“Volledig uitroeien van alle herkauwers zou de temperatuur met slechts 0,05 °C doen dalen”
Wat is de invloed van methaanuitstoot van vee op het kimaat? In een recente lezing toonde prof. William Happer aan dat zelfs het volledig uitroeien van alle herkauwers de mondiale temperatuur met slechts ongeveer 0,05 °C zou doen dalen. Dit ondergraaft agressief klimaatbeleid dat is gericht op methaan-producerende dieren, zoals koeien.
Tijdens de recente Heartland Conference sprak William Happer (emeritus hoogleraar Natuurkunde aan Princeton University) over koeien, het methaan dat ze produceren en de klimaateffecten daarvan. Hieronder kunt u zijn volledige presentatie bekijken. Na een inleiding begint zijn lezing om 03:10 minuten.
Happer blikt terug op een recent bezoek aan Nieuw-Zeeland, een land dat sterk afhankelijk is van landbouw, met name veeteelt met runderen en schapen. Hij legt uit dat boeren daar onder toenemende politieke druk staan om de methaanuitstoot van herkauwers te verminderen, gedreven door zorgen over klimaatverandering. Happer wil vooral het idee aanvechten dat methaanuitstoot van vee een betekenisvolle invloed heeft op de mondiale temperaturen en betogen dat beleid gericht op deze uitstoot misplaatst is.
Hij begint met te erkennen dat runderen inderdaad methaan produceren als onderdeel van hun verteringsproces. Methaan komt vrij wanneer micro-organismen in de pens cellulose afbreken, waardoor herkauwers energie kunnen halen uit plantaardig materiaal dat mensen niet kunnen verteren. Dit proces is biologisch onvermijdelijk en gunstig voor de voeding van het dier. Happer stelt echter dat methaan weliswaar een broeikasgas is, maar dat de totale impact ervan op het klimaat uiterst klein is.
Onmeetbaar
Om dit te illustreren, presenteert hij kwantitatieve schattingen. De beleidsdoelstelling van Nieuw-Zeeland om de methaanuitstoot in tien jaar tijd met 14% te verminderen, zou volgens zijn berekeningen de mondiale temperaturen met een bijna onmeetbare hoeveelheid verlagen – in de orde van grootte van 0,0001 °C. Hij gebruikt dit voorbeeld om de grondgedachte achter dergelijk beleid in twijfel te trekken, waarbij hij suggereert dat het effect zo klein is dat het de economische en sociale kosten die aan boeren worden opgelegd niet kan rechtvaardigen.
Vervolgens breidt hij dit argument uit naar een extreem hypothetisch scenario: het wereldwijd uitroeien van alle herkauwers. Zelfs in dit drastische geval, zo stelt hij, zou de daling van de mondiale temperatuur slechts ongeveer 0,05 °C bedragen. Dit cijfer wordt gepresenteerd als de belangrijkste conclusie van de lezing. Happer benadrukt dat een dergelijke temperatuurverandering in feite niet meetbaar is en daarom in praktische zin onbeduidend. Hieruit concludeert hij dat de bezorgdheid over methaanemissies door vee overdreven is en niet gebaseerd is op een betekenisvolle klimaatimpact.
Bizons
Om context te bieden, bespreekt Happer de historische aanwezigheid van grote populaties wilde herkauwers, zoals bizons in Noord-Amerika, die waarschijnlijk evenveel of meer methaan uitstootten dan het moderne vee. Dit suggereert dat methaanemissies door herkauwers geen nieuw fenomeen zijn en al millennia lang deel uitmaken van het natuurlijke systeem van de aarde.
De lezing bevat ook een waarschuwende historische analogie: de Xhosa-beweging uit het midden van de 19e eeuw in Zuid-Afrika, die erop gericht was vee te doden. Een profetisch geloof leidde tot de massale slachting van vee, met hongersnood en maatschappelijke ineenstorting tot gevolg. Happer gebruikt dit verhaal om te waarschuwen tegen wat hij ziet als irrationeel, ideologisch gedreven beleid dat zich vandaag de dag tegen vee richt.
Broeikas
Een aanzienlijk deel van de lezing is gewijd aan de fysica van broeikasgassen. Happer legt het broeikaseffect in algemene termen uit en merkt op dat gassen zoals waterdamp, kooldioxide en methaan infraroodstraling absorberen en weer uitstralen, waardoor de aarde opwarmt. Hij benadrukt echter dat de omvang van dit effect beperkt is. Aan de hand van de stralingstheorie stelt hij dat toenemende concentraties van broeikasgassen leiden tot afnemende opwarming als gevolg van verzadigingseffecten.
Hij illustreert dit met het concept van infrarood-absorptiespectra en laat zien dat een verdubbeling van de kooldioxide-concentraties slechts resulteert in een verandering van ongeveer 1% in de uitgaande straling. Vanwege de wet van Stefan–Boltzmann, die temperatuur relateert aan stralingsflux, vertaalt deze kleine verandering zich in slechts een bescheiden temperatuurstijging. Methaan is weliswaar per molecuul krachtiger dan CO2, maar komt in veel lagere concentraties voor, waardoor de totale bijdrage ervan relatief gering is.
Feedbacks
Happer betwist ook het idee van sterke positieve feedbacks in het klimaatsysteem, zoals die waarbij waterdamp of wolken betrokken zijn. Hij stelt dat de meeste natuurlijke systemen worden gedomineerd door negatieve feedbacks die stabiliteit bevorderen, en dat het klimaat op aarde al miljarden jaren stabiel is gebleven. Daarom beschouwt hij beweringen over een op hol geslagen opwarming of ‘kantelpunten’ als onwaarschijnlijk.
In het laatste deel van de lezing verlegt Happer de focus naar de landbouw en de rol van kooldioxide in de plantengroei. Hij stelt dat verhoogde CO2-niveaus gunstig zijn voor gewassen omdat ze de efficiëntie van het watergebruik verbeteren en fotorespiratie verminderen – een proces dat energie verspilt in planten. Als gevolg daarvan dragen hogere CO2-concentraties bij aan een verhoogde landbouwproductiviteit en de ‘vergroening’ van de aarde, met name in droge gebieden.
Concluderend beschouwt Happer de huidige bezorgdheid over methaan en klimaatverandering als onderdeel van een bredere ‘populaire waanvoorstelling’. Hij stelt dat het wetenschappelijk bewijs het idee van een klimaatnoodsituatie als gevolg van broeikasgassen, met name methaan van vee, niet ondersteunt. Zijn centrale stelling is dat zelfs de volledige uitroeiing van alle herkauwers de mondiale temperaturen met slechts ongeveer 0,05 °C zou verlagen – een effect dat zo klein is dat het de rechtvaardiging van agressief mitigatiebeleid gericht op de landbouw in twijfel trekt.
meer nieuws
Verdwenen hittegolven terug: KNMI en media faalden jarenlang
Het KNMI publiceerde deze week nieuwe temperatuurcorrecties voor De Bilt. Het gaat om correcties van oude metingen van voor 1950. Door eerdere correcties waren veel tropische dagen en hittegolven in die periode uit de boeken geschrapt. Een groep critici, waaronder Marcel Crok, hebben de correcties jarenlang inhoudelijk bekritiseerd. Zij krijgen nu gelijk. Crok blikt in dit artikel terug op deze lange battle en op de rol die het KNMI en de media speelden.
De energietransitie blijkt statistisch mooier dan ze is
In dit artikel toont energie-expert Samuel Furfari aan waarom de energietransitie statistisch mooier wordt voorgesteld dan ze is. Recente veranderingen in de primaire energiestatistieken maken duidelijk dat de bijdrage van hernieuwbare energie jarenlang structureel werd overschat in veelgebruikte internationale data. Deze methodologische verschuiving verandert fundamenteel hoe de energietransitie wordt begrepen, gecommuniceerd en politiek geïnterpreteerd.
Historische draai van het KNMI
Na een lange strijd van zeven jaar hebben vier critici van Clintel gelijk gekregen van het KNMI. Er waren door het KNMI inderdaad teveel tropische dagen en hittegolven in de periode 1901-1950 weg-gecorrigeerd, zoals Clintel in diverse publicaties heeft beschreven. Zeven 'verdwenen' hittegolven zijn weer terug in de boeken en 1947 is met vier hittegolven weer het jaar met de meeste hittegolven.






