Overheid misleidt publiek: stroomvraag stijgt niet!
De officiële verklaring voor netcongestie — namelijk een explosief stijgende stroomvraag door burgers — wordt niet ondersteund door de cijfers. Zowel het totale elektriciteitsverbruik als de piekvraag blijken opmerkelijk stabiel, zo stelt energiedeskundige ir. Bert Weteringe in dit recente gesprek bij De Nieuwe Wereld. Weteringe zet derhalve grote vraagtekens bij de manier waarop overheid, media en netbeheerders het Nederlandse energieprobleem presenteren.
In een uitgebreid gesprek bij De Nieuwe Wereld bespreken gastheer Ad Verbrugge en ingenieur, journalist en energiedeskundige Bert Weteringe de problemen rond de Nederlandse energietransitie en de groeiende zorgen over netcongestie. Centraal in het gesprek staat de vraag of de huidige politieke en maatschappelijke voorstelling van zaken wel klopt.
U kunt het gehele gesprek hier zien:
Volgens Weteringe wordt in media en politiek voortdurend beweerd dat het Nederlandse stroomnet overbelast raakt doordat burgers steeds meer elektriciteit verbruiken, bijvoorbeeld door elektrische auto’s, warmtepompen en inductie-koken. Maar uit de cijfers die hij analyseerde blijkt juist het tegenovergestelde.
Netcongestie
Weteringe begint met een uitleg van netcongestie. Hij vergelijkt het elektriciteitsnet met een snelweg waarop verkeer in twee richtingen rijdt: elektriciteit wordt afgenomen, maar er wordt ook stroom teruggeleverd aan het net. Wanneer beide stromen te groot worden, ontstaan files op het elektriciteitsnet. Daarbij benadrukt hij dat het debat zich te veel richt op de vraagzijde — het elektriciteitsverbruik van burgers en bedrijven — terwijl juist de teruglevering van wind- en zonne-energie een cruciale rol speelt.
Een van de belangrijkste punten in het gesprek is Weteringes analyse van de Nederlandse stroomvraag. Het dominante verhaal van overheid, netbeheerders en media komt niet overeen met de feitelijke cijfers. De bevolking is de afgelopen jaren min of meer verantwoordelijk gemaakt voor de netproblemen, terwijl de data een ander beeld laten zien. Hij zegt daarover: “Als je kijkt naar het elektriciteitsverbruik in Nederland over de afgelopen jaren, en het zijn gewoon cijfers van het CBS, dan zie je dat vanaf 2008 het elektriciteitsverbruik niet is toegenomen, maar zelfs licht gedaald is.”
Die constatering vormt de kern van zijn kritiek. Terwijl Nederlanders voortdurend horen dat ze hun gedrag moeten aanpassen — bijvoorbeeld door de wasmachine buiten de piekuren aan te zetten of de elektrische auto niet tussen vier en negen uur ’s avonds op te laden — blijkt dat het totale landelijke stroomverbruik al jaren stabiel is of zelfs iets afneemt. Hij noemt als verklaringen onder meer de overstap naar ledverlichting, energiezuinigere apparaten en vooral het verdwijnen van een deel van de zware industrie uit Nederland. Dat is een bredere trend die in meerdere West-Europese landen zichtbaar is.
Piekvraag
Vervolgens richt het gesprek zich op de piekvraag tussen vier uur ’s middags en negen uur ’s avonds, het moment waarop volgens overheidscampagnes en netbeheerders de grootste druk op het stroomnet zou ontstaan. Weteringe besloot die bewering zelf te onderzoeken via gegevens van de Europese elektriciteits-database. Hij analyseerde meerdere jaren aan uurgegevens over de Nederlandse piekbelasting. Zijn conclusie is opnieuw dat het dominante verhaal niet wordt ondersteund door de cijfers. Hij zegt: “Daarin zie je ook dat er geen structurele toename is van de piekvraag tussen vier en negen. En de afgelopen drie jaren is het ook gewoon stabiel gebleven. Zelfs iets afgenomen.” Dit is een cruciaal gegeven dat nauwelijks in het publieke debat verschijnt.
Volgens Weteringe ligt de werkelijke oorzaak van de congestieproblemen vooral bij de enorme hoeveelheden elektriciteit die door wind- en zonneparken op piekmomenten aan het net worden teruggeleverd. Op zonnige en winderige dagen ontstaat een situatie van overproductie. Hij noemt voorbeelden waarbij de zonne-energieproductie veel hoger ligt dan de daadwerkelijke Nederlandse vraag naar elektriciteit. Daardoor moeten grote hoeveelheden stroom worden getransporteerd of zelfs afgeschakeld. Het probleem zit volgens hem dus niet primair in de consumptie van burgers, maar in de manier waarop het energiesysteem is ingericht rondom sterk fluctuerende opwekking.
Die analyse leidt tot een bredere kritiek op de energietransitie. Weteringe stelt dat de enorme uitbreiding van wind- en zonne-energie leidt tot gigantische systeemkosten. Het elektriciteitsnet moet fors worden verzwaard om de wisselende pieken van teruglevering op te vangen. Hij verwijst naar miljardeninvesteringen die volgens hem nodig zijn om de infrastructuur geschikt te maken voor het huidige energiebeleid. Daarbij waarschuwt hij dat deze kosten uiteindelijk bij burgers terechtkomen via hogere nettarieven en energierekeningen.
Transparant
Een belangrijk thema in het gesprek is de vraag of de overheid en netbeheerders wel voldoende transparant zijn over hun aannames. Weteringe betoogt dat veel modellen uitgaan van toekomstige projecten en verwachte groei die nog helemaal niet gerealiseerd zijn. Daardoor zou op papier al veel netcapaciteit gereserveerd worden, terwijl die in de praktijk nog niet daadwerkelijk nodig is. Volgens hem ontstaat hierdoor het beeld van een overvol elektriciteitsnet, terwijl er mogelijk meer ruimte beschikbaar is dan officieel wordt voorgesteld.
Gastheer Ad Verbrugge vraagt zich hardop af of er sprake is van een vorm van tunnelvisie binnen het energiebeleid. Volgens hem lijkt de politiek volledig gefocust op wind, zon en elektrificatie, terwijl fundamentele vragen over betrouwbaarheid, betaalbaarheid en grondstoffengebruik onvoldoende aandacht krijgen. Weteringe sluit zich daarbij aan. Hij waarschuwt dat de energietransitie niet alleen moet worden beoordeeld op CO2-reductie, maar ook op de bredere systeemkosten en de fysieke haalbaarheid.
In het tweede deel van het gesprek verschuift de aandacht naar grondstoffen, batterijen en de energetische efficiëntie van verschillende energiebronnen. Weteringe legt uit dat voor batterijen, windturbines en zonnepanelen enorme hoeveelheden metalen nodig zijn, zoals lithium en koper. Het winnen van die grondstoffen wordt volgens hem steeds moeilijker en energie-intensiever. Hij wijst erop dat de kwaliteit van ertsen afneemt, waardoor steeds meer materiaal moet worden verwerkt om dezelfde hoeveelheid grondstoffen te verkrijgen.
Daarmee introduceert hij het begrip EROI, de verhouding tussen de hoeveelheid energie die een energiesysteem oplevert en de hoeveelheid energie die nodig is om het systeem te bouwen en te onderhouden. Volgens Weteringe scoren wind- en zonne-energie op dit punt veel minder gunstig zodra ook de noodzakelijke netverzwaring, opslag en back-up-systemen worden meegerekend. Hij waarschuwt dat moderne samenlevingen mogelijk onder een kritische grens terechtkomen waarbij het energiesysteem economisch steeds moeilijker vol te houden wordt.
Onbetaalbaar
De economische gevolgen van het huidige beleid komen uitgebreid aan bod. Volgens Weteringe dreigt energie voor gewone huishoudens onbetaalbaar te worden. Hij verwacht stijgende nettarieven, hogere belastingen en een verdere aantasting van de concurrentiepositie van de Nederlandse industrie. Grote bedrijven vertrekken naar landen met lagere energiekosten en stabielere energievoorzieningen.
Aan het einde van het gesprek benadrukt Weteringe dat een stabiel energiesysteem volgens hen niet zonder betrouwbare basislast kan functioneren. Weteringe wijst erop dat landen als China weliswaar veel investeren in wind- en zonne-energie, maar tegelijkertijd ook conventionele energiecentrales blijven bouwen. Dat laat zien dat een moderne economie niet volledig kan draaien op fluctuerende energiebronnen alleen.
meer nieuws
Er is een stroomoverschot, geen tekort
TenneT waarschuwt in een nieuw rapport dat er in 2028 al een tekort aan stroom kan ontstaan. Wie echter de situatie in Nederland en Duitsland goed analyseert, ziet dat die boodschap behoorlijk vertekend is. Een overschot aan groene stroom is het echte probleem waar we mee zitten. En dat gaan we niet oplossen met nog meer windmolens en zonneparken, legt Marcel Crok uit.
Overdrijft het IPCC de klimaatwetenschap?
Uit een nieuw onderzoek blijkt dat de Samenvatting voor Beleidsmakers van de IPCC-rapporten de uitkomsten van de klimaatwetenschap stelselmatig heeft aangedikt. De media doen er vervolgens nog een schepje bovenop, legt Roger Pielke uit.
Maatschappelijk draagvlak voor huidig klimaatbeleid kalft af
Uit nieuw onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat het maatschappelijk draagvlak voor het huidige klimaatbeleid afneemt. Volgens Maarten van Andel groeit de onvrede over stijgende energiekosten, netcongestie en kostbare energietransitieplannen. Van Andel spreekt hierover op maandagavond 15 juni tijdens een Clintel-bijeenkomst in Driebergen.






