatie en politiek. Klimaatverandering is reëel en heeft belangrijke gevolgen, zegt hij, en het terugdringen van uitstoot is volgens hem een legitieme beleidsdoelstelling. Maar de publieke discussie wordt minder zinvol wanneer elke ramp wordt behandeld als bewijs van klimaatverandering, verouderde scenario’s worden gepresenteerd als voorspellingen, of politieke identiteit bepaalt hoe bewijs wordt geïnterpreteerd.

Voor Pielke is de uitdaging om het klimaat- en energiebeleid empirischer, minder partijdig en meer gericht op afwegingen te maken. Zijn carrière is gevormd door zijn weigering om ingewikkelde vraagstukken te vereenvoudigen uit politiek gemak. In een steeds verder gepolariseerd debat is hij van mening dat dit juist de reden kan zijn waarom er nu zo’n groot publiek is voor wat hij de ‘grijstinten’ noemt.

SAVE THE DATE!

Bestel nu uw tickets voor de uitgebreide lezingen van Roger Pielke Jr. op zondagmiddag 11 oktober in Antropia in Driebergen: hier. Op uitnodiging van Clintel spreekt Roger Pielke Jr. vanaf 14.00 uur onder meer over extreem weer, klimaatschade, klimaatscenario’s en de politisering van de klimaatwetenschap. Noteer deze datum dus alvast in uw agenda. Voor meer info, zie: hier.

Wat u zojuist heeft gelezen, kon worden gepubliceerd dankzij onze donateurs.

Clintel publiceert dagelijks artikelen over klimaat, energie en wetenschap. Daarnaast vertalen wij internationale analyses in meerdere talen, maken wij video’s, publiceren wij rapporten en organiseren wij bijeenkomsten en lezingen.

Wij ontvangen geen overheidssubsidies en zijn volledig afhankelijk van de steun van onze donateurs. Dankzij uw bijdrage kunnen wij onafhankelijk onderzoek en een open debat over klimaat en energie blijven bevorderen.

Steunt u ons werk? Kies wat bij u past:

Word Vriend van Clintel – vanaf €100 per jaar
Word Trouwe Vriend van Clintel – via een fiscaal aantrekkelijke periodieke gift
Doe een eenmalige donatie – iedere bijdrage helpt

Hartelijk dank voor uw steun.

DEEL DIT ARTIKEL:

Climate Intelligence Clintel

meer nieuws

Reactie KNMI: “gevoeligheidsanalyse Dijkstra et al is interessant”

Freelance journalist Peter Baeten schreef voor De Andere Krant een artikel over ons wetenschappelijk artikel aangaande de gecorrigeerde temperatuurreeksen van het KNMI. Hij vroeg ook om een reactie van het KNMI. Die is er nu gekomen. Baeten schreef een vervolgstukje voor De Andere Krant, maar dat kwam net te laat om deze meegenomen te worden. Hij gaf toestemming om het hieronder integraal op te nemen. Daaronder eveneens de integrale reactie van het KNMI.

17 december 2021|Categories: Nieuws|Tags: , , , |

Persbericht: KNMI heeft te veel tropische dagen geschrapt in De Bilt

Persbericht: KNMI heeft te veel tropische dagen geschrapt in De Bilt Het KNMI heeft te veel tropische dagen geschrapt in de periode 1901-1950. Dat stellen vier Nederlandse onderzoekers in een vandaag gepubliceerde paper in het wetenschappelijke tijdschrift Theoretical and Applied Climatology. De fout ontstond doordat het KNMI slechts één station gebruikte om [...]

6 december 2021|Categories: Nieuws|Tags: , , , |
By |2026-08-20T17:31:00+02:0021 augustus 2026|Reacties uitgeschakeld voor Hoe Roger Pielke Jr. de Voldemort van de klimaatwetenschap werd
Go to Top