Trump trekt zich terug uit VN-klimaatverdrag: waarom het UNFCCC faalt
Energie-expert Stephen Eule legt uit waarom de terugtrekking van president Trump uit het UNFCCC-klimaatverdrag gerechtvaardigd is en waarom het mondiale klimaatproces fundamenteel heeft gefaald.
Terugtrekking uit een kapot klimaatkader
De beslissing van president Trump om de Verenigde Staten terug te trekken uit het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC) kwam rijkelijk laat.
Het verdrag, ondertekend door president George Bush en in oktober 1992 unaniem door de Senaat geratificeerd, had tot doel “gevaarlijke menselijke beïnvloeding van het klimaatsysteem” te voorkomen door de uitstoot van broeikasgassen te beperken, waarvan het merendeel afkomstig is uit energiegebruik.
De structurele tekortkomingen van het UNFCCC
Vanaf het allereerste begin was het UNFCCC een onbeheersbare chaos. De ‘nakomelingen’ van het verdrag — het Kyoto-protocol, het Akkoord van Kopenhagen en het Akkoord van Parijs — zijn vaak het doelwit zijn geweest van conservatieve kritiek. Toch vergroten deze overeenkomsten in werkelijkheid slechts de vele tekortkomingen van het UNFCCC. Het UNFCCC zet ontwikkelingslanden tegenover ontwikkelde landen, schept onrealistische verwachtingen, promoot bureaucratische ‘oplossingen’ en fungeert als geldverslindende structuur.
Een verdrag vastgevroren in de politiek van 1992
Het UNFCCC hanteert duidelijke en vaste taakverdelingen tussen ontwikkelde en ontwikkelingslanden, gebaseerd op de principes van ‘gemeenschappelijke maar gedifferentieerde verantwoordelijkheden’ en ‘historische verantwoordelijkheid’. In de praktijk betekent dit dat ontwikkelingslanden weinig verplichtingen hebben en dat hun acties grotendeels afhankelijk zijn van financiële steun van ontwikkelde landen.
Het verdrag weerspiegelt echter de wereld van drie decennia geleden, niet die van vandaag. De ondertekenaars hielden geen rekening met het feit dat ontwikkelingslanden niet voor altijd arm zouden blijven.
Sinds 1992 is de Chinese economie met meer dan 1.000% gegroeid en zijn de emissies met meer dan 250% toegenomen. China is inmiddels de op één na grootste economie ter wereld en de grootste uitstoter van broeikasgassen. Toch geldt het binnen het UNFCCC nog steeds als ‘ontwikkelingsland’.
China staat hierin niet alleen. Ook Singapore, Zuid-Korea, Saoedi-Arabië en Qatar worden binnen het UNFCCC als ontwikkelingslanden aangemerkt. Het verdrag biedt geen enkele mogelijkheid om hun status te wijzigen.
Waarom ontwikkelingslanden de energietransitie afwijzen
Arme landen liften mee, maar zonder enthousiasme. Zij hebben weinig belangstelling voor het aanpakken van klimaatverandering en geven — terecht — prioriteit aan economische vooruitgang en armoedebestrijding boven klimaatdoelen. Zij zijn maar al te bereid om vooruitgang te realiseren met fossiele brandstoffen.
De veelgeprezen energietransitie — de beloofde uitkomst van het verdrag — blijkt in werkelijkheid een fata morgana. Gegevens van het Internationaal Energieagentschap laten zien dat de mondiale energievraag sinds 1992 met maar liefst 76% is gestegen. In dezelfde periode daalde de hoeveelheid koolstof per verbruikte energie-eenheid slechts met 3%, wat resulteerde in een toename van 71% van de CO₂-uitstoot uit energie.
Nog altijd hebben wereldwijd ongeveer driekwart miljard mensen geen toegang tot voldoende elektriciteit, de beste indicator voor het welzijn van een land. Steenkool, vooral in Azië en delen van Afrika, zal nog vele jaren de voorkeursbrandstof blijven voor elektriciteitsopwekking. Rijke economieën zijn schone economieën.
Greenwashing en vaagheid in het Akkoord van Parijs
Misleiding en greenwashing zien we ook in het UNFCCC. Neem het Akkoord van Parijs. Dat roept op tot het beperken van de stijging van de mondiale gemiddelde temperatuur tot “ruim onder 2°C boven het pre-industriële niveau en het nastreven van inspanningen om de temperatuurstijging te beperken tot 1,5°C”. Hoewel het verdrag niet definieert wat deze temperatuurdoelen betekenen voor mondiale emissies, stelt de VN inmiddels dat dit inhoudt dat “de emissies tegen 2030 met 45% moeten worden verminderd en tegen 2050 netto nul moeten zijn” — iets waar de Partijen (dus de individuele landen) nooit mee hebben ingestemd.
Sterker nog, de Partijen verwierpen expliciet conceptvoorstellen met concrete emissiedoelen en tijdschema’s, waaronder netto nul emissie in 2050, omdat zij maar al te goed wisten dat zo’n doel onhaalbaar was. De temperatuurbepalingen van het verdrag zijn niets meer dan een groene Rorschach-test.
Klimaatretoriek over urgentie versus institutionele verlamming
In tegenspraak met de claim van een klimaatcrisis werkt het UNFCCC in slakkentempo — los even van de vraag of de uiteindelijke resultaten het waard zijn. Zo duurde het negen jaar voordat de Partijen het eens werden over de uitwerking van de bepalingen van het Akkoord van Parijs over internationale koolstofhandel. Diezelfde Partijen roepen ondertussen op tot een mondiale emissiereductie van 40 tot 45% binnen vijf jaar. Wie houdt hier wie voor de gek?
COP-toppen: ideologie, symboliek en beleidsoverschrijding
Daarnaast moet de Verenigde Staten tijdens elke jaarlijkse ‘COP’-bijeenkomst buitensporige financiële eisen pareren, alsmede pogingen om de bescherming van intellectueel eigendom te verzwakken, claims op klimaatherstelbetalingen, oproepen om vleesconsumptie te beëindigen en andere potsierlijke ideeën.
Een bekentenis van politieke intentie, niet van milieunoodzaak
Misschien wel de krachtigste rechtvaardiging om afscheid te nemen van het UNFCCC kwam van Christiana Figueres, destijds uitvoerend secretaris van het UNFCCC tijdens de onderhandelingen in Parijs. Zij zei in een openhartig moment: “Dit is de eerste keer in de geschiedenis van de mensheid dat wij ons bewust de taak stellen om … het economisch ontwikkelingsmodel te veranderen dat al minstens 150 jaar heerst, sinds de Industriële Revolutie.” Dat is niet waar president Bush voor tekende of wat de Senaat ratificeerde.
Waarom het verlaten van het UNFCCC in het strategisch belang van Amerika is
De Verenigde Staten hebben veel te veel politiek en financieel kapitaal geïnvesteerd in een proces dat ongeschikt is om het vermeende klimaatprobleem aan te pakken en dat vaak indruist tegen Amerikaanse belangen en waarden. Zeker nu de VS verwikkeld zijn in een race op het gebied van kunstmatige intelligentie met China — een concurrentiestrijd die mede wordt bepaald door toegang tot betaalbare en betrouwbare energie — vormt het UNFCCC een kostbare afleiding.
We zijn beter af zonder.
Dit opiniestuk werd eerder gepubliceerd op realclearenergy.org.
(Vertaald voor Clintel Foundation door Tom van Leeuwen.)
Stephen Eule is gastonderzoeker bij het National Center for Energy Analytics. Hij is energiesector-expert en bekend om zijn werk op het snijvlak van energiezekerheid, klimaatverandering en technologische innovatie.
meer nieuws
Het jaar 2025 haalt de broeikastheorie onderuit
De laatste drie jaar behoren wereldwijd tot de warmste jaren sinds de metingen rond 1850 begonnen zijn, maar anders dan je zou vermoeden schiet de broeikastheorie tekort om deze periode te begrijpen, aldus Marcel Crok.
CO2-verwijdering: nutteloos, duur en milieu-onvriendelijk
Zelfs als de wereld jaarlijks 1 miljard ton CO2 effectief zou kunnen opvangen en permanent verwijderen, zouden de gevolgen voor de temperatuur nauwelijks meetbaar zijn. En de economische en ecologische kosten zijn zeer groot. Lars Schernikau zet de ontluisterende feiten op een rij.
Anthony Watts blikt terug op twintig jaar ‘thermometer kijken’
Nu de website Watts Up With That? zijn twintigste verjaardag nadert, blikt oprichter Anthony Watts terug op bijna twee decennia ‘thermometer kijken’ en op het klimaatdebat.






