Amerikaans-Japans pact betekent de opkomst van energierealisme
De VS en Japan sluiten een uitgebreid handelsakkoord, dat zeldzame aardmineralen, kritieke componenten voor halfgeleiders en kernreactoren van de volgende generatie omvat. Hiermee bewegen beide landen zich weg van de economische afbraak, waar klimaat catastrofistisch beleid toe leidt.
De VS en Japan werpen de verlamming van het irrationele klimaatbeleid van zich af door een strategische overeenkomst te sluiten die zeldzame aardmineralen, kritieke componenten voor halfgeleiders en kernreactoren van de volgende generatie omvat.
Met deze heldere overeenkomst, gesmeed door het leiderschap van twee no-nonsense politici – president Donald Trump en de Japanse premier Sanae Takaichi – nemen beide landen afscheid van meer dan tien jaren energie-onzekerheid, die werden gekenmerkt door onvoorspelbare toeleveringsketens, onrealistische netto-nul-toezeggingen en een veel te zwaar vertrouwen op onbetrouwbare wind- en zonne-energie. Hiermee plaatsen zij, terecht, energie en industriële strategie centraal bij het beschermen van de nationale soevereiniteit.
Gelet op het feit dat Beijing, dat meer dan 90% van de bewerkte zeldzame aardmetalen in handen heeft, de toeleveringsketen nu als handelswapen gebruikt, maakt Amerika’s deal met Japan de toegang tot materialen en technologie, strategische veerkracht en economische groei tot eerste prioriteit en stelt daarvoor een investeringspakket in van $ 550 miljard tussen beide landen.
Volgens een rapport van het Witte Huis gaan Japan en diverse Japanse bedrijven tot $ 332 miljard investeren in de Amerikaanse energie-infrastructuur, waaronder kernreactoren, plus tot $ 50 miljard aan energieapparatuur, via contracten, waarbij zowel Amerikaanse als Japanse bedrijven betrokken worden. Japan krijgt, naar verluidt, meer toegang tot de Amerikaanse markten voor technologieverkoop en een gunstige tariefbehandeling.
Deze investeringen zijn niet bedoeld voor nog meer windturbines die vogels verhakselen of voor woestijnverstikkende zonnepanelen, maar voor praktische, betrouwbare elektriciteitsopwekking.
De VS zal $ 75 miljard besteden aan de infrastructuur van de datacenters van drie Japanse bedrijven: Mitsubishi Electric, voor de levering van elektriciteits-centralesystemen en -apparatuur; TDK Corp., voor geavanceerde elektronische energiecomponenten; en Fujikura, Ltd., voor optische vezelkabels.
De Amerikaans-Japanse overeenkomst omvat ook een over vele jaren lopende overeenkomst ter waarde van meer dan $ 100 miljoen tussen Global Coal Sales Group en Tohoku Electric Power voor Amerikaanse kolencentrales. Dit is een rationele beslissing van een geavanceerde industriële natie om betaalbare, betrouwbare elektriciteit voor haar bevolking te garanderen. Steenkool blijft een onmisbare energiebron voor landen die weigeren economische groei op te offeren op het altaar van het dogma van de “decarbonisatie.”
De overeenkomst voorziet in een Japanse investering van zo’n $ 3 miljard voor de bouw van een fabriek voor ammoniak- en ureummeststoffen in de Verenigde Staten en nog eens $ 2 miljard voor de bouw van een kopersmelt- en veredelings-fabriek in het Amerikaanse Westen.
Aan de andere kant van de Stille Oceaan zal Japan zijn energievoorziening versterken door jaarlijks 66 miljoen ton Amerikaanse vloeibaar aardgas (LNG) te importeren, waarmee het de op één na grootste LNG-koper wordt na China.
Toch zou Japan er goed aan doen om nog meer bepalingen aan de overeenkomst toe te voegen – zoals het belang van JERA Co. van 1,5 miljard dollar in aardgasactiva in de schalievoorraden van Louisiana in Haynesville en de aankoop van Alaska LNG door Tokyo Gas – die kunnen helpen de strategisch risicovolle Russische leveranties te vervangen die 9% van de gasbehoefte van Japan uitmaken.
Wat de kernenergie betreft, heeft Japan’s over-voorzichtigheid van na de Fukushima-ramp van 2011 gemaakt dat slechts 14 van de 54 kernreactoren van vóór het ongeluk weer zijn opgestart. Japan moet de Fukushima-geesten die beleidsmakers 14 jaar hebben verlamd, weer in de fles krijgen en zijn vroegere voorsprong herwinnen in een veld dat nu nog gedomineerd wordt door China, Frankrijk, Zuid-Korea en Rusland.
Gelukkig voor Japan en andere landen heeft de Amerikaanse regering Trump, door de ketenen van het Parijsakkoord af te werpen en fondsen te schrappen voor een wereldwijd klimaatbeleid dat alleen maar tot energiearmoede leidt, de weg vrijgemaakt naar een krachtige ontwikkeling van middelen voor econo-mische bloei.
De Amerikaans-Japanse raamovereenkomst benadrukt strategische veerkracht door samenwerking met grote bedrijven als Mitsubishi en Toshiba, die zich in Amerikaanse projecten verplaatsen, wat werkgelegenheid creëert en handel bevordert en minimalistische “groene” illusies tart.
Beide mogendheden hebben zich nu gewapend tegen chaos, en een stevig fundament gelegd van koolwaterstoffen en atoomenergie voor de bloei van hun economieën, wat bewijst dat echte kracht voortkomt uit het omarmen van wat werkt, niet van het wegkruipen voor verzonnen crises.
Wat Washington en Tokio hebben bereikt is meer dan alleen maar een handelsakkoord. Het is een onafhankelijkheidsverklaring. Onafhankelijkheid van het klimaatcatastrofisme dat rationeel beleid nu al een generatie onmogelijk maakt. Andere landen zullen volgen. Het tij keert. Energierealisme is in opkomst.

Vijay Jayaraj
Vijay Jayaraj is een wetenschaps- en onderzoeksmedewerker bij de CO₂ Coalition, Fairfax, Virginia. Hij heeft een MS in milieuwetenschappen van de University of East Anglia en een postdoctorale graad in energiebeheer van de Robert Gordon University, beide in het Verenigd Koninkrijk, en een bachelor in engineering van Anna University, India.
Dit artikel is voor het eerst gepubliceerd door RealClear Markets op 17 november 2025 en werd vertaald door Bart Raydt.
meer nieuws
Verdwenen hittegolven terug: KNMI en media faalden jarenlang
Het KNMI publiceerde deze week nieuwe temperatuurcorrecties voor De Bilt. Het gaat om correcties van oude metingen van voor 1950. Door eerdere correcties waren veel tropische dagen en hittegolven in die periode uit de boeken geschrapt. Een groep critici, waaronder Marcel Crok, hebben de correcties jarenlang inhoudelijk bekritiseerd. Zij krijgen nu gelijk. Crok blikt in dit artikel terug op deze lange battle en op de rol die het KNMI en de media speelden.
De energietransitie blijkt statistisch mooier dan ze is
In dit artikel toont energie-expert Samuel Furfari aan waarom de energietransitie statistisch mooier wordt voorgesteld dan ze is. Recente veranderingen in de primaire energiestatistieken maken duidelijk dat de bijdrage van hernieuwbare energie jarenlang structureel werd overschat in veelgebruikte internationale data. Deze methodologische verschuiving verandert fundamenteel hoe de energietransitie wordt begrepen, gecommuniceerd en politiek geïnterpreteerd.
Historische draai van het KNMI
Na een lange strijd van zeven jaar hebben vier critici van Clintel gelijk gekregen van het KNMI. Er waren door het KNMI inderdaad teveel tropische dagen en hittegolven in de periode 1901-1950 weg-gecorrigeerd, zoals Clintel in diverse publicaties heeft beschreven. Zeven 'verdwenen' hittegolven zijn weer terug in de boeken en 1947 is met vier hittegolven weer het jaar met de meeste hittegolven.






