Geen bewijs dat weersextremen vaker voorkomen of intenser worden: (1) Hittegolven
In een serie artikelen over extreem weer-attributie onderzoekt natuurkundige Ralph B. Alexander of waarnemingen de bewering ondersteunen dat weersextremen steeds vaker voorkomen of intenser worden. Na zijn eerdere artikel over de methodologie achter attributiestudies richt hij zich nu op hittegolven en historische temperatuurdata.
Klok en thermometer op het Gellértplein in Boedapest tonen 38 °C
tijdens een zomerse hittegolf op 21 juni 2026. Foto: Shutterstock.
Ralph B. Alexander
Datum: 23 juli 2026
Klimaatberichtgeving heeft de afgelopen jaren stelselmatig de onjuiste indruk gewekt dat weersextremen verergeren door klimaatverandering.
Maar de opvatting dat weersextremen steeds vaker voorkomen en heviger worden, is onjuist. Die perceptie is in werkelijkheid het gevolg van moderne technologie – internet en smartphones – die de communicatie ingrijpend hebben veranderd en ons veel bewuster hebben gemaakt van extreem weer dan vijftig of honderd jaar geleden.
Om aan te tonen dat extreem weer in de loop der tijd niet is toegenomen en in sommige gevallen zelfs is afgenomen, worden in dit en volgende artikelen waarnemingsgegevens gepresenteerd die de langetermijntrends van de afgelopen honderd jaar laten zien voor hittegolven, droogtes, overstromingen, orkanen, tornado’s en natuurbranden.
Hittegolven en historische temperatuurdata
We beginnen met hittegolven. Vaak wordt beweerd dat hittegolven tegenwoordig heter zijn dan ooit tevoren. Dat is mogelijk, maar alleen omdat de opwarming van de aarde de gemiddelde temperatuur sinds het pre-industriële tijdperk met ongeveer 1,3 °C (2,3 °F) heeft verhoogd. Je zou dus verwachten dat hittegolven ongeveer evenveel warmer zijn geworden.
Toch is er geen bewijs dat hittegolven tegenwoordig gemiddeld heter zijn dan vroeger. De onderstaande figuur toont de frequentie en intensiteit van hittegolven in de Verenigde Staten tussen 1901 en 2018. De frequentie (bovenste grafiek) is gedefinieerd als het jaarlijkse aantal dagen waarop de gemiddelde maximale temperatuur in de VS gedurende ten minste zes opeenvolgende dagen boven het 90e percentiel van de periode 1961–1990 lag. Dit cijfer geeft de gemiddelde duur weer van alle hittegolven van zes dagen of langer in dat jaar.
Langetermijntrends van hittegolven in de Verenigde Staten
Het is duidelijk dat hittegolven in de Verenigde Staten in de jaren dertig vaker voorkwamen en/of langer duurden dan tijdens de huidige periode van opwarming van de aarde. Ook waren ze heter. De gemiddelde jaarlijkse duur van hittegolven of warme perioden (bovenste grafiek) daalde van 11 dagen in de jaren dertig naar ongeveer 6,5 dag in de jaren 2000. De hittegolfindex bereikte in 1936 (onderste grafiek) een waarde die driemaal zo hoog was als in 2012 en in veel andere jaren zelfs tot negenmaal zo hoog.
Daarnaast is de gemiddelde maximumtemperatuur tijdens een Amerikaanse hittegolf licht gedaald: van 38 °C (101 °F) in de jaren dertig naar 37 °C (99 °F) sinds de jaren tachtig. Dat is indirect te zien in de volgende figuur. Deze toont voor de aaneengesloten Verenigde Staten het gemiddelde aantal dagen per weerstation met maximumtemperaturen boven 35 °C (95 °F), zowel voor het hele land (staven) als voor afzonderlijke regio’s (lijnen, 11-jaargemiddelden).
Met uitzondering van het zuidwestelijke deel van de Pacifische regio (blauwe stippellijn) en de Four Corners-staten Arizona, Utah, Colorado en New Mexico (zwarte stippellijn) laten alle andere regio’s een dalende trend zien. Voor de Verenigde Staten als geheel is duidelijk geen trend zichtbaar.
Historische hittegolven in perspectief
Zoals ik in een rapport voor de GWPF heb beschreven, waren 1934 en 1936 de heetste jaren van de jaren dertig in de Verenigde Staten. In de zomer van 1934 registreerde Fort Smith in Arkansas maar liefst 53 opeenvolgende dagen met maximumtemperaturen van 38 °C (100 °F) of hoger. In Topeka, Kansas, waren dat 47 dagen, in Oklahoma City 45 dagen en in Columbia, Missouri, 34 dagen waarop het kwik die grens bereikte of overschreed. Aan de wijdverbreide hittegolf werden ongeveer 800 sterfgevallen toegeschreven, in een tijd waarin de Amerikaanse bevolking circa 60% kleiner was dan tegenwoordig.
Ter vergelijking: de Amerikaanse hittegolf van juli 2023, die door de mainstreammedia ten onrechte werd uitgeroepen tot de heetste maand ooit, overtrof de verzengende hitte van 1934 niet. In El Paso, Texas, kwamen weliswaar 44 opeenvolgende dagen voor met maximumtemperaturen boven 38 °C (100 °F), iets minder dan de zojuist genoemde 53 dagen in Fort Smith in 1934. In Phoenix, Arizona, liep de maximumtemperatuur op tot boven 43 °C (109 °F) – een vergelijkbare maatstaf voor een stad met een warmer klimaat dan El Paso – maar slechts gedurende 31 dagen op rij.
Extreme hitte beperkte zich niet tot de Verenigde Staten
Hittegolven die een week of langer aanhielden, beperkten zich in de jaren dertig niet tot Noord-Amerika; ook het zuidelijk halfrond ging gebukt onder extreme hitte. Adelaide, aan de zuidkust van Australië, kende in 1930 een hittegolf die ten minste elf dagen duurde, terwijl Perth aan de westkust in 1933 een hitteperiode van tien dagen doormaakte. En alsof dat nog niet genoeg was, werden in 1935 ook elders in de wereld hittegolven geregistreerd, onder meer in India, Frankrijk en Italië.
Dat de hittegolven van tegenwoordig niets uitzonderlijks zijn, blijkt uit de volgende tabel, die de hoogst gemeten temperaturen aller tijden op de zeven continenten weergeeft. Drie records dateren uit de jaren dertig of eerder, terwijl alleen Europa en Azië in de 21e eeuw nieuwe records hebben gevestigd.
Europese hittegolven breken niet met het verleden
De recordtemperaturen tijdens de recente, dodelijke hittegolf in Europa, die opliepen tot 41,7 °C (107 °F), liggen nog altijd onder het Europese warmterecord uit de tabel, dat vijf jaar geleden werd gevestigd op het Italiaanse eiland Sicilië. Ook de duur van de recente Europese hittegolf verbleekt bij die van de Amerikaanse hittegolven die hierboven zijn beschreven.
Geen bewijs dat weersextremen vaker voorkomen of intenser worden: (2) Droogte
Dit artikel werd onder de titel “No Evidence That Weather Extremes Becoming More Frequent or Intense: (1) Heat Waves” eerder gepubliceerd op Science Under Attack.
Ralph B. Alexander
Ralph B. Alexander is een wetenschapsauteur die wetenschap boven politieke correctheid stelt. Hij is de auteur van verschillende recente rapporten over weersextremen en mondiale opwarming en schreef ook de boeken Science Under Attack: The Age of Unreason en Global Warming False Alarm. Met een PhD in natuurkunde van de Universiteit van Oxford heeft hij talrijke wetenschappelijke artikelen en rapporten geschreven over complexe technische onderwerpen.
Dr. Alexander was onderzoeker bij laboratoria in Europa en Australië, hoogleraar aan Wayne State University in Detroit, medeoprichter van een bedrijf op het gebied van geavanceerde materialen en marktanalist voor milieuvriendelijke materialen bij een klein adviesbureau. Hij groeide op in Perth, West-Australië, en woont momenteel in Californië.
Wat u zojuist heeft gelezen, kon worden gepubliceerd dankzij onze donateurs.
Clintel publiceert dagelijks artikelen over klimaat, energie en wetenschap. Daarnaast vertalen wij internationale analyses in meerdere talen, maken wij video’s, publiceren wij rapporten en organiseren wij bijeenkomsten en lezingen.
Wij ontvangen geen overheidssubsidies en zijn volledig afhankelijk van de steun van onze donateurs. Dankzij uw bijdrage kunnen wij onafhankelijk onderzoek en een open debat over klimaat en energie blijven bevorderen.
Steunt u ons werk? Kies wat bij u past:
• Word Vriend van Clintel – vanaf €100 per jaar
• Word Trouwe Vriend van Clintel – via een fiscaal aantrekkelijke periodieke gift
• Doe een eenmalige donatie – iedere bijdrage helpt
Hartelijk dank voor uw steun.
meer nieuws
Matthew Wielicki bij Climate Debrief: “De toestand van de mensheid is nog nooit zo goed geweest”
Studenten huilden tijdens gesprekken over de toekomst; hun angsten werden grotendeels gevoed door de herhaalde zeer negatieve berichtgeving over klimaatverandering, zo herinnert ‘professor in ballingschap’ Matthew Wielicki zich in de Climate Debrief-podcast. Hij moedigt jongeren aan om milieu- en klimaatkwesties met evenwicht, optimisme en praktische actie te benaderen in plaats van met wanhoop.
Twintig jaar na het Stern-rapport
Het is nu twintig jaar geleden dat het Stern-rapport over de economische aspecten van klimaatverandering werd gepubliceerd. Dit rapport luidde in het Verenigd Koninkrijk het begin in van het waanzinnige, koolstofvijandige beleid dat, gesteund door onrealistische scenario’s, nog steeds bijdraagt aan de verarming van het land. Tegenwoordig beseft zelfs Tony Blair dat het streven naar ‘Net Zero’ ongerechtvaardigd en schadelijk is voor Groot-Brittannië.
Maarten van Andel op 15 juni: “De grootste klimaatwinst zit niet in waterstof of biomassa”
Veel van het huidige klimaatbeleid is onzinnig en kostbaar, is de vaste overtuiging van energiespecialist Maarten van Andel. Hij zal dit in zijn presentatie op maandag 15 juni bij Clintel uitgebreid onderbouwen. In onderstaand interview alvast een vooruitblikje: “Veruit de grootste winst is te behalen via energiebesparing.”










