EU lijkt voortouw te nemen in ‘transitie’ maar oogst slechts economisch verval
De Europese inspanningen om hernieuwbare energie te bevorderen worden vrijwel onmiddellijk tenietgedaan door het gebruik van fossiele brandstoffen elders, aldus Samuel Furfari. Dit leidt bovendien tot economische achteruitgang.
Een nieuw rapport van het Energy Institute laat een Europa zien dat vasthoudt aan de schijn dat het een ‘energietransitie’ leidt, terwijl het continent ten onder gaat onder het gewicht van klimaatbeleid. De utopische Europese doelstellingen worden bovendien tenietgedaan door economische groei elders, die wordt gevoed door fossiele brandstoffen.
Gegevens uit de 75e editie van de jaarlijkse ‘Statistical Review of World Energy’ zullen alleen diegenen verrassen die de feiten negeren: de wereld blijft in enorme mate afhankelijk van fossiele brandstoffen. Zon- en windtechnologie breiden zich weliswaar uit, maar blijven achter bij de steeds stijgende energievraag, die vorig jaar een recordhoogte van 600 exajoule bereikte. (Dat zijn 600 triljoen joules, waarbij één joule gelijk is aan de arbeid die nodig is om één watt vermogen gedurende één seconde op te wekken.)
Van het totale primaire energieverbruik was 86% afkomstig van fossiele brandstoffen – olie 33,5%; steenkool 27,6%; aardgas 25,1%. Zon- en windenergie, die door de Europese Commissie sterk worden gepromoot ten koste van de verguisde fossiele brandstoffen, waren goed voor slechts 3%.
Akkoord van Parijs
Tussen 2015 en 2025, het eerste decennium van het Akkoord van Parijs over klimaatverandering, steeg het wereldwijde energieverbruik met meer dan 14%, met sterke contrasten. Het verbruik in de Europese Unie daalde jaarlijks met ongeveer 1%, terwijl het verbruik in de regio Azië-Pacific met 2,6% groeide.
Het afnemende energieverbruik in Europa is geen triomf van ecologische heldendaden, maar veeleer een gevolg van de aanval van de EU Green Deal op het Europese concurrentievermogen, en de voorspelbare de-industrialisering en economische achteruitgang die daaruit voortvloeiden. Zo lag de groei van het bruto binnenlands product in 2025 voor sommige Europese landen dicht bij nul, terwijl die in de VS onder de fossielvriendelijke regering-Trump 2% bedroeg. Sommige Aziatische landen die steenkool gebruiken, zagen een veelvoud daarvan.
Het rapport over het concurrentievermogen van de Europese Centrale Bank uit 2024 legde de schuld van deze tragedie niet direct bij het klimaatbeleid, maar bij de hoge energieprijzen die dit beleid had veroorzaakt – een goocheltruc om de EU-politiek tegemoet te komen.
Ondertussen bleef de groei van fossiele brandstoffen buiten de EU die van zon- en windenergie aanzienlijk overtreffen. In tegenstelling tot het verhaal uit Brussel dat de kloof tussen zogenaamde hernieuwbare technologieën en fossiele brandstoffen kleiner wordt, is de realiteit, in absolute termen, een steeds grotere kloof. De EU heeft hernieuwbare energiebronnen weliswaar in haar elektriciteitsnet geïntegreerd, maar dit ging ten koste van de betaalbaarheid en betrouwbaarheid. Haar ‘leiderschap’ blijft dus puur symbolisch, omdat de rest van de wereld het gebruik van fossiele brandstoffen veel sneller opvoert dan dat van hernieuwbare energiebronnen.
In regio’s als Azië was de uitbreiding van het gebruik van fossiele brandstoffen, die gelijktijdig plaatsvond met een indrukwekkende economische groei, meer dan toeval. Het was noodzakelijk, en China en India liepen daarbij voorop.
China
Aan het begin van deze eeuw was de drijfveer voor de Chinese groei, de ineenstorting van de Sovjet-Unie, een gevolg van erbarmelijke levensomstandigheden en sombere vooruitzichten voor de toekomst. De Chinese Communistische Partij besefte dat groei nodig was om haar legitimiteit te behouden en dat overvloedige, goedkope energie – voornamelijk steenkool – daarvoor de cruciale factor zou zijn.
Deze welvaart is goed nieuws voor iedereen, behalve voor degenen die geobsedeerd zijn door de uitstoot van kooldioxide (CO2), het schrikbeeld van het klimaat-industrieel complex. In haar streven om de uitstoot tegen 2040 met 90% te verminderen, heeft de EU de uitstoot in het kader van het Akkoord van Parijs met 554 miljoen ton verminderd, terwijl de rest van de wereld haar uitstoot met 3 miljard ton heeft verhoogd – een vijfvoudige toename in de tegenovergestelde richting. De Europese inspanningen worden dus vrijwel onmiddellijk tenietgedaan door het verbranden van fossiele brandstoffen elders, ter ondersteuning van toegenomen economische activiteit.
Het meest vernietigende voor 30 jaar klimaatdiplomatie is dat de wereldwijde industriële uitstoot sinds het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering in 1992 met 67% is gestegen, volgens de ‘Statistical Review of World Energy’ uit 2026. Hoewel de EU haar uitstoot in die periode met ongeveer 30% heeft teruggedrongen, is deze inspanning – die leidde tot enorme kosten en tot de-industrialisering – tenietgedaan door het streven van anderen naar menselijke bloei.
In vergelijking met eerdere edities is de toon van de nieuwste analyse van het Energy Institute opvallend gunstiger ten opzichte van hernieuwbare energiebronnen. Een mogelijke verklaring hiervoor is de samenwerking van de uitgever met Ember, een organisatie die zichzelf omschrijft als een “energie-denktank die ernaar streeft de transitie naar schone energie te versnellen met behulp van data en beleid”. Het Energy Institute streeft er zelf naar “een rechtvaardige, veilige en koolstofarme energietransitie te versnellen”.
Het is duidelijk dat onze scepsis ten aanzien van de groene agenda van de EU is gebaseerd op de gegevens die in het rapport worden gepresenteerd, en niet op de interpretatie daarvan door de uitgevers. We wilden het zielige resultaat van het EU-energiebeleid afzetten tegen de veelbelovende economische opmars van anderen.
Energie-additie
Ondanks de alomtegenwoordige retoriek over de energietransitie, moeten we de feiten onder ogen zien: de dominantie van fossiele brandstoffen in het wereldwijde energiesysteem blijft bestaan, zelfs nu wind- en zonne-energie – die duur en niet-stabiel zijn – zich uitbreiden. De wereld maakt een energie-additie door, geen transitie, aangezien nieuwe technologieën de groeiende capaciteit van bestaande bronnen aanvullen.
De overgrote meerderheid van de mensheid streeft naar meer welvaart, wat overvloedige en goedkope energie vereist – iets waar de EU gebruik van maakte voordat zij het ecologische dogma omarmde. De botsing tussen klimaatambities en economische aspiraties zal alleen maar sterker worden.
Dit artikel verscheen oorspronkelijk op The Center Square op 23 juli 2026.

Samuel Furfari
Dr. Samuel Furfari is hoogleraar energiegeopolitiek in Brussel en Londen, voormalig topambtenaar bij het Directoraat-generaal Energie van de Europese Commissie en lid van de CO2 Coalition. Hij is auteur van het artikel “Energy Addition, Not Transition” en van 18 boeken, waaronder “The Truth About the COPs: 30 years of illusions.”
Wat u zojuist heeft gelezen, kon worden gepubliceerd dankzij onze donateurs.
Clintel publiceert dagelijks artikelen over klimaat, energie en wetenschap. Daarnaast vertalen wij internationale analyses in meerdere talen, maken wij video’s, publiceren wij rapporten en organiseren wij bijeenkomsten en lezingen.
Wij ontvangen geen overheidssubsidies en zijn volledig afhankelijk van de steun van onze donateurs. Dankzij uw bijdrage kunnen wij onafhankelijk onderzoek en een open debat over klimaat en energie blijven bevorderen.
Steunt u ons werk? Kies wat bij u past:
• Word Vriend van Clintel – vanaf €100 per jaar
• Word Trouwe Vriend van Clintel – via een fiscaal aantrekkelijke periodieke gift
• Doe een eenmalige donatie – iedere bijdrage helpt
Hartelijk dank voor uw steun.
meer nieuws
Schandelijke ontbossing door absurde regels en miljardensubsidies
Europese subsidies voor biomassa leiden volgens energie-expert Maarten van Andel tot grootschalige ontbossing in onder meer Litouwen. Deze zomer reist Van Andel naar Litouwen om de gevolgen daarvan zelf te onderzoeken en vast te leggen.
Henrik Svensmark ontslagen door zijn universiteit
De Deense wetenschapper Henrik Svensmark, bekend van zijn omstreden onderzoek naar kosmische straling en wolkenvorming, is door zijn universiteit in Kopenhagen ontslagen na jarenlange interne conflicten. In een interview met de Deense krant Berlingske noemde hij de beslissing „een doodsteek” voor zijn onderzoek.
Lage waterafvoer Rijn extreem?
Is de huidige lage waterstand van de Rijn echt uitzonderlijk? Rob de Vos van Klimaatgek.nl analyseert de historische meetgegevens van de Rijn bij Lobith. Volgens hem komen lage Rijnafvoeren geregeld voor, ontbreekt een langjarige lineaire trend en kunnen natuurlijke klimaatcycli een rol spelen.






