Geen dalende trend in zee-ijs vanaf 2007
Een ijzingwekkende analyse van Rob de Vos
Lezers weten dat ik rond deze tijd altijd een overzicht geeft van het minimum oppervlak aan zee-ijs op de Noordpool. Samen met de zeespiegelstijging behoort het minimum oppervlak zee-ijs (drijfijs) op de Noordpool tot de heilige graal van klimaatalarmisten. De seizoenschommelingen op de Noordpool zorgen ervoor dat rond maart het maximum oppervlak aan zee-ijs bereikt wordt en rond september het minimum oppervlak. Het kaartje hieronder geeft de situatie weer voor september 2024.
De volgende grafiek toont het verloop van de jaarlijkse minimum sea ice extent van 1979 t/m 2024. Die jaarlijkse gegevens zijn op basis van de 2-dagelijkse (tot 20 augustus 1987) en dagelijkse data (van 20 augustus 1987 tot heden) afkomstig van NOAA/NSIDC.
Duidelijk is de afname te zien van begin jaren ’80 tot 2007. Vanaf 2007 is er geen sprake meer van een trend. Het kleinste zee-ijs oppervlak werd in 2012 gemeten.
Dit artikel werd eerder gepubliceerd op klimaatgek.nl.
meer nieuws
Klimaatideologie versus vrijheid: de les van Havel, Klaus en Carney
In dit opiniestuk onderzoekt Michelle Stirling de spanning tussen klimaatbeleid en vrijheid, aan de hand van de tegengestelde posities van Mark Carney en Donald Trump, en de ideeën van Václav Havel en Václav Klaus.
Verdwenen hittegolven terug: KNMI en media faalden jarenlang
Het KNMI publiceerde deze week nieuwe temperatuurcorrecties voor De Bilt. Het gaat om correcties van oude metingen van voor 1950. Door eerdere correcties waren veel tropische dagen en hittegolven in die periode uit de boeken geschrapt. Een groep critici, waaronder Marcel Crok, hebben de correcties jarenlang inhoudelijk bekritiseerd. Zij krijgen nu gelijk. Crok blikt in dit artikel terug op deze lange battle en op de rol die het KNMI en de media speelden.
De energietransitie blijkt statistisch mooier dan ze is
In dit artikel toont energie-expert Samuel Furfari aan waarom de energietransitie statistisch mooier wordt voorgesteld dan ze is. Recente veranderingen in de primaire energiestatistieken maken duidelijk dat de bijdrage van hernieuwbare energie jarenlang structureel werd overschat in veelgebruikte internationale data. Deze methodologische verschuiving verandert fundamenteel hoe de energietransitie wordt begrepen, gecommuniceerd en politiek geïnterpreteerd.








