“Nederlandse ingenieur ontmaskert alarmisme rond zeespiegelstijging”
Ingenieur Evert Jesse concludeert dat satellietmetingen van de hoogte van de wereldwijde zeespiegel een structurele afwijking bevatten. Dat zou betekenen dat die stijging minder snel verloopt dan wordt gesteld. Hij lichtte dit onlangs toe bij LightHouse TV.
“Iedereen moet zich zorgen maken, want de zeespiegel stijgt dramatisch en zal tegen het einde van deze eeuw 1 tot 2 meter hoger liggen dan nu.” Dit soort uitspraken is gebaseerd op de uitkomsten van IPCC-klimaatmodellen. Volgens de Nederlandse ingenieur Evert Jesse, geven directe metingen via getijdestations aan de kust echter een ander beeld. Hij licht dit toe in onderstaand gesprek met Flavio Pasquino van LightHouse TV.
Jesse stelt dat de zeespiegel sinds het midden van de 19e eeuw met ongeveer 1 à 2 millimeter per jaar stijgt, en dat dit tempo tot op de dag van vandaag grotendeels constant is gebleven. Sinds 1992 worden ook satellietmetingen gebruikt, die een snellere stijging laten zien. Hoewel deze toename nog ver verwijderd is van de genoemde 1 tot 2 meter, zou zij wel wijzen op een mogelijke versnelling. Tegelijkertijd zouden metingen van getijdestations volgens hem onderbelicht zijn geraakt.
Evert Jesse deed zelf onderzoek en concludeert dat de satellietmetingen een structurele afwijking bevatten, terwijl de getijdemetingen een betrouwbaarder beeld geven. De structurele afwijking heeft te maken met de manier waarop satellieten omgaan met de aanwezigheid van schepen op de oceaan. Dat zou betekenen dat de zeespiegelstijging minder snel verloopt dan vaak wordt gesteld en mogelijk niet direct kan worden toegeschreven aan menselijke CO2-uitstoot. De volgende stap van Jesse is om zijn bevindingen in een peer-reviewed tijdschrift te publiceren.
Als de zeespiegelstijging niet (volledig) aan menselijke invloed toe te schrijven is, wat zegt dat dan over de bredere discussie rond klimaatverandering? Deze en andere vragen worden in dit interview besproken op een toepasselijke locatie: Aan de Waterkant.
meer nieuws
Verdwenen hittegolven terug: KNMI en media faalden jarenlang
Het KNMI publiceerde deze week nieuwe temperatuurcorrecties voor De Bilt. Het gaat om correcties van oude metingen van voor 1950. Door eerdere correcties waren veel tropische dagen en hittegolven in die periode uit de boeken geschrapt. Een groep critici, waaronder Marcel Crok, hebben de correcties jarenlang inhoudelijk bekritiseerd. Zij krijgen nu gelijk. Crok blikt in dit artikel terug op deze lange battle en op de rol die het KNMI en de media speelden.
De energietransitie blijkt statistisch mooier dan ze is
In dit artikel toont energie-expert Samuel Furfari aan waarom de energietransitie statistisch mooier wordt voorgesteld dan ze is. Recente veranderingen in de primaire energiestatistieken maken duidelijk dat de bijdrage van hernieuwbare energie jarenlang structureel werd overschat in veelgebruikte internationale data. Deze methodologische verschuiving verandert fundamenteel hoe de energietransitie wordt begrepen, gecommuniceerd en politiek geïnterpreteerd.
Historische draai van het KNMI
Na een lange strijd van zeven jaar hebben vier critici van Clintel gelijk gekregen van het KNMI. Er waren door het KNMI inderdaad teveel tropische dagen en hittegolven in de periode 1901-1950 weg-gecorrigeerd, zoals Clintel in diverse publicaties heeft beschreven. Zeven 'verdwenen' hittegolven zijn weer terug in de boeken en 1947 is met vier hittegolven weer het jaar met de meeste hittegolven.






