Geen trend in zomerse neerslag
Rob de Vos analyseert meteorologische droogte in Nederland: van 1906 t/m 2026 is er in Nederland geen neerslagtrend in de periode april t/m september. Wel neemt de verdamping toe, wat weer komt doordat het invallende zonlicht vanaf eind jaren ’80 sterk is gestegen.
We hebben een aantal droge maanden achter de rug. Omdat het begrip ‘droogte’ nogal complex is heb ik gepoogd die droogte te analyseren door het in stukjes te knippen. Aan de beurt zijn geweest de droogte met betrekking tot de waterafvoer van de Rijn (artikel 1 en artikel 2) en de droogte met betrekking tot het vermeende drinkwatertekort (artikel 3).
Fig.1 Bron: KNMI
Het KNMI houdt al jaren een neerslagtekort monitor bij. Figuur 1 is van 2026 en bijgewerkt op 2 september 2026. De zwarte lijn is het neerslagtekort (neerslag min verdamping). Te zien is dat het zomertekort 2026 vergelijkbaar is met dat van 2018, en overtroffen wordt door het droge jaar 1976. Omdat dit meteorologische neerslagtekort bepaald wordt door neerslag en verdamping heb ik van beide factoren tijdreeksen gemaakt.
Fig.2 Data: KNMI
De grafiek van figuur 2 toont de neeerslagsom per jaar van april t/m september (extended summer), de periode waarover het neerslagtekort van figuur 1 berekend wordt. De verschillen van jaar tot zijn vaak groot, maar de lineaire trend laat zien dat er van 1906 t/m 2026 geen sprake is van een neerslagtrend in de periode april t/m september. De asterisk achter ‘september’ slaat op het feit dat op het moment van schrijven de neerslagsom van september 2026 nog niet bekend is. De waarde van de rode stip (april t/m september 2026) kan echter alleen maar hoger worden, niet lager. Voor de lineaire trend zal het nauwelijks iets uitmaken.
Fig.3 Data: KNMI
De tweede component die het meteorologische neerslagtekort bepaalt is de verdamping, weergegeven in figuur 3. Duidelijk is te zien dat de verdampingssommen van april t/m september vanaf het jaar ~2000 gestaag oploopt, zoals de loesslijn laat zien. De verdamping op station De Bilt begint in de loop van 1957, de grafiek begint op 1 april 1958. De toename in de laatste extended summer decennia is ~100 mm groot, dat is ruim 20% méér verdamping. Je kunt dus concluderen dat de verdamping de toename van de droogte bepaalt, niet de neerslag.
Sinds 1 april 1987 berekent het KNMI de verdamping met de formule van Makkink. Die is vooral afhankelijk van de inkomende kortgolvige straling en de temperatuur. Vóór 1987 gebruikte het KNMI een andere methode op basis van Penman/openwaterverdamping. Die overgang veroorzaakte zo te zien in 1987 geen (zichtbare) trendbreuk.
Die inkomende kortgolvige straling is in De Bilt (en in Nederland) de dominante factor. In de Makkink-formule is de referentiegewasverdamping vrijwel evenredig met de globale straling. De temperatuur speelt een secundaire, veel kleinere rol. Bij de waargenomen toename van de verdamping sinds 1990 voor rekening van de toegenomen zonnestraling. De temperatuurstijging verklaarde slechts een klein restant. Zie KNMI-artikel.
Fig.4 Bron: KNMI
Omdat de meteorologische droogte tegenwoordig af en toe wat vroeger kan beginnen dan april gaat het KNMI vanaf 2027 de droogtemeter van het neerslagtekort niet van april t/m september laten lopen maar over het gehele jaar.
In elk geval is duidelijk dat ‘zomerse droogte’ (ruim opgevat) grotendeels het gevolg is van meer instraling van de zon. In een eerder artikel liet ik zien dat het invallende zonlicht vanaf eind jaren ’80 van de vorige eeuw spectaculair is gestegen met een toename van de straling op van maar liefst 18 W/m2. Dat is een toename van de instraling met ruim 16% !

Fig.5 Data: KNMI
Die instraling is in figuur 5 weergegeven als rode lijn. Daaroverheen geprojecteerd is het aantal zonuren per jaar (groene lijn). De zeer sterke correlatie tussen beide lijnen van r² = 0,9 betekent dat 90 procent van de variatie van de instraling verklaard kan worden door veranderingen in het aantal zonuren. En die sterke toename van het aantal zonuren vanaf eind jaren ’80 is het gevolg van twee dingen: afname van aerosolen (met name in de eerste twee decennia), gevolgd door sterke afname van de bewolking boven West Europa:
Fig.6 Bron: Copernicus
Is het verhaal over de droogte hiermee af? Nee, er is nog een vierde variant, namelijk de droogte die vegetatie (landbouw en natuur) kunnen ondervinden. Dat heeft natuurlijk zijdelings te maken met neerslag en verdamping, maar is toch weer een ander probleem. Daarover graag een volgende keer.
Dit artikel verscheen op 2 september 2026 op klimaatgek.nl.

Rob de Vos
Rob de Vos is een onafhankelijke klimaatonderzoeker die schrijft op onder andere de website www.klimaatgek.nl waar hij redacteur van is. Als docent aardrijkskunde begon hij zich te storen aan de matige kwaliteit van de aangeboden leerstof over klimaat op de bovenbouw HAVO en VWO. Die ergernis mondde uiteindelijk uit in het opzetten van de website www.klimaatgek.nl, die in eerste instantie bedoeld was ter ondersteuning van zijn examenkandidaten. In een later stadium is dat uitgegroeid tot een meer algemene klimaatsite.
Hij was samen met Marcel Crok auteur van het kritische rapport (2018) over de KNMI-scenario’s en schreef mee aan het rapport ‘Het Raadsel van de Verdwenen Hittegolven’ (2019). Hij was co-auteur van een drietal wetenschappelijke publicaties, namelijk over de temperatuurhomogenisatie van De Bilt (2021), de homogenisatie van de Europese temperatuurdata (GHCN) (2022) en recentelijk over de zeespiegelstijging (2025).
Wat u zojuist heeft gelezen, kon worden gepubliceerd dankzij onze donateurs.
Clintel publiceert dagelijks artikelen over klimaat, energie en wetenschap. Daarnaast vertalen wij internationale analyses in meerdere talen, maken wij video’s, publiceren wij rapporten en organiseren wij bijeenkomsten en lezingen.
Wij ontvangen geen overheidssubsidies en zijn volledig afhankelijk van de steun van onze donateurs. Dankzij uw bijdrage kunnen wij onafhankelijk onderzoek en een open debat over klimaat en energie blijven bevorderen.
Steunt u ons werk? Kies wat bij u past:
• Word Vriend van Clintel – vanaf €100 per jaar
• Word Trouwe Vriend van Clintel – via een fiscaal aantrekkelijke periodieke gift
• Doe een eenmalige donatie – iedere bijdrage helpt
Hartelijk dank voor uw steun.
meer nieuws
“We zijn op JACHT naar Pielke”
Roger Pielke Jr. blikt in dit artikel terug op hoe klimaatfanaten hebben geprobeerd de carrières van ‘inconvenient’ wetenschappers te saboteren. Op uitnodiging van Clintel spreekt Roger Pielke Jr. morgen, zondag 11 oktober, vanaf 14.00 uur in Antropia in Driebergen. Bestel nu uw tickets voor de uitgebreide lezingen.
Theo Wolters op EIKE-conferentie: “Niemand weet hoe het klimaat werkt”
De Nederlandse ingenieur, ondernemer en klimaatonderzoeker Theo Wolters greep zijn presentatie op het EIKE-congres aan om een van de centrale aannames van het huidige klimaatbeleid ter discussie te stellen: dat de wetenschap onomstotelijk heeft aangetoond dat CO2-uitstoot door de mens verantwoordelijk is voor de recente opwarming en dat deze opwarming potentieel catastrofaal is.
Geen bewijs dat extreme weersomstandigheden vaker voorkomen of heviger worden: (4) Orkanen
In een reeks artikelen over de oorzaken van extreme weersomstandigheden onderzoekt natuurkundige Ralph B. Alexander of er bewijs is dat extreme weersomstandigheden vaker voorkomen of heviger worden. In navolging van zijn vorige artikel over overstromingen, richt deze aflevering zich op orkanen en tyfoons.












