Een goed artikel over de AMOC, net op tijd voor El Niño
El Niño komt eraan, de temperaturen zullen omhoogschieten, en de berichten over de AMOC (Golfstroom) die bijna gaat instorten, zullen ook omhoogschieten, zegt Charles Rotter. Maar zelfs Science concludeerde onlangs dat deze “vitale circulatie in de Atlantische Oceaan de klimaatopwarming wellicht beter weerstaat dan gevreesd”.
Ik besteed hier veel van mijn tijd aan het ontkrachten van berichten in de klimaatpers. Dus het is ook de moeite waard om duidelijk te zeggen wanneer een van hen het wél bij het rechte eind heeft. Het artikel van Paul Voosen in Science, ‘Shifting Currents’, is het beste stuk mainstream klimaatverslaggeving dat ik dit jaar heb gelezen. Hij voer mee op het Britse onderzoeksschip Discovery, keek toe hoe de bemanning twee jaar aan oceaangegevens ophaalde van 2.000 meter diepte voor de kust van de Canarische Eilanden, en kwam terug met de weinig spectaculaire waarheid over de AMOC (Atlantic Meridional Overturning Circulation, waar de Golfstroom onderdeel van is, red.). Die weinig spectaculaire waarheid ís juist het verhaal; Voosen ging dit niet uit de weg. Ere wie ere toekomt.

Het artikel in Science
Ik wil graag doornemen wat er in het artikel daadwerkelijk is gevonden, omdat het op een nuttig moment verschijnt. We stevenen immers af op een El Niño, en een El Niño is precies het weer waarbij dit onderwerp veel aandacht krijgt.
Op 11 juni heeft het Climate Prediction Center van NOAA de equatoriale Grote Oceaan aangemerkt met een El Niño-waarschuwing. Verwacht wordt dat het fenomeen de komende winter aan kracht zal winnen, en de temperatuurgegevens wijzen nu al op 2026 of 2027 als serieuze kanshebber voor het warmste jaar sinds het begin van de metingen. Ik schreef vorige week over de Godzilla-achtige bijvoeglijke naamwoorden die voor deze El Niño worden gebruikt. Het relevante punt hier is een effect van de tweede orde. Wanneer de mondiale temperatuur tijdens een El Niño-jaar piekt, krijgt elk langzaam voortschrijdend verhaal over een mogelijk klimaatkantelpunt, een nieuwe aanleiding, en de AMOC is het meest in het oog springende verhaal over een klimaatkantelpunt dat er is.
Timing
De timing wordt nog versterkt door iets anders. Zoals vaste lezers weten, is het door het IPCC geprefereerde worst-case-emissiescenario, RCP8.5 en zijn opvolger SSP5-8.5, dit voorjaar formeel geschrapt uit de volgende IPCC-evaluatie. De ‘doomcasting’-toeleveringsketen draait nu dus nog op de aanwezige voorraad, en een recordwarm El Niño-jaar is hét moment om deze voorraad aan te vullen. De krantenkoppen over de ineenstorting van de AMOC zijn dus precies op schema verschenen:
CNN meldde een “koude vlek” in de Noord-Atlantische Oceaan als teken dat de wereld “met grote snelheid op een van de meest alarmerende klimaat-omslagpunten afstevent”.
Science News publiceerde het voorstel om de Beringstraat af te dammen om de stroming te stabiliseren, daarbij verwijzend naar een waarschuwing dat het omslagpunt “al in de jaren 2040” zou kunnen aanbreken en dat er “geen tijd te verliezen” is.
Phys.org kopte dat een “vitale Atlantische stroming veel sneller verzwakt”, met een verwachte vertraging van 51 procent tegen 2100.
Een veel gedeeld Substack-uitlegartikel kondigde aan dat we “de atmosferische drempel voor herstel al zijn gepasseerd” en dat de ineenstorting, zodra die zich voordoet, permanent zal zijn op elke menselijke tijdschaal.
IJsland heeft van zijn kant de verzwakking van de AMOC uitgeroepen tot een existentiële veiligheidsdreiging.
Zet dat nu eens af tegen wat de mensen die het fenomeen daadwerkelijk meten, te zeggen hebben.
Monitoring
De AMOC wordt sinds 2004 continu gemonitord door het RAPID-netwerk, een reeks met instrumenten uitgeruste meetpunten die over de Atlantische Oceaan zijn gespannen op 26,5 graden noorderbreedte, tussen de Bahama’s en de Canarische Eilanden. Dat is dus meer dan twintig jaar directe observatie, wat op dit gebied een lange en waardevolle reeks gegevens is. Het eerste wat hieruit bleek, en wat sindsdien steeds weer is gebleken, is dat de circulatie van jaar tot jaar sterk schommelt en dat die schommelingen elke lange-termijntrend overschaduwen. Voosen is hierover openhartig in zijn verslaggeving. De wilde schommelingen, zo schrijft hij, zijn een terugkerende bron van zowel onrust als heroverweging geworden – wat een beleefde manier is om te zeggen dat de pers de dalingen oppikt en de oplevingen negeert.
Het duidelijkste voorbeeld is dat waarmee de hele paniek begon. Toen RAPID vanaf 2009 een scherpe afname van de AMOC registreerde, ging de nieuwe analist in het team ervan uit dat hij een fout had gemaakt. Dat was niet het geval. De daling was reëel, maar werd niet veroorzaakt door klimaatverandering. Het was het weer: een winter met ongebruikelijke schommelingen in de luchtdruk die de windpatronen deden veranderen. De circulatie herstelde zich. Eind vorig decennium nam de circulatie weer toe, waardoor de eerdere daling volledig teniet werd gedaan. De afgelopen jaren zijn de meetwaarden opnieuw gedaald, wat neerkomt op een netto daling van ongeveer 2 sverdrups sinds 2004. Een sverdrup komt ongeveer overeen met de gezamenlijke stroming van alle rivieren ter wereld, dus 2 sverdrups is niet niets. Maar hier volgt de zin die niet in de krantenkoppen over de ineenstorting terechtkwam: die daling is statistisch gezien nog niet significant, en er is geen duidelijk verband met de opwarming van de aarde. Ben Moat, de hoofdwetenschapper van de expeditie, zegt dat er nog een decennium aan metingen nodig is, voordat iemand die conclusie kan trekken.
Hij staat openlijk wantrouwig tegenover de woorden “ineenstorting” en “stilvallen”.
Het tweede netwerk van meetstations, OSNAP, houdt sinds 2014 de hoge Noord-Atlantische Oceaan in de gaten, precies daar waar het diepwater-proces dat de AMOC aandrijft, zou moeten plaatsvinden. De gegevens van het eerste decennium, die binnenkort worden gepubliceerd, laten een lichte toename in de kracht van de circulatie zien. Ze zetten ook het klassieke beeld uit de leerboeken op zijn kop. De AMOC blijkt helemaal geen enkelvoudige ‘transportband’ te zijn, maar wat een van de vooraanstaande wetenschappers op dit gebied een ‘band van transportbanden’ noemt, waarbij verschillende delen semi-autonoom versnellen en vertragen. Het beroemde beeld van de ‘oceaan-transportband’ lijkt mensen actief te hebben misleid over hoe het systeem zich gedraagt.
Instorting
Als de directe metingen zo dubbelzinnig zijn, waar komen dan de voorspellingen over een instorting van de AMOC halverwege deze eeuw vandaan? Ze zijn afkomstig uit twee bronnen.
De eerste betreft een statistisch argument. In 2023 publiceerden Peter en Susanne Ditlevsen van de Universiteit van Kopenhagen een artikel waarin ze schatten dat de AMOC rond 2057 zou instorten, met een betrouwbaarheidsinterval van 95 procent, dat loopt van 2025 tot 2095. Dat is de bron van de meeste krantenkoppen over “het midden van deze eeuw”. De schatting was niet gebaseerd op de RAPID-metingen. Ze was gebaseerd op één enkele proxy, een ‘vingerafdruk’ die was afgeleid uit de temperatuur van het zeeoppervlak in de subpolaire Atlantische Oceaan, en die werd getoetst aan statistische early-warning indicatoren (die waren ontleend aan de wiskunde van kantelende systemen). Het probleem, zoals Voosen meldt en zoals in de bredere literatuur is opgemerkt, is dat die indicatoren de neiging hebben om in de richting van een ineenstorting te wijzen, ongeacht wat de onderliggende gegevens aangeven. Een betrouwbaarheidsinterval dat zich uitstrekt van 2025 tot 2095 is geen voorspelling. Het is een erkenning dat de methode je het antwoord niet kan geven.
De tweede bron betreft modellering. René van Westen en Henk Dijkstra van de Universiteit Utrecht hebben de meest geciteerde simulaties van een ineenstorting geproduceerd, waaronder het artikel uit 2024 over het ‘vroegtijdige waarschuwingssignaal’ en een andere studie uit 2026. Van Westen legt het risico op een omslagpunt bij ongeveer 2,5 graden opwarming en een ommekeer in het drijfvermogen rond 2063. Dit zijn echte resultaten van serieuze wetenschappers, en ik ga ze niet zomaar terzijde schuiven. Maar Voosen doet wat goede verslaggevers doen: vragen wat er nodig is om tot die uitkomsten te komen. Het antwoord is een toevoer van zoet water die veel verder gaat dan wat Groenland naar verwachting daadwerkelijk zal leveren.
En wanneer modelbouwers realistische smeltcijfers voor Groenland invoeren, verandert het beeld. Twee preprints van het afgelopen jaar, één van het Deense Meteorologisch Instituut en één uit Utrecht, simuleerden emissies tot het jaar 2250 met een opwarming tot 7 graden. In beide gevallen verzwakte de AMOC met ongeveer 40 procent. In geen van beide gevallen stortte de circulatie in. Beide studies concludeerden dat de verzwakking omkeerbaar is: stop de emissies, en de circulatie herstelt zich. Een derde simulatie met een hogere resolutie hield zelfs stand bij een verviervoudiging van de CO2-concentratie. Veelzeggend is dat, toen hetzelfde model met een lage resolutie werd gedraaid, de AMOC instortte, wat suggereert dat de instortingen in de oudere modellen deels een artefact zijn van grove rasters in plaats van een kenmerk van de oceaan. Een artikel uit 2025 in Nature kwam vanuit een andere invalshoek tot een vergelijkbare conclusie: de AMOC werd gestabiliseerd door wind-gedreven opwelling in de Zuidelijke Oceaan en zal deze eeuw waarschijnlijk niet instorten.
Mensen op de boot
Zelfs het verre verleden werkt niet langer mee aan het verhaal over de ineenstorting van de AMOC. Het klassieke bewijs stelde dat de AMOC aan het einde van de laatste IJstijd volledig uitviel toen smeltwater de Atlantische Oceaan overspoelde. Nieuw onderzoek met behulp van mariene sedimentkernen, dat in februari van dit jaar werd gepresenteerd, suggereert echter dat de AMOC in die periode misschien helemaal niet is ingestort. Volgens de paleo-oceanograaf die het onderzoek uitvoerde, was de stroming in die periode misschien zelfs sterker.
Luister dus naar de mensen op de boot.
Wat het artikel van Voosen waardevol maakt, is niet dat een sceptisch blog het goedkeurt. Het gaat erom dat de terughoudendheid afkomstig is van de wetenschappers die de meetnetten daadwerkelijk beheren. Gerard McCarthy, een RAPID-wetenschapper, heeft in het openbaar gewaarschuwd dat overdreven krantenkoppen over instorting een jojo-effect veroorzaken dat beleidsmakers in verwarring brengt in plaats van hen te ondersteunen. Eleanor Frajka-Williams, die eerder leiding gaf aan RAPID, merkt op dat sommige mensen “geneigd kunnen zijn om meer opruiende taal te gebruiken”, en voegt eraan toe dat er geen eenduidige, eenvoudige theorie over de AMOC bestaat, omdat die er simpelweg niet is. Fiamma Straneo van Harvard zegt dat de rampzalige instortingsscenario’s de aandacht kunnen afleiden van de klimaateffecten waarvan we daadwerkelijk zeker weten dat ze plaatsvinden. Dit zijn geen tegenstanders. Dit zijn de deskundigen uit het vakgebied, die de pers vragen om het rustig aan te doen.
De reactie van de instellingen gaat, zoals te verwachten was, de andere kant op. IJsland heeft de verzwakking van de AMOC uitgeroepen tot een veiligheids- en existentiële bedreiging, de Noordse Raad van Ministers heeft een beoordeling van het kantelrisico gepubliceerd, en er is in Brussel een gezamenlijk Europees initiatief bijeengekomen om een volledig AMOC-overzicht op te stellen naar het voorbeeld van de VN-klimaatrapporten. De waargenomen circulatie vertoont geen alarmerende tekenen, maar in het beleidsapparaat wordt er toch op voortgebouwd.
Dit is dus waar we nu staan. El Niño zal komen, de temperaturen zullen omhoogschieten, en de verhalen over de AMOC die aan de rand van de afgrond staat, zullen mee omhoogschieten, want in een recordwarm jaar verkoopt dit genre het best. De voorspellingen van die ineenstorting zullen zich baseren op een statistische schatter die geen onderscheid kan maken tussen een echt signaal en ruis, en op modelberekeningen die meer smeltwater vereisen dan Groenland kan leveren; en ze zullen de twintig jaar aan meetgegevens negeren die een systeem laten zien dat sterk schommelt en een geleidelijke trend vertoont; een trend die door degene die het meet niet als ‘uitval’ wordt bestempeld. Dan, een tijdje later, zullen de metingen weer een schommeling laten zien, zal iemand er stilletjes een trendlijn uit halen, en zal weer het alarmistische verhaal volgen zoals altijd. En zo gaat het maar door.
Wat u zojuist heeft gelezen, kon worden gepubliceerd dankzij onze donateurs.
Clintel publiceert dagelijks artikelen over klimaat, energie en wetenschap. Daarnaast vertalen wij internationale analyses in meerdere talen, maken wij video’s, publiceren wij rapporten en organiseren wij bijeenkomsten en lezingen.
Wij ontvangen geen overheidssubsidies en zijn volledig afhankelijk van de steun van onze donateurs. Dankzij uw bijdrage kunnen wij onafhankelijk onderzoek en een open debat over klimaat en energie blijven bevorderen.
Steunt u ons werk? Kies wat bij u past:
• Word Vriend van Clintel – vanaf €100 per jaar
• Word Trouwe Vriend van Clintel – via een fiscaal aantrekkelijke periodieke gift
• Doe een eenmalige donatie – iedere bijdrage helpt
Hartelijk dank voor uw steun.
meer nieuws
De pseudowetenschap achter extreme weersattributie
Extreme weersattributie probeert vast te stellen in welke mate door de mens veroorzaakte klimaatverandering invloed heeft gehad op afzonderlijke gebeurtenissen zoals orkanen, overstromingen en hittegolven. In dit artikel onderzoekt Ralph B. Alexander de wetenschappelijke methoden achter deze studies en stelt hij de vraag of hun conclusies wel voldoende worden ondersteund door betrouwbaar bewijs.
Wie is schuldig aan het overvolle elektriciteitsnet?
De stroomuitval in en rond Tilburg heeft de discussie over de oorzaken van netcongestie opnieuw aangewakkerd. In onderstaand artikel gaat Rob de Vos in op de vraag waardoor het Nederlandse elektriciteitsnet overbelast raakt. Aan de hand van openbare cijfers bespreekt hij de ontwikkeling van het elektriciteitsverbruik en de elektriciteitsproductie.
Europa’s echte crisis is energiearmoede, niet een hittegolf
Terwijl Europa opnieuw een zomerse hittegolf beleeft, krijgt klimaatverandering wederom de schuld van de extreme temperaturen. In dit artikel betoogt Vijay Jayaraj dat de werkelijke crisis niet de hitte is, maar de energiearmoede die voortvloeit uit verkeerd klimaatbeleid. Hij legt uit hoe een natuurlijk weerpatroon, het zogenoemde Omega Block, de recente hittegolf veroorzaakte en waarom betaalbare, betrouwbare energie de meest effectieve bescherming blijft tegen extreem weer.






