Die warme zomer van 2026

Het was grotendeels een heerlijke warme zomer dit jaar, vindt Rob de Vos. Hij berekende ook het gemiddelde van de dagelijkse maximumtemperaturen (Tx) van belangrijke Nederlandse weerstations gedurende de zomermaanden, maar houdt enige reserves over de weergegeven trends.

Afbeelding Shutterstock

Rob de Vos
Datum: 13 september 2026

DEEL:

Het was grotendeels een heerlijke warme zomer dit jaar, vond ik. Het deed me denken aan die ‘oneindig’ lange zomer van 1976.  De -naar horen zeggen- uitzonderlijke zomer van 1947 heb ik niet meegemaakt, maar het feit dat 1947 maar liefst 4 hittegolven telde (nog steeds) is ongeëvenaard.

Fig.1   Data: KNMI

Het KNMI schreef dat de zomer van 2026 de warmste was sinds 1901, berekend op basis van Tg, de gemiddelde dagtemperatuur. Dat kan goed zijn (ik heb het niet nagerekend), maar die ene hittegolf van 2026 (figuur 1) valt me toch een beetje tegen. Het verschil zit hem in het feit dat hittegolven vastgesteld worden m.b.v. de maximum etmaaltemperatuur Tx en niet op basis van de gemiddelde etmaaltemperatuur Tg.

Fig.2   Data: KNMI

Nu is een hittegolf wel een beetje ruwe methode om warmte te registreren. De definitie van het KNMI is: een periode van minstens 5 aaneengesloten dagen op het hoofdmeetstation in De Bilt waarop de maximumtemperatuur 25,0 °C of hoger is (zomerse dagen) en waarvan minstens 3 dagen een maximumtemperatuur van 30,0 °C of hoger moeten hebben (tropische dagen). Figuur 2 toont de hittegolf van 2026. Met één extra tropische dag (roze) en de volgorde van de gekleurde data iets anders verdeeld hadden we twee hittegolven mogen tellen in plaats van één. Maar ‘als….dan…..’ telt niet.

Het rode streepje in figuur 1 (op 1 september 1951) toont het einde van de bijzondere periode 1901 tot 1-9-1951. De temperatuurmetingen van De Bilt in die periode zijn per 1-1-2026 voor de tweede maal gehomogeniseerd (‘gecorrigeerd’). We tellen nu van 1-1-1901 tot 1-9-1951 14 hittegolven. Hoeveel er oorspronkelijk zijn gemeten toont figuur 3:

Fig.3   Data: KNMI

De bovenste grafiek van figuur 3toont het aantal gemeten hittegolven t/m 2015. De temperaturen van 1901 tot 1 september 1951 (rode lijn) zijn in 2016 voor de eerste keer gehomogeniseerd. Dat had enorme gevolgen voor het aantal hittegolven tot 1951, dat daalde van 23 tot slechts 7 stuks (onderste grafiek figuur 2). Na jarenlang touwtrekken kregen we het voor elkaar dat het KNMI die absurde correctie uit 2016 onlangs heeft gecorrigeerd. Of er voldoende gecorrigeerd is durf ik niet te zeggen (zie dit artikel), maar de tweede correctie ( 14 hittegolven vóór 1-9-1951) wijkt in elk geval veel minder van de meetdata af dan de eerste correctie van 2016 (7 hittegolven).

Fig.4   Data: KNMI

Een elegantere methode om de ‘warmte’ te bestuderen dan te kijken naar hittegolven is het berekenen van het gemiddelde van de dagelijkse maximumtemperaturen (Tx) gedurende de zomermaanden. Figuur 4 geeft de gemiddelde Tx per zomer weer van 1901 t/m 2026. De zomer-Tx van 2026  (24,5 °C) is hoog maar ‘verliest’ het nipt van 2003 (24,6 °C, rode stip ). De zomer-Tx van de warme zomer van 1976 was 24,2 °C en die van 1947 (met 4 hittegolven) was 23,9 °C. Dat laatste toont goed aan dat ‘hittegolven’ een ruwe meetlat zijn.

Records zijn leuk voor de krant en tv, maar interessanter is de lineaire trend van figuur 4, de weergegeven rechte lijn. De bijbehorende formule staat in de hoek rechtsonder. Voor  de zomerse Tx van De Bilt geldt een lineaire trend van y=0,0217x. De toename van Tx-zomer van 1901 t/m 2026 is dus 2,734 °C, per eeuw is de toename 2,17 °C.

Interessante vraag is denk ik of de lineaire trend van de zomerse Tx in De Bilt ‘geloofwaardig’ is na twee forse homogenisaties. Daarvoor gebruik ik de zomer Tx van de vier overige hoofdstations De Kooy, Eelde, Vlissingen en Maastricht. Gezien de geografische ligging (figuur 5) en de relatief geringe afstanden tussen de stations is het te verwachten dat de Tx summer trend van De Bilt ongeveer vergelijkbaar zal moeten zijn met die van de overige stations.

Fig.5   Data: KNMI

De lineaire trends van alle vijf hoofdstations is in rood weergegeven. Zo te zien past de trend van station De Bilt prima bij die van de 4 hoekstations.

Toch hou ik enige reserves over de weergegeven trends. Over de data van De Bilt heb ik daarover al uitgebreid geschreven in dit artikel. Maar over de cijfers van de vier hoekstations valt ook wel wat te zeggen. Het kaartje laat zien dat er voor elk van de vier hoekstations twee stationsnamen gegeven worden. Elk van die vier stations is ooit verplaatst: Den Helder naar De Kooy, Groningen naar Eelde, Maastricht naar Beek en Vlissingen naar Souburg en terug. Dat levert sprongen op in de tijdreeksen, die ‘opgelost’ werden met behulp van parallelle metingen:

Fig.6   Bron: De Valk + Brandsma (2023)

Daarbij werden de ‘oude’ data gecorrigeerd ten opzichte van de ‘nieuwe’ data. Overigens waren die correcties minder ingrijpend dan die van De Bilt, waar parallelle metingen ontbraken. Daarom toont station De Bilt op de kaart slechts één stationsnaam.

Ik heb begrip voor het feit dat instituten zoals het KNMI hun meetreeksen graag zo lang mogelijk zien. Maar elke correctie, hoe fraai uitgevoerd, maakt toch van ‘meetgegevens’ ‘gewone data’. Bij het downloaden van daggegevens verschijnt altijd de waarschuwing:

“#Opmerking: door stationsverplaatsingen en veranderingen in waarneemmethodieken zijn deze tijdreeksen van uurwaarden mogelijk inhomogeen! Dat betekent dat deze reeks van gemeten waarden niet geschikt is voor trendanalyse.”

Misschien dat er aan toegevoegd zou moet worden: “Dat laatste geldt mogelijk ook voor de gehomogeniseerde data” . Een andere mogelijkheid is om géén correcties meer uit te voeren bij stationsverplaatsingen en/of instrumentveranderingen en gewoon een nieuwe tijdreeks te beginnen.

Dit artikel verscheen op 11 september 2026 op klimaatgek.nl.

Rob de Vos

Rob de Vos is een onafhankelijke klimaatonderzoeker die schrijft op onder andere de website www.klimaatgek.nl  waar hij redacteur van is.  Als docent aardrijkskunde begon hij zich te storen aan de matige kwaliteit van de aangeboden leerstof  over klimaat op  de bovenbouw HAVO en VWO. Die ergernis mondde uiteindelijk uit in het opzetten van de website www.klimaatgek.nl, die in eerste instantie bedoeld was ter ondersteuning van zijn examenkandidaten. In een later stadium is dat uitgegroeid tot een meer algemene klimaatsite.

Hij was samen met Marcel Crok auteur van het kritische rapport (2018) over de KNMI-scenario’s  en schreef mee aan het rapport ‘Het Raadsel van de Verdwenen Hittegolven’ (2019). Hij was co-auteur van een drietal wetenschappelijke publicaties, namelijk over de temperatuurhomogenisatie van De Bilt (2021), de homogenisatie van de Europese temperatuurdata (GHCN) (2022) en recentelijk over de zeespiegelstijging (2025).

Wat u zojuist heeft gelezen, kon worden gepubliceerd dankzij onze donateurs.

Clintel publiceert dagelijks artikelen over klimaat, energie en wetenschap. Daarnaast vertalen wij internationale analyses in meerdere talen, maken wij video’s, publiceren wij rapporten en organiseren wij bijeenkomsten en lezingen.

Wij ontvangen geen overheidssubsidies en zijn volledig afhankelijk van de steun van onze donateurs. Dankzij uw bijdrage kunnen wij onafhankelijk onderzoek en een open debat over klimaat en energie blijven bevorderen.

Steunt u ons werk? Kies wat bij u past:

• Word Vriend van Clintel – vanaf €100 per jaar
• Word Trouwe Vriend van Clintel – via een fiscaal aantrekkelijke periodieke gift
• Doe een eenmalige donatie – iedere bijdrage helpt

Hartelijk dank voor uw steun.

DEEL DIT ARTIKEL:

Climate Intelligence Clintel

meer nieuws

ICSF/Clintel-lezing Lars Schernikau: wind en zon kunnen Europa niet van stroom voorzien

Europa staat voor een steeds grotere energie-uitdaging die niet kan worden opgelost door simpelweg meer wind- en zonne-energie toe te voegen, aldus energie-econoom Lars Schernikau in zijn recente ICSF/Clintel-lezing. “Duitsland zou nog voor het einde van dit decennium met ernstige stroomtekorten te maken kunnen krijgen.”

Doemscenario’s over zee-ijs in het Noordpoolgebied komen niet uit

Al vanaf 2007 is er geen afname van het minimum zee-ijs in het Noordpoolgebied en ook 2026 toont weer geen daling. Dat bewijst nogmaals dat het klimaat een uiterst ingewikkeld systeem is, zo concludeert Rob de Vos.

Lucy Biggers: zo werd ik een bevooroordeelde klimaatjournalist

Lucy Biggers wilde als jonge journalist het goede doen, maar verloor naar eigen zeggen het vertrouwen in haar eigen oordeel. Nu vertelt ze hoe groepsdruk, schuldgevoel en angst voor uitsluiting haar klimaatjournalistiek bepaalden.

By |2026-09-12T23:09:35+02:0013 september 2026|Reacties uitgeschakeld voor Die warme zomer van 2026
Go to Top