“Beschamend pleidooi Milieudefensie in zaak tegen Shell”
Onlangs diende voor de Hoge Raad het cassatieberoep dat Milieudefensie tegen Shell en Stichting Milieu en Mens instelde om alsnog een grote emissiereductie bij het bedrijf af te dwingen. Lucas Bergkamp, arts en advocaat te Brussel, heeft de Stichting Milieu & Mens bijgestaan in de procedure tegen Milieudefensie en deed recent op Wynia’s Week verslag van de zitting: “Milieudefensie oogt vermoeid en klonk voor de Hoge Raad als een verwend kind.”
Lucas Bergkamp bespreekt het cassatieberoep van 22 mei dat Milieudefensie had ingesteld tegen Shell bij de Hoge Raad, nadat het Gerechtshof Den Haag in 2024 een eerdere uitspraak had vernietigd waarin Shell werd verplicht zijn uitstoot met 45% te reduceren in 2030. De Stichting Milieu en Mens, die zich heeft gevoegd aan de zijde van Shell, behartigt in deze zaak de belangen van burgers en bedrijven die geraakt worden door ambitieus klimaatbeleid en de energietransitie.
Volgens Bergkamp draaide de zitting minder om juridische argumenten dan om fundamentele vragen over de rol van de rechter in klimaatbeleid. Milieudefensie was daarin volgens hem juridisch zwak, ideologisch gedreven en onvoldoende in staat om haar centrale eisen overtuigend te onderbouwen.
Een cassatieprocedure gaat immers uitsluitend over de juiste toepassing van het recht en niet over feiten of politieke overtuigingen. Juist daarom was te verwachten dat Milieudefensie uitvoerig zou uitleggen waarom het hof het recht verkeerd had toegepast. In plaats daarvan herhaalde de organisatie vooral algemene waarschuwingen over klimaatverandering. Bergkamp vind het pleidooi van Milieudefensie zelfs “beschamend”. De advocaten kwamen niet verder dan “een klimaatalarmistische litanie en samenzweringstheorieën over de olie- en gassector”.
Met de mond vol tanden
Zijn belangrijkste punt van kritiek betreft de juridische onderbouwing van het gevraagde emissiereductiebevel. Tijdens de zitting vroegen de raadsheren hoe uit open normen zoals gevaarzettingsleer en ‘intergenerationele rechtvaardigheid’ een concreet percentage van 45% voor Shell kon worden afgeleid. Een duidelijk antwoord bleef uit. De advocaten van Milieudefensie stonden “met de mond vol tanden” en verwezen slechts naar scenario’s en minimumpercentages. Daarmee is de kern van de zaak juridisch onvoldoende gefundeerd. De suggestie dat IPCC-scenario’s als juridische normen zouden moeten functioneren, is volgens Bergkamp bovendien problematisch omdat wetenschappelijke projecties geen democratisch gelegitimeerde wetgeving zijn.
Daartegenover presenteerden Shell en de Stichting Milieu en Mens een meer rationeel en juridisch consistent verhaal. Shell wees op het bestaande Europese klimaatbeleid, met name het ETS-systeem voor emissiehandel. Dat systeem werkt juist met een algemeen emissiebudget en verhandelbare rechten, terwijl Milieudefensie individuele reductieverplichtingen voor één bedrijf verlangt. Dit toont aan dat de eisen van Milieudefensie botsen met de structuur van bestaand Europees beleid.
Politieke rol
Een ander belangrijk kritiekpunt is dat Milieudefensie de rechter een politieke rol wil laten vervullen die niet bij de rechterlijke macht hoort. Toen bleek dat slechts een klein deel van de uitstoot van Shell-klanten in Europa plaatsvindt, gaf Milieudefensie aan dat de zaak eigenlijk bedoeld is voor landen zonder streng klimaatbeleid. Daarmee, zo stelt Bergkamp, verandert de Nederlandse rechter in een soort mondiale klimaatwetgever. Hij spreekt van “een soort klimaatwereldregering in Den Haag”. Volgens hem overschrijdt Milieudefensie hiermee de grenzen van de democratische rechtsstaat en de trias politica.
Daarnaast bekritiseert Bergkamp de manier waarop Milieudefensie economische en maatschappelijke gevolgen van de energietransitie presenteert. De organisatie stelt dat de energietransitie leidt tot meer energiezekerheid en lagere prijzen, terwijl Bergkamp weet dat deze transitie energie juist duurder maakt en energiearmoede veroorzaakt. Ook verwijt hij Milieudefensie hypocrisie doordat de organisatie jarenlang tegen kernenergie ageerde, terwijl kernenergie juist een stabiele CO2-vrije energiebron is.
Ideologie
Het artikel in Wynia’s Week gaat ook verder in op de ideologische kant van Milieudefensie. Een uitspraak van de organisatie dat “privaatrechtelijke entiteiten gevaarlijker zijn dan staten” wordt aangehaald als voorbeeld van een radicale visie op bedrijven en samenleving. Milieudefensie miskent hiermee dat consumenten vrijwillig producten kopen en dat overheidsbeleid democratisch tot stand komt. De organisatie beschouwt daardoor burgers zelf impliciet als probleem.
Ook de emotionele toon van het pleidooi krijgt kritiek. De advocaat van Milieudefensie sprak de rechters rechtstreeks aan met de boodschap dat er “een grote rol weggelegd voor rechters” is om de wereld te redden. Bergkamp noemt dit “emotionele chantage met een totalitair karakter” en verwijst naar Hannah Arendt om te waarschuwen voor argumenten die zich beroepen op een toekomst die nog niet bewezen kan worden.
Jengelend kind
In het slot van het artikel contrasteert Bergkamp Milieudefensie met de Stichting Milieu en Mens. Waar Milieudefensie wordt afgeschilderd als een “jengelend kind”, presenteert de stichting zich volgens hem als een rationele verdediger van de machtenscheiding. De stichting verwees onder meer naar recente Duitse rechtspraak waarin klimaatbeleid expliciet als taak van de wetgever werd omschreven. Daarmee is de conclusie dat klimaatbeleid thuishoort bij democratisch gekozen politici en niet bij rechters die via rechtszaken algemene regels opleggen.
Bergkamp eindigt met de stelling dat strategische klimaatzaken steeds minder verenigbaar zijn met de rechtsstaat. Volgens hem probeert Milieudefensie via procedures politieke druk uit te oefenen in plaats van juridisch overtuigende zaken te voeren. Daarom ligt de belangrijkste taak van de Hoge Raad in het bewaken van de trias politica “zoals Montesquieu haar wel bedoeld heeft”.
meer nieuws
Javier Vinós over de Hunga Tonga-uitbarsting en de uitzonderlijke klimaatgevolgen
Tijdens een recente ICSF/Clintel-lezing stelde dr. Javier Vinós dat de uitbarsting van Hunga Tonga (15 januari 2022) de belangrijkste oorzaak was van de uitzonderlijke mondiale klimaatafwijkingen in 2023-2024. Volgens hem betreft het de eerste meerjarige wereldwijde klimaatgebeurtenis in circa 80 jaar, waarvan de oorzaken verkeerd worden geduid.
Ook vrouwen trekken nu van leer tegen de klimaatagenda
In de klimaatdiscussie zijn het vooral oudere, vaak gepensioneerde mannelijke wetenschappers die de strijd aangaan tegen het heersende paradigma. Vrouwelijke sceptici zie je maar heel weinig. Toch komt daar de laatste tijd verandering in. Zowel in de wetenschap als de media trekken vrouwen steeds vaker hun mond open tegen wat zij zien als een angstaanjagende en maatschappij-ontwrichtende agenda. Een goede ontwikkeling.
Rechter wijst klimaatdogma af en begint integriteit te herstellen
In een belangrijke stap richting wetenschappelijke verantwoording heeft een Amerikaanse federale rechter een controversieel hoofdstuk over klimaatverandering uit een belangrijk juridisch referentieboek verwijderd. De beslissing daagt de dominantie van het modelgebaseerde klimaatnarratief in de rechtbanken uit en legt opnieuw de nadruk op empirisch bewijs en institutionele integriteit.






