“Waarom de energietransitie niet werkt”
Het huidige energiedebat richt zich veel te eenzijdig op de productie van duurzame energie, terwijl veruit de grootste winst te behalen valt door minder energie te gebruiken, stelde energie-expert Maarten van Andel in zijn presentatie bij de Clintel-bijeenkomst van 15 juni in Antropia in Driebergen.
De kern van de presentatie van Maarten van Andel bij de Clintel-bijeenkomst van 15 juni is verrassend eenvoudig: het huidige energiedebat richt zich veel te eenzijdig op de productie van duurzame energie, terwijl veruit de grootste winst juist te behalen valt door minder energie te gebruiken. Daarbij hoort volgens hem een tweede, minstens zo belangrijke les: vertrouw nooit op je gevoel wanneer het over energie gaat. Energie is volgens Van Andel een terrein waarop intuïtie voortdurend faalt. Alleen door alles na te rekenen ontstaat een realistisch beeld van de mogelijkheden en beperkingen.
U kunt de gehele presentatie van Maarten van Andel plus de aansluitende vragen uit de zaal, zien op ons YouTube-kanaal:
Van Andel begint met een scherpe scheiding tussen klimaatbeleid en energiebeleid. Beide onderwerpen worden in de politiek voortdurend met elkaar vermengd, terwijl het verschillende vraagstukken zijn. Klimaatbeleid gaat over het beperken van klimaatverandering en het aanpassen aan de gevolgen daarvan. Energiebeleid zou moeten gaan over een betrouwbare, betaalbare en efficiënte energievoorziening. Dat laatste is een eerste levensbehoefte die onvoldoende zelfstandig wordt benaderd.
Voordelen
Van Andel benadrukt dat hij het doel – minder afhankelijkheid van fossiele brandstoffen – niet bestrijdt. Integendeel, minder fossiel levert voordelen op zoals minder luchtvervuiling, minder afhankelijkheid van instabiele producerende landen en minder uitstoot van CO2. Zijn kritiek richt zich uitsluitend op de gekozen aanpak. Die legt vrijwel alle nadruk op windturbines, zonnepanelen en andere vormen van hernieuwbare energie, terwijl energiebesparing veel meer effect zou kunnen hebben.
Dat blijkt niet alleen uit de politieke aandacht, maar ook uit de verdeling van het Klimaatfonds. Van de tientallen miljarden euro’s gaat slechts een klein deel naar energiebesparing, terwijl het overgrote deel wordt besteed aan nieuwe energieproductie, infrastructuur en opslag. Ook in de media ziet Van Andel dezelfde scheefgroei: vrijwel alle aandacht gaat uit naar wind- en zonne-energie.
Dat is onbegrijpelijk. Van Andel stelt zelfs dat ongeveer tachtig procent van de toekomstige CO2-reductie afkomstig zou moeten zijn uit energiebesparing en niet uit extra windmolens of zonnepanelen.
“Ik reken alles na”
Een andere rode draad in de presentatie was het advies: reken alles na. Vrijwel elk energievraagstuk bestaat uit natuurkundige grootheden die je eenvoudig kunt doorrekenen. Juist omdat de uitkomsten vaak ingaan tegen onze intuïtie, moeten beleidsmakers én burgers zichzelf dwingen om met cijfers te werken in plaats van met gevoel.
Een belangrijk voorbeeld is de energieketen. Van Andel laat zien dat energie altijd verschillende stappen doorloopt: van bron naar omzetter, via transport en opslag naar de uiteindelijke gebruiker. Bij iedere stap gaat energie verloren. Daardoor is niet alleen de energiebron belangrijk, maar vooral de totale efficiëntie van de keten. Hernieuwbaar is daarom iets anders dan duurzaam. Zon en wind zijn weliswaar hernieuwbare bronnen, maar dat zegt nog niets over de efficiëntie van de totale energievoorziening.
De conclusie luidt dat juist het verkorten van de energieketen en het verminderen van energieverlies veel belangrijker is dan uitsluitend nieuwe energiebronnen toevoegen.
Energie-additie
Daarmee komt Van Andel op een volgend punt: er is wereldwijd eigenlijk geen energietransitie, maar een energie-additie. Historisch gezien is geen enkele energiebron ooit volledig vervangen door een nieuwe. Alle energiebronnen groeien nog steeds naast elkaar. Dat betekent dat de huidige aanpak onvoldoende effect heeft zolang de totale energievraag blijft stijgen.
Daarom pleit Van Andel voor een fundamenteel andere strategie: niet steeds meer energie produceren, maar vooral minder energie nodig hebben. Hij stelt zelfs: “We kunnen ons energieverbruik halveren. Dat kunnen we echt zonder veel offers.” Van Andel vindt dat westerse samenlevingen enorme hoeveelheden energie verspillen zonder dat mensen zich daarvan bewust zijn. Hij vergelijkt het met een openstaande waterkraan.
Praktische maatregelen
Daarbij zou men zich moeten richten op praktische maatregelen die direct veel effect hebben. Het eerste voorbeeld is woningisolatie. Het verwarmen van gebouwen behoort tot de grootste energieverbruikers. Goede isolatie vermindert die vraag structureel en levert zowel energiebesparing als lagere kosten op. Het Nationaal Isolatiefonds is daarom een van de betere onderdelen van het Nederlandse klimaatbeleid.
Een tweede voorbeeld betreft de maximumsnelheid op de snelweg. Veel mensen denken dat de luchtvaart de grootste vervuiler is, maar berekeningen laten iets anders zien. Wanneer iedereen maximaal 100 kilometer per uur zou rijden, levert dat meer CO2-reductie op dan wanneer alle vliegbewegingen zouden stoppen. Dat wil niet zeggen dat vliegen geen rol speelt, maar wel dat de grootste energiebesparing juist zit in alledaagse activiteiten die door miljoenen mensen dagelijks worden uitgevoerd. Ook LED-verlichting is een schoolvoorbeeld van effectieve innovatie. Moderne ledlampen leveren hetzelfde licht met ongeveer een tiende van het energieverbruik van gloeilampen.
Van Andels boodschap is dat juist dergelijke relatief eenvoudige maatregelen veel meer opleveren dan vaak wordt gedacht. Daartegenover zijn er verschillende voorbeelden van energiesommetjes die vrijwel niemand intuïtief goed inschat.
Klimaatdoelen
Een eerste voorbeeld daarvan betreft de Nederlandse klimaatdoelen. Als Nederland de CO2-uitstoot sterk wil verminderen met behulp van wind- en zonne-energie, hoort daar een sommetje bij. Die berekening leidt tot de conclusie dat daarvoor jarenlang iedere week ongeveer twintig windmolens en vierhonderdduizend zonnepanelen zouden moeten worden geplaatst, waarna die installaties bovendien later weer vervangen moeten worden. Het punt is niet zozeer dat windmolens nutteloos zijn, maar dat ambitieuze plannen betekenisloos worden wanneer niemand de benodigde aantallen daadwerkelijk uitrekent.
Een tweede voorbeeld betreft elektriciteitsproductie door windmolens. Van Andel vraagt hoeveel intercitytreinen permanent kunnen rijden op de opbrengst van vier moderne windmolens. Vrijwel iedereen verwacht meerdere treinen, maar zijn berekening laat iets anders zien. “Ons gevoel en onze intuïtie geven ons de verkeerde antwoorden. Je moet het uitrekenen.” Want volgens de berekeningen levert de jaaropbrengst van vier moderne windmolens ongeveer genoeg elektriciteit op om één continu rijdende intercity van energie te voorzien.
Een derde voorbeeld vergelijkt vijf zonnepanelen (1 volledige dag) met een liter benzine. Intuïtief lijken zonnepanelen veel meer energie te leveren dan zo’n klein flesje brandstof. De berekening laat echter zien dat beide ongeveer vier kilowattuur elektriciteit vertegenwoordigen. Daarmee wordt duidelijk hoeveel energie in fossiele brandstoffen opgeslagen zit en waarom vervanging daarvan veel omvangrijker is dan vaak wordt aangenomen.
Waterstof lijkt volgens velen een directe vervanger van aardgas, maar dat klopt natuurkundig niet. Waterstof is geen energiebron maar een energiedrager die eerst geproduceerd moet worden. Daarbij gaat ongeveer de helft van de oorspronkelijke energie verloren. Dat is dus geen politieke keuze maar een gevolg van de natuurwetten.
De rode draad door al deze voorbeelden is steeds dezelfde: energie laat zich niet leiden door politieke wensen of menselijke intuïtie, maar door natuurkundige wetten.
Politici
Van Andel is in zijn presentatie vrij genuanceerd over politici. Wel constateert hij een groot gebrek aan vakkennis bij beslissers. Te weinig bètakennis bij Tweede Kamerleden en bewindslieden vormt de basis voor ondoelmatig beleid.
Politici zouden ook realistischer moeten kijken naar de haalbaarheid van hun plannen. Over de (door de politiek) gewenste afbouw van fossiele brandstoffen zegt Van Andel bijvoorbeeld dat zelfs niet-deskundigen kunnen zien dat dit scenario “zeer onrealistisch” is. Dan zou je vervolgens moeten bespreken of er een andere aanpak nodig is, maar dat gebeurt niet. Hij noemt dit “een gemiste kans, ook van het kabinet-Jetten”.
Van Andel wil zich niet uitlaten over de onderliggende motieven van politici. Op de vraag of politici ideologie boven feiten stellen, antwoordt hij juist terughoudend. “Ik weet niet wat politici gaan doen. Ik ben geen politicoloog.” Wel vindt Van Andel dat Klimaatwetten de democratie potentieel onder druk kunnen zetten. Wettelijke klimaatdoelen kunnen er immers toe leiden dat politiek beleid vooral wordt gestuurd door het voldoen aan die doelen, in plaats van door democratische afwegingen.
Aan het einde van zijn presentatie vat Van Andel zijn praktische aanbevelingen samen. Wie werkelijk energie wil besparen, moet zich volgens hem concentreren op de grootste verbruikers: dagelijks rij- en reisgedrag, gebouwverwarming en consumptie. Minder en langzamer autorijden, huizen beter isoleren en bewuster omgaan met producten leveren meer op dan aandacht voor kleine sluipverbruikers, zoals stand-by-lampjes. Alleen wie bereid is energievraagstukken consequent door te rekenen, kan beoordelen welke maatregelen werkelijk verschil maken.

Peter Baeten
Ir. Peter Baeten (1969) is freelance wetenschapsjournalist. Na een opleiding aan de TU Eindhoven werkte hij onder meer voor Technisch Weekblad, De Ingenieur en de TU Delft. Als redacteur voor Clintel hoopt hij een steentje bij te dragen aan het terugbrengen van enige rationaliteit in het klimaatdebat.
Wat u zojuist heeft gelezen, kon worden gepubliceerd dankzij onze donateurs.
Clintel publiceert dagelijks artikelen over klimaat, energie en wetenschap. Daarnaast vertalen wij internationale analyses in meerdere talen, maken wij video’s, publiceren wij rapporten en organiseren wij bijeenkomsten en lezingen.
Wij ontvangen geen overheidssubsidies en zijn volledig afhankelijk van de steun van onze donateurs. Dankzij uw bijdrage kunnen wij onafhankelijk onderzoek en een open debat over klimaat en energie blijven bevorderen.
Steunt u ons werk? Kies wat bij u past:
• Word Vriend van Clintel – vanaf €100 per jaar
• Word Trouwe Vriend van Clintel – via een fiscaal aantrekkelijke periodieke gift
• Doe een eenmalige donatie – iedere bijdrage helpt
Hartelijk dank voor uw steun.
meer nieuws
Het verhaal van de ijsbeer: wat wetenschappers al wisten voordat Frozen Planet werd uitgezonden
Het verhaal van de ijsbeer: wat wetenschappers al wisten voordat Frozen Planet werd uitgezonden In 2011 werd BBC-kijkers verteld dat ijsberen in de Barentszzee verhongerden door de afname van zee-ijs door klimaatverandering. Later wetenschappelijk bewijs toont echter aan dat deze voorstelling van zaken niet overeenkwam met de gegevens die op dat moment [...]
Waarom koelt de Zuidelijke Oceaan af? Drie nieuwe wetenschappelijke verklaringen dagen klimaatmodellen uit
De oppervlaktetemperaturen in de Zuidelijke Oceaan rond Antarctica zijn al tientallen jaren aan het dalen, wat in tegenspraak is met de voorspellingen van toonaangevende klimaatmodellen. Het stelt onderzoekers wereldwijd voor een raadsel. In dit artikel beschouwt natuurkundige Ralph B. Alexander drie recente studies die opvallend verschillende verklaringen voor deze onverwachte klimaatafwijking geven.
Energieopslag op grote schaal in lithium-ionbatterijen kent grote risico’s
De risico’s van BESS-batterijopslag krijgen steeds meer aandacht nu grootschalige lithium-ion energiesystemen zich snel uitbreiden. Dit artikel bespreekt een recente white paper van ingenieur Richard Ellenbogen, die vooral waarschuwt voor plaatsing in dichtbevolkte of ecologisch kwetsbare gebieden.







