Een misrekening van 2,8 biljoen dollar in het Stern-rapport

Precies twintig jaar geleden voorspelde het invloedrijke Stern-rapport (The Stern Review) snel stijgende schade door natuurrampen. Dat is niet uitgekomen, toont Roger Pielke Jr. aan.

Stern-rapport en klimaatschade – AI-illustratie bij de analyse van Roger Pielke Jr. over een misrekening van 2,8 biljoen dollar.

Afbeelding gemaakt met AI/The Honest Broker

Roger Pielke Jr.
Datum: 1 november 2026

DEEL:

Afgelopen vrijdag bestond het Stern-rapport over de economische aspecten van klimaatverandering precies twintig jaar. Op 28 oktober vierde de London School of Economics deze verjaardag in aanwezigheid van Nicholas Stern, en met een keynote van Miatta Fahnbulleh, de huidige Britse staatssecretaris voor Energiezekerheid en Net Zero.

Fiona Harvey schreef in The Guardian dat de analyse van Stern:

“degelijk is gebleken – als er al iets is, dan heeft hij zowel de snelheid van de opwarming als de economische gevolgen onderschat.”

Nou, nee. Zoals dit artikel met bewijs aantoont, is het rapport noch degelijk, noch een onderschatting.

Het Stern-rapport heeft de economische verliezen door extreme weersomstandigheden dramatisch overschat, en die gebrekkige voorspelling was gebaseerd op een verkeerde interpretatie van een whitepaper dat ik had laten opstellen voor een workshop over extreem weer en klimaatverandering.

Ik heb de fouten van Stern kort na de publicatie ervan toegelicht in een peer-reviewed artikel:

Pielke Jr, R. (2007). Verkeerde interpretatie van de economische gevolgen van extreme gebeurtenissen in het Stern-rapport over de economische aspecten van klimaatverandering. Global Environmental Change, 17(3-4), 302-310.

Een verkeerd geïnterpreteerde whitepaper

De gebrekkige methodologie die Stern gebruikte om toekomstige verliezen door extreem weer en klimaatverandering te voorspellen, vindt zijn oorsprong in een workshop die ik in mei 2006 samen met Munich Re organiseerde in Hohenkammer, Duitsland. Tweeëndertig deskundigen waren het er unaniem over eens dat:

“maatschappelijke veranderingen en economische ontwikkeling de belangrijkste factoren zijn die verantwoordelijk zijn voor de tot nu toe gedocumenteerde toename van de schade”,

en dat het

“niet mogelijk was om vast te stellen welk deel van de toename in schade toe te schrijven was aan klimaatverandering als gevolg van broeikasgasemissies.”

Vijf maanden later citeerde het Stern-rapport een van de whitepapers van de workshop, Muir-Wood et al. (dat ik had laten opstellen). Het rapport gebruikte dit whitepaper om te beweren dat de schade door weersomstandigheden sinds de jaren zeventig met 2% per jaar was gestegen “bovenop veranderingen in welvaart, inflatie en bevolkingsgroei” — met de duidelijke implicatie dat klimaatverandering de oorzaak was van de resterende stijging.

Maar het artikel constateerde in feite geen significante trend voor de periode 1950–2005 en slechts 1% voor 1970–2005 — een periode met een lage frequentie van orkanen in de VS in de jaren zeventig en orkaan Katrina in 2005.

Het rapport extrapoleerde vervolgens de groei van de schade als percentage van het bbp met een tempo dat 2% per jaar sneller was dan de economische groei, en ging er — met nog minder onderbouwing — van uit dat de schade in de daaropvolgende decennia met 3%, 4%, 5% en 6% per jaar zou toenemen. Die waarden waren volgens het rapport “waarschijnlijk onderschattingen”. (Details hier.)

Wat er daadwerkelijk gebeurde

Aan de hand van twee onafhankelijke datasets over schade kunnen we de voorspelling van Stern toetsen: (a) Munich Re, de bron waarop het rapport zich baseerde voor zijn prognoses, en (b) schadecijfers van Aon. Ik begin elke prognose met de gegevens die beschikbaar waren vóór het rapport (Munich Re 1990–2005; Aon 2000–2005) en laat aardbevingen buiten beschouwing.

Vergelijking van de voorspelde schade door extreme weersomstandigheden volgens het Stern-rapport met de werkelijke schade als percentage van het bbp volgens Munich Re, tot en met 2025.

Op basis van de gegevens van Munich Re overschreed de schade in één van de twintig jaren (2017) de prognose van Stern. In 2025 bedroeg deze 0,18% van het bbp, tegenover een voorspelde 0,41%. Sinds 1990 is er helemaal geen opwaartse trend te zien in de totale schade door extreme weersomstandigheden als percentage van het bbp.

Voorspelde schade door extreem weer volgens het Stern-rapport vergeleken met de werkelijke schade als percentage van het bbp volgens Aon, inclusief gegevens over 2025.

Op basis van gegevens van Aon is het beeld hetzelfde: 0,22% van het bbp in 2025 tegenover een prognose van 0,46%, en sinds 2017 elk jaar onder de prognose. Over dit jaar: tot en met september 2026 bedragen de verliezen ongeveer een derde van de prognose van Stern.

Vergelijking van de schattingen van Munich Re en Aon voor de totale economische schade door extreme weersomstandigheden, waarbij verschillen tussen beide datasets zichtbaar worden.

De schattingen van Aon voor de totale schade liggen doorgaans veel hoger dan die van Munich Re (ongeveer 50% hoger over de periode 2006–2025, en hoger in 25 van de afgelopen 26 jaar), omdat de totale schade wordt geschat aan de hand van eigen, niet openbaar gemaakte methoden.

Verzekerde schade is iets anders. Deze weerspiegelt schadeclaims die bedrijven wettelijk verplicht zijn nauwkeurig te rapporteren, waardoor de verzekerde cijfers van beide bedrijven veel dichter bij elkaar liggen (meer hier).

De verzekerde schade is sneller gestegen dan de totale schade, voornamelijk omdat meer schade verzekerd is: begin jaren 2000 was ongeveer 25% van de weerschade gedekt door een verzekering, tegenwoordig is dat ongeveer 40%.

De conclusie, in dollars van 2026

Voor de periode 2006 tot 2025 impliceerde de prognose van het Stern-rapport op basis van de gegevens van Munich Re afgerond 7,0 biljoen dollar aan weersverliezen, uitgedrukt in dollars van 2026. De werkelijke verliezen bedroegen afgerond 4,3 biljoen dollar, 2,8 biljoen dollar minder. Op basis van de gegevens van Aon bedraagt het tekort 1,5 biljoen dollar.

De kloof tussen de werkelijkheid en de voorspellingen van het Stern-rapport over verliezen door extreme weersomstandigheden, zal in de komende jaren en decennia waarschijnlijk steeds groter worden.

Grafiek bij de conclusie van Roger Pielke Jr. over het verschil tussen de voorspelde en werkelijke economische schade door extreme weersomstandigheden in de periode 2006–2025.

Het rapport droeg ertoe bij dat de snel stijgende kosten van rampen een pijler werden van de klimaatbeweging en, later, van het begrip “klimaatrisico” in de financiële wereld. Zes jaar later bood het IPCC met zijn Special Report on Extreme Events een kans op een koerscorrectie. In plaats daarvan koppelden klimaatactivisten zich vast aan apocalyptische visioenen van steeds ernstiger wordende rampen. De werkelijkheid laat een heel ander verhaal zien.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op The Honest Broker op 29 oktober 2026.

Roger Pielke Jr.

Roger Pielke Jr. is een Amerikaanse wetenschapper en expert op het snijvlak van wetenschap en beleid. Hij schrijft kritisch over klimaatbeleid en de rol van wetenschap in het publieke debat, en staat bekend om zijn nuchtere, datagedreven analyses. Pielke was hoogleraar aan de University of Colorado Boulder en publiceert tegenwoordig via zijn Substack-pagina The Honest Broker.

Wat u zojuist heeft gelezen, kon worden gepubliceerd dankzij onze donateurs.

Clintel publiceert dagelijks artikelen over klimaat, energie en wetenschap. Daarnaast vertalen wij internationale analyses in meerdere talen, maken wij video’s, publiceren wij rapporten en organiseren wij bijeenkomsten en lezingen.

Wij ontvangen geen overheidssubsidies en zijn volledig afhankelijk van de steun van onze donateurs. Dankzij uw bijdrage kunnen wij onafhankelijk onderzoek en een open debat over klimaat en energie blijven bevorderen.

Steunt u ons werk? Kies wat bij u past:

• Word Vriend van Clintel – vanaf €100 per jaar
• Word Trouwe Vriend van Clintel – via een fiscaal aantrekkelijke periodieke gift
• Doe een eenmalige donatie – iedere bijdrage helpt

Hartelijk dank voor uw steun.

DEEL DIT ARTIKEL:

Climate Intelligence Clintel

meer nieuws

Roger Pielke Jr.: Hoe RCP8.5 de nachtmerrie in het klimaatbeleid werd

In zijn tweede lezing voor Clintel op 11 oktober legde Roger Pielke Jr. uit hoe een extreem emissiescenario, dat oorspronkelijk was bedacht om een mogelijke toekomst te verkennen, uitgroeide tot een dominante aanname in het klimaatonderzoek en -beleid.

Halloween is gered: pompoenen niet bedreigd door klimaatverandering

Het ‘spookverhaal’ van CBC (Canadian Broadcasting Corporation) over de Canadese pompoenoogst en ‘klimaatverandering’ is puur bedrog. CBC had wat grondiger onderzoek moeten doen bij het doen van uitspraken over klimaatverandering, op basis van slechts twee jaar aan pompoenoogsten, aldus Linnea Lueken.

Geen bewijs dat extreme weersomstandigheden vaker voorkomen of heviger worden: (6) Bosbranden

In een reeks artikelen onderzoekt natuurkundige Ralph B. Alexander of extreme weersomstandigheden vaker voorkomen of heviger worden. In navolging van zijn vorige artikel over tornado’s, richt dit laatste deel zich op bosbranden.

By |2026-11-01T08:03:53+01:001 november 2026|Reacties uitgeschakeld voor Een misrekening van 2,8 biljoen dollar in het Stern-rapport
Go to Top