De pseudowetenschap achter extreme weersattributie

Extreme weersattributie probeert vast te stellen in welke mate door de mens veroorzaakte klimaatverandering invloed heeft gehad op afzonderlijke gebeurtenissen zoals orkanen, overstromingen en hittegolven. In dit artikel onderzoekt Ralph B. Alexander de wetenschappelijke methoden achter deze studies en stelt hij de vraag of hun conclusies wel voldoende worden ondersteund door betrouwbaar bewijs.

Orkaan Helene boven de Golf van Mexico, 25 september 2024.
Afbeelding: NOAA GOES-16 satellietbeelden (publiek domein).

Ralph B. Alexander
Datum: 10 juli 2026

DEEL:

“Als een wetenschappelijke hypothese niet overeenkomt met experimenten, dan is zij fout.”
Richard Feynman, Nobelprijswinnaar voor de natuurkunde

Zoals ik in een eerdere bijdrage schreef, zijn de recent populair geworden extreme weersattributiestudies ernstig gebrekkig en gebaseerd op fundamentele logische en methodologische fouten. In dit artikel bespreek ik deze tekortkomingen in meer detail.

Om te beginnen zijn attributiestudies afhankelijk van computermodellen voor het klimaat, waarvan ik de tekortkomingen al meerdere keren heb beschreven (zie bijvoorbeeld hier en hier). Deze modellen hebben een zeer slechte staat van dienst bij het voorspellen van de toekomst, maar ook bij het reconstrueren van het klimaatverleden. Niet alleen overschatten de meeste modellen de opwarmingssnelheid, ze voorspellen ook ten onrechte de zogenoemde troposferische hot spot: een sterke opwarming in de bovenste troposfeer die in waarnemingen niet wordt teruggevonden. Daarnaast blijken ze niet in staat om de zeewatertemperaturen en de stijging van de zeespiegel nauwkeurig te reproduceren.

Het belangrijkste voor attributiestudies is dat de modellen slecht presteren bij het reconstrueren van het klimaatverleden. Dat is van groot belang, omdat deze modellen worden gebruikt om het huidige klimaat, mét de extra CO₂-uitstoot door menselijke activiteiten, te vergelijken met een pre-industrieel klimaat zonder deze extra CO₂.

Meer specifiek onderschatten klimaatmodellen de opwarming tijdens de wereldwijde opwarmingsperiode van 1910 tot 1940, zoals weergegeven in de onderstaande figuur. Als dezelfde tekortkoming ook geldt voor de door modellen gereconstrueerde temperaturen uit de periode vóór die tijd, waaronder die van 1850 — het referentiejaar voor het pre-industriële klimaat in attributiestudies — dan zullen dergelijke studies de omvang van de hypothetische opwarming waarmee wordt vergeleken waarschijnlijk onderschatten (en waarschijnlijk ook andere kenmerken van het weer) in de pre-industriële periode.

Een andere zwakte van de attributiemethodologie is dat we, bij afwezigheid van CO₂, eenvoudigweg niet weten hoe het “natuurlijke” klimaat eruit zou hebben gezien. Hoewel we beschikken over betrouwbare historische meteorologische gegevens voor enkele landen, zoals het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, beschikken we daarover niet voor de meeste andere landen op de wereld. Bovendien ontbreken historische gegevens over variabelen zoals bewolkingsgraad en windsnelheden wereldwijd.

Een verdere tekortkoming van attributiestudies naar afzonderlijke gebeurtenissen is dat er onvoldoende aandacht wordt besteed aan de onzekerheden die gepaard gaan met temperatuurmetingen en andere metingen, zoals ik in de eerdere bijdrage al heb genoemd. Een voorbeeld hiervan is een attributiestudie van het Grantham Institute, waarin wordt beweerd dat orkaan Helene uit 2024, die de Verenigde Staten trof, 100% — oftewel twee keer — waarschijnlijker was dan in een pre-industrieel klimaat zou zijn geweest. Helene was een grote orkaan van categorie 4 (met een maximale windsnelheid van 250 km per uur of 156 mijl per uur) toen hij aan land kwam en veroorzaakte aanzienlijke schade in Florida en het zuidoosten van de Verenigde Staten.

De volgende figuur toont het traject van orkaan Helene, samen met de locaties met de hoogste windsnelheden van historisch waargenomen en gesimuleerde orkanen die een traject volgden binnen een straal van 2° rond de plek waar Helene aan land kwam. De figuur bevat ook de schattingen uit de attributiestudie van de maximale windsnelheid bij landfall als functie van de zogenoemde “herhalingstijd”. De herhalingstijd is de statistisch verwachte periode tussen twee opeenvolgende orkanen van een bepaalde omvang op dezelfde locatie en is het omgekeerde van de orkaanfrequentie.

De methodologie van de studie naar orkaan Helene is echter fundamenteel gebrekkig. Naast de algemene beperkingen van attributiestudies geldt specifiek voor orkanen dat hun gedrag slecht wordt weergegeven door klimaatmodellen. Dit staat in contrast met hittegolven, waarvoor modellen relatief goed presteren. Bovendien zijn er maar weinig Noord-Atlantische orkanen geweest die in dezelfde regio van Florida aan land zijn gekomen, waardoor de hoeveelheid beschikbare waarnemingsgegevens beperkt is.

De oplossing van de studie voor dit probleem was om gegevens toe te voegen van orkanen die in de buurt voorbijtrokken, maar nooit daadwerkelijk in dezelfde regio aan land kwamen — historische “bijna-treffers”, die in het bovenste paneel van de figuur zijn weergegeven. Een dergelijke werkwijze is op zijn best zeer twijfelachtig en op zijn slechtst misleidend. De overduidelijke misleiding blijkt uit het onderste paneel, waar te zien is dat de onzekerheidsmarges (de gekleurde banden) rond de deels gesimuleerde curve voor orkaan Helene uit 2024 (de oranje lijn) de pre-industriële curve (de blauwe lijn) omvatten. Met andere woorden: Helene was mogelijk helemaal niet waarschijnlijker dan normaal.

Het gebrek aan aandacht voor onzekerheden blijkt ook uit dezelfde gegevens. Zo omvat de onzekerheidsmarge (de blauwe band) rond de pre-industriële curve de waarnemingsgegevens (de zwarte lijn) van alle Noord-Atlantische orkanen sinds 1900. Dit suggereert dat er gedurende de gehele waarnemingsperiode niets wezenlijk afwijkends is geweest aan orkanen die in Florida aan land kwamen, inclusief Helene.

Na rekening te hebben gehouden met deze onzekerheid zijn de conclusies van de Helene-studie dan ook betekenisloos. De studie stelt dat de herhalingstijd is afgenomen van 130 jaar in het pre-industriële tijdperk naar 52 jaar en dat de windsnelheid met 6,1 meter per seconde, oftewel 11%, is toegenomen.

Dat er inderdaad niets uitzonderlijks was aan orkaan Helene wordt bevestigd door de grafiek hieronder, waarin alle orkanen die sinds 1850 in Florida aan land zijn gekomen zijn weergegeven. Noch orkanen in het algemeen, noch zware orkanen — waarvan Helene de meest recente was — laten een langetermijntrend zien. Alles bij elkaar genomen zijn de conclusies van deze attributiestudie naar orkaan Helene niet wetenschappelijk houdbaar.

Extreme weersattributiestudies, zoals deze momenteel worden uitgevoerd, bevestigen de misvatting dat weersextremen toenemen door de opwarming van de aarde niet — zoals ik in volgende bijdragen zal aantonen.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd op Science Under Attack.

Ralph B. Alexander

Ralph B. Alexander is een wetenschapsauteur die wetenschap boven politieke correctheid stelt. Hij is de auteur van verschillende recente rapporten over weersextremen en mondiale opwarming en schreef ook de boeken Science Under Attack: The Age of Unreason en Global Warming False Alarm. Met een PhD in natuurkunde van de Universiteit van Oxford heeft hij talrijke wetenschappelijke artikelen en rapporten geschreven over complexe technische onderwerpen.

Dr. Alexander was onderzoeker bij laboratoria in Europa en Australië, hoogleraar aan Wayne State University in Detroit, medeoprichter van een bedrijf op het gebied van geavanceerde materialen en marktanalist voor milieuvriendelijke materialen bij een klein adviesbureau. Hij groeide op in Perth, West-Australië, en woont momenteel in Californië.

Wat u zojuist heeft gelezen, kon worden gepubliceerd dankzij onze donateurs.

Clintel publiceert dagelijks artikelen over klimaat, energie en wetenschap. Daarnaast vertalen wij internationale analyses in meerdere talen, maken wij video’s, publiceren wij rapporten en organiseren wij bijeenkomsten en lezingen.

Wij ontvangen geen overheidssubsidies en zijn volledig afhankelijk van de steun van onze donateurs. Dankzij uw bijdrage kunnen wij onafhankelijk onderzoek en een open debat over klimaat en energie blijven bevorderen.

Steunt u ons werk? Kies wat bij u past:

Word Vriend van Clintel – vanaf €100 per jaar
Word Trouwe Vriend van Clintel – via een fiscaal aantrekkelijke periodieke gift
Doe een eenmalige donatie – iedere bijdrage helpt

Hartelijk dank voor uw steun.

DEEL DIT ARTIKEL:

Climate Intelligence Clintel

meer nieuws

Dagblad van het Vaticaan besmeurt de ‘ontmoeting tussen geloof en rede’ met klimaatleugens

L’Osservatore Romano, de officiële krant van het Vaticaan, heeft zich aangesloten bij de bangmakerij van klimaatalarmisten. Maar, zoals Frits Byron Soepyan uitlegt, is er geen grond voor het sensatiebeluste bericht van het dagblad.

“Waarom de energietransitie niet werkt”

Het huidige energiedebat richt zich veel te eenzijdig op de productie van duurzame energie, terwijl veruit de grootste winst te behalen valt door minder energie te gebruiken, stelde energie-expert Maarten van Andel in zijn presentatie bij de Clintel-bijeenkomst van 15 juni in Antropia in Driebergen.

Brandbestrijding in de Europese Unie: vergeet de mislukkingen in Californië niet

Of het nu in het Middellandse Zeegebied is of in het Amerikaanse Westen, het verhaal rond bosbranden is voor beleidsmakers een handig excuus geworden: geef de schuld aan ‘klimaatverandering’, negeer het onderliggende structurele verval en eis vervolgens meer belastinggeld om een falende status quo in stand te houden.

By |2026-07-09T16:10:02+02:0010 juli 2026|Reacties uitgeschakeld voor De pseudowetenschap achter extreme weersattributie
Go to Top