Van wetenschap naar sciëntisme: de crisis van de moderne wetenschap

In dit essay over de crisis van de moderne wetenschap betoogt Apostolos Efthymiadis dat de hedendaagse wetenschappelijke cultuur is afgedreven van haar filosofische fundamenten en steeds meer is gaan steunen op dogmatisch denken en autoriteit. Vanuit de epistemologie van Aristoteles bekritiseert hij sciëntisme — het idee dat wetenschap tot onbetwistbaar gezag wordt verheven en wordt ingezet om politieke en maatschappelijke beslissingen af te rechtvaardigen —, politisering en consensusdenken, en pleit hij voor herstel van intellectuele scherpte en wetenschappelijke bescheidenheid.

Afbeelding: door AI gegenereerde rechtenvrije illustratie van Aristoteles en Plato (bron: pixabay.com)

Apostolos Efthymiadis
Datum: 28 januari 2026

DEEL:

Inleiding

Het woord ‘wetenschap’ is vandaag de dag verworden tot een soort magische bezwering in plaats van een beschrijvende term.
‘De wetenschap zegt het’, ‘volg de wetenschap’, ‘je mag de wetenschap niet in twijfel trekken’ — dit soort zinnen klinken voortdurend uit de mond van politici, journalisten en zelfs van wetenschappers zelf.

Maar over welke wetenschap hebben we het dan?
Volgens welke criteria?
Met welke methodologie?
En vooral: wie bepaalt wat wetenschap is — en wat niet?

Aristoteles zou de huidige situatie met zorg bekijken. Wat tegenwoordig vaak als wetenschap wordt gepresenteerd, voldoet namelijk niet altijd aan de basiscriteria die hij zelf formuleerde voor demonstratieve wetenschap (ἐπιστήμη ἀποδεικτική). Integendeel: veel zogenoemde wetenschappelijke bevindingen blijken in werkelijkheid hypotheses, meningen of zelfs ideologische constructies te zijn, verpakt in wetenschappelijke terminologie.

Van wetenschap naar sciëntisme

De filosoof F.A. Hayek maakte een fundamenteel onderscheid tussen wetenschap en sciëntisme.
Wetenschap is een bescheiden onderzoeksmethode: zij erkent haar grenzen, staat open voor twijfel en boekt vooruitgang door het systematisch weerleggen van onjuiste theorieën.

Sciëntisme daarentegen is een dogmatische ideologie die het gezag van de wetenschap inzet om politieke besluiten af te dwingen, critici het zwijgen op te leggen en omstreden opvattingen te presenteren als onbetwistbare waarheden.

Onze samenleving lijdt niet aan een teveel aan wetenschap, maar aan een teveel aan sciëntisme. En dat verschil is cruciaal:
wetenschap bevrijdt het denken — sciëntisme onderwerpt het.

Schending van de zes criteria

In de Analytica Posteriora (71b 20–25) formuleerde Aristoteles met bijna wiskundige precisie dat een wetenschappelijk bewijs alleen geldig is wanneer de premissen waaruit de conclusie wordt afgeleid:

  1. Waar zijn — overeenkomen met de werkelijkheid;
  2. Primair zijn — geen verder bewijs vereisen;
  3. Onmiddellijk zijn — zonder betwiste tussenschakels;
  4. Bekender zijn — duidelijker dan datgene wat bewezen moet worden;
  5. Voorafgaand zijn — logisch voorafgaan aan de conclusie;
  6. Oorzakelijk zijn — het waarom verklaren.

Laten we nu bekijken hoeveel van de hedendaagse wetenschappelijke dogma’s daadwerkelijk aan deze criteria voldoen.

Voorbeeld A: klimaatmodellen

De computermodellen die ‘catastrofale klimaatverandering’ voorspellen, worden gepresenteerd als ‘vaststaande wetenschap’. Maar bezien door de Aristotelische lens:

  • Waar? Veel modellen overschatten systematisch de temperatuurstijging ten opzichte van waarnemingen.
  • Primair? Ze zijn gebaseerd op aannames over terugkoppelingen die zelf bewijs behoeven.
  • Onmiddellijk? Ze bevatten talrijke betwiste tussenschakels (wolken, oceanen, aerosolen).
  • Bekender? De parametrisaties zijn minder transparant dan de voorspellingen zelf.
  • Voorafgaand? Ze worden achteraf gekalibreerd met historische data (hindcasting).
  • Oorzakelijk? Het causale verband CO₂ → catastrofe wordt door duizenden wetenschappers betwist.

Volgens Aristoteles betreft dit geen demonstratieve wetenschap, maar hypothetische kennis: een beredeneerde mening (δόξα μετὰ λόγου). Dat kan nuttig zijn, maar mag niet worden gepresenteerd als onbetwistbaar.

Voorbeeld B: ‘wetenschappelijke’ pandemiebesluiten

Tijdens de COVID-19-pandemie werden tal van maatregelen gelegitimeerd met de frase ‘we volgen de wetenschap’. Maar:

  • Lockdowns: was er empirisch bewijs voor hun effectiviteit? (Waar?)
  • Mondmaskers: meta-analyses leverden een ambigu beeld op (Onmiddellijk?)
  • Schoolsluitingen: was de data voor jongeren duidelijker dan de genomen besluiten? (Bekender?)
  • Natuurlijke immuniteit versus vaccins: was het causale verband volledig uitgewerkt? (Oorzakelijk?)

Veel van deze zogenaamd wetenschappelijke beslissingen waren in werkelijkheid politieke oordelen, vermomd als wetenschap.

De verwarring tussen wetenschap en mening

Aristoteles maakte een scherp onderscheid tussen:

WETENSCHAP (ἐπιστήμη ἀποδεικτική)

  • Gaat over datgene wat altijd hetzelfde blijft (ἀεί ὡσαύτως ἔχοντα) en over wat in de meeste gevallen voorkomt (τὰ ὡς ἐπὶ τὸ πολύ);
  • Betreft wat niet anders kan zijn (οὐκ ἐνδέχεται ἄλλως ἔχειν);
  • Leidt tot noodzakelijke conclusies uit noodzakelijke premissen.

MENING (δόξα)

  • Gaat over toevallige of veranderlijke zaken (συμβεβηκός);
  • Betreft wat ook anders zou kunnen zijn (ἐνδέχεται ἄλλως ἔχειν);
  • Leidt tot waarschijnlijke conclusies uit aannames.

De tragedie van onze tijd is dat we deze twee categorieën verwarren. Meningen — zelfs goed onderbouwde en waarschijnlijk juiste — worden gepresenteerd als wetenschappelijke zekerheden. Wie deze bevraagt, wordt weggezet als ‘anti-wetenschappelijk’, terwijl hij in feite vasthoudt aan Aristotelische criteria.

Consensus als schijnbewijs

Een van de meest schadelijke verschijnselen in de hedendaagse ‘wetenschap’ is het beroep op consensus. ‘De overweldigende meerderheid van de wetenschappers is het eens’, fungeert als vervanging van bewijs.

Maar volgens Aristoteles — en volgens de logica — is dit een drogreden (argumentum ad populum). Waarheid is geen kwestie van stemmen.
Galileo stond alleen. Copernicus stond alleen. Socrates stond alleen. En zij hadden gelijk.

Bovendien wordt deze vermeende consensus vaak actief geconstrueerd:

  • Kritische wetenschappers worden gemarginaliseerd;
  • Kritisch onderzoek krijgt geen financiering;
  • Kritische artikelen worden niet gepubliceerd;
  • Loopbanen worden geschaad.

Zo ontstaat een zichzelf bevestigend systeem: ‘iedereen is het eens’, omdat afwijkende stemmen worden buitengesloten.

De politisering van wetenschap

Nog een verschijnsel dat Aristoteles diepe zorgen zou baren, is de versmelting van wetenschap en politiek. Wanneer wetenschap wordt ingezet als instrument van politieke dwang, houdt zij op wetenschap te zijn en wordt zij ideologie.

Echte wetenschap is politiek neutraal. De zwaartekracht trekt zich niets aan van partijpolitiek. De wetten van de thermodynamica veranderen niet met ideologische voorkeuren. Maar wanneer ‘wetenschap’ wordt gebruikt om:

  • vergaande vrijheidsbeperkingen op te leggen;
  • ingrijpende economische herstructureringen af te dwingen;
  • maatschappelijke transformaties te legitimeren;

… dan gaat het niet om wetenschap, maar om machtspolitiek.

De tirannie van ‘experts’

Ook het beroep op autoriteit (argumentum ad verecundiam) zou Aristoteles afwijzen. ‘De experts zeggen het’ is geen bewijs, maar een verschuiving van verantwoordelijkheid.

Argumenten moeten worden beoordeeld op hun logische samenhang, niet op het prestige van de spreker. Een Nobelprijswinnaar kan zich vergissen. Een commissie van deskundigen kan worden beïnvloed door belangen of politieke druk. Waarheid draagt geen titels — zij vereist bewijs.

Het falen van voorspellend vermogen

Voor Aristoteles was voorspellingskracht een kerncriterium van wetenschap. Ware theorieën moeten betrouwbare voorspellingen opleveren. Maar:

  • Klimaatmodellen uit de jaren negentig voorspelden aanzienlijk meer opwarming dan werd waargenomen.
  • Economische modellen faalden bij het voorspellen van de crisis van 2008.
  • Pandemie-modellen voorspelden miljoenen doden die niet zijn uitgekomen.

Wanneer modellen herhaaldelijk falen, vereist wetenschappelijke integriteit herziening. In plaats daarvan zien we vaak een verdubbeling van dogmatisme: ‘de modellen zijn juist, ze moeten alleen worden verbeterd’.

De uitholling van peer review

Het systeem van peer review werd ontworpen als hoeder van wetenschappelijke integriteit. Tegenwoordig functioneert het vaak als mechanisme van uitsluiting:

  • Artikelen worden geweigerd vanwege ongewenste conclusies, niet vanwege methodologische fouten;
  • Wetenschappers beoordelen het werk van directe concurrenten;
  • Financiële belangen beïnvloeden redactionele beslissingen.

Aristoteles zou vragen: als peer review orthodoxie afdwingt in plaats van waarheid toetst, waarin verschilt het dan nog van religieuze censuur?

Het verlies van wetenschappelijke bescheidenheid

Misschien het ernstigste probleem van allemaal: de wetenschap is haar bescheidenheid kwijtgeraakt. De uitspraak “de wetenschap staat vast” is een ketterij tegen de wetenschappelijke methode.

Aristoteles leerde dat wijsheid begint met het erkennen van onwetendheid. Socrates was wijs omdat hij wist dat hij niets wist. En toch verkondigen hedendaagse ‘wetenschappers’ met grote stelligheid wat er over 50, 100 of 200 jaar zal gebeuren — terwijl zij moeite hebben de komende maand betrouwbaar te voorspellen.

Dit is geen wetenschap.
Dit is hoogmoed.

De weg terug

De crisis van de moderne wetenschap is epistemologisch, niet technologisch. We hebben geen tekort aan data, computers of studies. We hebben een tekort aan principes:

  1. De zes criteria van demonstratieve wetenschap als toetssteen.
  2. Duidelijk onderscheid tussen wetenschap, mening en vakmanschap.
  3. Ruimte voor twijfel als teken van intellectuele gezondheid.
  4. Bescheidenheid tegenover complexiteit.
  5. Vrijheid van onderzoek, los van politieke en economische druk.

Wetenschap is een methode, geen autoriteit. Zij is een zoektocht naar waarheid, geen bezit van absolute zekerheden. Herstel van wetenschappelijke geloofwaardigheid begint bij een terugkeer naar deze uitgangspunten.

Conclusie

Het werk van Koutsoyiannis laat empirisch zien wat er misgaat — via data, ranglijsten en trends. Maar data verklaren niet waarom.

De Aristotelische benadering biedt die diepere verklaring. Zij toont aan dat wanneer we de fundamentele epistemologische criteria loslaten, we niet alleen theorie verliezen, maar het vermogen om ware wetenschap te bedrijven.

Dat maakt deze benadering bijzonder actueel:

  • zij biedt niet alleen een diagnose, maar ook een uitweg;
  • zij is tijdloos — de Aristotelianen uit de Oudheid zijn niet ‘ouderwets’, maar blijvend relevant;
  • zij is praktisch — geen abstracte filosofie, maar toepasbare kennisleer.

Het werk van Koutsoyiannis heeft de deur geopend. Nu zoeken steeds meer mensen naar antwoorden. En dat is geen toeval.

De crisis is zichtbaar geworden voor iedereen — niet alleen voor filosofen of wetenschappers, maar ook voor burgers. Wanneer universiteiten achteruitgaan, voorspellingen falen en ‘wetenschap’ als politiek wapen wordt ingezet, ontstaan vragen.

En wanneer mensen vragen beginnen te stellen, staan zij open voor antwoorden.

Aristotelische wijsheid is geen ‘archeologische vondst’, maar een antwoord op een moderne crisis. En wat dit moment bijzonder geschikt maakt, is het volgende:

  • de diagnose is gesteld (Koutsoyiannis);
  • de behandeling ligt klaar, in het verlengde van de Aristotelische filosofie;
  • en de ‘patiënt’ — universiteiten en wetenschap — begint zelf te beseffen dat er iets mis is.

Dit opiniestuk verscheen eerder op Climath, de website van Demetris Koutsoyiannis. Het werd oorspronkelijk geschreven als reactie op het eerdere bericht The ridiculous intellectual state of the West en later uitgewerkt tot de huidige bijdrage.

(Vertaald voor Clintel Foundation door Tom van Leeuwen.)

Apostolos Efthymiadis

Apostolos Efthymiadis behaalde een doctoraat in Engineering aan MIT (1984) en een diploma werktuigbouwkunde en elektrotechniek aan de Nationale Technische Universiteit van Athene (1978). Hij is directeur van Technometrics Ltd en al jarenlang criticus van de wetenschappelijke geldigheid van zogeheten antropogene klimaatverandering. Zijn werk is sterk beïnvloed door de Aristotelische filosofie en de grondslagen van de epistemologie.

DEEL DIT ARTIKEL:

Climate Intelligence Clintel

meer nieuws

Desinformatie over hittegolven in het NOS Journaal

Desinformatie over hittegolven in het NOS Journaal De boodschap is weer duidelijk. Hittegolven waren zeer zeldzaam en zijn nu gangbaar geworden. De oorzaak daarvan is het gebruik van fossiele brandstoffen. Boven: Peter Kuipers Munneke in het NOS Journaal op 15 augustus jongstleden. Onder: zelfde [...]

1 september 2025|Categories: Nieuws|Tags: , , |
By |2026-01-28T11:43:58+01:0028 januari 2026|Reacties uitgeschakeld voor Van wetenschap naar sciëntisme: de crisis van de moderne wetenschap
Go to Top