Trump trekt zich terug uit VN-klimaatverdrag: waarom het UNFCCC faalt

Energie-expert Stephen Eule legt uit waarom de terugtrekking van president Trump uit het UNFCCC-klimaatverdrag gerechtvaardigd is en waarom het mondiale klimaatproces fundamenteel heeft gefaald.

De President van de Verenigde Staten Donald Trump – bron: Shutterstock

Stephen Eule
Datum: 22 januari 2026

DEEL:

Terugtrekking uit een kapot klimaatkader

De beslissing van president Trump om de Verenigde Staten terug te trekken uit het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC) kwam rijkelijk laat.
Het verdrag, ondertekend door president George Bush en in oktober 1992 unaniem door de Senaat geratificeerd, had tot doel “gevaarlijke menselijke beïnvloeding van het klimaatsysteem” te voorkomen door de uitstoot van broeikasgassen te beperken, waarvan het merendeel afkomstig is uit energiegebruik.

De structurele tekortkomingen van het UNFCCC

Vanaf het allereerste begin was het UNFCCC een onbeheersbare chaos. De ‘nakomelingen’ van het verdrag — het Kyoto-protocol, het Akkoord van Kopenhagen en het Akkoord van Parijs — zijn vaak het doelwit zijn geweest van conservatieve kritiek. Toch vergroten deze overeenkomsten in werkelijkheid slechts de vele tekortkomingen van het UNFCCC. Het UNFCCC zet ontwikkelingslanden tegenover ontwikkelde landen, schept onrealistische verwachtingen, promoot bureaucratische ‘oplossingen’ en fungeert als geldverslindende structuur.

Een verdrag vastgevroren in de politiek van 1992

Het UNFCCC hanteert duidelijke en vaste taakverdelingen tussen ontwikkelde en ontwikkelingslanden, gebaseerd op de principes van ‘gemeenschappelijke maar gedifferentieerde verantwoordelijkheden’ en ‘historische verantwoordelijkheid’. In de praktijk betekent dit dat ontwikkelingslanden weinig verplichtingen hebben en dat hun acties grotendeels afhankelijk zijn van financiële steun van ontwikkelde landen.
Het verdrag weerspiegelt echter de wereld van drie decennia geleden, niet die van vandaag. De ondertekenaars hielden geen rekening met het feit dat ontwikkelingslanden niet voor altijd arm zouden blijven.
Sinds 1992 is de Chinese economie met meer dan 1.000% gegroeid en zijn de emissies met meer dan 250% toegenomen. China is inmiddels de op één na grootste economie ter wereld en de grootste uitstoter van broeikasgassen. Toch geldt het binnen het UNFCCC nog steeds als ‘ontwikkelingsland’.
China staat hierin niet alleen. Ook Singapore, Zuid-Korea, Saoedi-Arabië en Qatar worden binnen het UNFCCC als ontwikkelingslanden aangemerkt. Het verdrag biedt geen enkele mogelijkheid om hun status te wijzigen.

Waarom ontwikkelingslanden de energietransitie afwijzen

Arme landen liften mee, maar zonder enthousiasme. Zij hebben weinig belangstelling voor het aanpakken van klimaatverandering en geven — terecht — prioriteit aan economische vooruitgang en armoedebestrijding boven klimaatdoelen. Zij zijn maar al te bereid om vooruitgang te realiseren met fossiele brandstoffen.
De veelgeprezen energietransitie — de beloofde uitkomst van het verdrag — blijkt in werkelijkheid een fata morgana. Gegevens van het Internationaal Energieagentschap laten zien dat de mondiale energievraag sinds 1992 met maar liefst 76% is gestegen. In dezelfde periode daalde de hoeveelheid koolstof per verbruikte energie-eenheid slechts met 3%, wat resulteerde in een toename van 71% van de CO₂-uitstoot uit energie.
Nog altijd hebben wereldwijd ongeveer driekwart miljard mensen geen toegang tot voldoende elektriciteit, de beste indicator voor het welzijn van een land. Steenkool, vooral in Azië en delen van Afrika, zal nog vele jaren de voorkeursbrandstof blijven voor elektriciteitsopwekking. Rijke economieën zijn schone economieën.

Greenwashing en vaagheid in het Akkoord van Parijs

Misleiding en greenwashing zien we ook in het UNFCCC. Neem het Akkoord van Parijs. Dat roept op tot het beperken van de stijging van de mondiale gemiddelde temperatuur tot “ruim onder 2°C boven het pre-industriële niveau en het nastreven van inspanningen om de temperatuurstijging te beperken tot 1,5°C”. Hoewel het verdrag niet definieert wat deze temperatuurdoelen betekenen voor mondiale emissies, stelt de VN inmiddels dat dit inhoudt dat “de emissies tegen 2030 met 45% moeten worden verminderd en tegen 2050 netto nul moeten zijn” — iets waar de Partijen (dus de individuele landen) nooit mee hebben ingestemd.
Sterker nog, de Partijen verwierpen expliciet conceptvoorstellen met concrete emissiedoelen en tijdschema’s, waaronder netto nul emissie in 2050, omdat zij maar al te goed wisten dat zo’n doel onhaalbaar was. De temperatuurbepalingen van het verdrag zijn niets meer dan een groene Rorschach-test.

Klimaatretoriek over urgentie versus institutionele verlamming

In tegenspraak met de claim van een klimaatcrisis werkt het UNFCCC in slakkentempo — los even van de vraag of de uiteindelijke resultaten het waard zijn. Zo duurde het negen jaar voordat de Partijen het eens werden over de uitwerking van de bepalingen van het Akkoord van Parijs over internationale koolstofhandel. Diezelfde Partijen roepen ondertussen op tot een mondiale emissiereductie van 40 tot 45% binnen vijf jaar. Wie houdt hier wie voor de gek?

COP-toppen: ideologie, symboliek en beleidsoverschrijding

Daarnaast moet de Verenigde Staten tijdens elke jaarlijkse ‘COP’-bijeenkomst buitensporige financiële eisen pareren, alsmede pogingen om de bescherming van intellectueel eigendom te verzwakken, claims op klimaatherstelbetalingen, oproepen om vleesconsumptie te beëindigen en andere potsierlijke ideeën.

Een bekentenis van politieke intentie, niet van milieunoodzaak

Misschien wel de krachtigste rechtvaardiging om afscheid te nemen van het UNFCCC kwam van Christiana Figueres, destijds uitvoerend secretaris van het UNFCCC tijdens de onderhandelingen in Parijs. Zij zei in een openhartig moment: “Dit is de eerste keer in de geschiedenis van de mensheid dat wij ons bewust de taak stellen om … het economisch ontwikkelingsmodel te veranderen dat al minstens 150 jaar heerst, sinds de Industriële Revolutie.” Dat is niet waar president Bush voor tekende of wat de Senaat ratificeerde.

Waarom het verlaten van het UNFCCC in het strategisch belang van Amerika is

De Verenigde Staten hebben veel te veel politiek en financieel kapitaal geïnvesteerd in een proces dat ongeschikt is om het vermeende klimaatprobleem aan te pakken en dat vaak indruist tegen Amerikaanse belangen en waarden. Zeker nu de VS verwikkeld zijn in een race op het gebied van kunstmatige intelligentie met China — een concurrentiestrijd die mede wordt bepaald door toegang tot betaalbare en betrouwbare energie — vormt het UNFCCC een kostbare afleiding.
We zijn beter af zonder.

Dit opiniestuk werd eerder gepubliceerd op realclearenergy.org.

(Vertaald voor Clintel Foundation door Tom van Leeuwen.)

Stephen Eule is gastonderzoeker bij het National Center for Energy Analytics. Hij is energiesector-expert en bekend om zijn werk op het snijvlak van energiezekerheid, klimaatverandering en technologische innovatie.

DEEL DIT ARTIKEL:

Climate Intelligence Clintel

meer nieuws

Teruggetrokken klimaatonderzoek blijft onterecht leidend

Een zeer invloedrijke Nature-studie over economische schade van klimaatverandering is vorige week teruggetrokken door Nature. De studie werd meteen omarmd door een invloedrijk netwerk van Centrale Banken. Allerlei signalen dat de studie zeer problematisch was werden lange tijd genegeerd. Ook het Nederlandse Klimaatexamen, gesponsord door vier provincies, maakte gretig gebruik van de alarmerende conclusies in de paper.

21 december 2025|Categories: Nieuws|Tags: , , |
By |2026-01-21T18:59:45+01:0022 januari 2026|Reacties uitgeschakeld voor Trump trekt zich terug uit VN-klimaatverdrag: waarom het UNFCCC faalt
Go to Top